Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7842

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-08-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 512
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting. Diensten escortservice meer dan alleen bemiddeling.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-2358
FutD 2015-2359
V-N Vandaag 2015/2035
V-N 2015/59.2.2
Drs. M.J.M.A. Toet annotatie in NTFR 2015/2771
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 14/512

uitspraak van de meervoudige kamer van 31 augustus 2015 in de zaak tussen

[X] h.o.d.n. [X1] , wonende te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. P.J.M. Verploeg),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 maart 2002 tot en met 31 december 2004 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 68.799 opgelegd, alsmede bij beschikking een boete van € 34.399.

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot € 45.670 en de boete verminderd tot € 9.133. Tevens is € 322 aan proceskostenvergoeding toegekend.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2015 te Haarlem.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A] en [B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] , is gehuwd met [C] (hierna: de echtgenoot). In het onderhavige tijdvak exploiteerde eiseres een onderneming handelend onder de naam “ [X1] ”. De eenmanszaak is als zodanig op 1 maart 2002 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, met als bedrijfsomschrijving “Escortbureau”.

2. Ten behoeve van haar onderneming verspreidt eiseres visitekaartjes en adverteert zij (met name in dagbladen in de rubriek “Escortservice”) met teksten als:

[X1]

[telefoonnummer]

1. uur € 100, 3 uur € 275

zelfst. werk. meisjes gevr.”

“ [X1]

[telefoonnummer]

1 uur € 100, 3 uur € 275

Tevens MEISJES gevraagd!”

“ [X1]

Ik ben een gewillig meisje dat U een onvergetelijke tijd bezorgd bij U thuis of in een hotel geen chauffeur aan de deur. tel […] vanaf 125euro”

“ [X1]

[…]

[telefoonnummer]

[…]

1. Uur 100-, euro - 3 Uur 275-, euro

7 Dagen per week

24 Uur per dag

[X1] service bemiddelt en houdt rekening met al uw wensen. Bekend om onze hoge kwaliteit en discretie. Vele sexy topgirls staan tot u beschikking.”

3. Tot de stukken behoort een verslag van een gesprek gevoerd op 9 februari 2005 door een controlemedewerker van de Belastingdienst met eiseres, de echtgenoot en de toenmalige adviseur van eiseres. In dit verslag is onder punt 9) onder meer opgenomen:

“Wie stelt de tarieven voor [X1] vast ?

Belastingplichtige zegt, dat zij de tarieven heeft vastgesteld. Ze rekent en adverteert met een all-in prijs ( = deel [X1] + deel escortdame )

De verdeling van de meest gangbare escorts is als volgt:

All-in prijs 1 uur = € 100 [X1] € 30 Escort-dame € 70

All-in prijs 3 uur = € 275 [X1] € 100 Escort-dame € 175”

En onder punt 10) is opgenomen:

“Welke afspraken maakt u met de escortdames ?

Als een dame escortservice door [X1] wil laten verzorgen vraagt belastingplichtige in ieder geval het volgende aan de dame:

(…)

Daarnaast deelt belastingplichtige de tarieven mee en ook vertelt ze, dat de escortdame het vervoer zelf moet regelen. Overigens geeft belastingplichtige aan, dat ze niet weet, of een escortdame meer ontvangt dan de gangbare tarieven. Tenslotte kan de escortdame op de kamer handelingen verrichten, die haar meer geld opleveren zonder dat [X1] hiervan op de hoogte is.”

En onder punt 12) is opgenomen:

“Wat legt u schriftelijk vast van de telefoongesprekken met heren, die gezelschap van een escortdame willen ?

In eerste instantie worden de gegevens(adres) van de heer, de afgesproken tijdsduur van de escort + het te betalen bedrag op papier geschreven en vervolgens worden de gegevens door belastingplichtige in de computer vastgelegd. De primaire aantekening op papier wordt niet bewaard zegt belastingplichtige. Belastingplichtige is door mij gewezen op de verplichting tot bewaren van de primaire aantekeningen.”

En onder punt 16) is opgenomen:

“Wie ontvangt een klacht over de handelingen van de escortdames ?

Belastingplichtige zegt, dat er gelukkig weinig klachten zijn, maar als er een klacht is richt de heer zich tot [X1] . Belastingplichtige doet dan haar best om de klacht op een voor de heer bevredigende wijze af te handelen en om zodoende een tevreden klant te houden zegt ze.”

4. De werkwijze binnen de onderneming van eiseres is in het onderhavige tijdvak als volgt. Eiseres heeft een bestand met een wisselende samenstelling van steeds tien à vijftien escortdames. Personen die gebruik wensen te maken van de in de advertenties aangeboden diensten (hierna: de klanten) bellen met eiseres. In het gesprek met eiseres melden de klanten het gewenste tijdstip en de locatie, de verwachte tijdsduur van de dienst en eventuele specifieke wensen (zoals haarkleur, leeftijd en talenkennis van de escortdame of escortdames). Eiseres spreekt met inachtneming van het voorgaande een bedrag met de klant af (hierna: het bedrag) en deelt mede dat de klant het bedrag voorafgaand aan de dienstverlening contant aan de escortdame dient te betalen.

Vervolgens neemt eiseres contact op met een in haar bestand voorkomende, bij de wensen van de klant passende escortdame. Eiseres vraagt de escortdame naar haar beschikbaarheid en deelt haar het met de klant afgesproken tijdstip, de locatie en tijdsduur mede. Indien de escortdame niet wil of anderszins niet beschikbaar is, dan benadert eiseres een andere in haar bestand opgenomen escortdame. Indien de escortdame beschikbaar is en bereid is de diensten te verlenen, dan regelt eiseres in verreweg de meeste gevallen een auto (taxi) die de escortdame naar de desbetreffende locatie brengt. Het vervoer vindt in veel gevallen plaats door de echtgenoot van eiseres, een taxichauffeur. Het vervoer vindt ook plaats door anderen, met name collega’s van de echtgenoot.

Bij aankomst op de locatie staat het de escortdame vrij om de dienstverlening (alsnog) te weigeren. Indien de klant om welke reden dan ook de dienstverlening van de naar hem toegezonden escortdame weigert, dan ontvangt de escortdame geen vergoeding van eiseres. Eiseres ontvangt dan ook geen vergoeding. Indien de dienstverlening doorgang vindt, betaalt de klant aan de escortdame voor de aanvang van de dienstverlening. De escortdame moet bellen naar eiseres of de chauffeur om het begin van de dienstverlening te melden. Aan het einde van de vooraf door de klant met eiseres afgesproken tijdsduur moet de escortdame naar eiseres of de chauffeur bellen om het einde van de dienstverlening te melden. Als de klant tijdens de dienstverlening de duur van de dienst wenst te verlengen, dient de escortdame eiseres daaromtrent telefonisch te berichten.

5. Er worden ter zake van de in de advertentie aangeboden diensten door eiseres of de escortdame geen facturen opgemaakt. Tot de stukken behoren wel door eiseres opgemaakte bescheiden waarin onder meer de verdeling van het vooraf door eiseres met de klant afgesproken bedrag tot uitdrukking wordt gebracht. Een nog niet ingevuld exemplaar ziet er als volgt uit:

“NAAM_______________________________________________

ADRES_______________________________________________

WOONPLAATS________________________________________

POST~CODE__________________________________________

TELEFOON___________________________________________

TIJD~KLANT__________________________________________

MEISJE_______________________________________________

CHAUFFEUR__________________________________________

KOSTEN______________________________________________

TIJD~IN___________________TIJD~UIT___________________

VERDELING MEISJE CHAUFFEUR WIJ

______________________________________________________”

De ruimte achter “KOSTEN” is bestemd voor het door eiseres met de klant afgesproken bedrag. De laatste regel is bedoeld om de verdeling van dat bedrag tussen de escortdame, de chauffeur en eiseres weer te geven.

Van het van de klant ontvangen bedrag draagt de escortdame het volgens de ‘verdeling’ aan de chauffeur te betalen bedrag aan hem af. Het deel van het vooraf door eiseres en de klant afgesproken bedrag dat volgens de ‘verdeling’ toekomt aan eiseres wordt op of rond de dag van de dienstverlening aan eiseres gegeven. Indien het vervoer door eiseres is geregeld gebeurt dit laatste veelal via de chauffeur. Het restant (het gedeelte dat volgens de ‘verdeling’ aan het ‘meisje’ toekomt) houdt de escortdame voor zichzelf.

Indien de tijd die de escortdame met de klant doorbrengt wordt verlengd, ontvangt eiseres een deel van het voor die extra tijd door de klant te betalen bedrag. Indien de escortdame binnen de afgesproken tijd meer geld van de klant ontvangt dan hij met eiseres heeft afgesproken - bijvoorbeeld om te voldoen aan specifieke wensen van die klant - komt de extra betaling volledig toe aan de escortdame.

6. Het stond de in het bestand van eiseres opgenomen escortdames vrij zich ook bij andere escortbureau als escortdame aan te melden.

7. In de eerste helft van 2003 heeft een strafrechtelijk onderzoek plaatsgevonden naar illegaal in Nederland verblijvende en minderjarige vrouwen bij escortbedrijven. Uit het onderzoek dat bij eiseres heeft plaatsgevonden is gebleken dat sprake was van illegaal in Nederland verblijvende escortdames van [F] afkomst; een overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen. In dat kader heeft eiseres ter voorkoming van strafvervolging een transactiebedrag betaald van € 10.000.

8. Op 3 januari 2013 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep tegen de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen geoordeeld dat er geen privaatrechtelijke of fictieve dienstbetrekking bestaat tussen het escortbureau (eiseres) enerzijds en de escortdames en de ingezette chauffeurs anderzijds (ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9061).

Geschil
9. In geschil is de omvang van de door eiseres verleende diensten alsmede, als gevolg hiervan, de hoogte van de bij eiseres te belasten vergoeding. Eiseres stelt zich primair op het standpunt dat zij bemiddelt tussen de escortdame en de klant en dat zij uitsluitend omzetbelasting verschuldigd is over het aan haar toekomende bedrag voor de bemiddeling. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres een rechtsbetrekking aangaat met de klant en dat vanuit de modale consument bezien sprake is van één dienst, die eiseres aan de klant verleent. Eiseres is omzetbelasting verschuldigd over de totale met de klant voor de escortdienst afgesproken vergoeding.

Eiseres stelt zich subsidiair op het standpunt dat voor het jaar 2003 de naheffing niet in stand kan blijven, aangezien de op basis van dezelfde feiten opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting is vernietigd. Dat sprake zou zijn van een fout of vergissing, blijkt uit niets. Verweerder bestrijdt dit standpunt. De grondslag van de desbetreffende belastingaanslagen is anders en de navorderingsaanslag is zonder motivering vernietigd. Dit is een fout of vergissing geweest. In ieder geval is verweerder niet gebonden aan de beslissing over de inkomstenbelasting.

Eiseres stelt zich meer subsidiair op het standpunt dat sprake is van gewekt vertrouwen, gelet op de website van de Belastingdienst. Verweerder bestrijdt dit standpunt. Aan deze informatie kan eiseres niet het te beschermen vertrouwen hebben ontleend dat haar handelwijze juist was.

Het bedrag van de naheffingsaanslag is niet langer in geschil.

10. Voorts is de boete in geschil. Eiseres stelt zich op het standpunt dat sprake is van een pleitbaar standpunt. Ook is de boete onjuist gemotiveerd. De boete is opgelegd omdat eiseres niet zou hebben voldaan aan de administratieplicht. Dit geldt voor de periode
22 maart 2002 tot en met 30 juni 2003. Voor de periode daarna kan de boete niet in stand blijven. Verweerder bestrijdt dit standpunt. Het is aan grove schuld van eiseres te wijten dat de belasting niet (volledig) op aangifte is voldaan. Eiseres heeft zich niet gehouden aan de handelwijze die past bij het standpunt dat verweerder heeft ingenomen over de verschuldigdheid van omzetbelasting.

11. Tot slot is in geschil of eiseres recht heeft op een proceskostenvergoeding en op een immateriëleschadevergoeding in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Beoordeling van het geschil

12. Uit het geheel van de vaststaande feiten leidt de rechtbank af dat de rol van eiseres

aanzienlijk meer omvat dan het bij elkaar brengen van klant en escortdame. Rekening houdend met de door de klant kenbaar gemaakte verlangens en met de voorkeuren en de beschikbaarheid van de escortdames, bepaalt eiseres welke escortdame(s) voor de desbetreffende klant in aanmerking komt of komen. De omstandigheid dat het de aangezochte escortdame(s) vervolgens vrijstaat om naar aanleiding van een telefonisch verzoek tot escortverlening een klant te weigeren, doet er niet aan af dat indien wél met het door eiseres gedane verzoek wordt ingestemd, de overeenkomst van de klant met eiseres tot stand is gekomen en uitvoerbaar is.

13. Het is voldoende aannemelijk dat de in dit verband door eiseres met de klant gemaakte afspraken zijn gebaseerd op een door eiseres zelf vastgesteld standaarduurtarief (zie de onder 2 geciteerde advertenties die door eiseres zijn geplaatst in [D] en [E] ). De gang van zaken indien de klant kenbaar maakt de duur van de erotische dienstverlening verlengd te willen zien, toont aan dat de vaststelling van de daarvoor verschuldigde prijs evenzeer aan eiseres is. De wijze van de verslaglegging door eiseres van de ontvangen inkomsten, waarbij tevens het totale bedrag dat de klant heeft afgerekend is verantwoord, inclusief het aan de escortdame en de chauffeur toekomende gedeelte, geeft ook reeds een indicatie dat het volledige bedrag in eerste instantie aan eiseres toekomt. Eiseres spreekt de (basis)vergoeding immers met de klant af. Dat de klant tijdens het bezoek extra handelingen met de escortdame kan afspreken tegen een dan te bepalen vergoeding, doet aan het voorgaande niet af. Deze mogelijkheid laat onverlet dat het doel van het bezoek van de escortdame is uitvoering geven aan de overeenkomst tussen eiseres en de klant. Eventuele extra diensten die de escortdame met de klant afspreekt, vormen een aanvullende overeenkomst tussen de escortdame en de klant, maar hebben niet tot gevolg dat de oorspronkelijke overeenkomst tussen eiseres en de klant hierin opgaat.

14. In dit verband is mede van belang dat niet is gebleken dat de klant bij het maken van afspraken wordt ingelicht over het gedeelte van de te betalen prijs dat aan de escortdame ten goede komt. De door eiseres bedongen prijs is een all-in prijs voor het geheel van de door eiseres aangeboden diensten. Daartoe behoort tevens het voor de deur van de klant afleveren en weer ophalen van de escortdame, alsmede de wachttijd van de chauffeur (doorgaans de echtgenoot). De bedongen prijs dient in zijn geheel vooraf contant aan de escortdame te worden betaald.

15. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat eiseres in het kader van haar onderneming prestaties verricht die zich laten omschrijven als het tegen vergoeding gelegenheid geven tot seksuele omgang waarvan de verrichtingen van de escortdames deel uitmaken. Aannemelijk is dat de escortdame die op de hierboven beschreven wijze op verzoek van eiseres en overeenkomstig de onderling gemaakte afspraken als escortdame optreedt, daarmee uitvoering geeft aan de tussen eiseres en de klant bestaande rechtsverhouding. In dit verband is mede van belang dat een klant die een klacht heeft, zich tot eiseres wendt en dat eiseres, zoals zij heeft verklaard, zal proberen om de klacht naar tevredenheid van de klant op te lossen in de hoop dat zij de klant behoudt.

Dat de escortdame - zoals met eiseres overeengekomen - van de klant het bedongen bedrag in ontvangst neemt, kan in deze context moeilijk anders worden gezien dan dat zulks in naam en voor rekening van eiseres plaatsvindt. Het primaire standpunt van eiseres slaagt derhalve niet.

16. De rechtbank verwerpt het subsidiaire beroep op het vertrouwensbeginsel. Dat de navorderingsaanslag inkomstenbelasting voor 2003 is vernietigd, heeft bij eiseres in redelijkheid niet het vertrouwen kunnen wekken dat de onderhavige naheffingsaanslag omzetbelasting zou worden vernietigd of verminderd, althans voor zover deze ziet op het jaar 2003. De omzetbelasting is een geheel andere belasting dan de inkomstenbelasting. Zo is de grondslag anders, en dit laatste verschil speelt een cruciale rol in de onderhavige procedure. Jegens derden verleende diensten en de daarmee behaalde omzet zoals te beoordelen op de voet van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn niet op één lijn te stellen met een, op de voet van de Wet IB 2001 te beoordelen, bron van inkomsten en het daarmee, eveneens op de voet van de Wet IB 2001 te berekenen, inkomen. Bovendien is niet gebleken dat verweerder de beslissing om de navorderingsaanslag inkomstenbelasting te vernietigen, heeft genomen na overleg met eiseres. Het is ook mogelijk dat, zoals verweerder stelt, deze beslissing is gebaseerd op een fout of vergissing. Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die maken dat de vernietiging verstrekkender gevolgen heeft dan uitsluitend voor de inkomstenbelasting en specifiek voor het jaar 2003.

17. De webpagina waaraan eiseres het door haar meer subsidiair gestelde vertrouwen ontleent, is bedoeld als algemene voorlichting over de verschillende vormen van bemiddeling en de gevolgen daarvan voor de omzetbelasting. De rechtbank ziet in deze voorlichting geen enkel aanknopingspunt voor de conclusie dat eiseres hieraan het vertrouwen mocht ontlenen dat zij uitsluitend omzetbelasting was verschuldigd over het aan haar toekomende deel van de vergoeding.

18. Aan eiseres is op de voet van artikel 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd. Ingevolge dit artikel kan aan een belastingplichtige een vergrijpboete worden opgelegd indien het aan diens opzet of grove schuld is te wijten dat belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn is betaald. In de uitspraak op bezwaar is de boete om te beginnen verminderd naar 25% van de nageheven belasting wegens wijziging van de schuldgradatie van (voorwaardelijk) opzet naar grove schuld. Vervolgens is de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn met 20% verminderd.

19. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het aan grove schuld van eiseres is te wijten dat te weinig omzetbelasting is betaald. Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. Daarbij kan worden gedacht aan laakbare slordigheid of aan ernstige nalatigheid. Bij grove schuld had eiseres redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat haar gedrag tot gevolg kon hebben dat te weinig belasting zou worden geheven of betaald. De bewijslast dat sprake is van grove schuld rust op verweerder.

20. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd verklaard dat schending van de administratieplicht geen reden is om de vergrijpboete te handhaven. Verweerder verwijt eiseres in wezen dat zij niet vanaf de aanvang van haar onderneming heeft gehandeld in overeenstemming met het door verweerder ingenomen standpunt over de heffing van omzetbelasting. Voorts heeft eiseres er niet op toegezien dat de escortdames en de chauffeurs aan hun verplichtingen hebben voldaan, zoals het uitreiken van correcte facturen en het voldoen van omzetbelasting. Verweerder heeft met deze toelichting niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast. Eiseres heeft consequent verklaard dat in haar ogen sprake is van een bemiddelingsdienst en dat zij met zelfstandige ondernemers van doen had. Eiseres heeft hiernaar gehandeld. Dat deze rechtsopvatting naar het oordeel van de rechtbank niet juist is, maakt nog niet dat eiseres laakbaar slordig heeft gehandeld. Uit de visie van eiseres vloeit voort dat zij niet heeft toegezien op de naleving van de administratieve verplichtingen door de escortdames en de chauffeurs. Bovendien heeft eiseres ter zitting onweersproken verklaard dat zij heeft gehandeld na overleg met haar boekhouder. Verweerder heeft niet bewezen dat sprake is van grove schuld aan de zijde van eiseres. De rechtbank zal de vergrijpboete daarom vernietigen.

21. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn. Sedert de aanvang van de redelijke termijn (volgens partijen op 26 februari 2008) en het tijdstip waarop de rechtbank uitspraak doet (op 31 augustus 2015) zijn ruim zeven jaren en zes maanden verstreken. Na aftrek van de redelijke termijn voor de behandeling in bezwaar en in eerste aanleg resteert een overschrijding van ruim vijf jaren en zes maanden. Tussen partijen is niet in geschil dat de vertraging tussen
11 september 2012 en 3 januari 2013 buiten beschouwing kan blijven. Eiseres vordert een bedrag van € 500 per halfjaar dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen derhalve neerkomt op een bedrag van in totaal (11 x € 500 =) € 5.500.

22. De rechtbank verwerpt de standpunten van verweerder die neerkomen op matiging van de immateriëleschadevergoeding. Verweerder heeft desgevraagd bevestigd niet aannemelijk te kunnen maken dat (de toenmalige gemachtigde van) eiseres op een eerder moment dan 11 september 2012 heeft ingestemd met aanhouding van het bezwaar. De omstandigheid dat in de onder 8 genoemde uitspraak een immateriëleschadevergoeding is toegekend van € 1.500 maakt niet dat aan de door eiseres in de onderhavige procedure ervaren spanning en frustratie genoegdoening is gedaan. De onderhavige procedure kent een andere grondslag, er staan een aanzienlijke naheffingsaanslag en vergrijpboete op het spel en de bezwaarprocedure heeft om redenen die verweerder niet duidelijk heeft kunnen maken, heel lang geduurd. De rechtbank ziet gelet op deze omstandigheden geen aanleiding om het onder 21 berekende bedrag te matigen.

23. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient het beroep gegrond te worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.713 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 244, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van de conclusie van repliek, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490 en een wegingsfactor 1). De reeds aan eiseres toegekende proceskostenvergoeding van € 322 dient met dit bedrag te worden verrekend. De extra proceskostenvergoeding is dan € 1.391.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de boete;

- vernietigt de vergrijpboete;

- kent aan eiseres een immateriëleschadevergoeding toe van € 5.500;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.391;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. M.C.A. Onderwater en mr. A.E. Keulemans, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.