Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7839

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
22-09-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 4442
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2016:4516
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling harpsluiting.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2015/2651
Douanerechtspraak 2016/2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer: HAA 14/4442

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 september 2015 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. B.A. Kalshoven),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Rotterdam Rijnmond, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 juni 2014 aan eiseres een bindende tariefinlichting (hierna: bti) met het kenmerk NL RTD- [#] afgegeven voor de [A] (hierna: de harpsluiting).

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de bti gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2015 te Haarlem.

Eiseres is vertegenwoordigd door [B] en [C] , bijgestaan door de gemachtigde van eiseres en zijn kantoorgenoot mr. E.P. Pulles.

Namens verweerder zijn verschenen mr. [D] en mr. [E] .

Overwegingen

Eiseres fabriceert en levert een groot assortiment van ketting- en staaldraad accessoires.

Eiseres heeft op 14 maart 2014 een bti aangevraagd voor het product, dat in de aanvraag – onder meer – als volgt is omschreven:

“De “ [A] ” (hierna: [A] ) wordt gebruikt als eindstuk of toebehoren van de stalen kabels van hijs- en heftoestellen,

-machines en -apparatuur voor het heffen (of hijsen) en verplaatsen van goederen.

De [A] worden veel gebruikt in situaties waarbij niet-axiaal wordt gehesen en waarbij de veilige werking en het functioneren van hijstoestellen, -machines en -apparaten voorop staat.

De [A] bestaat uit een viertal componenten: een beugel, een bout, een moer en een splitpen. Al deze componenten zijn geheel vervaardigd van hoogwaardig staal (Grade 6) door middel van smeden, machinale bewerking en veredeling van het staal.

(…)

De [A] is in diverse afmetingen te leveren, van klein (diameter materiaal 7 mm en een werkbelasting van 0,5 ton) tot groot (diameter materiaal 75 mm en een werkbelasting van 85 ton). De [A] met een werkbelasting van 2 ton en meer kunnen worden geleverd met een DNV certificaat.

(…)”

In de aanvraag verzoekt eiseres om indeling van de harpsluiting onder goederencode

8431 10 00 00.

Op 17 juni 2014 heeft verweerder aan eiseres een bti afgegeven voor de harpsluiting. De harpsluiting is als volgt omschreven:

“Een zogenoemde harpsluiting met een moerbout met onder meer de volgende kenmerken eigenschappen:

- vervaardigd van hoogwaardig staal;

- bestaande uit de componenten: een beugel, een bout, een moer en een splitpen;

- een diameter van 7 mm tot 75 mm;

- een werkbelasting van 0,5 ton tot 85 ton.”

Bij de motivering voor de indeling staat het volgende vermeld:

“De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 3 op afdeling XV en de tekst van de GN codes 7326, 7326 90 en 7326 90 98.”

Verweerder heeft de harpsluiting ingedeeld onder goederencode 7326 90 98.

Geschil en standpunten van partijen
In geschil is de indeling van de harpsluiting in de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN).

Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de harpsluiting moet worden ingedeeld onder post 8431 als “delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines of toestellen bedoeld bij de posten 8425 tot en met 8430”. Volgens eiseres is de harpsluiting een deel van een hijsinrichting, die moet worden ingedeeld onder post 8425.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar, vernietiging van de utb en indeling van de harpsluiting onder GN-code 8431 10 00 00.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de harpsluiting geen deel is van een hijsmachine en moet worden ingedeeld als ander werk van ijzer of staal in post 7326.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Toepasselijk recht

De van belang zijnde goederencodes (2014) luiden als volgt:

AFDELING XV ONEDELE METALEN EN WERKEN DAARVAN

HOOFDSTUK 73 WERKEN VAN GIETIJZER, VAN IJZER EN VAN STAAL

7326 Andere werken van ijzer of van staal:

7326 90 – andere:

– – andere werken van ijzer of staal:

7326 90 98 – – – andere

AFDELING XVI MACHINES, TOESTELLEN EN ELEKTROTECHNISCH MATERIEEL, ALSMEDE DELEN DAARVAN; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID, VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN BEELDEN EN GELUID VOOR TELEVISIE, ALSMEDE DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE TOESTELLEN

Aantekening 2, onderdeel b, op afdeling XVI betreffende de indeling van delen van machines luidt:

“2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a) (…)

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) (…)”

HOOFDSTUK 84 KERNREACTOREN, STOOMKETELS, MACHINES, TOESTELLEN EN MECHANISCHE WERKTUIGEN, ALSMEDE DELEN DAARVAN

8425 Takels; lieren (windassen) en kaapstanders; domme krachten en vijzels

8431 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines of toestellen bedoeld bij de posten 8425 tot en met 8430

8431 1000 - van machines of toestellen bedoeld bij post 8425

De IDR-toelichting bij post 8431 vermeldt – voor zover hier van belang – het volgende:

1. Toelichting IDR

Met inachtneming van de regels betreffende de indeling van delen (zie de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op Aantekening 2 IDR op afdeling XVI) omvat deze post de delen die uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines en toestellen bedoeld bij de posten 84.25 tot en met 84.30.

(…)

Verder zijn van post 84.31 uitgezonderd:

(…)

f. haken voor hijskabels en -kettingen (post 73.25 of 73.26);

(…)”

Beoordeling van het geschil

1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en postonderverdelingen en de aantekeningen op de afdelingen of de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

2. De rechtbank stelt vast dat de harpsluiting, gelet op de kenmerken en eigenschappen, in beginsel moet worden aangemerkt als een ander werk van ijzer of staal van goederencode 7326 90 98 van de GN. Dit is evenwel anders indien wordt voldaan aan aantekening 2, onderdeel b, op Afdeling XVI en de harpsluiting kan worden aangemerkt als deel van een hijsinrichting, in welk geval zij als zodanig onder post 8431 van de GN moet worden ingedeeld.

3. Voor de indeling die eiseres voorstaat is het noodzakelijk dat het product kan worden aangemerkt als een deel van een hijsinrichting als bedoeld in post 8425. Het HvJ heeft in de arresten van 19 oktober 2000, C-339/98 (Peacock) en van 7 februari 2002,
C-276/00 (Turbon International) over de draagwijdte van het begrip “delen” ter zake van GN-post 8473 voor de indeling van inktcartridges voor een printer, erop gewezen dat het begrip “delen” de aanwezigheid impliceert van een geheel voor de werking waarvan deze delen onmisbaar zijn en het niet voldoende is dat wordt aangetoond dat de machine of het apparaat zonder dat artikel niet de functie kan vervullen waarvoor het is bestemd, doch dient eveneens te worden aangetoond dat de mechanische of elektronische werking van die machine of dat apparaat afhangt van de aanwezigheid van dat artikel. Het HvJ heeft in het arrest van 16 juni 2011, C-152/10 (Unomedical), herhaald wat onder het begrip “delen” moet worden verstaan en geoordeeld dat de betekenis hiervan ook heeft te gelden voor een andere tariefpost.

Bovenstaande jurisprudentie acht de rechtbank ook van toepassing in dit geschil over het begrip “delen” van tariefpost 8431.

4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de rechtbank af dat de harpsluiting wat betreft type, afmeting en werkbelasting is afgestemd op de lading die verplaatst moet worden en niet op de hijsinrichting, waarmee de verplaatsing wordt uitgevoerd. Een harpsluiting dient ertoe om de desbetreffende lading stabiel en veilig vast te maken voor verplaatsing met behulp van een hijsinrichting. De werking van een harpsluiting kan worden vergeleken met een strop, die wordt aangelegd om een last goederen om die met behulp van een hijsinrichting te verplaatsen.

5. Uitgaande van het hiervoor overwogene en hetgeen in de stukken en ter zitting naar voren is gebracht kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat de werking van de hijsinrichting afhangt van de aanwezigheid van de harpsluiting. De harpsluiting is dan ook niet onmisbaar voor de werking van de hijsinrichting, hetgeen wordt bevestigd door het feit dat een assortiment aan hijssluitingen (onder andere: een strop of een haak) al naar gelang de kenmerken van de te verplaatsen lading en het doel van de verplaatsing kan worden gebruikt. Bij afwezigheid van de harpsluiting kan de machine heffen en hijsen.

De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de IDR-toelichting bij post 8431 waarin haken voor hijskabels en hijskettingen worden uitgezonderd van indeling onder post 8431.

6. Gelet op de onder 3 genoemde jurisprudentie van het HvJ en het vorenoverwogene volgt dat de harpsluiting niet is aan te merken als deel van een hijsinrichting.

7. De stelling van eiseres, althans zo begrijpt de rechtbank eiseres, dat gelet op het feit dat de harpsluiting uitsluitend voor hijsinrichtingen is bestemd, de harpsluiting dient te worden aangemerkt als deel, faalt. De bestemming is niet relevant voor de kwalificatie als deel of toebehoren in de zin van de GN, vgl. het arrest van het HvJ van 19 juli 2012,
C-336/11 (Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe GmbH), punt 39.

8. De stelling van eiseres dat een (veiligheids)certificaat noodzakelijk is voor het functioneren van een hijsinrichting en slechts wordt verkregen voor de combinatie van harpsluiting en hijsinrichting is voor de indeling in de GN niet relevant, omdat het verkrijgen van een (veiligheids)certificaat wordt beoordeeld aan de hand van andere criteria dan die voor de indeling in de GN gelden. Dat de harpsluiting van hoogwaardig staal is gefabriceerd is voor de indeling evenmin relevant.

9. Eiseres heeft nog gewezen op het arrest van het HvJ van 12 december 2013,
C-450/12 (HARK GmbH & Co KG Kamin- und Kachelofenbau). In dat arrest heeft het HvJ in punt 36 overwogen:

“De GN bevat geen definitie van het begrip „delen” in de zin van GN-post 7321. Niettemin volgt uit de rechtspraak die het Hof heeft ontwikkeld binnen de context van de hoofdstukken 84 en 85 van afdeling XVI en van hoofdstuk 90 van afdeling XVIII van de GN, dat het begrip „delen” de aanwezigheid impliceert van een geheel, voor de werking waarvan deze delen noodzakelijk zijn (zie met name arresten van 15 februari 2007, RUMA, C‑183/06, Jurispr. blz. I‑1559, punt 31; 16 juni 2011 Unomedical, C‑152/10, Jurispr. blz. I‑5433, punt 29, en reeds aangehaald arrest Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe e.a., punt 34). Uit die rechtspraak volgt dat om een artikel te kunnen doen vallen onder de „delen”, in de zin van bovengenoemde hoofdstukken, het niet voldoende is dat wordt aangetoond dat de machine of het apparaat zonder dat artikel niet de functie kan vervullen waarvoor het is bestemd, doch dient eveneens te worden aangetoond dat de mechanische of elektronische werking van die machine of dat apparaat afhangt van de aanwezigheid van dat artikel (zie in die zin arrest van 7 februari 2002, Turbon International, C‑276/00, Jurispr. blz. I‑1389, punt 30, en reeds aangehaald arrest Rohm & Haas Electronic Materials CMP Europe e.a., punt 35). Bovendien moet aantekening 2, sub a, op afdeling XV van de GN in aanmerking worden genomen, die preciseert dat waar, inter alia, in post 7321 „delen” worden genoemd, zulks niet slaat op „delen voor algemeen gebruik”.

Vervolgens heeft het HvJ overwogen dat in het belang van een coherente en uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief het begrip „delen”, in de zin van GN-post 7321, dezelfde definitie dient te krijgen als die welke voortvloeit uit de in punt 36 van het onderhavige arrest genoemde en ten aanzien van andere hoofdstukken van de GN gewezen rechtspraak. Gelet op de feitelijke vaststellingen van de verwijzende rechter stelt het HvJ vervolgens vast dat een buisbochtstuk van een kachel onmisbaar is voor de werking van de kachel en dan ook moet worden aangemerkt als een deel van de kachel.

10. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar overweging 4 van deze uitspraak dat het onder overweging 9 van deze uitspraak genoemde arrest eiseres niet helpt omdat de harpsluiting is afgestemd op de lading die verplaatst moet worden en niet onmisbaar is voor de werking van de hijsinrichting, anders dan in het arrest Hark, waarin het buisbochtstuk onmisbaar is voor de werking van de kachel.

11. Uit al het vorenoverwogene volgt dat de harpsluiting terecht is ingedeeld onder goederencode 7326 90 98 van de GN en dat de bti op goede gronden is afgegeven.

Proceskosten

Bij deze uitkomst van de procedure bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Dongen, voorzitter, mr. M.C.A. Onderwater en mr. M.C. van As, leden, in aanwezigheid van E. Hoekman, griffier. De beslissing is in

het openbaar uitgesproken op 8 september 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.