Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:8076

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
24-09-2015
Zaaknummer
15/870022-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak poging moord.

Bewezenverklaring poging doodslag, meermalen gepleegd, door van dichtbij op een auto met drie inzittenden te schieten.

Bewijsmiddelverweer verworpen: verklaringen van aangever over de schietpartij en de personen die daarbij betrokken zijn (schutter en bestuurder) zijn consistent.

Voorwaardelijke opzet.

Medeplegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/870022-15 (P)

Uitspraakdatum: 8 september 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag, Huis van Bewaring te Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.C. Hollander en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N.F. Hoogervorst, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 01 januari 2015, te Zaandam en/of te Oostzaan, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade,

- dhr. [slachtoffer 1] en/of

- mw. [slachtoffer 2] en/of

- mw. [slachtoffer 3] ,

van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer van zijn mededaders, althans alleen,

(nadat in het centrum van Zaandam nabij Bar [X] een of meer ruzie(s) en/of opstootje(s) en/of schermutseling(en) had(den) plaatsgevonden tussen enerzijds voornoemde [slachtoffer 1] en/of een of meer ander(en) en anderzijds hem, verdachte en/of [medeverdachte] en/of een of meer ander(en))

- te Zaandam heeft/hebben plaatsgenomen in een personenauto (te weten: een Daihatsu Sirion, met kenteken [Y] ) en/of

- ( vervolgens) (met verhoogde snelheid) in de richting van de personenauto (te weten: een Seat Ibiza, met kenteken [Z] ) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en) is/zijn gereden en/of die personenauto gevolgd (vanuit Zaandam) naar tankstation Esso langs de Rijksweg A8 te Oostzaan (vestiging Coentunnelweg 2) en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en) heeft/hebben opgewacht en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation de doorgang voor de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en), naar de oprit van de Rijksweg A8 enige tijd heeft/hebben geblokkeerd (gelijktijdig met een andere auto (Volkswagen Golf)) en/of

- ( waarna) hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) een vuurwapen heeft/hebben gericht op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of op de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en) en/of

- ( vervolgens) (met een vuurwapen) een of meer kogel(s) heeft/hebben afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en), waarbij een of meer kogel(s) die personenauto is/zijn binnengedrongen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 01 januari 2015, te Zaandam en/of te Oostzaan, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op een of meer openbare wegen in Zaandam en/of Oostzaan en/of op het terrein van het tankstation Esso langs de Rijksweg A8 (vestiging Coentunnelweg 2) te Oostzaan, in elk geval op of aan een of meer openbare wegen, openlijk in vereniging geweld heeft/hebben gepleegd tegen

- dhr. [slachtoffer 1] en/of

- mw. [slachtoffer 2] en/of

- mw. [slachtoffer 3] ,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer) van zijn mededader(s)

(nadat in het centrum van Zaandam nabij Bar [X] een of meer ruzie(s) en/of opstootje(s) en/of schermutseling(en) had(den) plaatsgevonden tussen enerzijds voornoemde [slachtoffer 1] en/of een of meer ander(en) en anderzijds hem, verdachte en/of [medeverdachte] en/of een of meer ander(en))

- te Zaandam plaatsgenomen in een personenauto (te weten: een Daihatsu Sirion, met kenteken [Y] ) en/of

- ( vervolgens) (met verhoogde snelheid) in de richting van de personenauto (te weten: een Seat Ibiza, met kenteken [Z] ) waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en) gereden en/of die personenauto gevolgd (vanuit Zaandam) naar tankstation Esso langs de Rijksweg A8 (vestiging Coentunnelweg 2) en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en) opgewacht en/of

- ( vervolgens) bij dat tankstation de doorgang voor de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en), naar de oprit van de Rijksweg A8 enige tijd geblokkeerd (gelijktijdig met een andere auto (Volkswagen Golf) en/of

- ( waarna) hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededaders een vuurwapen heeft/hebben gericht op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of op de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3] zich bevond(en) en/of

- ( vervolgens) (met een vuurwapen) een of meer kogel(s) afgevuurd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich bevond(en), waarbij een of meer kogel(s) die personenauto is/zijn binnengedrongen .

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding

Op 1 januari 2015 komt er bij de Regionale meldkamer van de politie-eenheid Noord-Holland, district Zaanstreek-Waterland, om 04.35 uur een melding binnen dat er een auto met drie inzittenden is beschoten bij het tankstation aan de A8 te Oostzaan. Er wordt melding gemaakt van een aantal verdachten die in een andere auto zaten. Verdachte heeft, net zoals zijn medeverdachten, steeds een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.

De rechtbank dient onder meer te beoordelen of verdachte al dan niet tezamen met een of meer ander(en), verantwoordelijk kan worden gehouden voor een poging moord dan wel poging doodslag op drie inzittenden van een auto of dat er sprake is van openlijk geweld.

4 Bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, in haar op schrift gestelde requisitoir, gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, poging tot moord, meermalen gepleegd.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft algehele vrijspraak bepleit. Zij heeft het woord gevoerd overeenkomstig een door haar overgelegde, aan het proces-verbaal gehechte, pleitnotitie.

De raadsvrouw voert daarin - kort gezegd - aan dat de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] onbetrouwbaar zijn en daarom niet gebruikt kunnen worden voor het bewijs. Voorts kan in haar visie niet worden vastgesteld dat verdachte in de Daihatsu zat en dient bovendien het verband tussen de Daihatsu en het onderhavige schietincident in twijfel te worden getrokken. Ten slotte voert de raadsvrouw aan dat de stelling, dat de bijrijder in de Daihatsu de schutter was, niet wordt ondersteund door het onderzoek van het NFI.

4.3.

Bewijsmiddelverweer

Door de raadsvrouw is betoogd dat de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] niet betrouwbaar zouden zijn en daarom van het bewijs dienen te worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

De rechtbank constateert met de raadsvrouw dat [slachtoffer 1] in zijn verschillende verklaringen op een aantal punten niet eensluidend heeft verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank zijn zijn verklaringen op hoofdlijnen evenwel duidelijk en consistent. Tijdens de 112-melding, de eerste ontmoeting met verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op het parkeerterrein vlak na het schietincident, en in zijn verhoren bij de politie en de rechter-commissaris, heeft hij steeds hetzelfde verloop van de schietpartij weergegeven en steeds dezelfde persoon genoemd als zijnde de schutter respectievelijk de bestuurder van de blauwe Daihatsu.

De verklaringen van [slachtoffer 1] over de schietpartij en de personen die daarbij betrokken zouden zijn (schutter en bestuurder) zijn derhalve eenduidig en consequent. Zijn verklaringen vinden op deze punten bovendien ondersteuning in overige bewijsmiddelen in het bijzonder getuigenverklaringen en technisch bewijs.

De rechtbank heeft op dit punt tevens meegewogen dat uit het dossier niet blijkt van enig ander aannemelijk scenario en dat ook door verdachte, die zich beroept op zijn zwijgrecht, geen aanknopingspunten voor een ander scenario zijn verstrekt.

De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 1] over de toedracht van het schietincident en degenen die daarbij volgens zijn verklaring kort na het incident als schutter en bestuurder van de auto betrokken zouden zijn derhalve betrouwbaar en ziet geen aanleiding om deze van het bewijs uit te sluiten. Dit verweer wordt derhalve verworpen.

4.4.

Partiële vrijspraak moord

De Hoge Raad heeft zich onlangs opnieuw uitgesproken over de eisen waaraan moet zijn voldaan voor het wettig en overtuigend bewijs van voorbedachte raad.1 Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar hoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Verdachte heeft geen verklaring willen afleggen en hij heeft derhalve geen inzicht gegeven in hetgeen voor of ten tijde van het begaan van het feit in hem is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en de overige feitelijke omstandigheden van het geval. Door de officier van justitie is aangevoerd dat gezien het verloop van de nacht van 1 januari 2015 waaruit blijkt dat er voorafgaand aan de schietpartij sprake is geweest van schermutselingen tussen verdachte en zijn medeverdachten enerzijds en [slachtoffer 1] anderzijds, alsmede dat verdachte en zijn medeverdachten in het centrum van Zaandam ruim een uur op [slachtoffer 1] hebben staan wachten en hem nadat hij in zijn auto vertrok onmiddellijk zijn gevolgd, er sprake is geweest van een doelbewuste en voorbereide actie en in haar visie derhalve van voorbedachte raad.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank oordeel dat uit voornoemde omstandigheden weliswaar een zeker tijdsverloop en een zeker plan kan worden afgeleid maar dat daarmee nog niet kan worden vastgesteld dat dit plan bestond uit het beschieten van de auto waarin aangevers zich bevonden noch wanneer bij verdachte het voornemen is ontstaan om op de auto c.q. aangevers te gaan schieten. Niet kan worden uitgesloten dat dit pas op een later moment in de nacht, wellicht zelfs zeer kort voor het lossen van de schoten, is opgekomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de voorbedachte raad (moord).

4.5

Redengevende feiten en omstandigheden 2

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd op grond van het volgende.

Schietincident

Op 1 januari 2015 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van poging moord/doodslag. Uit zijn aangifte komt naar voren dat hij die nacht met enkele vrienden vanaf 01.00 uur in de Turkse bar [X] (verder te noemen: bar [X] ) was in Zaandam. Ongeveer 20 minuten voor de schietpartij zijn aangever, zijn vriendin [voornaam slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) en haar vriendin [voornaam slachtoffer 3] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 3] ) uit Zaandam vertrokken in een zilvergrijze Seat Ibiza met kenteken [Z] en naar het Esso tankstation langs de A8 (richting Amsterdam) te Oostzaan gereden om wat etenswaren en drinken te kopen. Vlak voordat zij weer de snelweg op wilden rijden, kwam er een - volgens aangever - blauwe Daewoo voor hen staan.3 Achter het tankstation is een soort splitsing. Rechtdoor is de weg naar de snelweg; rechtsaf gaat naar het parkeerterrein. De blauwe Daewoo versperde de weg naar de snelweg. De Daewoo werd bestuurd door [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). [de man] stapte uit aan de passagierskant van de Daewoo. Doordat de Daewoo de afrit naar de snelweg blokkeerde, kon de Seat Ibiza alleen de kant op rijden waar [de man] ging staan. [de man] stond op enig moment rechts voor de Seat Ibiza.4 [de man] , die gekleed was in een zwart leren jas tot op zijn heup met een witte kraag en een zwarte trainingsbroek, had een pistool in zijn handen en richtte vanaf een afstand van ongeveer drie meter op de Seat Ibiza waarin [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zaten. [de man] schoot de eerste keer toen de Seat Ibiza nog stil stond.5 Hij begon direct op [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te schieten.6 Door dat schot ging het raam aan de passagierszijde van de Seat Ibiza stuk. Aangever gaf gas en wilde [de man] overrijden om het schieten te laten stoppen. Het is dat [slachtoffer 2] aan het stuur trok, anders had hij hem overreden. Aangever hoorde in totaal vier of vijf schoten. [slachtoffer 1] reed - in plaats van de normale route via het parkeerterrein naar de snelweg - weer in de richting van de pomp om via de afrit van de snelweg met een korte draai de A8 op te gaan.7 Op de snelweg haalde de Seat Ibiza de blauwe Daewoo, die de normale oprit vanaf het benzinestation naar de snelweg had genomen, in. [slachtoffer 1] kent de inzittenden van de Daewoo: [medeverdachte] zat in een donkerblauw Adidas trainingspak met daarover een zwarte bodywarmer achter het stuur. [de man] zat op de bijrijdersstoel, [slachtoffer 1] neefje [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ),gekleed in een donkerkleurig trainingspak, een donkerkleurige bodywarmer en met een Nike pet, zat linksachter en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) rechtsachter. [betrokkene 2] droeg een rode wollen muts.8

Tijdens het verhoor herkent aangever [slachtoffer 1] verdachte van een foto die hem wordt getoond.9 [slachtoffer 1] herkent op de foto voor 100% de man die hij kent als [de man] . Durcan kent [de man] al 15 jaar en ging ervan uit dat [achternaam van de man] zijn achternaam is omdat hij een neef van [betrokkene 2] is.10

De aangifte van [slachtoffer 1] wordt deels ondersteund door die van [slachtoffer 2] en de verklaring van [slachtoffer 3] . [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de afrit van het tankstation werd geblokkeerd door een kleine donkerblauwe auto. De jongen, die bij deze donkerblauwe auto stond, liep in de richting van de auto waarin [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zaten. Daarna hoorde ze drie schoten.11 [slachtoffer 3] , de derde inzittende op de achterbank van de Seat Ibiza, bevestigt dat de beide auto’s na het schietincident op de snelweg naast elkaar hebben gereden.12

[medeverdachte] heeft een kleine blauwe personenauto, merk Daihatsu Sirion, met kenteken [Y] op zijn naam staan.13 De auto is een uur na het schietincident op de Watering in Zaandam gesignaleerd. Tijdens de achtervolging verhoogde de Daihatsu Sirion zijn snelheid en raakten de verbalisanten de auto kwijt.14 Nog geen 20 minuten later is de auto afgesloten aangetroffen ter hoogte van de [straatnaam] te Zaandam.15

Sporen- en munitieonderzoek

Op de rijbaan tussen de parkeervakken achter het Esso tankstation zijn vijf hulzen aangetroffen. De hulzen, allen .45 kaliber munitie, lagen dicht bij elkaar. Op de hulzen was een bodemstempel met daarin de tekst “R-P .45 AUTO” zichtbaar. Links van de hulzen lagen gebrokkelde glasdelen op de grond, vermoedelijk van een verbroken autoruit.16 Voorts werden iets achter de plek waar de hulzen lagen een projectiel en twee manteldelen aangetroffen.

De ruit van het rechter voorportier van de Seat Ibiza was gebroken. In de deurstijl achter de strip werd een projectiel aangetroffen. Gezien de ronde beschadiging in het rubber van de deurstijl en de bolling aan de binnenzijde van de deurstijl heeft het projectiel vermoedelijk het voertuig geraakt onder een relatief grote hoek (bijna haaks) ten opzichte van het voertuig. Vermoedelijk heeft de schutter bij het afvuren van het projectiel rechts ter hoogte van het rechter voorportier gestaan.

Op de achterbumper van het voertuig was een ovale indruk zichtbaar, passend bij een indruk die ontstaat wanneer een projectiel onder een hoek een oppervlak raakt. Waarschijnlijk had een projectiel de bumper van de rechterzijde geraakt onder een relatief kleine hoek (bijna parallel) ten opzichte van het voertuig. Vermoedelijk heeft de schutter bij het afvuren van het projectiel aan de rechter achterzijde van het voertuig gestaan. De beschadiging ging door de bumper heen en kwam uit in de wielkast van het rechter achterwiel. In de rechter achterband, die lek was, werd een projectiel aangetroffen, zeer waarschijnlijk een kogel zonder mantel. 17

De vijf op de parkeerplaats aangetroffen hulzen, het eveneens aldaar aangetroffen projectiel en het projectiel, aangetroffen in de deurstijl van de Seat Ibiza, zijn door het NFI onderzocht. Geconcludeerd wordt dat het extreem veel waarschijnlijker is dat de hulzen met één en hetzelfde vuurwapen zijn verschoten dan met meerdere vuurwapens van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken. De vijf hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een semiautomatisch werkend pistool van het kaliber .45 ACP, merk Glock. De afvuursporen in de twee kogels (de beide projectielen) passen eveneens bij dit vuurwapen.18

Op 5 januari 2015 zijn de binnen- en de buitenzijde van de Daihatsu Sirion bemonsterd op schotrestsporen.19 Op de stubs van de onderzoeksset schiethanden van de binnenzijde van de Daihatsu Sirion (portier linksachter, portier rechtsvoor, portier rechtsachter, stuur en versnellingspook en het dashboardkastje rechts) zijn categorie A en B deeltjes aangetroffen. Met het aantreffen van categorie A deeltjes wordt een vrijwel zekere relatie aangetoond met een schietproces.20

Op 8 juni 2015 heeft dr. [deskundige 1] haar bevindingen gerapporteerd naar aanleiding van een vergelijkend schotrestenonderzoek.

Seat Ibiza <-> 5 hulzen: het is waarschijnlijker (10 – 100) dat de deeltjes die zijn aangetroffen op de deurstrip van het voorportier van de Seat Ibiza dezelfde bron van herkomst hebben als de deeltjes die zijn aangetroffen op de schotrest bemonsteringen van de hulzen dan dat zij een andere bron van herkomst hebben.

Daihatsu <-> 5 hulzen: het is iets waarschijnlijker (2 – 10) dat de deeltjes die zijn aangetroffen op de stubs van de onderzoeksset schiethanden waarmee de Daihatsu Sirion zijn bemonsterd dezelfde bron van herkomst hebben als de deeltjes die zijn aangetroffen op de schotrest bemonsteringen van de hulzen dan dat zij een andere bron van herkomst hebben.

Seat Ibiza <-> Daihatsu Sirion: het is iets waarschijnlijker (2-10) dat de deeltjes die zijn aangetroffen op de deurstrip van het voorportier van de Seat Ibiza dezelfde bron van herkomst hebben als de deeltjes die zijn aangetroffen op de stubs van de onderzoeksset schiethanden waarmee delen van de Daihatsu Sirion zijn bemonsterd dan dat zij een andere bron van herkomst hebben.21

Eerdere ontmoeting die nacht tussen [slachtoffer 1] en verdachten.

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt dat [slachtoffer 1] een week of zes vóór het schietincident ruzie kreeg met medeverdachte [medeverdachte]22 en ook met [betrokkene 2] en verdachte.23 In de uren voorafgaand aan het schietincident kwam verdachte met [betrokkene 3] (roepnaam van [betrokkene 3]24) naar bar [X] . Verdachte ging aan een tafel bij de ingang zitten. [slachtoffer 1] is naar hem toegegaan om te praten over de ruzie van toen. Hierop zijn beiden naar buiten gegaan. Buiten zou verdachte [betrokkene 2] en [medeverdachte] hebben gebeld en zou er gepraat gaan worden. Op een gegeven moment kwam er een auto aan rijden waaruit [medeverdachte] en [betrokkene 2] stapten. Er ontstond een handgemeen tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte] . [slachtoffer 1] neef, [betrokkene 1] , keek toe. [slachtoffer 1] en [medeverdachte] werden door beveiligers uit elkaar gehaald. [slachtoffer 1] moest van de beveiligers weer bar [X] in gaan, verdachte, [medeverdachte] en [betrokkene 1] werden weggestuurd. Toen [slachtoffer 1] de bar wilde verlaten, werd hij door een beveiliger naar zijn auto begeleid. In de directe omgeving, bij de Rozenhof, stonden [betrokkene 2] , [medeverdachte] , verdachte en nog wat jongens. Toen [slachtoffer 1] in zijn auto stapte, zag hij dat verdachte, [betrokkene 2] , [medeverdachte] en [betrokkene 1] naar hun auto renden. [slachtoffer 1] is vanaf de bar [X] rechtstreeks naar het benzinestation langs de A8 gereden.25

Beelden

Beelden van diverse camera’s in Zaandam bevestigen in grote lijnen de lezing van [slachtoffer 1] over hetgeen die nacht vooraf is gegaan aan het schietincident. Verbalisant [verbalisant 3] heeft verdachte herkend op de beelden van de door de stadswacht ingezoomde camera.26 Door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] zijn [betrokkene 2] (met een rode muts, foto pagina 252, 253, 256, 257), [medeverdachte] (Adidas jasje met daarover een zwarte bodywarmer, foto p.252, 253, 257), [betrokkene 1] (donkere kleding, foto p. 252, 257) en [betrokkene 3] (foto p. 259) op de beelden herkend.27

Uit de verschillende camerabeelden en het op basis daarvan opgemaakt proces-verbaal van de politie, blijkt dat rond 00.40 uur [slachtoffer 1] bij bar [X] aankomt.28 Verdachte, gekleed in een leren jas met lichte bontkraag, arriveert om 02.16 uur met twee andere personen bij de bar.29 Om 02.26 uur komen [slachtoffer 1] , verdachte en een derde persoon naar buiten.30 Vrijwel direct arriveert een SUV, waaruit twee personen stappen.31 Er ontstaat een opstootje, dat wordt gesust door beveiligers.32 Enige tijd later staat [slachtoffer 1] weer buiten met onder meer [betrokkene 3] , die een bemiddelende rol lijkt te spelen in een opstootje met een onbekende persoon.33 Als dat opstootje is gesust, arriveert om 02.52 uur een kleine blauw/paarse auto met grijskleurige stootstrippen aan de zijkant. De auto vertoont veel gelijkenissen met de Daihatsu van [medeverdachte] . De komst van de auto heeft direct de belangstelling van de op straat aanwezige personen, onder wie [slachtoffer 1] en [betrokkene 3] .34 Uit de auto stappen [medeverdachte] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] .35 Er ontstaat een vechtpartij tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte] . De vechtpartij wordt wederom door beveiligers gesust. [slachtoffer 1] wordt weer bar [X] ingestuurd, de overige personen blijven in wisselende samenstellingen in de buurt van bar [X] staan.36 [medeverdachte] verplaatst zijn Daihatsu naar een nabijgelegen terrein (vermoedelijk De Krimp).37 Hij voegt zich weer bij de groep, die steeds op beelden in wisselende samenstellingen in de buurt van bar [X] te zien is.38 Om 04.18 uur verlaat [slachtoffer 1] de bar. Hij wordt door een beveiliger naar zijn auto begeleid.39 [betrokkene 3] loopt vanuit de groep naar [slachtoffer 1] toe.40 Dit wordt op enige afstand gadegeslagen door de groep. Een persoon in een wit overhemd spreekt eerst met [slachtoffer 1] en [betrokkene 3] , daarna met personen uit de groep.41 Op het moment dat [slachtoffer 1] zijn auto start en richting Czaar Peterstraat rijdt, heeft dat de belangstelling van de groep. De groep vertrekt ook direct in de richting van de Czaar Peterstraat. Verdachte maakt een armbeweging, waarna [medeverdachte] wegrent.42 Om 04.22 uur wordt een rennende persoon op de camerabeelden van de Vomar gesignaleerd. 43 Een minuut later worden ook verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] door die camera gesignaleerd, gevolgd door [betrokkene 3] en een nog onbekend gebleven persoon. De drie personen, die voor [betrokkene 3] en nog de onbekende persoon uitgingen, stappen in een auto die vanaf de Krimp aan komt rijden.44 De kleine blauw/paarse auto wordt gesignaleerd op de kruising Zilverpadsteeg en Czaar Peterstraat, waar even daarvoor ook [slachtoffer 1] had gereden.45 Beide auto’s passeren de camera aan de Nicolaasstraat en die aan de Wilhelminastraat. Geconcludeerd is dat de kleine blauw/paarse auto met een aanzienlijk hogere snelheid reed dan [slachtoffer 1] .46 Vijf seconden nadat [slachtoffer 1] zijn auto bij het Esso tankstation parkeert, rijdt een kleine donkergekleurde personen auto achter de pompen langs en blokkeert achter de shop van het tankstation de toegangsweg naar de snelweg.47 De laatste twee letters van het kenteken worden zichtbaar (…- [laatste twee letters kenteken] ) op het moment dat [slachtoffer 1] bij het tankstation wegrijdt.48 Ook gezien de positie en vorm van de achterlichten, kleur, model en de niet geheel doorlopende stootstrip met een inkeping, het rem- en achteruitrijlicht, koplamp en spaakvelgen komen de kleine blauw/paarse auto en de Daihatsu overeen.49

4.6.

Bewijsoverweging

Voorwaardelijk opzet

Gezien het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte in elk geval samen met [medeverdachte] heeft gepoogd de drie inzittenden van de Seat Ibiza ( [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ) van het leven te beroven. De rapportages van het NFI ondersteunen de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , dat verdachte met een wapen aan de rechter (voor)zijde van de auto stond. De rechtbank acht mede op basis van deze technische gegevens bewezen dat verdachte vanaf korte afstand op de auto heeft geschoten. Een van de schoten is van dichtbij op het rechter voorportier gelost, waardoor een kogel in de deurstijl van het portier terecht is gekomen en het raam van het voorportier brak

Verdachte heeft door vanaf zeer korte afstand op een auto met inzittenden te schieten willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat een of meer van deze inzittenden door een kogel zou(den) worden geraakt en zij daardoor het leven zou(den) verliezen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op (poging) tot doodslag.

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat kan worden vastgesteld dat verdachte de enige is geweest die met een wapen op de Seat Ibiza heeft geschoten. De rechtbank acht evenwel de rol van in het bijzonder medeverdachte [medeverdachte] evenwel dermate groot, dat kan worden gesproken van medeplegen. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] aanwezig was bij de opstootjes eerder die avond, dat hij zijn auto, zijnde de bij de schietpartij betrokken blauwe Daihatsu Sirion (door [slachtoffer 1] naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de stukken, ten onrechte voor een Daewoo aangezien), heeft gehaald toen [slachtoffer 1] met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] bij bar [X] vertrok, dat hij nadat verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in zijn auto waren gestapt, met grote snelheid naar het Esso tankstation is gereden en aldaar de oprit naar de snelweg heeft geblokkeerd waarna verdachte de auto met de slachtoffers van dichtbij kon beschieten. Vervolgens is [medeverdachte] in de auto met daarin in elk geval ook verdachte, van de plaats van het schietincident weggereden.

Uit de jurisprudentie volgt dat alleen het aanwezig zijn en het zich niet distantiëren op zichzelf onvoldoende is om te kunnen spreken van medeplegen. Hiervoor dient sprake te zijn van een substantiële en wezenlijke bijdrage aan het delict.50Zoals hiervoor weergegeven is [medeverdachte] , die volgens sommige getuigen een al langer lopend conflict had met [slachtoffer 1] , in ieder geval eerder die avond betrokken geweest bij een ruzie en vechtpartij met [slachtoffer 1] . Voorts heeft [medeverdachte] niet alleen zijn auto gebruikt om verdachte van en naar de plaats delict te vervoeren maar ook om de blokkade op te werpen die het verdachte mogelijk maakte om van korte afstand op de auto van de slachtoffers te schieten. Tevens heeft [medeverdachte] later die nacht geprobeerd om sporen te verdoezelen door in strijd met de waarheid aangifte te doen van diefstal van zijn auto. [medeverdachte] was derhalve op essentiële momenten aanwezig en heeft zich op generlei moment gedistantieerd. Hij heeft weliswaar niet zelf de trekker overgehaald maar zonder hem had de schietpartij niet kunnen plaatsvinden.

De rechtbank is van oordeel dat door al deze handelingen tezamen de samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] van een dusdanig gewicht is dat gesproken kan worden van een nauwe en volledige samenwerking en dus van medeplegen.

4.7.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 1 januari 2015, te Zaandam en te Oostzaan, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk

- dhr. [slachtoffer 1] en

- mw. [slachtoffer 2] en

- mw. [slachtoffer 3] ,

van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer van zijn mededaders,

(nadat in het centrum van Zaandam nabij Bar [X] een of meer ruzie(s) en/of opstootje(s) en/of schermutseling(en) had(den) plaatsgevonden tussen enerzijds voornoemde [slachtoffer 1] en anderzijds hem, verdachte en [medeverdachte] en een of meer anderen)

- te Zaandam heeft plaatsgenomen in een Daihatsu Sirion, met kenteken [Y] en

- ( vervolgens) met verhoogde snelheid in de richting van een Seat Ibiza, met kenteken [Z] , waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevonden is gereden en die personenauto is gevolgd vanuit Zaandam naar tankstation Esso langs de Rijksweg A8 te Oostzaan (vestiging Coentunnelweg 2) en

- ( vervolgens) bij dat tankstation de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevonden heeft opgewacht en

- ( vervolgens) bij dat tankstation de doorgang voor de personenauto, waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevonden, naar de oprit van de Rijksweg A8 enige tijd heeft geblokkeerd en

- ( waarna) hij, verdachte, een vuurwapen heeft gericht op de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevonden en

- ( vervolgens) met een vuurwapen meerdere kogels heeft afgevuurd in de richting van de personenauto waarin die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevonden, waarbij een of meerdere kogels die personenauto zijn binnengedrongen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen poging doodslag, meermalen gepleegd

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de sanctie

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren onvoorwaardelijk met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, subsidiair, bepleit dat een gevangenisstraf van 6 jaar niet rechtvaardig is.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met een of meerdere medeverdachten schuldig gemaakt aan een drievoudige poging tot doodslag. Hij heeft in de Nieuwjaarsnacht 2015 meerdere malen op een auto geschoten, waarin drie personen zaten. Deze personen hadden hierdoor het leven kunnen verliezen. Dat de door verdachte geloste schoten geen dodelijk gevolg hebben gehad ligt louter buiten het toedoen van verdachte. Uit de verklaringen van de inzittenden blijkt dat zij doodsangsten hebben uitgestaan.

De rechtbank heeft voorts meegewogen dat het schietincident op de openbare weg heeft plaatsgevonden waar op dat moment meerdere voertuigen en personen aanwezig waren.

De rechtbank neemt het verdachte en zijn mededader(s) voorts bijzonder kwalijk dat zij hebben gemeend een kennelijk eerder ontstane ruzie te moeten oplossen door het gebruik van een vuurwapen alsmede de lichtvaardigheid waarmee zij daarbij een vuurwapen ter hand genomen hebben. Iedere vorm van eigenrichting en daarmee ook het onderhavige schietincident is binnen de Nederlandse samenleving en rechtsorde volstrekt onacceptabel. Door zijn handelen heeft verdachte op dit verbod van eigenrichting een ernstige inbreuk gemaakt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 28 april 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder terzake van geweldsmisdrijven tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld.

Dit heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met de jonge leeftijd van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf in overweging genomen dat zij tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie maar anderzijds ook gelet op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar passend en geboden is. De tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht zal hierop in mindering gebracht worden.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een mobiele telefoon Blackberry Bold (kennisgeving van inbeslagneming pagina 528), dient te worden teruggegeven aan verdachte.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 45, 47, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.7. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 4.7. bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte de mobiele telefoon Blackberry Bold (kvi pagina 528).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Cuvelier, voorzitter,

mr. D.D.M. Hazeu en mr. M.L. Leenaers, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.M.A. van der Meij,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 september 2015.

1 ECLI:NL:HR:2015:93

2 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

3 P-v aangifte [slachtoffer 1] , p. 101 en 102.

4 P-v verhoor aangever [slachtoffer 1] met bijlage, p. 111, 112 en 116.

5 P-v aangifte [slachtoffer 1] , p. 102.

6 P-v verhoor [slachtoffer 1] ten overstaan van de rechter-commissaris, separaat, blad 3.

7 P-v verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 112.

8 P-v aangifte [slachtoffer 1] , p. 102.

9 P-v relaas, p. 14.

10 P-v verhoor aangever [slachtoffer 1] met bijlage, p. 112 en 117.

11 P-v aangifte [slachtoffer 2] , p. 119.

12 P-v verhoor getuige [slachtoffer 3] , p. 133.

13 P-v bevindingen, p. 41.

14 P-v bevindingen, p. 42.

15 P-v bevindingen, p. 43.

16 P-v sporenonderzoek, p. 51.

17 P-v sporenonderzoek, p. 52.

18 NFI rapport munitieonderzoek d.d. 5 maart 2015 opgesteld door ing. [deskundige 2] , p.331

19 P-v uitslag sporenonderzoek, p. 338.

20 NFI rapport nr. 002 d.d. 3 maart 2015, opgesteld door ing. [deskundige 3] , p. 358 en 359.

21 NFI rapport nr. 003 d.d. 8 juni 2015, opgesteld door dr. [deskundige 1] , separaat, blz.17 en 18.

22 P-v aangifte [slachtoffer 1] , p. 103.

23 P-v verhoor [slachtoffer 1] , p. 112.

24 P-v verhoor [betrokkene 3] , p. 514.

25 P-v verhoor aangever [slachtoffer 1] , p. 113.

26 P-v uitkijken beelden, p. 197.

27 P-v bevindingen met bijlagen p. 250 t/m 253 en p-v bevindingen met bijlagen p. 254 t/m 259.

28 P-v uitkijken beelden, p. 167.

29 P-v uitkijken beelden, p. 168.

30 P-v uitkijken beelden, p. 169.

31 P-v uitkijken beelden, p. 171.

32 P-v uitkijken beelden, p. 172 en 173.

33 P-v uitkijken beelden, p. 179 en 180.

34 P-v uitkijken beelden, p. 181 t/m 183 en p-v gebruikt voertuig, p. 243 t/m 245.

35 P-v uitkijken beelden, p. 184.

36 P-v uitkijken beelden, p. 185 en 186.

37 P-v uitkijken beelden, p. 192 e.v.

38 P-v uitkijken beelden, p. 197 e.v.

39 P-v uitkijken beelden, p. 206.

40 P-v uitkijken beelden, p. 208.

41 P-v uitkijken beelden, p. 209 t/m 213.

42 P-v uitkijken beelden, p. 213 t/m 216.

43 P-v uitkijken beelden, p. 219.

44 P-v uitkijken beelden, p. 221, 222 en 223.

45 P-v uitkijken beelden, p. 224 respectievelijk p. 220.

46 P-v uitkijken beelden, p. 225 en 226.

47 P-v uitkijken beelden, p. 227, 228 en 237.

48 P-v uitkijken beelden, p. 240.

49 P-v gebruikt voertuig, p. 243 t/m 245.

50 ECLI:NL:HR:2014:3474 en ECLI:NL:HR:2015:1235.