Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7685

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
11-09-2015
Datum publicatie
14-09-2015
Zaaknummer
AWB - 13 _ 3748
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Planschade. Bij besluit van 20 juli 2009 heeft verweerder aan eisers op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een schadevergoeding toegekend.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 13/3748

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 september 2015 in de zaak tussen

[eiser] en [eiseres] te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. H.A.M. Lamers),

en

de Besliscommissie van Schadeschap Luchthaven Schiphol, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2009 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eisers op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een schadevergoeding toegekend van

€ 109.493,84.

Bij besluit van 16 juli 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2015. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden mr. B.J.P.G. Roozendaal, voorzitter, en mr. G.M. van den Broek.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Overwegingen

1. Eisers zijn eigenaar van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Eisers hebben verweerder op 8 april 2004 verzocht om een vergoeding van schade die zij hebben geleden als gevolg van de uitbreiding van het luchtvaartterrein van de luchthaven Schiphol, het instellen van geluids- en veiligheidszones rond de luchthaven Schiphol en de aanpassing van het lokale wegennet. Eisers stellen dat de schade is gelegen in een waardevermindering van hun eigendom als gevolg van ernstige geluidhinder, verminderd uitzicht, stankoverlast, een verkleining van de woninginhoud als gevolg van de geluidsisolatie, een beperking van het buitenleven en de verhuurbaarheid van de bedrijfsloods. Verder is er volgens eisers sprake van schade die wordt veroorzaakt door het bedrijfsmatig omrijden van eiser, inkomensschade en heeft eiser kosten moeten maken voor isolatie en voor het aanleggen van twee septic tanks en vetvangputten. Eisers ramen de totale schade op een bedrag groot
€ 450.548,-. Voor de waardevermindering van de woning hebben zij zich gebaseerd op de taxatie van [naam 1] Makelaardij van 11 maart 2004.

2.1

Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit heeft verweerder aan eisers een schadevergoeding toegekend van € 109.493, 84. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op het advies van 10 juli 2006 en de aanvullingen daarop van 2 februari 2009 van de adviescommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol (hierna: de adviescommissie).

De adviescommissie heeft geconstateerd dat als gevolg van het bestemmingsplan “Schiphol-west en omgeving” het eigendom van eisers aanzienlijk in waarde is verminderd. De schade is geraamd op een bedrag van € 95.293,84. Daarnaast ondervinden eisers terugkerend nadeel in de uitoefening van het bedrijf in de vorm van omrijschade. Deze schade is door de adviescommissie geraamd op een bedrag van € 14.200,-. Voor het vergoeden van kosten die verband houden met (het houden van toezicht op) aanpassingen aan de woning na of in verband met de uitvoering van isolatiewerkzaamheden door [naam 2] ziet de adviescommissie geen grond: van een objectief vaststaande noodzaak om zelf toezicht te houden op de werkzaamheden door [naam 2] niet is gebleken. Daarom komt ook dit verzoek niet voor toewijzing in aanmerking. De omstandigheid dat geen riolering is aangelegd houdt voorts geen verband met het gewijzigd planologisch regime. Er kan derhalve niet worden gesproken van schade als gevolg van het bestemmingsplan “Schiphol-west en omgeving”. De adviescommissie heeft daarnaast niet kunnen vaststellen dat eisers schade hebben geleden als gevolg van het Luchthavenverkeersbesluit. Verder geeft het Luchthavenindelingbesluit geen verdere beperkingen dan die reeds zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Schiphol-west en omgeving”, zodat dit besluit geen grondslag biedt voor een toekenning van een schadevergoeding.

2.2

Eisers hebben in bezwaar een advies van 8 oktober 2009 van [naam 3] vastgoedadvies en de aanvulling daarop van 25 januari 2010 overgelegd alsmede een contra-expertise van
14 december 2010, opgesteld door [naam 4] Adviesgroep. [naam 4] heeft geconstateerd dat als gevolg van het bestemmingsplan “Schiphol-West en omgeving” het eigendom van eisers aanzienlijk in waarde is verminderd. De schade is geraamd op een gedrag van € 212.000,-. De omrijschade is geraamd op een bedrag van € 14.200,-.

2.3

Bij brief van 15 juli 2011 heeft de adviescommissie zich op het standpunt gesteld dat de door eisers overgelegde stukken geen aanleiding vormen voor een wijziging van het advies aan verweerder.

2.5

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Daarbij heeft verweerder betrokken het rapport van 11 februari 2013 van [naam 6] , “Grondlawaai nabij ‘Polderbaan’de 5e startbaan te Schiphol” en het e-mailbericht van 24 april 2013 van
ir. [naam 5] , medewerker van [naam 6] , waarin deze nader is ingegaan op de situatie ter plaatse van [adres] .

3.1

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag verweerder bij zijn besluit op een verzoek om een tegemoetkoming in planschade, indien uit het advies van een door hem benoemde deskundige op objectieve en onpartijdige wijze blijkt, welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies zonder nadere toelichting niet onbegrijpelijk zijn, van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van dat advies naar voren zijn gebracht.

3.2

Het advies van de adviescommissie en de reacties van de adviescommissie op de door eisers ingebrachte stukken, te weten het taxatierapport van [naam 1] Makelaardij, het rapport en de aanvulling daarop van [naam 3] vastgoedadvies, een berekening van de schade van eisers zelf, de contra-expertise opgesteld door [naam 4] Adviesgroep en de aanvullingen daarop, bieden naar het oordeel van de rechtbank op de wijze als hiervoor bedoeld, inzicht in de feiten en omstandigheden die aan de conclusie van de adviescommissie te grondslag zijn gelegd. In dat verband overweegt de rechtbank dat zijdens eisers geen relevante feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht waarmee de adviescommissie in de advisering aan verweerder niet reeds rekening heeft gehouden. De omstandigheid dat [naam 4] Adviesgroep een andere weging geeft van het in aanmerking genomen nadeel, maakt voorts op zichzelf niet dat verweerder niet van het advies van de adviescommissie kon uitgaan, te meer nu de conclusies van het advies van de adviescommissie niet onbegrijpelijk zijn.

3.3

De stelling van eisers dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat de situatie van eisers vergelijkbaar is met die van duizenden anderen en dat de woning van eisers vergelijkbaar is met woningen aan de [straat] missen feitelijke grondslag en kunnen reeds daarom aan het bestreden besluit niet afdoen. Uit het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken volgt dat verweerder rekening heeft gehouden met de, voor zover planologisch relevant, specifieke ligging van het perceel van eisers. In dat verband overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat de woning van eisers geïsoleerd is komen te liggen als gevolg van het aankoopbeleid van Schiphol [naam 7] , met het gewijzigd planologisch regime geen rechtstreeks verband houdt.

3.4

Eisers stellen hinder te ondervinden van de spottersplek in de nabijheid van hun perceel en stellen verder dat verweerder daarmee in de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden. Zowel onder het bestemmingsplan “Schiphol-west en omgeving” als het voordien geldende bestemmingsplan rust op de weg een verkeersbestemming. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in de planvergelijking derhalve terecht alleen de in dat verband planologisch relevante omstandigheid van de verkeersintensiteit van de [straat eisers] betrokken en niet (ook) het feitelijk gebruik van de weg door vliegtuigspotters die de woning van eiser passeren om gebruik te maken van de spottersplaats Polderbaan. Niet is onaannemelijk dat de omstandigheid dat de [straat eisers] als gevolg van het gewijzigd planologisch regime is afgesloten voor doorgaand verkeer, ondanks het toegenomen gebruik van de weg door vliegtuigspotters, heeft geleid tot een verminderde verkeersintensiteit.

3.5.1

Eisers stellen dat het onderzoek naar het grondlawaai onzorgvuldig is geweest. De uitgevoerde metingen zijn niet representatief; het onderzoek bij de woning van eisers heeft slechts 20 minuten geduurd en verder zijn de metingen alleen verricht nabij woningen die voor de woning van eisers niet representatief zijn. Het aanvullend rapport van 24 april 2013 is verder ten onrechte niet voorgelegd aan de adviescommissie.

3.5.2

In het advies van de adviescommissie, de aanvullingen daarop en het rapport “Grondlawaai” van 11 februari 2013 van [naam 6] dat de adviescommissie in haar advisering heeft betrokken is afdoende gemotiveerd dat er op grond van onderzoek geen reden bestaat om te concluderen dat er sprake zou zijn van “extra” geluidshinder bij de onderzochte woningen aan [straat] [# 1] en [# 2] en de onderzochte woningen aan de [straat eisers] . In het e-mailbericht van 24 april 2013 van ir. [naam 5] , medewerker van [naam 6] , die ook bij het bestreden besluit is betrokken, is voorts aangegeven dat er geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat ter plaatse van de woning van eisers aan [adres] een andere conclusie zou kunnen worden getrokken.

3.5.3

De stelling van eisers dat de metingen bij de andere woningen niet representatief zijn voor de situatie van eisers is onvoldoende om de bevindingen van [naam 6] in het rapport van 11 februari 2013 te weerleggen, temeer nu ir. [naam 5] in het e-mailbericht van 24 april 2013 is ingegaan op de specifieke situatie ter plaatse van de woning van eisers aan de [adres] .

3.5.4

Eisers stellen in dit verband terecht dat de resultaten van de metingen bij hun woning niet representatief waren, maar dat is door de opstellers van het onderzoek zelf ook onderkend. In het e-mailbericht wijst ir. [naam 5] er in dat verband op dat de resultaten van de metingen bij de woning van eisers zelf niet zijn gebruikt omdat het geluid niet goed kon worden waargenomen in verband met de overheersende windrichting.

3.5.5

Eisers hebben ter zitting voorts gesteld dat hun woning weliswaar niet op het moment dat de vliegtuigen starten is gelegen in een hoek van ongeveer 135 graden vanaf de inlaat van de turbofan, maar dat hun woning wel in een dergelijke hoek is gelegen op het moment dat de vliegtuigen voorbij hun woning komen. Zij stellen dat zij aldus wel degelijk grondlawaai ondervinden.

De rechtbank volgt eisers niet in hun stelling. Daartoe verwijst de rechtbank allereerst naar hetgeen hiervoor onder 3.5.2 is overwogen, waarbij van belang is dat in het aan het rapport van [naam 6] ten grondslag gelegde onderzoek woningen aan de [straat eisers] zijn betrokken waarvoor hetzelfde geldt. Verweerder heeft voorts afdoende gemotiveerd dat de geluidbelasting zoals eisers deze ervaren niet valt binnen de definitie van het begrip grondlawaai (zoals dat is onderzocht in genoemd rapport), maar dat de ter plaatse waarneembare hinder qua geluid en trillingen onderdeel uitmaakt van het reeds in de berekening van de hinderbelasting qua Kosteneenheden meegenomen gebruik van de Polderbaan.

3.5.6

De stelling van eiser dat uit het door hem overgelegde TNO rapport naar het grondgeluid in [plaats] blijkt dat het geluidsniveau ter plaatse van de woning van eisers hoog is, volgt de rechtbank niet nu verweerder in het verweerschrift afdoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de woning van eiser is gelegen in een gebied waarin de geluidbelasting niet als hoog kan worden gekwalificeerd.

3.5.7

De omstandigheid verder dat verweerder op het bezwaar heeft beslist zonder de aanvulling op het rapport van [naam 6] voor nader advies aan de adviescommissie voor te leggen, maakt het besluit niet onzorgvuldig omdat ir. [naam 5] in zijn bericht de bevindingen van de adviescommissie heeft bevestigd. Het rapport is wel aan eisers voorgelegd voor reactie, zodat aan de zorgvuldigheidseisen uit de Awb is voldaan.

4.1

Uit het voorgaande volgt dat hetgeen eisers hebben aangevoerd de rechtbank geen grond ziet voor het oordeel dat verweerder zich niet heeft mogen baseren op het advies van de adviescommissie.

4.2

De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren. De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van het door eisers betaalde griffierecht of voor een proceskostenveroordeling.

5.1

Ten aanzien van het verzoek van eisers om toekenning van een schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, overweegt de rechtbank als volgt.

5.2

Op 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (hierna: de Wns), voor zover betrekking hebbend op schadevergoeding, in werking getreden. Uit het in artikel IV, eerste lid, van de Wns neergelegde overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van deze wet op dit geding van toepassing blijft.

5.3

Op deze zaak is niet de gewijzigde rechtspraak, zoals die is neergelegd in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:188) van toepassing, omdat het primaire besluit dateert van vóór 2 februari 2014. Op deze zaak worden de termijnen toegepast die vóór genoemde uitspraak in de rechtspraak werden gehanteerd.

Voor zaken die uit een bezwaarschriftprocedure en twee rechterlijke instanties bestaan, is in beginsel een totale lengte van de procedure van ten hoogste vijf jaar redelijk, waarbij de behandeling van het bezwaar ten hoogste één jaar mag duren, de behandeling van het beroep ten hoogste twee jaar mag duren en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar mag duren.

5.4

Sinds de ontvangst door verweerder van het bezwaarschrift van eisers op 18 augustus 2009 tegen het primaire besluit, zijn ten tijde van deze uitspraak van de rechtbank van 31 juli 2015 bijna vijf jaar verstreken. Dit betekent dat de termijn die voor zaken die uit een bezwaarschriftprocedure en één rechterlijke instantie bestaan in het algemeen als redelijk wordt beschouwd, is overschreden met bijna twee jaar. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen aanleiding de overschrijding gerechtvaardigd te achten. Nu het besluit op bezwaar pas na ruim drie jaar en tien maanden na het indienen van bezwaar is genomen is de overschrijding volledig aan verweerder toe te rekenen.

5.5

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank met toepassing van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht – uitgaande van een tarief van € 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond – verweerder veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.000,- aan eisers, als vergoeding voor de door hem geleden immateriële schade.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep ongegrond;

  • -

    veroordeelt verweerder om aan eisers een vergoeding voor immateriële schade van

€ 2.000,00 (zegge: tweeduizend euro) te betalen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kaajan, voorzitter, en mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. D.M. de Feijter, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.