Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7755

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
30-11-2015
Zaaknummer
3861319 \ EJ VERZ 15-45 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Besluit van de VvE blijft in stand, nu dit besluit neerkomt op een bevestiging van hetgeen in eerder in een vaststellingsovereenkomst was afgesproken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2380
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknr/repnr.: 3861319 \ EJ VERZ 15-45 (H.K.)

Uitspraakdatum: 8 september 2015 (bij vervroeging)

Beschikking in de zaak van:

1 [A] , wonende te [plaats]

2. [B], wonende te [woonplaats]

v e r z o e k e r s [hierna te noemen: [AB] ]

tevens verweerders in het tegenverzoek

gemachtigde: mr. A.A. Aartse Tuyn, advocaat te Alkmaar

tegen

1 de besloten vennootschap Nachtegalen Investments B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Bergen (N.H.)

2. [C] , wonende te [Plaats]

3. [D] , wonende te [Plaats]

4. de Vereniging van Eigenaars “ [naam] ” aan de [adres]

[adres] , statutair gevestigd te [Woonplaats] (N.H.), het bezoekadres is

in [plaats] , gemeente [gemeente] aan de [Adres]

v e r w e e r d e r s [hierna te noemen: de VVE c.s.]

tevens verzoekers in het tegenverzoek

gemachtigde: mr. F.P. Klaver, advocaat te Alkmaar.

1 Het procesverloop

- [AB] hebben op 11 februari 2015 een verzoekschrift met producties ingediend.

Een aanvulling hierop is ingekomen op 3 april 2015.

- Daar hebben de VVE c.s. bij verweerschrift, ingekomen op 8 juni 2015, op gereageerd.

Aanvullende stukken van de VVE c.s. zijn ingekomen op 17 augustus 2015.

- De zaak is behandeld op de terechtzitting van 24 augustus 2015, waarbij zijn verschenen: [AB] bij [vader AB] , [c] en [d] in persoon en Nachtegalen Investments en de VVE bij [X] ; partijen werden bijgestaan dor hun gemachtigden.

Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht aan de hand pleitaantekeningen.

De inhoud van de stukken geldt als hier ingelast.

Vervolgens heeft de kantonrechter uitspraak bepaald.

2 De uitgangspunten

2.1

Op 5 juli 2011 is in aanwezigheid van [A] , mede verschenen bij volmacht namens haar zuster [b] , ten overstaan van de notaris een splitsingsakte ondertekend en is van rechtswege ontstaan de VvE het [naam] .

2.2

Nachtegalen Investments, hierna ook te noemen NI, heeft één appartement in

eigendom en [c] en [d] eveneens.

2.3

Ieder der partijen is van rechtswege lid van de VvE.

2.4

De vader van [a] en [b] , de heer [vader AB] , heeft het project (al dan niet middels een vennootschap) ontwikkeld.

2.5

De dochters [ab] (verzoeksters) hebben tezamen 160 stemmen. NI heeft 28 stemmen en [c] en [d] tezamen 27 stemmen.

2.6

Op 16 april 2014 hebben partijen over diverse punten een vaststellingsovereenkomst met elkaar gesloten. Op de algemene ledenvergadering van de VvE van 17 december 2014 is over een aantal van deze punten gestemd.

2.7

Art. 47, lid 4 van het toepasselijke Modelreglement van 17 januari 2006 luidt:

“Een stemgerechtigde kan zijn stemrecht niet uitoefenen bij het nemen van besluiten waarbij aan hem, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn, of aan vennootschappen waarin hij, zijn echtgenoot, geregistreerd partner of bloedverwanten in de rechte lijn direct of indirect een meerderheidsbelang hebben, anders dan in hun hoedanigheid van eigenaar, rechten worden toegekend of verplichtingen worden kwijtgescholden.”

3 Het geschil

3.1

[AB] vragen in hun verzoek te vernietigen de bij gelegenheid van de op 17 december 2014 gehouden ledenvergadering genomen besluiten sub 2, 3, 6 en 9, kosten rechtens.

Aan dit verzoek leggen zij - zakelijk samengevat- het volgende ten grondslag.

De besluiten, genomen op de algemene ledenvergadering van 17 december 2014 zijn niet goed weergegeven in de notulen. Deze notulen werden op 17 januari 2015 verzonden. Daarom hebben [AB] het verzoek tijdig ingediend en zijn zij ontvankelijk in hun verzoek. [AB] vragen met name vernietiging van de volgende besluiten:

  • -

    Besluit 2: overdracht van de volledige, originele administratie.

  • -

    Besluit 3: overdracht van polissen, bankrekening etc.

  • -

    Besluit 6: stucen en betegelen, alles door [ab] .

  • -

    Besluit 9: trappenhal is excl. van bewoners.

[AB] hebben tegen deze besluiten gestemd; zij brachten 74% van de uitgebrachte stemmen uit. In de notulen is dit echter niet op die manier terug te vinden.

3.2

Het verweer van de VVE c.s. strekt tot afwijzing van het verzoek.

Hiertoe voeren de VVE c.s. -zakelijk samengevat- het volgende aan.

Primair is het standpunt van de VVE c.s. dat [AB] niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek, omdat het verzoek niet tijdig – binnen één maand na de vergadering – bij de rechtbank is ingediend. Subsidiair zijn de VVE c.s. van oordeel, dat het verzoek dient te worden afgewezen, omdat de besluiten op de vergadering van de VvE zijn genomen overeenkomstig hetgeen is overeengekomen tussen partijen in de vaststellingsovereenkomst van 16 april 2014. Hierbij is van belang dat [AB] hun meerderheidsstem misbruiken wanneer zij alsnog tegen de besluiten stemmen, nu dit mede op grond van art. 47, lid 4 van het Modelreglement hun stem niet kunnen uitoefenen om alsnog onder de verplichtingen uit te komen die zij op zich hebben genomen in de vaststellingsovereenkomst. Bovendien is een en ander in strijd met de redelijkheid en de billijkheid.

Ter toelichting delen de VVE c.s. nog het volgende mee. De heer [vader AB] is niet alleen eigenaar van diverse appartementen, maar tevens verkoper/aannemer-ontwikkelaar van het complex. Diverse appartementen heeft hij doorverkocht en de overige zelf behouden. Hij is materieel belanghebbende, ook al heeft hij formeel alles gerealiseerd op naam van zijn beide dochters, de verzoeksters. Na veel problemen en uitgebreide onderhandelingen, waaronder een eerdere procedure bij de kantonrechter, is er een vaststellingsovereenkomst tussen partijen gesloten. Hierin werd onder meer overeengekomen, dat [Y] administrateur zou worden van de VvE.

3.3

Omdat de VVE c.s. er weinig vertrouwen in hebben dat [AB] hun medewerking zullen verlenen aan de besluitvorming overeenkomstig de vaststellingsovereenkomst dienen zij het volgende tegenverzoek in:

  1. Voor recht te verklaren dat de besluiten van de VvE vergadering van 17 december 2014, zoals vastgelegd in de aan deze beschikking te hechten notulen, rechtsgeldig zijn.

  2. [AB] te veroordelen tot nakoming van de betreffende besluiten, alsmede de daaraan ten grondslag liggende vaststellingsovereenkomst, en wel in het bijzonder door [AB] te gelasten over te dragen de volledige (financiële) administratie van de VvE aan [Y] , of door een door de tegenverzoekers aan te wijzen derde, met inbegrip van de verzekeringspolissen, bankrekeningenafschriften en bankpas c.q. inlogcodes en wachtwoorden verbonden aan de bankrekening van de VvE en alle overige relevante documenten die tegenverzoekers voor dat doel nodig of wenselijk achten.

  3. Te bepalen dat [AB] een dwangsom verbeuren jegens de verzoekers van het tegenverzoek ter grootte van € 10.000,-- per dag of een gedeelte van een dag dat [AB] geheel of gedeeltelijk in verzuim zijn aan (een deel van) het tegenverzoek te voldoen, kosten rechtens.

4 De beoordeling

De kantonrechter overweegt als volgt.

[AB] vermelden in hun verzoekschrift de VVE c.s. “voorwaardelijk c.q. anticiperend” als één van de verzoekers in deze zaak. [AB] hebben niet nader toegelicht wat zij hiermee bedoelen en niet gereageerd op het standpunt van de VVE c.s. dat de VVE niet als verzoeker kan optreden aangezien de noodzakelijke machtiging van de Vergadering van de VVE ontbreekt alsmede een daarop te baseren bestuursbesluit. De kantonrechter gaat daarom uit van twee verzoekers, hiervoor reeds gezamenlijk aangeduid als [AB]

4.1

Het verzoek van [AB]

Het meest verstrekkende verweer van de VVE c.s. is dat het verzoek tot vernietiging te laat is ingediend, gezien het feit dat verzoekers direct op de vergadering van 17 december 2014 op de hoogte zijn geraakt van de genomen besluiten en aldus de termijn van artikel 5:130 lid 2 BW reeds was verstreken op het moment van indiening van het verzoekschrift.

Indien de termijn is gaan lopen op 17 december 2014 is het verzoekschrift inderdaad te laat ingediend. Echter is op de zitting gebleken dat partijen een andere lezing hebben van het verloop van de vergadering, en dan met name over het feit of nadat de stemmen waren uitgebracht door de voorzitter van de vergadering is medegedeeld dat – ondanks het feit dat er bij besluit 2 en 3 meer stemmen tegen het besluit waren dan stemmen vóór het besluit – de gewraakte besluiten door het bestuur als aangenomen werden gezien.

Nu in het hiernavolgende zal blijken dat de kantonrechter van oordeel is dat het verzoek tot vernietiging op de subsidiair aangevoerde gronden zal worden afgewezen, zal de kantonrechter in het onderhavige geval niet overgaan tot het horen van getuigen omtrent het verloop van de vergadering.

Besluiten 2 en 3

Het subsidiaire verweer van de VVE c.s. slaagt naar het oordeel van de kantonrechter, aangezien de VVE terecht aanvoert dat het in strijd is met artikel 47 lid 4 Modelreglement en ook overigens in strijd met de redelijkheid en billijkheid, dat [AB] op de vergadering van 17 december 2014 bij monde van hun vader [vader AB] als gevolmachtigde tegen stemmen hebben uitgebracht tegen besluiten die niet meer en niet minder waren dan een nadere vennootschapsrechtelijke bevestiging en vastlegging van een aantal afspraken waartoe zij zich na uitgebreide onderhandelingen – onder begeleiding van hun advocaat – hebben verplicht in de vaststellingsovereenkomst. Wanneer de besluiten als gevolg van de stemming op de vergadering als aangenomen zouden worden beschouwd zouden [AB] zichzelf verplichtingen laten kwijtschelden, voor welk geval artikel 47 lid 4 Modelreglement bepaalt dat een stemgerechtigde zijn stem niet kan uitoefenen. Het bestuur van de VVE heeft aldus terecht vastgesteld dat de besluiten 2 en 3 aangenomen waren.

Het standpunt van verzoekers dat wanneer de VVE meent dat besluiten 2 en 3 een zuivere naleving betreffen van de vaststellingsovereenkomst, de VVE dan daarvan geen beslispunt in de vergadering had mogen maken en nu dat wel is gedaan de vraag of [y] ingeschakeld zou worden weer geheel braak lag, is op geen enkele manier juridisch onderbouwd en snijdt geen hout.

[ab] heeft voorts betoogd dat [Y] zich op de vergadering van 17 december 2014 partijdig zouden hebben opgesteld, doordat de heer [F] van [Y] de leiding van de vergadering op zich nam en door de wijze waarop hij dit heeft gedaan. Dit betoog is onvoldoende feitelijk onderbouwd om deze stelling te dragen. Namens de VVE c.s. zijn concept controlerapporten en jaarrekeningen in het geding gebracht die na de vergadering zijn opgesteld door [Y] . [AB] hebben geen aanmerkingen op deze stukken gemaakt, hetgeen voor de hand had gelegen als er serieuze twijfel was aan de onpartijdigheid van [Y] . Voor zover [AB] met het voorgaande aldus hebben willen betogen dat na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst feiten zijn gebleken waardoor andere belangen dan hiervoor genoemd hen hebben gebracht tot het uitbrengen van een tegen stem, slaagt ook dat betoog niet.

De conclusie is dat het verzoek tot vernietiging van besluiten 2 en 3 zal worden afgewezen.

Besluit 6 en 9

Met betrekking tot besluit 6 hebben [AB] betoogd dat dit besluit voor vernietiging in aanmerking komt omdat de tekst van het besluit geen recht doet aan hetgeen in de vergadering verhandeld werd. Het tegelen en verplaatsen van een stopcontact betreft namelijk zaken die voor rekening van de VVE zouden komen (en niet dus voor rekening van [vader AB] , zoals in de notulen opgetekend). Dit alles aldus [AB]

Ten aanzien van besluit 9 hebben [AB] betoogd dat de notulen ten onrechte niet vermelden dat de aan het plaatsen van camera’s verbonden kosten voor rekening van de VVE zullen zijn.

De VVE heeft ten aanzien van besluit 6 daartegen ingebracht dat de vastlegging in de notulen juist is en dat bovendien de discussie over de juiste vastlegging van een besluit niet past in een artikel 5:130 BW procedure. Ten aanzien van besluit 9 heeft de VVE betoogd dat de onderbouwing van het verzoek ontbreekt.

[AB] heeft op dit verweer niet gereageerd.

De kantonrechter overweegt dat (onder meer) de artikelen 2:14 en 2:15 van boek 2 BW bepalen in welke gevallen een besluit van een orgaan vernietigbaar kan zijn. Nu [AB] geen vernietiging van Besluit 6 of 9 vragen op grond van één van deze gevallen, doch betogen dat sprake is van een onjuiste of onvolledige vastlegging van een genomen besluit in de notulen bestaat naar het oordeel van de kantonrechter inderdaad zoals de VVE c.s. hebben aangevoerd geen grond voor vernietiging.

Nu [AB] in het ongelijk worden gesteld zullen zij in de kosten worden veroordeeld.

4.2

De tegenverzoeken

Verklaring voor recht

De VVE c.s. hebben verzocht voor recht te verklaren dat de besluiten van de VVE vergadering van 17 december 2014 zoals vastgelegd in de notulen, rechtsgeldig zijn. Hiertegen is door [AB] geen verweer gevoerd.

De kantonrechter stelt voorop dat de heersende leer is dat een verklaring voor recht in een beschikking niet mogelijk is, tenzij dit op de wet is gebaseerd. Daarvan is geen sprake. De kantonrechter ziet ook het belang voor de VVE c.s. bij deze verklaring niet, nu de termijn van 5:130 BW is verstreken en de verzoeken tot vernietiging zijn afgewezen, en aldus de in de notulen genomen besluiten definitief zijn geworden. Dit verzoek zal aldus worden afgewezen.

Nu [AB] geen verweer hebben gevoerd bestaat geen aanleiding voor een kostenveroordeling.

Veroordeling tot nakoming van de besluiten alsmede de daaraan ten grondslag liggende vaststellingsovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom

[AB] hebben geen verweer gevoerd tegen dit verzoek.

Nu hier echter sprake is van vorderingen die bij dagvaarding moeten worden ingeleid, zal de kantonrechter gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv, de VVE c.s. in de gelegenheid stellen [AB] bij exploot te doen oproepen tegen de civiele rolzitting van de bevoegde rechtbanksector van 21 oktober 2015. Wanneer het exploot van oproeping niet (tijdig) wordt overgelegd zal de kantonrechter de VVE c.s. niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

De verzoeken tot vernietiging

Wijst de verzoeken af.

Veroordeelt [AB] in de proceskosten, die aan de zijde van de VVE c.s. worden vastgesteld op € 400,-- voor salaris gemachtigde.

Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.2

De tegenverzoeken

Wijst af het verzoek tot het geven van een verklaring voor recht.

Met betrekking tot de vorderingen tot nakoming van de besluiten alsmede de daaraan ten grondslag liggende vaststellingsovereenkomst onder verbeurte van een dwangsom:

- bepaalt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;

- verwijst de zaak naar de civiele rolzitting van de bevoegde sector van deze rechtbank van woensdag 21 oktober 2015;

- beveelt dat de hiervoor genoemde dag en tijd, met inachtneming van de wettelijke termijnen, bij exploot door verzoeker aan verweerder worden aangezegd, onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift;

- stelt de VVE c.s. daarbij in de gelegenheid haar stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2015.

De griffier, De kantonrechter,