Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7465

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-09-2015
Datum publicatie
02-09-2015
Zaaknummer
15810358-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; schorsing der vervolging (16 Sv); beslissingen omtrent voorlopige hechtenis en maatregel ter controle op voortgang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
EeR 2015, afl. 5, p. 204
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810358-14

Uitspraakdatum: 2 september 2015

Tegenspraak (ex art. 279 lid 2 Sv)

Beslissing

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 augustus 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in het Justitieel Centrum Somatische Zorg te Den Haag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen de officier van justitie mr. R. Hagemeier en van hetgeen de raadsman van verdachte, mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is thans voorlopig ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 oktober 2014 in de gemeente Beverwijk [slachtoffer] opzettelijk (en met voorbedachten rade) van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp voorwerp, een of meer ke(e)r(en) in de borst, althans het lichaam, te steken;

2 Schorsing van de vervolging

In opdracht van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank heeft prof. dr. C. Jonker, (gedrags)neuroloog te Amsterdam, op 28 juli 2015 gerapporteerd over zijn bevindingen aangaande het (gedrags)neurologisch onderzoek dat hij bij verdachte heeft uitgevoerd. In dit Pro Justitia rapport concludeert de (gedrags)neuroloog onder meer het volgende.

Betrokkene is een 54-jarige man die op 13 februari 2015 acuut een groot herseninfarct krijgt in de linker hersenhelft met als gevolg een verlamming van rechter arm en rechter been en een ernstige afasie, gekenmerkt door een forse stoornis in taalproductie en taalbegrip. In de afgelopen 6 maanden is de motoriek enigszins verbeterd. Betrokkene kan zich nu met een vierpoot verplaatsen en is met hulp wisselend zelfstandig in de dagelijkse zelfzorg. De taalstoornis is nauwelijks verbeterd. Het taalbegrip is minimaal. De taalproductie is nihil, met uitzondering van ‘yes’ dat een soort automatisme is zonder betekenis. Ook met gebaren kan hij niet duidelijk maken wat hij wil.

Door de ernstige stoornis in taalbegrip en taalproductie is het hoogst onwaarschijnlijk dat betrokkene de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging zal begrijpen. Omdat het taalbegrip ernstig gestoord is, gebarentaal niet begrepen wordt, en de taalproductie zich beperkt tot het automatisch ‘yes’, kan betrokkene niet overbrengen wat hij bedoelt of duidelijk wil maken. Er zijn geen andere feiten en/of omstandigheden die de communicatie bemoeilijken.”

Mede naar aanleiding van hetgeen de deskundige in zijn rapportage heeft geconcludeerd, heeft de raadsman aangevoerd dat de vervolging jegens verdachte moet worden geschorst. De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen en dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op de ernstige stoornis in taalbegrip en taalproductie is het niet mogelijk om de zaak inhoudelijk met verdachte te bespreken en de verdediging voor te bereiden. Ook is het om die reden niet duidelijk of verdachte naar aanleiding van het reeds gedane onderzoek nog onderzoekswensen heeft.

De officier van justitie stelt zich, onder verwijzing naar hetgeen de raadsman daaromtrent naar voren heeft gebracht, eveneens op het standpunt dat de vervolging van verdachte moet worden geschorst.

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het door de (gedrags)neuroloog uitgebrachte rapport van 28 juli 2015 vast dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, waardoor hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Nu sprake is van een ernstige stoornis in taalbegrip en taalproductie kan verdachte zijn verdedigingsrechten in zijn geheel niet doen gelden. Verdachte zou een in het kader van de tegen hem ingestelde vervolging plaatsvindende berechting en de inhoud van het vonnis van de rechtbank niet begrijpen.

Op grond van het vorenstaande dient naar het oordeel van de rechtbank de vervolging van verdachte te worden geschorst.

Voorlopige hechtenis

Nu de vervolging van verdachte zal worden geschorst, dient de rechtbank een beslissing te nemen met betrekking tot de voorlopige hechtenis van verdachte.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er thans nog termen aanwezig zijn om de voorlopige hechtenis te laten voortduren. De ernstige bezwaren jegens verdachte en de gronden die tot het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid zijn nog onverminderd aanwezig. Verdachte wordt verdacht van moord dan wel doodslag en dit betreft een zogenaamd 12-jaarsfeit dat de rechtsorde ernstig schokt. Dit feit schokt de rechtsorde op zichzelf al, maar zorgt bij de nabestaanden en familieleden van het slachtoffer, en ook bij derden, voor gevoelens van onveiligheid. Voorts is sprake van grote publieke belangstelling, meerdere nieuwsmedia volgen de strafzaak. De recidivegrond blijft eveneens als grond voor voorlopige hechtenis gelden nu onduidelijk is of de medische toestand van verdachte door behandeling en revalidatie kan verbeteren. Verdachte koestert wrok jegens een aantal personen en is niet behandeld voor enige stoornis. Bij verbetering van zijn conditie bestaat derhalve een gevaar voor herhaling. De officier van justitie vordert daarom dat de rechtbank zal bevelen dat de schorsing van de vervolging zich niet uitstrekt tot de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de voorlopige hechtenis van verdachte dient te worden geschorst, gezien de zwaarwegende belangen die verdachte heeft bij behandeling en revalidatie buiten het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg. De officier van justitie heeft een aantal bijzondere voorwaarden voor schorsing geformuleerd. In tweede termijn heeft de officier van justitie aangevoerd dat het gebiedsverbod zich ook dient uit te strekken tot de plaatsen Haarlem en Voorschoten, nu het advocatenkantoor van het slachtoffer zich in Haarlem bevindt en een relatie met het feit heeft en in Voorschoten personen wonen jegens wie verdachte grieven koestert.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de ernstige bezwaren gerefereerd maar overigens aangevoerd dat de voorlopige hechtenis van verdachte dient te worden opgeheven. Door de raadsman is er op gewezen dat de recidivegrond gezien de medische toestand van verdachte niet langer aan de orde is. In geval van vrijlating is ook geen sprake van een geschokte rechtsorde. De media hebben uitgebreid bericht over de medische toestand van verdachte. Er zal geen onrust uitbreken als verdachte gezien zijn medische toestand in vrijheid wordt gesteld. Verdachte moet zijn berechting in vrijheid kunnen afwachten en de noodzakelijke medische zorg krijgen. Opheffing van de voorlopige hechtenis heeft de voorkeur boven schorsing daarvan, nu verwacht mag worden dat een zorginstelling een onderscheid zal maken tussen patiënten die niet (langer) in voorlopige hechtenis zitten en patiënten die in het kader van schorsing van de voorlopige hechtenis in de zorginstelling verblijven. Zo’n instelling zal eerder geneigd zijn een patiënt ten aanzien van wie nog een bevel tot voorlopige hechtenis van kracht is, terug te sturen naar het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de voorlopige hechtenis van verdachte dient te worden geschorst onder voorwaarden. De aan de schorsing te verbinden voorwaarden kunnen gelijk zijn aan de eerder door de rechtbank geformuleerde schorsingsvoorwaarden in haar schorsingsbeslissing van 1 juli 2015. Het gebiedsverbod dat daarin is neergelegd dient zich wel te beperken tot Beverwijk. Waarom ook de plaatsen Voorschoten en Haarlem moeten worden opgenomen is tot op heden onvoldoende gemotiveerd. Voorts zou de eerste voorwaarde van verpleging in een revalidatiekliniek breder geformuleerd moeten worden, teneinde de ruimte te laten de meest passende zorginstelling voor verdachte te vinden.

De rechtbank is van oordeel dat de ernstige bezwaren en gronden die tot de toepassing van de voorlopige hechtenis van verdachte hebben geleid, ook thans nog onverkort aanwezig zijn. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank geen enkele aanleiding of onderbouwing voor de veronderstelling dat een zorginstelling onderscheid zou maken tussen een patiënt die in die instelling verblijft in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis en een patiënt ten aanzien van wie de voorlopige hechtenis is opgeheven. Het verzoek van de raadsman tot opheffing van de voorlopige hechtenis zal de rechtbank dan ook afwijzen.

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van mening dat thans dient te worden overgegaan tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Naar het zich laat aanzien heeft verdachte in een op behandeling en/of verpleging gerichte instelling thans de grootste kans op herstel, wat niet alleen voor verdachte van het grootste belang is, maar ook voor de samenleving, nu bij gebleken voldoende herstel van verdachte de schorsing van de vervolging zal worden opgeheven.

Ten aanzien van de aan de schorsing van de voorlopige hechtenis te verbinden voorwaarden wordt nog het volgende overwogen. De plaatsnaam Voorschoten zal de rechtbank, bij gebrek aan motivering omtrent de wenselijkheid daarvan, niet aan het gebiedsverbod toevoegen. De plaatsnaam Haarlem zal de rechtbank, zoals eerder door de rechtbank in maart 2015 al is gedaan, wel opnemen.

De rechtbank zal – gelet op en met inachtneming van het vorenstaande – gelasten dat de schorsing van de vervolging van verdachte zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft. De rechtbank neemt ten aanzien van de voorlopige hechtenis verder de hieronder opgenomen beslissingen.

Maatregel ter controle op de voortgang.

De rechtbank acht het verder van belang dat zij met regelmaat voorgelicht wordt omtrent de medische toestand van verdachte op (gedrags)neurologisch gebied en de vraag of sprake is van voldoende herstel om de schorsing van de vervolging op te heffen. Zij zal dan ook de (gedrags)neuroloog Jonker aanstellen als deskundige, teneinde de rechtbank hierover telkens na ommekomst van een periode van 6 maanden te informeren.

3 Beslissing

De rechtbank:

schorst de vervolging van verdachte;

gelast dat de schorsing van de vervolging zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft;

wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis;

schorst de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van woensdag 30 september 2015, of zoveel eerder als verdachte kan en zal worden opgenomen in een op behandeling, revalidatie en/of verpleging gerichte instelling;

stelt daarbij als (bijzondere) voorwaarden, dat verdachte:

  1. bij voortduring zal verblijven in een op behandeling, revalidatie en/of verpleging gerichte instelling;

  2. op geen enkele wijze (direct of indirect) contact zal maken of hebben met mevrouw [slachtoffer 2] en mevrouw [slachtoffer 3];

  3. gedurende de periode van de schorsing de gemeenten Beverwijk en Haarlem niet zal bezoeken, behoudens in geval van justitiële uitnodiging;

  4. bij de beëindiging van de schorsing van de voorlopige hechtenis, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;

  5. ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

  6. zich niet aan enig strafbaar feit schuldig zal maken;

  7. gehoor zal geven aan iedere oproep van politie, justitie, de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken alsmede van de rechtbank;

  8. medewerking verleent aan onderzoeken van een door de rechtbank te benoemen deskundige;

  9. toestemming zal verlenen voor het inwinnen van informatie over zijn medische behandeling(en) en zijn actuele medische situatie, bij zijn medische behandela(a)r(en);

  10. veranderingen in zijn medische situatie en/of de plaats en/of aard van zijn behandeling en verblijf onverwijld zal (laten) melden aan het Openbaar Ministerie en de rechtbank;

stelt de (gedrags)neuroloog prof. dr. C. Jonker aan als deskundige en beveelt dat deze deskundige telkens na ommekomst van een periode van 6 maanden ten behoeve van de rechtbank en de officier van justitie een (gedrags)neurologische voorgangsrapportage zal opstellen omtrent de vraag of betrokkene in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen;

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gewezen door

mr. M.J.M. Verpalen, voorzitter,

mr. M. Daalmeijer en mr. P.H. Lauryssen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 2 september 2015.

Mr. P.H. Lauryssen is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.