Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7436

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-08-2015
Datum publicatie
01-09-2015
Zaaknummer
HAA 14/2381
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een Grantholder geldt naar het oordeel van de rechtbank niet als een overig personeelslid van de Europese Unie als bedoeld in artikel 12, twee alinea, van Protocol no. 7. Uit artikel 12 van Protocol no. 7 volgt dat de vrijstelling geldt voor ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Unie die zijn onderworpen aan een belasting ten bate van de Europese Unie op de door de Europese Unie betaalde salarissen. Eiser is niet onderworpen aan een dergelijke belasting.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/1906
V-N 2015/66.11 met annotatie van Redactie
FutD 2015-2164
De redactie annotatie in NTFR 2015/2686
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 14/2381

uitspraak van de meervoudige kamer van 21 augustus 2015 in de zaak tussen

[X] , woonachtig in [Z] , eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2011 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: ib/pvv) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.598.

Tegen deze aanslag heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar afgewezen en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft op 11 en 19 juni 2015 nadere stukken van eiser ontvangen en doorgezonden naar verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2015 te Haarlem. Eiser is ter zitting vergezeld van [A] en [B] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden [gemachtigde] en [gemachtigde] .

Feiten

  1. Eiser heeft van oktober 2010 tot en met september 2013 als een zogenoemde Category 30 Grantholder gewerkt bij het [C] (hierna ook: [C] ) in [D] . Gedurende die periode was eiser woonachtig in [E] .

  2. Op 16 oktober 2010 zijn eiser en [C] een arbeidsovereenkomst overeengekomen voor de periode 1 oktober 2010 tot 30 september 2012. Bij overeenkomst van 11 mei 2012 is de arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 30 september 2013. Van belang zijn de volgende bepalingen van deze overeenkomst.

“5.1 [C] shall contribute the amount it is obliged to pay on the basis of the Health Insurance Act (Zorgverzekeringswet).

(…)

11.1

[C] is exempted to deduct Dutch taxes and contribution on the monthly allowances paid to the Grantholder, especially taxes on wages (loonbelasting) and contributions for social Insurance (volksverzekeringen). The Grantholder is responsible to take care of his/her annual tax declaration and make provisions to pay compulsory Dutch income taxes (inkomstenbelasting) and contributions for social insurances (volksverzekeringen).

(…)

20.1

This Employment Agreement is governed by and construed in accordance with the laws of the Netherlands.”

3. In de Administrative rules applicable to the recruitment of grantholders under national law contracts within the framework of the research programmes managed by the [C] ( [C] ) (Director-General [C] , 30 oktober 2012, Ref. Ares (2012)1281462), is het volgende opgenomen.

“Article 4 Grantholder contracts

1. The grantholders shall be engaged under employment contracts, which conform to the national legislation of the [C] site in which the grantholder is to be based.”

4. In een schrijven (“To whom it may concern”) van 29 mei 2013 van de heer [F] , Director Resources van de [C] , is de status van Grantholders toegelicht. Hierin is de volgende passage opgenomen:

“The grantholder contracts are aimed at supporting training, career development and mobility opportunities for researchers, allowing the grantholders to gain further knowledge and experience in his/her scientific field, while contributing at the same time to the scientific potential of the [C] . The employment contract offered to the grantholder is of a subordinate nature and for a fixed period, and is governed by the national employment law of the [C] site in which the grantholder is to be based. Grantholders are, therefore, non-statutory staff of the European Commission and neither the “Staff Regulation of officials of the European Communities” nor the “Conditions of Employment of other Servants of the European Communities” apply to them.”

5. In het Vademecum Grantholders (november 2008) zijn de uit de door Grantholders gesloten arbeidsovereenkomsten voortvloeiende rechten en verplichtingen toegelicht. In het Vademecum staat - voor zover hier van belang - het volgende:

“ 1. EMPLOYMENT AGREEMENT

(…)

1.1.1

Dutch law applies to the employment at all times.
(…)
2. TAX

2.1

The Grantholder will generally be subject to Dutch income tax (inkomstenbelasting).

2.2

The [C] is not obliged to withhold Dutch salary taxes (loonbelasting). The Grantholder is responsible to file his/her annual Dutch income tax return.

3. SOCIAL SECURITY AND INSURANCES
3.1 The Grantholder will be liable for Dutch social insurance (volksverzekeringen) and employee insurance (werknemersverzekeringen).
3.2 The [C] is not obliged to withhold Dutch social insurance contributions. The Grantholder is responsible for paying the social insurance contributions due. The [C] will only withhold Dutch employee insurance.”

6. In de Guide For Grantholders (employed at the [D] Site as non-statutory staff) van 4 augustus 2014, staat - voor zover hier van belang - het volgende:

“1. NATURE OF THE GRANTHOLDER CONTRACT

(…)
The grantholder contracts are aimed at supporting training, career development and mobility opportunities for researchers, allowing the grantholders to gain further knowledge and experience in his/her scientific field, while contributing at the same time to the scientific potential of the [C] . The employment contract offered to the grantholder is of a subordinate nature and for a fixed period, and is governed by the national employment law of the [C] site in which the grantholder is to be based. Grantholders are, therefore, non-statutory staff of the European Commission and neither the “Staff Regulation of officials of the European Communities” nor the “Conditions of Employment of other Servants of the European Communities” apply to them.

6. TAX
6.1 The Grantholder will be subject to Dutch income tax (inkomstenbelasting) [voetnoot: “The tax exemption provided for in the Protocol for Privileges and Immunities does not apply to the salary received by the Grantholders, as Grantholders are non-statutory staff. The modalities for taxation are entirely governed by Dutch law.]

(…)”

7. Op grond van artikel 6, lid 4 van de Wet op de loonbelasting 1964, juncto artikel 2.3, lid 1, letter r van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011, geldt het [C] niet als inhoudingsplichtige voor de loonbelasting.

8. Het [C] heeft eiser in november 2010 aangemeld bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in verband met een af te geven verblijfstatus. De aanmelding en de afhandeling daarvan hebben plaatsgevonden conform de procedure voor “Staff and Family Members at International Organisations” zoals beschreven in de door het ministerie van Buitenlandse Zaken uitgegeven “Protocol Guide for International Organisations” (uitgave juni 2011). Aan eiser is een verblijfstatus met code ZF (“Zonder Faciliteiten”) toegekend.

9. In de genoemde “Protocol Guide for International Organisations”, is het volgende opgenomen.

“2.6 Types of status
The different types of status that may indicated on an identity card for staff of international organisations are:

• AO Head of an international organisation and his/her family, and highest-ranking staff and their families
BO Members of the technical and administrative staff and their families
EO Members of the service staff and their families
• PO Private servants of staff members with AO status
ZF Private servants of staff members with BO status, interns etc. A ZF card is only a residence permit and Schengen visa; it entails no privileges or immunities.

(…)

7.2

Income tax

Staff members of international organisations are exempt from Dutch income tax on salaries and emoluments paid to them by the international organisation only if the statute of the organisation or another international agreement provides for this exemption.”

10. Uit brieven van 20 juli 2005 en 20 april 2007 blijkt dat de Duitse belastingdienst in [G] (Finanzamt [G] - [G] ) het standpunt heeft ingenomen dat Grantholders moeten worden aangemerkt als overige personeelsleden van de Europese Unie.

11. Eiser is niet onderworpen aan enige vorm van belastingheffing naar het inkomen door de Europese Commissie.

Geschil

1. Tussen partijen is in geschil of eiser in het onderhavige jaar is vrijgesteld van belasting- en premieplicht voor de ib/pvv.

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij als Grantholder moet worden aangemerkt als een overig personeelslid van de Europese Unie zodat op hem Protocol no. 7 van toepassing is en hij is vrijgesteld van Nederlandse belastingheffing op het in het kader van zijn dienstbetrekking ontvangen salaris. Daartoe voert eiser tevens aan dat hij moet worden aangemerkt als “staff” van de Europese Commissie zoals omschreven in de Protocol Guide for International Organisations, waarmee mede “ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie” zouden zijn bedoeld. Omdat de in deze Protocol Guide for International Organisations omschreven procedure voor “staff” in het geval van eiser door het ministerie van Buitenlandse Zaken is gevolgd, zou eveneens de in onderdeel 7.2 van de Protocol Guide for International Organisations vastgelegde vrijstelling voor inkomstenbelasting van toepassing zijn. Ook volgt volgens eiser uit het feit dat de voor “staff” omschreven procedure door het ministerie van Buitenlandse Zaken is toegepast, dat artikel 11 van Protocol no. 7 toepassing heeft gevonden. Dit zou, aldus eiser, meebrengen dat eveneens artikel 12, tweede alinea van Protocol no. 7 van toepassing is. Mede door de toekenning van de verblijfstatus ZF in plaats van BO zou eiser de vrijstelling ten onrechte zijn onthouden.

3. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en tot vernietiging van de aanslag ib/pvv 2011.

4. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het geschil

Europeesrechtelijk kader

1. In het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie (9 mei 2008, C 115/266, hierna ook: Protocol no. 7), behorende bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is onder meer het volgende bepaald.

“HOOFDSTUK V AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN VAN DE UNIE

(…)

Artikel 11 (oud artikel 12)

De ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie zijn, ongeacht hun nationaliteit, op het grondgebied van elk der lidstaten:

(...)

b) tezamen met hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten vrijgesteld van immigratiebeperkingen en vreemdelingenregistratie;

Artikel 12 (oud artikel 13)

Onder de voorwaarden en volgens de procedure welke door het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de betrokken instellingen worden vastgesteld, worden de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie onderworpen aan een belasting ten bate van de Unie op de door haar betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

Zij zijn vrijgesteld van nationale belastingen op de door de Unie betaalde salarissen, lonen en emolumenten.

(…)

Artikel 15 (oud artikel 16)

Het Europees Parlement en de Raad bepalen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de overige betrokken instellingen, op welke categorieën van ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie de bepalingen van de artikelen 11, 12, tweede alinea, en 13 geheel of ten dele van toepassing zijn.

De namen, hoedanigheden en adressen der ambtenaren en overige personeelsleden, welke onder deze categorieën zijn begrepen, worden op gezette tijden aan de regeringen van de lidstaten medegedeeld.

(…)

HOOFDSTUK VII ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 17 (oud artikel 18)

De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie uitsluitend in het belang van de Unie verleend.

Elke instelling van de Unie is gehouden de aan een ambtenaar of ander personeelslid verleende immuniteit op te heffen in alle gevallen waarin zulks naar haar mening niet strijdig is met de belangen van de Unie.”

2. In de Verordening van de Europese Raad van 25 maart 1969 (nr. 549/69), ter bepaling van de categorieën van ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen waarop de bepalingen van de artikelen 12, 13, tweede alinea, en 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschappen van toepassing zijn, is het volgende bepaald.

“Overwegende dat de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten zijn neergelegd ten behoeve van de ambtenaren en overige personeelsleden der Gemeenschappen, uitsluitend in het belang van de Gemeenschappen worden verleend;

Overwegende dat derhalve aan de ambtenaren en overige personeelsleden, op grond van hun taak en verantwoordelijkheid, alsmede van hun bijzondere positie, de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten dienen te worden verleend die voor de goede werking van de Gemeenschappen vereist zijn,

(…)

Artikel 2

Het bepaalde in artikel 13, tweede alinea, [thans artikel 12, tweede alinea] van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschappen geldt voor de volgende categorieën:

de personen die vallen onder het statuut van de ambtenaren of de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen, met inbegrip van de personen die de bij ontheffing van het ambt om redenen van dienstbelang te verlenen vergoeding ontvangen, doch met uitzondering van de plaatselijke functionarissen;

(…)”

3. In de Verordening van de Raad van 29 februari 1968 (nr. 259/68) zijn de voorwaarden neergelegd die van toepassing dienen te zijn op andere personeelsleden van de Unie. In de doorlopende Engelstalige tekst van deze verordening (“Conditions of Employment of Other Servants of the European Union”) per 1 mei 2005 is ten aanzien van deze overige personeelsleden (‘other servants’) het volgende opgenomen:

“Article 1 (18) (96)

The conditions of employment shall apply to servants engaged under contract by the Communities.

Such servants shall be:

– temporary staff,

– auxiliary staff until the date set out in Article 52,

– contract staff,

– local staff,

– special advisers.

Article 2 (18)(96)

For the purposes of these conditions of employment, ‘temporary staff' means:

(a) staff engaged to fill a post which is included in the list of posts appended to the section of the budget relating to each institution and which the budgetary authorities have classified as temporary;

(b) staff engaged to fill temporarily a permanent post included in the list of posts appended to the section of the budget relating to each institution;

(c) staff, other than officials of the Communities, engaged to assist either a person holding an office provided for in the Treaties establishing the Communities, or the Treaty establishing a Single Council and a Single Commission of the European Communities, or the elected President of one of the institutions or organs of the Communities, or one of the political groups in the European Parliament or the Committee of the Regions, or a group in the European Economic and Social Committee;

(d) staff engaged to fill temporarily a permanent post paid from research and investment appropriations and included in the list of posts appended to the budget relating to the institution concerned.

Article 3 (96)

For the purposes of these conditions of employment, ‘auxiliary staff' means:

(a) staff engaged, within the limits set in Article 52, for the performance of full-time or part-time duties in an institution but not assigned to a post included in the list of posts appended to the section of the budget relating to that institution;

(b) staff engaged, after the possibilities of temporary posting of officials within the institution have been examined, to replace certain persons who are unable for the time being to perform their duties, namely:

– officials or temporary staff in the assistants' function group (AST);

– exceptionally, officials or temporary staff in the administrators' function group (AD), other than senior staff (Directors-General or their equivalent in grades AD 16 or AD 15 and Directors or their equivalent in grades AD 15 or AD 14), occupying a highly specialized post;

such staff are paid from the total appropriations for the purpose under the section of the budget relating to the institution.

Article 3a (96)

1. For the purposes of these Conditions of Employment, "contract staff" means staff not assigned to a post included in the list of posts appended to the section of the budget relating to the institution concerned and engaged for the performance of full-time or part-time duties:

(a) in an institution to carry out manual or administrative support service tasks,

(b) in the agencies referred to in Article 1a(2) of the Staff Regulations,

(c) in other entities inside the European Union created, after consultation of the Staff Regulations Committee, by specific legal act issued by one or more institutions allowing for the use of such staff,

(d) in Representations and Delegations of Community institutions,

(e) in other entities situated outside the European Union.

2. The Commission shall, on the basis of information provided by all institutions, submit a report to the budgetary authority each year on the employment of contract staff, which shall state whether the overall number of such members of the contract staff has remained within a limit of 75% of all employees in agencies, in other entities inside the European Union, in Representations and Delegations of Community institutions and in other entities situated outside the European Union respectively. If this limit has not been respected, the Commission shall propose to the agencies, the other entities inside the European Union, Representations and Delegations of Community institutions or other entities situated outside the European Union respectively, to take the appropriate corrective measures.

Article 3b (96)

For the purposes of these Conditions of Employment, "contract staff for auxiliary tasks" means staff engaged in an institution within the time limits set in Article 88 in one of the function groups referred to in Article 89:

(a) to perform full- time or part-time duties others than those referred to in Article 3a(1)(a), without being assigned to a post included in the list of posts appended to the section of the budget relating to the institution concerned,

(b) to replace, after the possibilities of temporary posting of officials within the institution have been examined, certain persons who are unable for the time being to perform their duties, namely:

(i) officials or temporary staff in the function group AST;

(ii) exceptionally, officials or temporary staff in the function group AD occupying a highly specialised post, except Heads of Unit, Directors, Directors General and equivalent functions.

The use of contract staff for auxiliary tasks is excluded where Article 3a applies.

Article 52 (91) (96)

The actual period of employment of auxiliary staff, including any period of renewal, shall not exceed three years or extend beyond 31 December 2007. No new auxiliary staff may be engaged after 31 December 2006.”

4. In het Besluit van 2 maart 2011 van de Europese Commissie, “on the general provisions for implementing Article 79(2) of the Conditions of Employment of Other Servants of the European Union, governing the conditions of employment of contract staff employed by the Commission under the terms of Articles 3a and 3b of the said Conditions” (C(2011) 1264 Final) is het volgende bepaald:

“TITLE I - Conditions of engagement and career

This Title shall apply to the conditions of employment of the contract staff covered by Article 3a of the CEOS (hereinafter referred to as ‘contract staff’) and to the contract staff for auxiliary tasks covered by Article 3b of the CEOS (hereinafter referred to as ‘auxiliary contract staff’).

(…)

TITLE II - Transitional and final provisions

Article 13

Private-law contracts

With effect from 1 January 2011, the Commission will not conclude any new contracts of employment or extensions of contracts governed by the national law of a Member State of the European Union.

Article 14

Transitional provisions

(…)

4. By way of derogation from the provisions of Article 13, (…)

– the [C] ( [C] ) may continue to use grantholders within the meaning of the Decision of the Director-General of the [C] entitled ‘Administrative rules applicable to the recruitment of grantholders under national law contracts within the framework of the research programmes managed by the [C] ’ employed under the labour laws of an EU Member State. Such contracts may be awarded until such a time as [H] has finalised a specific selection procedure in conformity with Article 2, Part B, of Annex I, and this selection procedure has been approved by the Directorate-General for Human Resources and the [C] .”

Vrijstelling van ib/pvv

5. Op grond van de hiervoor weergegeven onderdelen van de geldende Europeesrechtelijke regelingen, geldt een Grantholder naar het oordeel van de rechtbank niet als een overig personeelslid van de Europese Unie als bedoeld in artikel 12, twee alinea, van Protocol no. 7. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

6. Eiser kan worden toegegeven dat in Protocol no. 7 en in de jurisprudentie van het Hof van Justitie de term overige personeelsleden niet is gedefinieerd. Uit artikel 12 van Protocol no. 7 volgt dat de in de tweede alinea van artikel 12 opgenomen vrijstelling geldt voor ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Unie die zijn onderworpen aan een belasting ten bate van de Europese Unie op de door de Europese Unie betaalde salarissen. Nu eiser niet is onderworpen aan een zodanige belasting kan reeds daarom al worden aangenomen dat eiser niet geldt als een overig personeelslid van de Europese Unie als bedoeld in artikel 12 van Protocol no. 7. Dat de Duitse belastingdienst in [G] (Finanzamt [G] ) een ander standpunt heeft ingenomen, is niet relevant voor de beoordeling van deze zaak en bindt verweerder niet nu de toezegging is gedaan door een overheidsinstantie van een ander land en niet op eiser van toepassing is.

7. Verder blijkt uit de Verordening van de Europese Raad van 25 maart 1969 (nr. 549/69) (zie Europeesrechtelijk kader onder 2) dat de belastingvrijstelling als bedoeld in Protocol no. 7 slechts geldt voor de personen die vallen onder de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen (opgenomen in de Verordening van de Europese Raad van 29 februari 1969, nr. 259/68). Naar het oordeel van de rechtbank gelden Grantholders niet als personen waarop deze regeling van toepassing is. De definities van temporary staff en contract staff zoals opgenomen in de regeling (zie Europeesrechtelijk kader onder 3), geven de rechtbank geen aanleiding tot een ander oordeel. Zonder nadere onderbouwing vermag de rechtbank ook niet in te zien waarom de in artikel 1 van de Verordening van de Europese Raad van 29 februari 1969, nr. 259/68, opgenomen opsomming niet limitatief is, zoals eiser betoogt.

8. Tot slot kan de rechtbank eiser niet volgen in zijn betoog dat de door het ministerie van Buitenlandse Zaken gevolgde procedure bij de toekenning van de verblijfstatus ZF, ertoe leidt dat artikel 12, tweede alinea, van Protocol no. 7 van toepassing is. Zoals verweerder heeft uiteengezet is in dezen met toestemming van de Directie Kabinet en Protocol/ Nederland Gastland wegens spoedeisend belang voor eiser en enkele andere Grantholders bij [C] , afgeweken van de normale procedure en behoefde geen werk/verblijfsvergunning te worden aangevraagd bij de Immigratie en Naturalisatiedienst. Afwijking van de normale procedure brengt niet mee dat de artikelen 11 en 12 van Protocol no. 7 op eiser van toepassing zijn. Hij heeft hierop in redelijkheid ook niet mogen vertrouwen.

9. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Gooijer, voorzitter, mr. A.A. Fase en mr. M.C. van As, leden, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2015.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze uitspraak door de oudste rechter ondertekend.

griffier oudste rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.