Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7302

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-08-2015
Datum publicatie
26-08-2015
Zaaknummer
C/14/147636 / HA ZA 13/222
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Effectenbemiddeling; beleggingsadvies; vereenzelviging; groepsaansprakelijkheid;

Tussenvonnis. Eisers zijn agrariërs die op advies van de verzekeringstak van hun standsorganisatie obligaties met de naam ‘Hypo Notes Securities’ hebben aangekocht ter financiering van recreatiepark Hof van Saksen. Na een aantal jaar liet de financiële situatie van de uitgevende vennootschap de uitbetaling van de couponrente van 8% per jaar niet meer toe. De uitgevende vennootschap is uiteindelijk gefailleerd en de obligatieleningen zijn niet terugbetaald. Eisers spreken thans de standsorganisatie en haar verzekeringstak (ondergebracht in een dochtervennootschap) aan. De rechtbank verwerpt het beroep op de klachtplicht en rechtsverwerking en oordeelt dat de verzekeringstak en de standsorganisatie onrechtmatig jegens eisers hebben gehandeld door de Hypo Notes Securities onder de leden van de standsorganisatie aan de man te brengen en zich daarbij van misleidende mededelingen te bedienen. Gedaagden zijn aansprakelijk voor de door eisers geleden schade. De rechtbank ziet voorshands aanleiding bij een aantal eisers (gedeeltelijke) eigen schuld aan te nemen. De rechtbank bepaalt een comparitie van partijen en stelt partijen in de gelegenheid nog bepaalde stukken in te dienen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 6, p. 313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/14/147636 / HA ZA 13/222

Vonnis van 19 augustus 2015

in de zaak van

1 [eiser] ,

wonende te [adres] ,

2. [eiser] ,

wonende te [adres]

3. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

4. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

5. [eiser],

wonende te [adres] ,

6. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

7. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

8. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

9. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

10. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

11. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

12. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

13. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

14. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

15. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

16. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

17. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

18. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

19. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

20. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

21. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

22. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

23. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

24. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

25. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

26. [eiser],

wonende te [adres] ,

27. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

28. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

29. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

30. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

31. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

32. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

33. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

34. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

35. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

36. EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ VAANBURG B.V.,

statutair gevestigd te [adres] ,

37. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

38. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

39. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

40. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

41. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

42. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

43. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

44. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

45. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

46. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

47. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

48. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

49. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

50. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

51. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

52. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

53. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

54. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

55. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

56. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

57. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

58. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

59. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

60. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

61. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

62. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

63. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

64. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

65. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

66. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

67. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

68. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

69. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

70. [eiser] ,

wonende te [adres] ,

eisers,

advocaten mrs. M. Trouwborst en W.M. Bijloo te Middelharnis,

tegen

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

LAND- EN TUINBOUWORGANISATIE NOORD,

statutair gevestigd en kantoor houdende te [adres] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LTO NOORD HOLDING B.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te [adres] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LTO NOORD VERZEKERINGEN SCHADE & ZORG B.V.,

statutair gevestigd te Velsen, kantoor houdende te [adres] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LTO NOORD VERZEKERINGEN LEVEN B.V.,

statutair gevestigd te Velsen, kantoor houdende te [adres] ,

gedaagden,

advocaat mr.drs. M. van Eersel te Amsterdam.

Partijen zullen hierna eisers respectievelijk de Vereniging, de Holding, LTO Noord Verzekeringen S&Z en LTO Noord Verzekeringen Leven, gezamenlijk aan te duiden als gedaagden, genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties van 12 juli 2013;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties van 23 oktober 2013;

  • -

    het comparitievonnis van 6 november 2013;

  • -

    de brief 13 november 2013 zijdens eisers;

  • -

    de rolbeslissing van 14 november 2013 strekkende tot rolverwijzing voor repliek;

  • -

    de conclusie van repliek tevens houdende wijziging van eis van 2 juli 2014;

  • -

    de conclusie van dupliek van 5 november 2014;

  • -

    de akte uitlating productie van 31 december 2014 zijdens eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Vereniging is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens haar statuten ten doelt stelt ‘het bevorderen van de economische, sociale, culturele en maatschappelijke belangen van de agrarische sector en van de in die sector werkzame ondernemers, alles in de ruimste zin des woords’. De Vereniging is als belangenvereniging van boeren en tuinders in de negen provincies boven de Maas ontstaan ten gevolge van de fusie op 31 december 2005 van de Westelijke Land- en Tuinbouworganisatie (hierna: WLTO), de Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie (hierna: NLTO) en de Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie (hierna: GLTO).

2.2.

De Holding is voortgekomen uit de fusie tussen Wlto-Holding B.V. en NLTO Holding B.V. op 31 december 2005. De Vereniging is grootaandeelhouder en bestuurder van LTO Noord Holding.

2.3.

LTO Noord Verzekeringen S&Z en LTO Noord Verzekeringen Leven zijn voortgekomen uit een splitsing en naamswijziging van LTO Noord Verzekeringen B.V. (hierna: LNV) op 24 december 2012, waarbij een deel van het vermogen van LNV is afgesplitst aan LTO Noord Verzekeringen S&Z en de naam van LNV is gewijzigd in LTO Noord Verzekeringen Leven. LNV is ontstaan uit een fusie op 1 januari 2006 van WLTO Verzekeringen B.V. en GLTO Verzekeringen B.V. LTO Noord Holding is grootaandeelhouder van LTO Noord Verzekeringen S&Z en LTO Noord Verzekeringen Leven.

2.4.

WLTO is opgericht op 28 juni 1991 en stelde zich blijkens haar statuten ten doel om ‘met alle wettige middelen de belangen van haar leden te behartigen en de maatschappelijke positie en de welvaart van de land- en tuinbouwbedrijven in het algemeen te bevorderen’. Naast het nastreven van meer ideële doelstellingen is WLTO zich tevens gaan toeleggen op commerciële activiteiten. Deze activiteiten bracht WLTO onder in verschillende rechtspersonen. Voor de activiteiten op het gebied van verzekeringen heeft WLTO de vennootschap Holag Assurantiën (hierna: Holag) overgenomen van Avéro Verzekeringen B.V. Vanaf 14 augustus 2000 tot de fusie met GLTO Verzekeringen B.V. op 1 januari 2006 opereerde deze vennootschap onder de (statutaire) naam WLTO Verzekeringen B.V. (hierna: WLTO Verzekeringen).

2.5.

Het ondernemingsplan 1997-2000 van WLTO vermeldt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende:

“De WLTO wil een organisatie zijn waar leden zich thuis voelen en wil in de behoefte aan sociale contacten en samenwerking voorzien. Dit alles vraagt van de organisatie aanpassing, teneinde ook in de toekomst de aangewezen partner voor agrarische ondernemers te blijven voor belangenbehartiging, informatie en advies en dienstverlening.

De leden willen:

- een sterke organisatie die dicht bij hen staat, gericht is op hun vragen en behoeften, en herkenbaar is voor de verschillende sectoren;

- een dienstverlenende organisatie die oplossingen biedt voor de vraagstukken waarmee zij worden geconfronteerd.

[…]

In de kern valt de bestaansreden van de WLTO, de missie, als volgt te beschrijven:
Het bevorderen van een sterke economische en maatschappelijke positie voor de agrarische

ondernemers en voor de land- en tuinbouw in West-Nederland waardoor het individuele lid optimale kansen krijgt.

[…]

Om die missie te verwezenlijken stelt de WLTO zich drie kerntaken:

- belangenbehartiging, horizontaal en sectoraal op basis van strategische kennis (maatschappelijk, sociaal-economisch en vaktechnisch) en oriëntatie op de markt;

- voorlichting en informatie, zowel gericht op bewustmaking, creëren van draagvlak en het bevorderen van normen en waarden als op het handelen op bedrijfsniveau;

- dienstverlening en advisering, individueel en groepsgewijs, gericht op management- en bedrijfsvraagstukken en met het bedrijf samenhangende gezinsvraagstukken.

[…]

Om haar missie te realiseren streeft de WLTO de volgende zaken na:

- de leden en hun bedrijf centraal […]

- de WLTO opereert dicht bij de leden […]

- de WLTO is professioneel en bedrijfsmatig […]

- de WLTO is markt- en maatschappelijk georiënteerd […]

Het voorgaande is van toepassing op alle organisatieonderdelen van het WLTO-secretariaat. […]

Voor elk onderdeel van het WLTO-secretariaat geldt:

- dat zij zich richt op het belang van leden en klanten;

- produkten en diensten met toegevoegde waarde levert en

- zelfsturend en resultaatverantwoordelijk is waarbij belangenbehartiging lonen en dienstverlening renderend is. […]

De drie hoofdmotieven om lid te worden van de WLTO zijn de drie kerntaken […] belangenbehartiging, dienstverlening, voorlichting en informatie.

[…]

De drie kerntaken hangen onderling nauw samen. Daardoor kunnen ze elkaars waarde voor het lid verhogen. Alle drie samengebracht onder één WLTO-dak geven de drie kerntaken ieder afzonderlijk extra betekenis aan het motto ‘in uw (boeren- en tuinders) belang’ dat hen verenigt.

[…]

Leden, bestuurders en medewerkers dragen verantwoordelijkheid voor zowel de vereniging als belangenbehartiging en dienstverlening. De vereniging is tevens marketing instrument voor de verschillende onderdelen van WLTO.

[…]

Aansturing van het WLTO-secretariaat gebeurt door het hoofdbestuur, zowel op het terrein van de belangenbehartiging als op het terrein van de dienstverlening. De dienstverlenende activiteiten van de WLTO zijn ondergebracht in de WLTO-Adviesgroep waarbij het dagelijks bestuur optreedt als Raad van Commissarissen en het hoofdbestuur als Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Het HB geeft het beleid aan en zet mede de koers uit. […]

De communicatie van de WLTO heeft als doel het bevorderen van wederzijdse vertrouwdheid en wederzijds begrip tussen de organisatie en haar doelgroepen.

[…]

De communicatie van de WLTO verstevigt het beeld van de organisatie als een geïntegreerde combinatie van belangenbehartiging en dienstverlening.

[…]

Toekomstbeeld

[…]

Leden ervaren de WLTO als hun organisatie, die onderneemt met de ondernemers, een organisatie die vroegtijdig knelpunten en kansen signaleert en alternatieven aandraagt en daardoor zijn geld waard is. Belangenbehartiging en dienstverlening wordt wel onderscheiden, maar waar mogelijk op een samenhangende manier opgepakt.”

2.6.

Het lidmaatschapspakket van WLTO bevat, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, de volgende informatie over de dienstverlening op het gebied van verzekeringen:

Het assurantiekantoor van de WLTO specialiseert zich op het bieden van een totaalpakket aan verzekeringen voor de agrarische sector. Holag staat tot uw beschikking met zowel levensverzekeringen en pensioenen als schadeverzekeringen. De binding met de standsorganisatie staat borg voor een eerlijk en objectief advies.

2.7.

De ‘Advieskrant’ van april 2001, uitgegeven door WLTO Advies, vermeldt over de dienstverlening van WLTO Verzekeringen, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende:

WLTO Verzekeringen heeft het dienstenpakket onlangs uitgebreid met het product vermogensbeheer. Voorheen was de financiële poot onder WLTO Advies ook al actief in vermogensbeheer, maar vanwege de toenemende vraag van agrariërs heeft het een volwaardige status gekregen. […]

Behalve met diverse verzekeringsmaatschappijen werkt WLTO Verzekeringen ook nauw samen met een selectief aantal bank- en beleggingsinstellingen. Deze instellingen worden door WLTO Verzekeringen beoordeeld op soliditeit, solvabiliteit en productinnovatie. “De klant kan daardoor altijd over een actueel en professioneel vermogensadvies beschikken”, stelt [C.] , die zich specifiek met vermogensbeheer bezighoudt. […]

De stortvloed van nieuwe producten maakt een zorgvuldige advisering extra gewenst, vindt [C.] . “Zeker aangezien er steeds weer ‘organisaties’ opduiken die zichzelf bedienen van volstrekt ongeoorloofde beleggingsconstructies en verkoopmethoden. Hoewel het begrip ‘waakhond’ hier net iets te ver gaat, ligt er voor WLTO Verzekeringen in dat opzicht een beschermende taak. De vuistregels die wij als adviseurs hanteren is: ‘goed vermogensbeheer blijft een afweging tussen risico en rendement’.”

2.8.

WLTO Verzekeringen is per 24 april 1997 opgenomen in het AFM-register van cliëntenremisiers. Op grond van die inschrijving mocht WLTO Verzekeringen cliënten aanbrengen bij effecteninstellingen die over een vergunning beschikken om als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder diensten aan te bieden of te verrichten.

2.9.

De werkzaamheden van WLTO Verzekeringen werden (onder meer) verricht door [A.] (hierna: [A.] ), [B.] (hierna: [B.] ) en [C.] (hierna: [C.] ).

2.10.

In de eerste helft van 2004 hebben [A.] en [C.] gesproken met projectontwikkelaar Ensing over de ontwikkeling door diens vennootschap Phanos Leisure Finance I N.V. (hierna: Phanos) van een recreatiepark te Rolde onder de naam Hof van Saksen. Voor de ontwikkeling van het park was een bedrag van minimaal 51 miljoen euro nodig, te verkrijgen door het uitgeven van winstdelende obligatieleningen, zogenaamde Hypo Notes Securities. Deze Hypo Notes Securities zijn in drie series uitgegeven per 1 oktober 2004 (Serie A), 1 juli 2005 (Serie B) en 31 maart 2006 (Serie C) met een looptijd van 7 tot 9 jaar tegen een enkelvoudige couponrente van 2% per kwartaal, alsmede een winstvergoeding vanaf 1 januari 2006, voor zover de financiële positie van Phanos dit toeliet.

2.11.

Tussen WLTO Verzekeringen en Phanos is vervolgens in 2004 een remisierovereenkomst gesloten, op grond waarvan WLTO Verzekeringen, tegenover betaling van 5% commissie door Phanos aan haar, cliënten zou trachten aan te brengen bij Phanos om te participeren in Hypo Notes Securities.

2.12.

Medio 2004 ontvingen de leden van de Vereniging een brief van LTO Noord Verzekeringen i.o., ondertekend door [A.] , als bijlage bij het (LTO Nederland) ledenblad ‘Oogst’. Deze brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

Aan alle leden van de regionale Land- en Tuinbouw Organisaties

PARTICIPEREN IN HOF VAN SAKSEN

Geachte heer, mevrouw,

Als zelfstandig ondernemer dient u zelf uw oudedagsvoorziening te regelen.

Het komt er simpelweg op neer dat er na bedrijfsbeëindiging voldoende reserves aanwezig

moeten zijn om de periode tot aan de AOW te overbruggen, dan wel om de AOW aan te vullen tot een acceptabel niveau.

Nadat er in 2001 een nieuw belastingstelsel werd ingevoerd - in combinatie met een structureel lage spaarrente en de dramatische ontwikkelingen op de effectenbeurs - ontstond er een toenemende vraag naar financiële producten die een laag risico combineren met een hoger rendement dan op een spaarrekening is te realiseren.

LTO Noord verzekeringen i.o. (WLTO- en GLTO Verzekeringen) is dan ook blij u wederom een aanbieding te doen waarvan wij weten - mede gezien de ervaringen in het verleden - dat het beantwoordt aan de wensen van onze achterban.

De belangrijkste productkenmerken op een rijtje:

• Obligatielening met een minimaal gegarandeerd uitkeringsrendement van 2% per kwartaal

• Door winstdeling een prognose-rendement van 14,1% per jaar

• Gegarandeerde aflossing van de hoofdsom

• Looptijd minimaal 7 jaar tot maximaal 9 jaar

• Participaties van € 5.000,- (deelname vanaf 2 participaties)

• Vrije verhandelbaarheid van participaties

Met name het laatste productkenmerk voldoet aan de wens naar flexibiliteit welke met name door LTO Nederland als een belangrijk kenmerk voor pensioenproducten wordt gesteld.

Indien uw interesse is gewekt kunt u met het bijgevoegde reactieformulier vrijblijvend de

projectbrochure met het aanbiedingsprospectus aanvragen.

Voor verdere vragen kunt u telefonisch bij ons terecht op [telefoonnummer] of via e-mail op

[emailadres] . Tevens kunt u onze website raadplegen [website] .

Beleefd aanbevelend,

Ing. [A.]

Projectdirecteur LTO Noord Verzekeringen i.o.

2.13.

Aan geïnteresseerden die het reactieformulier invulden is door LTO Noord Verzekeringen de projectbrochure en het aanbiedingsprospectus gestuurd, met begeleidende brief. Deze brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

Met gepaste trots bieden wij u hierbij de projectbrochure en het aanbiedingsprospectus aan van Hof van Saksen. Deze speciaal voor onze achterban doorontwikkelde obligatielening heeft een aantal specifieke en zeer aantrekkelijke kenmerken.

[…]

Indien u geïnteresseerd bent in deelname aan Hof van Saksen kunt u zich middels ingesloten deelnameformulier inschrijven. Voor verdere vragen en/of opmerkingen kunt u bij ons terecht op [telefoonnummer] of via e-mail op [emailadres] .

Beleefd aanbevelend,

Ing. [A.]

Projectdirecteur LTO Noord Verzekeringen i.o.

2.14.

Na plaatsing van de Hypo Notes Securities Serie A zijn de deelnemers aan Serie A bij brief van 3 mei 2005 opnieuw aangeschreven door LTO Noord Verzekeringen, ditmaal betreffende de uitgifte van de Hypo Notes Securities Serie B. Voorts is medio 2005 als bijlage bij het ledenblad van de Vereniging (dan ‘Nieuwe Oogst’ genaamd) opnieuw een brief verspreid onder de leden van de Vereniging. Deze brief luidt – voor zover van belang – als volgt:

Aan alle LTO leden

Investeren in Hof van Saksen 2

Geachte heer, mevrouw,

Na een zeer succesvolle inschrijvingsronde op de uitgifte van Hof van Saksen 1

is de inschrijving op de 2e fase nu gestart.

Gezien de overweldigende belangstelling voor de 1e fase voldoet dit investeringsproduct nadrukkelijk aan de vraag van LTO leden naar een mogelijkheid om met een (zeer beperkt) risico een goed rendement op hun spaargeld te maken.

LTO Noord Verzekeringen heeft een behoorlijk (maar niet onbeperkt) aantal winstdelende obligaties kunnen reserveren voor LTO leden.

De belangrijkste productkenmerken van Hof van Saksen 2 op een rij:

• Obligatielening met een uitkeringsrendement van minimaal 8% per jaar (2% per kwartaal)

• Uitkerings- en inleggarantie

• Hypothecaire financiering inclusief centrumvoorzieningen bij de Rabobank

• Looptijd minimaal 7 jaar tot maximaal 9 jaar

• Participaties van € 5.000,- (deelname vanaf 2 participaties)

•Vrije overdracht van participaties (bijvoorbeeld voor schenking)

[…]

Beleefd aanbevelend,

Ing. [A.]

Directeur LTO Noord Verzekeringen

2.15.

Door zowel WLTO Verzekeringen als Phanos zijn advertenties in het ledenblad geplaatst betreffende het participeren in Hof van Saksen door aanschaf van Hypo Notes Securities Serie A en B.

2.16.

Medewerkers van WLTO Verzekeringen hebben in 2004 en 2005 telefoongesprekken gevoerd en huisbezoeken afgelegd waarbij met leden van de Vereniging is gesproken over de Hypo Notes Securities. Voorts zijn geïnteresseerden die het prospectus hebben opgevraagd maar het deelnameformulier (nog) niet hadden teruggestuurd, door WLTO Verzekeringen telefonisch benaderd met de vraag of zij wilden participeren.

2.17.

Sommige geïnteresseerden stuurden hun deelnameformulier rechtstreeks naar Phanos. Anderen stuurden het deelnameformulier en een kopie van het legitimatiebewijs aan WLTO Verzekeringen, waarna deze de documenten naar Phanos verzond.

2.18.

Eisers zijn obligatiehouders van Hypo Notes Securities Serie A, B en/of C.

2.19.

Ten behoeve van de obligatiehouders van de door Phanos uitgegeven Hypo Notes A, B, en C, is de stichting Stichting Hypo Leisure Finance I N.V. (hierna: de Trustee), opgericht. Phanos heeft, tot zekerheid van de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de obligatieleningen, een recht van tweede hypotheek verstrekt aan de Trustee.

2.20.

Eisers hebben allen getekend voor ontvangst en zorgvuldige kennisname van het bij elke Serie door Phanos uitgegeven Hypo Notes Securities Prospectus (hierna: het Prospectus). De Prospectussen bij Serie A en bij Serie B vermelden onder meer, voor zover van belang, het volgende omtrent de risico’s van de Hypo Notes Securities:

10.2

DEBITEURENRISICO

Investeren in de Hypo Notes Securities brengt een debiteurenrisico met zich, te weten het risico dat Phanos Leisure Finance I N.V. niet aan haar rente en aflossingsverplichtingen kan voldoen jegens de Hypo Notes Securities Houders. Daarnaast zijn de Hypo Notes Securities achtergesteld ten opzichte van de hypothecaire lening. Indien Phanos Leisure Finance I N.V. niet aan haar verplichtingen kan voldoen, kunnen de Hypo Notes Securities Houders terugvallen op de garanties van Phanos Capital Group N.V.. De waarde van de tweede hypotheek kan gering zijn, aangezien de opbrengst bij executie van de

Recreatiewoningen eerst door de eerste hypotheekhouder geclaimd zal worden.

Aangezien de solvabiliteit en liquiditeit van Phanos Leisure Finance I N.V. geheel afhankelijk zal zijn van de investering van Phanos Leisure State B.V. in het project Hof van Saksen, is het debiteurenrisico een afgeleide van de risico’s die verband houden met het project Hof van Saksen, welke hieronder besproken worden.

10.3

MARKTRISICO

De vraag naar Recreatiewoningen kan door marktomstandigheden en economische ontwikkelingen afnemen. Door deze ontwikkelingen kan de exploitant in moeilijkheden komen en haar verplichtingen niet meer voldoen. In overleg met de bestuurders van de Trustee kan dan worden besloten om het Vastgoed te verkopen of alternatief aan te wenden. Indien het Vastgoed wordt verkocht, bestaat de kans dat dit onvoldoende

oplevert om aan aflossingsverplichtingen te voldoen.

De Hypo Notes Securities Houders kunnen dan terugvallen op de garanties van Phanos Capital Group N.V..

[…]

10.5

DEBITEURENRISICO ARKOS EXPLOITATIE B.V.

Aan de verhuur zijn risico’s verbonden en afhankelijk van de Gerealiseerde Netto Huursom zal het resultaat worden bepaald. Aangezien Hof van Saksen grotendeels een nieuw te realiseren park is zijn er geen vergelijkbare cijfers bekend. Er kan slechts

worden gekeken naar bezettingsgraden uit het verleden en/of naar bezettingsgraden van parken in de omgeving. Wij zijn van mening dat een vergelijking met andere parken niet goed mogelijk is, aangezien het ambitieniveau van Hof van Saksen uniek is te noemen. De exploitant, Arkos Exploitatie B.V., is verantwoordelijk voor verhuur en onderhoud. Echter het risico blijft aanwezig dat zij niet aan haar verplichting kan voldoen.

10.6

AFLOSSINGSRISICO

Op uiterlijk 1 oktober 2013 [voor het prospectus A, in het prospectus B wordt de datum 1 juli 2014 genoemd] zullen de Hypo Notes Securities worden afgelost. Phanos Leisure State B.V. zal tot herfinanciering overgaan en de Hypo Notes Securities aflossen.

Het kan echter gebeuren dat herfinanciering niet mogelijk is. Phanos Capital Group N.V. zal dan tijdelijk optreden als financier. Ook kan worden besloten om het Vastgoed te

verkopen en de opbrengsten aan te wenden voor de aflossing.

10.7

GARANTIERISICO

Phanos Capital Group N.V. geeft diverse garanties ten behoeve van de Hypo Notes Securities Houders. Ondanks het feit dat het hier gaat om een solvabele en goed gekapitaliseerde vennootschap bestaat het risico dat zij niet aan haar verplichting kan voldoen.

2.21.

Bij brief van 10 november 2005 heeft de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) aan WLTO Verzekeringen bericht dat zij voornemens was de registerinschrijving van WLTO Verzekeringen als cliëntenremisier door te halen omdat WLTO Verzekeringen – kort gezegd – zou hebben bemiddeld bij het aanbieden van winstdelende obligatieleningen en cliënten zou hebben aangebracht bij Phanos, terwijl Phanos geen instelling is als bedoeld in artikel 12 van de Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (hierna: de Vrijstellingsregeling). De aangekondigde doorhaling is op 10 januari 2006 geëffectueerd. Het doorhalingsbesluit is op 27 februari 2006 door de AFM ingetrokken, omdat WLTO Verzekeringen op het moment van het doorhalingsbesluit niet meer bestond.

2.22.

WLTO Verzekeringen heeft na de brief van de AFM van 10 november 2005 en voorafgaand aan de uitgifte van de Hypo Notes Securities Serie C haar cliëntenbestand tegen betaling ter beschikking gesteld van Phanos, waarop Phanos bij brief van 10 april 2006 de uitgifte van Serie C onder de aandacht van de leden van de Vereniging heeft gebracht. Tevens heeft Phanos geadverteerd in het ledenblad van de Vereniging.

2.23.

Bij brief van 23 december 2010 heeft Phanos, voor zover van belang, het volgende aan haar obligatiehouders bericht:

In het verleden hebt u door middel van uw investering in Hypo Notes Securities de realisatie van het Hof van Saksen mede mogelijk gemaakt. In 2003 zijn de plannen gepresenteerd, waarna met de realisatie is begonnen. Sinds 2007 is Hof van Saksen in bedrijf en heeft daarna een snelle ontwikkeling doorgemaakt.

In de opstartfase van een grootschalig project als Hof van Saksen is het gebruikelijk dat in de eerste jaren aanloopverliezen worden geleden. De aanloopverliezen bij Hof van Saksen zijn door Phanos en haar aandeelhouders gedragen. Bij de exploitatieprognoses was hiermee rekening gehouden, maar niet met drastisch veranderde economische omstandigheden en de kredietcrisis. Ten gevolge van deze ontwikkelingen zijn de financieringskosten van Hof van Saksen aanzienlijk gestegen en is het exploitatieresultaat onder druk komen te staan.

Deze situatie maakt een herstructurering en herfinanciering van het project Hof van Saksen

noodzakelijk. In het licht van deze herstructurering is het niet mogelijk om de laatste

kwartaalrente op uw Hypo Notes per 31 december 2010 uit te betalen. Wij betreuren het ten zeerste dat de rente op uw Hypo Notes voor dit kwartaal moet worden opgeschort en wij derhalve over 2010 slechts 6% uit kunnen keren.

2.24.

Naar aanleiding van deze brief is onderhandeld tussen Phanos, de betrokken banken, de Trustee, de exploitant van Hof van Saksen en een door een aantal obligatiehouders opgerichte stichting. De uitkomst hiervan was een voorstel dat er - kort gezegd - uit bestond dat de obligatiehouders en de Trustee afstand doen van aanspraken jegens Phanos en andere betrokkenen, waaronder de Vereniging, tegen betaling van 15% van de nominale waarde van de obligaties.

2.25.

Het merendeel van de obligatiehouders is met dit voorstel akkoord gegaan.

2.26. (

De rechtsopvolgers van) Phanos en haar moedervennootschap Phanos Capital Group N.V. zijn gefailleerd.

2.27.

WLTO Verzekeringen heeft in totaal € 1.350.000,- aan provisie ontvangen voor haar rol bij de uitgifte van de Hypo Notes Securities Serie A en B.

3 Het geschil

3.1.

Eisers vorderen, na wijziging van eis, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

I. voor recht verklaart dat gedaagden gezamenlijk, althans telkens voor zich, toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen jegens eisers en/of onrechtmatig jegens hen hebben gehandeld door het bemiddelen in en adviseren van de Hypo Notes Securities aan eisers;

II. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan eisers van hun respectievelijke inleg en emissiekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van inleg tot de dag der algehele voldoening;

III. gedaagden veroordeelt tot het bij akte in het geding brengen van afschriften van de arbeidsovereenkomsten, loonstroken, jaaropgaven, loonbetalingsbewijzen en pensioenbrieven van [A.] en [B.] betreffende de jaren 2003-2006;

IV. gedaagden hoofdelijk veroordeelt in de kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis.

3.2.

In het lichaam van de conclusie van repliek hebben eisers tevens gevorderd dat de rechtbank gedaagden op de voet van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) opdraagt de ledenlijsten van de Vereniging (randnr. 5.23) en de week- en maandrapportages van [B.] (randnr. 6.54) in het geding te brengen.

3.3.

Eisers hebben aan hun vorderingen, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. Gedaagden zijn tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen die op gedaagden rusten ingevolge tussen eisers en gedaagden tot stand gekomen overeenkomsten. Deze overeenkomsten zijn aan te merken als overeenkomsten van belangenbehartiging, adviesovereenkomsten en bemiddelingsovereenkomsten. Gedaagden hebben deze overeenkomsten geschonden door:

  • -

    i) geen onderzoek te doen naar de Hypo Notes Securities waarin zij bemiddelden en waarover zij adviseerden;

  • -

    ii) geen onderzoek te doen naar de aanbieder van de Hypo Notes Securities;

  • -

    iii) eisers onvoldoende te informeren over de risico’s van de Hypo Notes Securities en (iv) eisers daarvoor ook niet te waarschuwen;

  • -

    v) geen informatie in te winnen over de financiële positie, wensen en beleggingservaring van eisers;

  • -

    vi) in strijd met de wet te bemiddelen;

  • -

    vii) uit het oog te verliezen dat gedaagden zich dienen te onthouden van gedragingen die niet in het belang van hun achterban zijn en het eigen belang om provisie op te strijken te laten prevaleren en eisers niet te informeren over het eigen belang.

Gedaagden hebben daarnaast onrechtmatig jegens eisers gehandeld door:

  • -

    i) in strijd met de aan WLTO Verzekeringen als cliëntenremisier verleende vrijstelling van het bemiddelingsverbod cliënten aan te brengen bij Phanos, nu Phanos geen instelling als bedoeld in artikel 12 van Vrijstellingsregeling Wet toezicht effectenverkeer 1995 (hierna: de Vrijstellingsregeling) is;

  • -

    ii) te handelen buiten de reikwijdte van de bevoegdheden als cliëntenremisier door zich niet te beperken tot het aanbrengen van cliënten, maar zich tevens bezig te houden met het adviseren en bemiddelen bij het tot stand komen van effectentransacties en daarbij complete orders aan te brengen bij Phanos;

  • -

    iii) de gedragsregels voor effectenbemiddelaars niet in acht te nemen, onder meer door geen informatie over de eisers in te winnen en onjuiste of misleidende informatie te verstrekken;

  • -

    iv) in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt als belangenbehartiger van eisers hen onjuist en onvolledig te informeren en niet te waarschuwen voor de voorzienbare risico’s van de Hypo Notes Securities;

  • -

    v) misleidende mededelingen als bedoeld in artikel 6:194 BW ter zake van de Hypo Notes Securities openbaar te maken, te weten:

a. het kwalificeren van de Hypo Notes Securities als een veilige en geschikte pensioenvoorziening;

b. het presenteren van de Hypo Notes Securities als een product dat speciaal voor de leden is ontwikkeld;

c. het benoemen van de vrije verhandelbaarheid van de Hypo Notes Securities;

d. het verzwijgen van het eigen belang van gedaagden bij de transacties.

Op grond van voormelde tekortkomingen en onrechtmatige gedragingen dienen gedaagden de schade van eisers, bestaande uit hun inleg en de emissiekosten, te vergoeden.

3.4.

Eisers hebben ter onderbouwing van de gestelde gezamenlijke aansprakelijkheid van gedaagden primair een beroep gedaan op vereenzelviging van gedaagden danwel groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW. Eisers hebben aan dit betoog – zakelijk samengevat – ten grondslag gelegd dat gedaagden zowel intern als extern als eenheid opereren en zich presenteren als ‘de standsorganisatie’ voor agrariërs.

Indien het beroep op vereenzelviging danwel groepsaansprakelijkheid niet slaagt zijn gedaagden volgens eisers elk zelfstandig aansprakelijk op grond van de reeds genoemde tekortkomingen en onrechtmatige gedragingen. Daarnaast is de Vereniging als grootmoedervennootschap van (de rechtsopvolgers van) WLTO Verzekeringen zelfstandig aansprakelijk jegens eisers wegens het niet tot de orde roepen van haar kleindochter en het aldus schenden van haar zorgplicht jegens eisers als relaties van WLTO Verzekeringen. Tevens is de Vereniging als werkgever aansprakelijk voor de door de medewerkers van WLTO Verzekeringen verrichte onrechtmatige gedragingen. Voor zover die medewerkers in dienst waren van de Holding is de Holding aansprakelijk.

3.5.

Het causaal verband tussen de verwijtbare gedragingen van gedaagden en de schade van eisers is gegeven, nu eisers niet tot aankoop van Hypo Notes Securities waren overgegaan als gedaagden zich hadden gedragen zoals van hen had mogen verwacht en dus geen Hypo Notes Securities aan eisers hadden aangeboden, althans eisers volledig hadden geïnformeerd, aldus nog steeds eisers.

3.6.

Gedaagden hebben – kort samengevat en zakelijk weergegeven – het volgende tot verweer gevoerd.

Eisers hebben hun eventuele rechten op schadevergoeding prijsgegeven door niet binnen bekwame tijd bij WLTO Verzekeringen te protesteren tegen de vermeende gebreken in de door WLTO Verzekeringen geleverde prestatie, als bedoeld in art. 6:89 BW, althans er is sprake van rechtsverwerking doordat eisers te lang hebben stilgezeten en gedaagden daardoor zijn geschaad in hun mogelijkheden om verweer te voeren.

Doordat eisers de aan gedaagden gemaakte verwijten niet met verwijzing naar de hun persoonlijk betreffende omstandigheden specificeren, hebben zij niet aan hun stelplicht voldaan. Het beoordelen van de gemaakte verwijten vergt een benadering op individuele basis. De situatie van elke eiser verschilt immers en door dit niet, althans onvoldoende, te onderkennen kunnen gedaagden zich niet verweren tegen de algemene verwijten van eisers. Dit dient tot afwijzing van de vorderingen te leiden.

3.7.

Ter zake van de aan het adres van WLTO Verzekeringen gemaakte verwijten hebben gedaagden het volgende aangevoerd. WLTO Verzekeringen is als cliëntenremisier betrokken geweest bij de emissie van de Hypo Notes Securities Serie A en B. Van advisering of bemiddeling was daarbij geen sprake. Er werden slechts cliënten aangebracht bij Phanos, waarbij de informatieverschaffing beperkt is gebleven tot verwijzen naar het Prospectus. Alle informatie over de obligaties, waaronder ook de risico’s, staat daarin duidelijk vermeld. De omstandigheid dat WLTO Verzekeringen buiten haar bevoegdheid als cliëntenremisier heeft gehandeld omdat Phanos geen effecteninstelling in de zin van de Vrijstellingsregeling was, is in dit verband van ondergeschikt belang. De vrijstellingsregeling betreffende cliëntenremise is korte tijd later immers volledig opgeheven en cliëntenremise was op grond van doorwerkende Europese regelgeving sinds 21 april 2004 welbeschouwd al niet meer vergunningplichtig. Bij de emissie van de Hypo Notes Securities Serie C is WLTO Verzekeringen überhaupt niet betrokken geweest.

Van overeenkomsten tussen eisers en WLTO Verzekering was geen sprake en WLTO Verzekeringen is dus ook niet tekort geschoten in de nakoming van enige overeenkomst. Op WLTO Verzekeringen rustte geen verplichting tot het doen van onderzoek naar het product, de aanbieder daarvan en de financiële positie, wensen en beleggingservaring van eisers. Evenmin rustte op haar een waarschuwingsplicht of een verplichting zich te onthouden van gedragingen die niet in het belang van ‘haar achterban’ zijn. Als commercieel bedrijf behoefde WLTO Verzekeringen eisers ook niet in te lichten over de vergoeding die zij van Phanos ontving.

Voorts heeft WLTO Verzekeringen niet onrechtmatig gehandeld jegens eisers. Ook heeft WLTO Verzekeringen niet gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en heeft zij geen misleidende mededelingen betreffende de Hypo Notes Securities openbaar gemaakt. Alle productinformatie, waaronder de risico’s, staat immers uitgebreid beschreven in het Prospectus. WLTO Verzekeringen is derhalve niet aansprakelijk voor de schade van eisers.

3.8.

Gedaagden hebben voorts bestreden dat de Vereniging en de Holding op grond van vereenzelviging of groepsaansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:166 BW aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de beweerdelijk door WLTO Verzekeringen veroorzaakte schade. WLTO Verzekeringen is een zelfstandige rechtspersoon en is alleen zelf aan te spreken voor haar schulden. Voor een doorbraak van aansprakelijkheid bestaat geen grond. Van een zelfstandige onrechtmatige daad door de Vereniging of de Holding is evenmin sprake. Voorts is onjuist dat de medewerkers van WLTO Verzekeringen in dienst waren van de Vereniging of de Holding. WLTO Verzekeringen was formeel en materieel de werkgever. Werkgeversaansprakelijkheid van de Vereniging of de Holding voor eventuele onrechtmatige gedragingen van de medewerkers van WLTO Verzekeringen is dus niet aan de orde.

3.9.

Ter zake van de beweerdelijk geleden schade hebben gedaagden het volgende aangevoerd. Het causaal verband tussen de schade en de gedragingen van gedaagden ontbreekt, er is niet voldaan aan het relativiteitsvereiste van artikel 6:163 BW, de omvang van de vermeende schade is onjuist begroot (onder meer door geen rekening te houden met de door eisers ontvangen rente), er dient voordeelsverrekening plaats te vinden op de voet van artikel 6:100 BW, en er is sprake van eigen schuld van eisers op grond waarvan in elk geval 50% van de schade voor rekening van eisers dient te blijven.

3.10.

Ten slotte hebben gedaagden aangevoerd dat een aantal eisers in het kader van de in r.o. 2.24 bedoelde schikking een afstandsverklaring heeft getekend, waarmee afstand is gedaan van het recht om schadevergoeding te vorderen.

3.11.

Gedaagden hebben geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen, waaronder begrepen de incidentele vordering(en), met veroordeling van eisers in de proceskosten. Gedaagden hebben verzocht een eventueel veroordelend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.12.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Klachtplicht en rechtsverwerking

4.1.

Gedaagden voeren tegen de vordering primair aan dat, zo sprake is van een overeenkomst tussen (een van) hen en eisers en van een toerekenbare tekortkoming daarin, daar niet meer tegen op gekomen kan worden, wegens schending van de klachtplicht, althans dat sprake is van rechtsverwerking.

4.2.

Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in art. 6:89 BW besloten liggende onderzoeks- en klachtplicht, dient acht te worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Daarbij is ook van belang of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd. In dit verband dient de rechter rekening te houden met enerzijds het voor de schuldeiser ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren zoals in art. 6:89 BW vermeld - te weten verval van al zijn rechten ter zake van de tekortkoming - en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest is gedaan, zoals een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. De tijd die is verstreken tussen het tijdstip dat bekendheid met het gebrek bestaat of redelijkerwijs diende te bestaan, en dat van het protest, vormt in die beoordeling weliswaar een belangrijke factor, maar is niet doorslaggevend (vgl. HR 8 februari 2013, NJ 2014, 497).

4.3.

Het beroep op schending van de klachtplicht faalt. Tot december 2010 kregen eisers elk kwartaal de rente op hun obligaties uitbetaald en was er geen reden tot klagen of tot nader onderzoek naar de geleverde prestatie. Bij brief van 23 december 2010 (vide 2.23) heeft Phanos aan eisers bericht dat herstructurering en herfinanciering van het project Hof van Saksen noodzakelijk is en dat de rente over het vierde kwartaal van 2010 niet uitbetaald kan worden. Nadat op 1 juli 2011 het voorstel (vide 2.24) voor een regeling is toegelicht op de vergadering van obligatiehouders en door eisers niet is aanvaard, zijn WLTO Verzekeringen en de Vereniging bij brief van 15 juli 2011 door eisers aansprakelijk gesteld. De ontvangst van deze brief is door gedaagden niet betwist. Gegeven de door eisers aan gedaagden gemaakte verwijten is de rechtbank van oordeel dat eisers reden tot klagen hadden vanaf het moment dat hen duidelijk was dat niet alleen de rente tijdelijk niet kon worden betaald, maar ook dat de hoofdsom slechts voor 15% kon worden voldaan. Nu gesteld noch gebleken is dat eisers hier eerder dan medio 2011 van op de hoogte zijn geraakt kan niet worden gezegd dat eisers niet binnen bekwame tijd nadat het gestelde gebrek in de prestatie aan het licht is gekomen, hebben geprotesteerd. Gedaagden zijn ook niet in hun verdediging geschaad, nu tussen het aan het licht treden van de tekortkoming en de daarop volgende aansprakelijkstelling nauwelijks tijd is verlopen.

4.4.

Op dezelfde gronden komt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van rechtsverwerking.

Individuele beoordeling

4.5.

Het betoog van gedaagden dat eisers niet aan hun stelplicht hebben voldaan omdat zij de aan gedaagden gemaakte verwijten niet met verwijzing naar de hun persoonlijk betreffende omstandigheden hebben gespecificeerd, treft geen doel. Aan gedaagden kan worden toegegeven dat een eventuele uiteindelijke veroordeling een beoordeling per individuele eiser vergt. Dat neemt evenwel niet weg dat het goed mogelijk en om proceseconomische redenen ook wenselijk is, eerst te beoordelen of de algemene verwijten aan het adres van gedaagden terecht zijn en in algemene zin tot de door eisers gewenste rechtsgevolgen kunnen leiden. Nadien kan eventueel worden bezien of die verwijten in het individuele geval tot toewijzing van de in dat geval gevorderde schade dienen te leiden.

Aansprakelijkheid WLTO Verzekeringen uit onrechtmatige daad

4.6.

Partijen zijn het er over eens dat WLTO Verzekeringen als cliëntenremisier is opgetreden ten behoeve van het project Hof van Saksen van Phanos. Niet in geschil is dat WLTO Verzekeringen daarbij buiten haar bevoegdheid als cliëntenremisier is getreden, omdat het WLTO op grond van artikel 12 van de Vrijstellingsregeling slechts was toegestaan – in afwijking van het bemiddelingsverbod – cliënten aan te brengen bij onder toezicht staande effecteninstellingen of beleggingsinstellingen en Phanos niet onder toezicht stond.

4.7.

Eisers verwijten WLTO Verzekeringen dat zij zich ook bezig heeft gehouden met bemiddeling en advisering ter zake van de Hypo Notes Securities en zich niet heeft beperkt tot het aanbrengen van cliënten bij Phanos. Voorts zou WLTO Verzekeringen bij de uitvoering van die werkzaamheden onzorgvuldig hebben gehandeld.

4.8.

De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de gedingstukken is voldoende komen vast te staan dat de leden van de Vereniging groot vertrouwen stellen in de Vereniging als belangenorganisatie en adviseur voor zakelijke en persoonlijke kwesties. Dit blijkt onder meer uit de tijdens het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen (prod. 8 bij dagvaarding). Zo heeft getuige [eiser (sub 34)] verklaard dat de Vereniging een vertrouwensorganisatie is die deskundige mensen in dienst heeft die je helpen wanneer er ingewikkelde beslissingen genomen moeten worden in het bedrijf. [eiser (sub 60)] heeft verklaard dat de Vereniging opkomt voor de belangen van tuinders en boeren en een belangrijk adviseur is bij agrarische bedrijfsvoering en privéproblemen. [eiser (sub 67)] heeft verklaard dat de Vereniging voor agrariërs een vertrouwenspersoon is waar je terecht kunt met problemen die je in de agrarische wereld tegenkomt en dat ze je informatie kunnen geven en allerlei adviseurs hebben die je bij kunnen staan. [eier (sub 18)] heeft verklaard dat hij veel vertrouwen had in de Vereniging, dat de Vereniging een zeer belangrijke functie heeft voor agrariërs en dat ze een heleboel voor je regelen.

4.9.

In de communicatie naar de leden van de Vereniging toe is WLTO Verzekeringen door de Vereniging ook gepositioneerd als adviseur van de leden op het gebied van verzekeringen en vermogensbeheer, waarbij de binding met de Vereniging borg zou staan voor eerlijk en objectief advies (vide 2.7). Door de Vereniging werd goedgevonden en aangemoedigd dat haar commerciële (klein)dochter gebruikt maakte van de Vereniging als marketinginstrument (vide 2.6).

4.10.

In de kennelijke wetenschap van het vertrouwen van de leden in de Vereniging en de door haar aangeboden diensten en producten en haar eigen positie als adviseur namens de Vereniging, heeft WLTO Verzekeringen de leden van de Vereniging brieven gestuurd waarin zij aanbeveelt te participeren in Hof van Saksen (vide 2.12 tot en met 2.14). Voorts heeft WLTO Verzekeringen – al dan niet op verzoek – het Prospectus aan leden van de Vereniging toegestuurd, heeft zij telefonisch vragen over het product beantwoord, heeft zij huisbezoeken afgelegd en heeft zij leden die het Prospectus hadden ontvangen maar nog niet waren ingestapt, op eigen initiatief nagebeld. Ten slotte heeft WLTO Verzekeringen de ingevulde deelnameformulieren die zij middels de bijgevoegde retourenvelop had ontvangen, doorgestuurd aan Phanos.

4.11.

Gedaagden hebben bij herhaling aangevoerd dat niet is geadviseerd, maar slechts is verwezen naar het prospectus. De rechtbank gaat hieraan voorbij op grond van het volgende.
In het licht van het hiervoor uiteengezette vertrouwen in de Vereniging en de door haar aangeboden diensten en producten komt aan de ‘aanbeveling’ van WLTO Verzekeringen om met Phanos in zee te gaan aanmerkelijk meer gewicht toe dan aan de aanbeveling van een willekeurige derde. Voorts hebben [eiser (sub 34)] , [eiser (sub 60)] , [eiser (sub 67)] en [eier (sub 18)] consistent verklaard dat door de medewerkers van WLTO Verzekeringen werd medegedeeld dat het product uitvoerig door WLTO Verzekeringen was onderzocht en geschikt bevonden voor de leden en dat men zich geen zorgen behoefde te maken (prod. 8). [C.] heeft verklaard dat telefoonmedewerkers van WLTO Verzekeringen een uitleg van [A.] en hem kregen waarom Hof van Saksen interessant was voor de leden. In werkoverleggen werd besproken welke antwoorden op specifieke vragen van bellers gegeven moesten worden. Bij meer inhoudelijke vragen werd een afspraak gemaakt voor een adviesgesprek, telefonisch of aan huis. Een vraag kon ook worden doorgeleid aan Phanos (prod. 21). [A.] heeft bevestigd dat huisbezoeken zijn afgelegd om de technische kant van het product toe te lichten en dat in werkoverleggen de meest gestelde vragen werden besproken (prod. 21). Volgens [B.] werden vragen als dat kon beantwoord aan de hand van het prospectus en werden verdergaande inhoudelijke vragen doorgeleid naar Phanos. Verder blijkt uit zijn verklaring dat medewerkers van WLTO Verzekeringen de ruimte hadden en namen om informatie over Phanos te verschaffen en dat zij nagingen of mensen al beleggend waren of niet en hoe zij hun belegging in Phanos bij deelname zouden financieren (prod. 35).

4.12.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat WLTO Verzekeringen is opgetreden als effectenbemiddelaar en dat zij de leden van de Vereniging heeft geadviseerd over effecten (in dit geval Hypo Notes Securities), een terrein waar zij – naar onbetwist is – onvoldoende verstand van had. WLTO Verzekeringen handelde daarmee in strijd met het destijds geldende bemiddelingsverbod van artikel 7 Wte 1995. Dit is destijds ook door de AFM geconstateerd en aan WLTO Verzekeringen medegedeeld (vide 2.21)

4.13.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat WLTO Verzekeringen bij de uitvoering van haar werkzaamheden niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van haar had mogen worden verwacht, mede gezien haar positie als betrouwbaar geachte adviseur van de leden van de Vereniging. Hiertoe is het volgende redengevend.

4.14.

In de communicatie waarmee het product in de markt is gezet is de indruk gewekt dat het product speciaal voor de achterban van de Vereniging is ontwikkeld met het doel een veilige belegging van pensioengeld te vormen. Deze communicatielijn is, naar de rechtbank voorshands aanneemt op grond van voormelde verklaringen van [eiser (sub 34)] c.s., doorgezet in de telefonische gesprekken en huisbezoeken. Vast staat evenwel dat het product niet speciaal voor de achterban van de Vereniging is ontwikkeld. Bovendien is de geschiktheid van het product als pensioenvoorziening blijkens de verklaringen van [C.] en [A.] niet onderzocht. Uit de verklaring van [C.] volgt voorts dat in casu sprake was van een initiatiefnemer die ‘in een business stapte die hij niet kende’ (prod. 21, p. 8). Ook blijkt uit de verklaringen van [C.] en [A.] (prod. 21) dat WLTO Verzekeringen Phanos op dit punt het voordeel van de twijfel heeft gegeven, dat zij zich voor wat betreft de verwachte exploitatieresultaten heeft verlaten op mededelingen van Phanos en dat vragen van cliënten over de risico’s van de investering niet door een onafhankelijke kritische derde werden beantwoord, maar werden teruggelegd bij Phanos, de uitgever van de obligaties. Zelfs nadat in het orgaan van de Vereniging een kritische ingezonden brief over de risico’s van participeren in het project Hof van Saksen van een agro-accountant was verschenen, heeft WLTO Verzekeringen haar werkwijze niet aangepast en is zij de Hypo Notes Securities zonder meer blijven aanbevelen bij de leden van de Vereniging. Eerst na de brief van de AFM van 10 november 2005 (vide 2.21) heeft WLTO Verzekeringen haar betrokkenheid bij de uitgifte van Hypo Notes Securities beëindigd.

Het onder meer met de kritische beschouwingen van Wolters (prod. 41) en Van Leijen (prod. 50) onderbouwde betoog dat het product in algemene zin niet geschikt was als pensioenproduct, acht de rechtbank derhalve onvoldoende weersproken.

4.15.

Daarnaast heeft WLTO Verzekeringen medegedeeld dat het uitkeringsrendement en de aflossing van de hoofdsom gegarandeerd zijn, maar zij heeft daarbij verzuimd te vermelden dat geen sprake is van harde (financiële) garanties. Ook in de telefoongesprekken en huisbezoeken is, blijkens de verklaringen van de medewerkers, niet actief op de risico’s gewezen. De verklaringen van [eiser (sub 34)] c.s. wijzen veeleer op het tegengestelde scenario, namelijk dat de risico’s zijn verzwegen of gebagatelliseerd.

4.16.

Evenmin heeft WLTO Verzekeringen aan de leden vermeld dat zij provisie ontving per verkochte participatie, welke vermelding tot een kritischer houding van de leden van de Vereniging ten opzichte van de mededelingen over het product had kunnen leiden.

4.17.

Aan het voorgaande doet niet af dat WLTO Verzekeringen aan eisers het Prospectus heeft verstrekt, waarin wel risico’s staan omschreven, daargelaten of die omschrijving voldoende duidelijk is. Van algemene bekendheid is immers dat potentiële beleggers niet altijd (uitsluitend) de informatie die in het prospectus is vermeld zullen raadplegen. In het onderhavige geval geldt dat nog in versterkte mate door het vertrouwen dat de leden van de Vereniging stellen in de aanbevelingen en adviezen die hen worden verstrekt door de Vereniging en daaronder vallende entiteiten, een goodwillwaarde waarmee de Vereniging bewust werkte en van het bestaan en de bruikbaarheid waarvan WLTO Verzekeringen, gelet op de wijze waarop zij dit product in de markt heeft gezet, zich bewust moet zijn geweest. WLTO Verzekeringen had daarmee in het bijzonder rekening moeten houden bij het doen van mededelingen buiten het Prospectus (vgl. Hoge Raad 27 november 2009, LJN BH2162). Zij kan zich in dat verband niet beroepen op de omstandigheid dat zij niet over de deskundigheid beschikte om het insolventierisico bij Phanos te kunnen beoordelen, nu haar dat er immers niet van behoefde te weerhouden om belangstellenden voor het product ervoor te waarschuwen dat dat risico, en de afdekking daarvan in financiële zin, door haar niet was onderzocht.

4.18.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat WLTO Verzekeringen onrechtmatig heeft gehandeld bij het aanbieden en aanbevelen van de Hypo Notes Securities en daarbij uitlatingen heeft gedaan die als misleidend in de zin van artikel 6:194 BW zijn te kwalificeren.

Aansprakelijkheid Vereniging uit onrechtmatigde daad

4.19.

Eisers hebben naast (de rechtsopvolgers van) WLTO Verzekeringen ook de Vereniging aangesproken op grond van een zelfstandige wanprestatie of onrechtmatige daad, dan wel werkgeversaansprakelijkheid.

4.20.

Bij de beoordeling van de aan de Vereniging gemaakte verwijten acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang:

  • -

    De Vereniging is een belangenorganisatie voor agrariërs die zich ten doelt stelt de belangen van haar leden te behartigen en de maatschappelijke positie en de welvaart van de land- en tuinbouwbedrijven in het algemeen te bevorderen (vide de statuten van de WLTO, prod. 7 bij dagvaarding);

  • -

    De Vereniging presenteert zich naar haar leden als dé standsorganisatie voor agrariërs met drie kerntaken onder één dak, te weten (1) belangenbehartiging, (2) deskundige informatievoorziening en voorlichting en (3) kwalitatief hoogwaardige dienstverlening (vide prod. 9 bij dagvaarding, Ondernemingsplan WLTO 1997-2000);

  • -

    Een van de hoofdprincipes waarop de activiteiten van de Vereniging zijn gebaseerd is dat de leden, bestuurders en medewerkers verantwoordelijkheid dragen voor zowel de vereniging, als belangenbehartiging en dienstverlening. De Vereniging wordt daarbij gebruikt als marketing instrument voor de verschillende onderdelen en treedt in haar communicatie naar buiten als één organisatie van geïntegreerde belangenbehartiging en dienstverlening (idem);

  • -

    De Vereniging en WLTO Verzekeringen maken gebruik van hetzelfde logo, hetzelfde adres en dezelfde website;

  • -

    Het lidmaatschapspakket van de Vereniging wijst op het assurantiekantoor van de Vereniging waarbij de ‘binding met de standsorganisatie borg staat voor eerlijk en objectief advies’;

  • -

    De Vereniging is de moedervennootschap van de Holding en aldus de grootmoedervennootschap van WLTO Verzekeringen;

  • -

    Tussen de directeur van de Vereniging en de statutair directeur van WLTO Verzekeringen wordt op regelmatige basis overleg gevoerd (vide het proces-verbaal van voorlopig getuigenverhoor [A.] p. 15, prod. 21 bij dagvaarding);

  • -

    De Vereniging geeft haar dienstentak, waaronder WLTO Verzekeringen, resultaatsdoelstellingen of omzetverplichtingen mee. Structureel verlieslijdende onderdelen (zoals WLTO Advies) worden afgestoten;

  • -

    De statutair directeur en een andere medewerker van WLTO Verzekeringen hebben ieder recht op 15% van de winst van WLTO Verzekeringen voor belastingen;

  • -

    Het uiteindelijke resultaat van WLTO Verzekeringen vloeit in de kas van de Vereniging.

4.21.

Mede op grond van het vorenstaande overweegt de rechtbank als volgt. WLTO Verzekeringen heeft de activiteiten die zij heeft ondernomen slechts kunnen ondernemen door gebruik te maken van de bij de Vereniging berustende goodwillwaarde die bestond in het vertrouwen van de leden in de Vereniging. De Vereniging heeft het (commerciële) gebruik van dit vertrouwen aangemoedigd door als eenheid naar buiten te treden en de diensten van WLTO Verzekeringen als verenigingsproduct aan te bevelen, maar ook door omzetverplichtingen aan WLTO Verzekeringen mee te geven. Aannemelijk is dat de Hypo Notes Securities bij de leden van de Vereniging zijn aangeslagen omdat deze (mede als gevolg van de door de Vereniging consequent, langdurig en met kracht uitgestraalde eenheid van organisatie) zijn gezien als een verenigingsproduct met verenigingskwaliteit, afgestemd op de situatie en belangen van de aangesloten agrariërs. De Vereniging heeft daarbij toegestaan dat de beleidsbepalende functionarissen binnen WLTO Verzekeringen door de bonusregeling persoonlijk belang kregen bij die resultaten. Voorts is genoegzaam komen vast te staan dat de Vereniging wetenschap had van de activiteiten van WLTO Verzekeringen ter zake van het project Hof van Saksen, gelet op de diverse advertenties in het ledenblad van de Vereniging, het toevoegen van brieven van WLTO Verzekeringen aan het ledenblad, het regelmatige overleg tussen de Vereniging en WLTO Verzekeringen, het feit dat de door het project behaalde aanzienlijke winsten in de verenigingskas zijn gevloeid en de omstandigheid dat de medewerkers van WLTO Verzekeringen een aanzienlijk deel van hun tijd besteed moeten hebben aan de naar buiten tredende activiteiten om de Hypo Notes Securities aan de man te brengen. Door de activiteiten van WLTO Verzekeringen onder de geschetste omstandigheden onder haar leden toe te staan en daaraan mee te werken, is de Vereniging ook zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop die activiteiten werden uitgevoerd. In het voorgaande in reeds vastgesteld dat WLTO Verzekeringen daarbij onzorgvuldig en in strijd met de toepasselijke regelgeving heeft gehandeld en dat zij zich heeft bediend van uitlatingen die als misleidend beoordeeld moeten worden. In het licht van de positie van de Vereniging als belangenbehartiger en gelet op het grote vertrouwen dat de leden in haar stellen, had het op de weg van de Vereniging gelegen de activiteiten van WLTO Verzekeringen te beëindigen of zich daarvan – minst genomen – onmiddellijk en openlijk te distantiëren richting haar leden. Dat heeft de Vereniging evenwel nagelaten. Dit is zodanig onzorgvuldig jegens haar leden, dat de Vereniging naar het oordeel van de rechtbank aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens eisers die lid zijn van de vereniging en zij die daarmee gelijk te stellen zijn.

Groepsaansprakelijkheid

4.22.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt tevens dat de Vereniging en WLTO Verzekeringen als groep zijn opgetreden. De Vereniging heeft bijgedragen aan de onrechtmatige gedragingen van WLTO Verzekeringen en heeft die versterkt. De kans op schade had de Vereniging ertoe moeten brengen zich te distantiëren van de betrokkenheid van WLTO Verzekeringen bij het project Hof van Saksen. Daarmee slaagt het beroep op groepsaansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:166 BW. Zowel de Vereniging als WLTO Verzekeringen zijn daarmee hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel van de toegebrachte schade.

4.23.

Voor een (verdere) vereenzelviging van gedaagden, in die zin dat het identiteitsverschil dat tussen de betrokken rechtspersonen bestaat volledig wordt weggedacht (vgl. HR 13 oktober 2000, NJ 2000, 698 ), ziet de rechtbank geen aanleiding. Van uitzonderlijke omstandigheden waaruit volgt dat vereenzelviging van rechtspersonen de meest aangewezen vorm van redres is, is niet gebleken.

4.24.

Het beroep op werkgeversaansprakelijkheid behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking meer.

Aansprakelijkheid Holding

4.25.

De rechtbank ziet geen aanknopingspunt voor aansprakelijkheid van de Holding, nu onvoldoende (onderbouwd) is gesteld of gebleken dat vanuit de Holding onrechtmatige gedragingen zijn verricht.

Toerekenbaarheid en relativiteit

4.26.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben WLTO Verzekeringen en de Vereniging verwijtbaar gehandeld. Van de aanwezigheid van een schulduitsluitingsgrond is niet gebleken. De normschending kan aan WLTO Verzekeringen en de Vereniging worden toegerekend in de zin van artikel 6:162 lid 3 BW.

4.27.

De bepalingen van de Wte 1995 strekken blijkens de wetsgeschiedenis mede ter bescherming van de belangen van beleggers, waaronder het verlies van belegde gelden onmiskenbaar moet worden begrepen. De regeling van artikel 6:194 BW (oud) beoogt onder meer beleggers te beschermen tegen misleidende mededelingen. Uit de verhouding van de Vereniging tot haar leden vloeit voor de Vereniging de plicht voort tot een redelijke zorg voor hun belangen. De door gedaagden geschonden normen strekken derhalve tot bescherming tegen de schade die eisers stellen te hebben geleden. Aan de relativiteitseis van artikel 6:163 BW is daarmee voldaan.

Causaal verband

4.28.

Op grond van de (destijds) geldende regelgeving en hetgeen naar ongeschreven normen in het maatschappelijk verkeer betaamt hadden WLTO Verzekeringen en de Vereniging zich moeten onthouden van de hun verweten betrokkenheid bij de Hypo Notes Securities en het in dat verband openbaar maken van misleidende mededelingen. Gelet op de bijzondere vertrouwensband tussen de leden enerzijds en de Vereniging en de aan haar gelieerde entiteiten anderzijds en gelet op de omstandigheid dat artikel 6:194 BW potentiële beleggers nu juist beoogt te beschermen tegen misleidende mededelingen, acht de rechtbank het redelijk om ter vaststelling van het causaal verband (in de zin van conditio sine qua non) behoudens tegenbewijs aan te nemen dat alle ontvankelijke eisers die hebben geparticipeerd in Serie A en/of B mede op basis van de inhoud van de communicatie (als weergegeven in 4.10 e.v.) van WLTO Verzekeringen tot hun investering hebben besloten.

4.29.

Voor wat betreft de eisers die in Serie A en/of B hebben geparticipeerd en vervolgens ook in Serie C zijn meegegaan1, waarvan vast staat dat gedaagden niet bij de emissie betrokken zijn geweest, neemt de rechtbank - behoudens tegenbewijs - aan dat deze eisers de beleggingsbeslissing om te participeren in Serie C hebben gebaseerd op de aanbeveling en advisering van WLTO Verzekeringen ter zake van Serie A en B. Het betreft immers hetzelfde product en tot dat moment waren de eerdere beleggingen niet onsuccesvol gebleken, in die zin dat de kwartaalrente telkens werd gestort. Daar komt nog bij dat WLTO Verzekeringen haar adressenbestand aan Phanos heeft verkocht, waarna Phanos de eerdere participanten heeft aangeschreven betreffende de uitgifte van Serie C.

4.30.

Eiseres sub 8 ( [eiser] ) heeft alleen in Serie C heeft geparticipeerd. Zij zal, bij de beoordeling van haar individuele zaak, in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat zij is ingestapt op basis van het prospectus van Serie A en het daarop gevolgde telefonisch contact met WLTO Verzekeringen, zoals zij heeft gesteld. Zij wordt verzocht in de eerstvolgende akte die eisers nemen aan te geven hoe zij dit bewijs wenst te leveren.

4.31.

Het betoog van gedaagden dat niet is uit te sluiten dat eisers ook obligaties hadden aangeschaft indien WLTO Verzekeringen hen niet op die mogelijkheid had geattendeerd, omdat er dan nog steeds in Oogst c.q. Nieuwe Oogst zou zijn geadverteerd door Phanos, miskent de betekenis van de wervende kracht die in de van WLTO uitgegane communicatie besloten ligt en is alleen daarom al geen reden voor een ander oordeel.

4.32.

De gestelde schade staat naar het oordeel van de rechtbank voorts in een zodanig verband met de normschendingen, dat deze aan WLTO Verzekeringen en de Vereniging kan worden toegerekend (in de zin van de causale toerekening als bedoeld in artikel 6:98 BW). In dat verband is relevant dat de geschonden normen nu juist (mede) strekken tot bescherming van beleggers tegen misleidende mededelingen en tegen ondeskundige effectenbemiddelaars en adviseurs, teneinde vermogensschade van beleggers te voorkomen.

4.33.

Het betoog van gedaagden dat niet valt in te zien dat de verliezen van eisers niet ook zouden zijn geleden als gedaagden beter onderzoek hadden gedaan, faalt eveneens.

De rechtbank acht onvoldoende weersproken dat nader onderzoek door gedaagden aan het licht zou hebben gebracht dat financiële problemen te verwachten waren als gevolg van te hoge (investerings)kosten, een te optimistische directie en te hoge uitgaven aan infrastructuur en centrumvoorzieningen, voortkomend uit de onervarenheid van de initiatiefnemers en de onjuiste uitgangspunten van het plan. Gedaagden waren weliswaar op zichzelf niet verplicht tot nader onderzoek, maar hadden bij gebreke daarvan niet mogen communiceren op de wijze zoals zij hebben gedaan. Bij rechtmatig handelen was de wervende communicatie derhalve achterwege gebleven en hadden eisers niet mede op basis daarvan geïnvesteerd.

Aansprakelijkheid gedaagden op grond van wanprestatie

4.34.

In het midden kan blijven of tussen eisers en gedaagden overeenkomsten tot stand zijn gekomen in de nakoming waarvan gedaagden tekort zijn geschoten. De in dit verband naar voren gebrachte verwijten zijn in de kern dezelfde verwijten als hiervoor reeds aan de orde gekomen. Gelet op de wijze waarop eisers hun schade berekenen leidt een eventuele toewijzing van de vorderingen op deze grondslag voorts niet tot het aannemen van een grotere schadevergoedingsplicht dan de grondslag onrechtmatige daad.

Verdere afdoening

4.35.

De rechtbank komt thans toe aan een meer individuele beoordeling van de vorderingen van eisers en de in dit verband aangevoerde weren.

4.36.

Gedaagden hebben bij dupliek naar voren gebracht dat (erflaters van) eisers [eiser] (sub 5), [eiser] (sub 10), [eiser] (sub 14), [eiser] (sub 15), [eiser] (sub 16) en [eiser] (sub 33) een afstandsverklaring in het kader van het voorstel hebben getekend. Indien juist brengt dit de niet-ontvankelijkheid van deze eisers met zich. Gedaagden worden in de gelegenheid gesteld deze afstandsverklaringen in het geding te brengen of hun betoog anderszins met stukken te staven.

4.37.

Gedaagden hebben aangevoerd dat diverse eisers niet bekend bij hen zijn en ten tijde van de uitgifte van de Hypo Notes Securities geen lid van de Vereniging waren. Dit zou betekenen dat zij op andere wijze met het project Hof van Saksen in aanraking zijn gekomen en dat gedaagden in dat verband niets te verwijten valt.

Het betreft eisers [eiser] (sub 5), [eiser] (sub 11), [eiser] (sub 12), [eiser] (sub 15), [eiser] (sub 16), [eiser] (sub 19), [eiser] (sub 20), [eiser] (sub 29), [eiser] (sub 31), [eiser] (sub 33), [eiser] (sub 35), [eiser] (sub 37), [eiser] (sub 38), [eiser] (sub 41), [eiser] (sub 44), [eiser] (sub 45), [eiser] (sub 46), [eiser] (sub 47), [eiser] (sub 49), [eiser] (sub 52), [eiser] (sub 53), [eiser] (sub 59) en [eiser] (sub 66).

4.38.

De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat eisers die met de brieven van WLTO Verzekeringen over Hof van Saksen in aanraking zijn gekomen via het bedrijfslidmaatschap, het lidmaatschap van een (overleden) partner of van een ouder, broer of zus, gelijk kunnen worden gesteld met eisers die zelf lid zijn van de Vereniging. De rechtvaardiging hiervoor is gelegen in de omstandigheid dat de rechtbank aannemelijk acht dat binnen familiebedrijven in de agrarische sector volstaan wordt met één lidmaatschap op willekeurig wiens naam. Een al te beperkte opvatting van het begrip ‘lid’ doet in dat geval onvoldoende recht aan de positie die de Vereniging binnen het bedrijf en de agrarische sector inneemt.

Voorts stelt de rechtbank leden van ZLTO in dit verband gelijk met leden van de Vereniging. Het betreft immers zusterorganisaties en ook de leden van ZLTO hebben het ledenblad met de brief en advertenties voor Hof van Saksen ontvangen en hebben gebruik kunnen maken (en ook gemaakt) van de diensten van WLTO Verzekeringen.

4.39.

Onbetwist is dat eiser [eiser] (sub 59) de zoon is van eiser [eiser] (sub 58). Gelet op voormeld uitgangspunt treft het tot afwijzing van zijn vordering strekkende betoog van gedaagden dat deze eiser geen lid is van de Vereniging, geen doel.

4.40.

Van eisers [eiser] (sub 12), [eiser] (sub 20), [eiser] (sub 33), [eiser] (sub 45) en [eiser] (sub 66) staat vast dat zij ten tijde van uitgifte van de Hypo Notes Securities lid waren van ZLTO. Gelet op voormeld uitgangspunt bestaat geen grond voor afwijzing van hun vordering omdat zij geen lid van de Vereniging zouden zijn.

4.41.

Bij de conclusie van repliek zijn nadere gegevens verstrekt van diverse eisers waarvan gedaagden in de conclusie van antwoord hebben gesteld dat zij hen onbekend zijn (prod. 155). [eiser] (eiser sub 5) heeft een rekeningafschrift betreffende de afschrijving van contributie op naam van haar (overleden) echtgenoot in het geding gebracht. Ook [eiser] (eiser sub 11) heeft een rekeningafschrift betreffende contributie in het geding gebracht. [eiser] (eiser sub 35) heeft een factuur betreffende contributie voor 2007 in het geding gebracht. [eiser] en [eiser] (eisers sub 37 en 38) hebben een bevestigingsbrief uit 2010 betreffende de opzegging van het lidmaatschap van de Vereniging in het geding gebracht. [eiser] (eiser sub 44) heeft een factuur betreffende contributie voor 2003 in het geding gebracht. [eiser] (eiser sub 53) heeft een factuur betreffende contributie voor 2004 in het geding gebracht. [eiser] (eiser sub 17) heeft een e-mail van een medewerker van LTO Noord Glaskracht in het geding gebracht, waaruit volgt dat hij sympathiserend lid is van LTO Noord Glaskracht.

In het licht van de door deze eisers in het geding gebrachte stukken is de enkele stelling van gedaagden dat zij niet bekend zijn met enig lidmaatschap van deze eisers onvoldoende. Kennelijk laat de interne ledenadministratie van gedaagden te wensen over, maar dat kan niet op eisers worden afgewenteld. De rechtbank neem daarom, behoudens tegenbewijs, aan dat deze eisers ten tijde van hun participatie in Hof van Saksen lid (in vorenbedoelde ruime zin) waren van de Vereniging.

4.42.

De erfgenamen van [eiser] (eisers sub 14, 15 en 16), eiser [eiser] (sub 19) en eiser [eiser] (sub 31) stellen via het bedrijf van deze personen lid te zijn geweest. Eiseres [eiser] (sub 49) stelt dat haar echtgenoot tot 2005 lid was van de Vereniging. Eisers [eiser] (sub 29) en [eiser] stellen in 2005 lid van ZLTO te zijn geweest. Gelet op de betwisting van het lidmaatschap door gedaagden dienen deze eisers nadere stukken ten bewijze van hun lidmaatschap in het geding brengen.

4.43.

Eiser [eiser] (sub 52) is naar zijn zeggen geen lid van de Vereniging meer sedert de beëindiging van zijn bedrijf in 2002. Van eisers [eiser] (sub 46) en [eiser] (sub 47) staat vast dat zij nooit lid van de Vereniging zijn geweest. Deze drie eisers stellen dat zij als vaste relaties van WLTO Verzekeringen de aanbevelingsbrief en het prospectus ongevraagd toegestuurd hebben gekregen en vervolgens geparticipeerd hebben in Hof van Saksen. Gelet op de bij het getuigenverhoor van [eiser (sub 60)] overgelegde brief (prod. 8 bij dagvaarding), is voorshands aannemelijk dat WLTO Verzekeringen inderdaad brieven op naam aan haar vaste relaties stuurde. [eiser] , [eiser] en [eiser] zullen daarom in de gelegenheid worden gesteld stukken in het geding te brengen waaruit kan blijken dat zij vóór september 2004 tot de klantenkring van WLTO Verzekeringen behoorden. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is de lijst van productie 156 bij de conclusie van repliek daartoe onvoldoende.

Eigen schuld

4.44.

Partijen hebben zich over en weer uitgelaten over de vraag of sprake is van eigen schuld aan de zijde van de eisers die aan de geleden schade heeft bijgedragen.

Bij de beoordeling van de over en weer ingenomen standpunten laat de rechtbank zich voorshands leiden door de vaststelling dat het mede de onzorgvuldige communicatie (onder verantwoordelijkheid) van gedaagden is geweest die eisers heeft bewogen om te investeren in een product dat de naam pensioenvoorziening niet mag dragen. Eisers hadden echter ook een eigen verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat hun voor pensioenvoorziening bestemde vermogen veilig werd belegd. Bij de invulling daarvan – en daarmee van de mate van eigen schuld – maakt de rechtbank onderscheid tussen (I) de eisers die na ontvangst van de aanbevelingsbrief zijn ingestapt en (II) de eisers die vervolgens nog nadere informatie hebben ingewonnen, telefonisch of door huisbezoek. Voorts maakt de rechtbank onderscheid tussen kleinere (A) en grotere (B) beleggers, waarbij een belegger met een inleg vanaf € 25.000 als grotere belegger wordt aangemerkt. De rechtbank zoekt hiermee aansluiting bij de competentiegrens voor kantonzaken.

4.45.

De rechtbank ziet in de feiten en omstandigheden van de onderhavige zaak voorshands aanleiding voor het aannemen van een gedeeltelijke eigen schuld in de verhouding tussen gedaagden en eisers in categorie I2. Hiertoe is redengevend dat deze eisers enkel op basis van een brief en hun vertrouwen in de Vereniging tegen een ongebruikelijk hoge rente (aanzienlijke) geldbedragen als pensioenvoorziening hebben belegd in een nog te bouwen vakantiepark. Mede gelet op de in het Prospectus beschreven risico’s had het op hun weg gelegen nadere informatie bij gedaagden of Phanos in te winnen. Het verwijt dat in dit verband aan WLTO Verzekeringen en de Vereniging gemaakt kan worden is gelet op hun beperktere betrokkenheid minder klemmend. De rechtbank bepaalt die eigen schuld voorshands op 30% tot 60%, waarbij de eigen schuld voor de eisers in de categorie I-A in beginsel op een kleiner aandeel gesteld kan worden en voor eisers in de categorie I-B op een groter aandeel, omdat het verrichten van nader onderzoek meer voor de hand ligt naarmate het te investeren bedrag hoger is.

4.46.

Voor de eisers in de categorie II heeft te gelden dat de rechtbank voorshands geen aanleiding ziet voor het aannemen van eigen schuld. In het licht van het vertrouwen dat eisers in de Vereniging stelden en de positionering van WLTO Verzekeringen als deskundig adviseur namens de Vereniging, mochten deze eisers afgaan op de mondelinge communicatie die het aanbevelend effect van de brieven heeft bevestigd en versterkt. Dit ontneemt in beginsel de grond aan het beroep op eigen schuld. Voor de eisers II-B ligt dit mogelijk anders, nu ook hier geldt dat het verrichten van nader onderzoek meer voor de hand ligt naarmate het te investeren bedrag hoger is. Mede gelet op de aard van de communicatie tussen de betrokken eisers en gedaagden en de relatie tussen proces-economie en procesbelang geldt met name voor deze groep dat veel grondiger zal moeten worden gekeken naar de individuele aspecten van de zaak.

Voordeelsverrekening

4.47.

Op grond van artikel 6:100 BW dient het als gevolg van een schadeveroorzakende gebeurtenis door de benadeelde genoten voordeel bij de vaststelling van de te vergoeden schade in rekening worden gebracht. In het onderhavige geval bestaat daartoe aanleiding. Eisers hebben op hun inleg een rente van 8% en 6% (in 2010) op jaarbasis gestort gekregen. Het beleggingsrendement van pensioenfondsen bedroeg in de periode 2000-2010 gemiddeld echter 4,8% per jaar3, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat eisers een dergelijk rendement hadden kunnen behalen als zij niet in Hypo Notes Securities hadden belegd. Het renteverschil dient als behaald voordeel op de te betalen vergoeding in mindering te worden gebracht.

Wettelijke rente

4.48.

Eisers vorderen de wettelijke rente over de door hen geleden schade, te berekenen vanaf de dag van betaling van hun respectievelijke inleg.

4.49.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW zijn gedaagden wettelijke rente verschuldigd over de aan eisers te betalen schadevergoeding gedurende de tijd dat zij met de voldoening daarvan in verzuim zijn geweest. Nu de verbintenis tot schadevergoeding voortvloeit uit een door gedaagden gepleegde onrechtmatige daad, zijn gedaagden met de voldoening daarvan op grond van art. 6:83, aanhef en onder b, BW zonder ingebrekestelling in verzuim vanaf het moment waarop de schade is geleden. Daarvan is in dit geval sprake op het moment dat is vastgesteld dat Phanos haar verplichtingen tot betaling van hoofdsom en rente niet meer zou nakomen. De wettelijke rente is daarom verschuldigd vanaf 1 juli 2011 (vgl. Hoge Raad 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1198).

Exhibitie

4.50.

De verzoeken ex artikel 843a Rv, dan wel artikel 22 Rv, strekkende tot het in het geding brengen van (volledige) arbeidsovereenkomsten, ledenlijsten en weekoverzichten zullen worden afgewezen bij gebrek aan belang.

Comparitie
4.51. De rechtbank ziet aanleiding om een verschijning van partijen te gelasten om de verdere afdoening van de zaak met inachtneming van het voorgaande te bespreken.

4.52.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de zitting de gevolgtrekking – ook in het nadeel van die partij – kan maken, die zij geraden acht.

4.53.

Het doel van de comparitie is de voortzetting van de procedure te bespreken en te bezien of met inachtneming van dit vonnis een minnelijke regeling kan worden bereikt.

4.54.

Partijen worden voorts verzocht uiterlijk twee weken voorafgaand aan de comparitie bij akte zich uit te laten over de punten waarop de rechtbank uitlating heeft gevraagd en voorstellen te doen voor de agenda voor de comparitie.

4.55.

Partijen worden verder verzocht de bescheiden die voor de zaak van belang zijn, waaronder begrepen de stukken waarvan in dit vonnis is bepaald dat ze in het geding gebracht dienen te worden bij akte in het geding te brengen. Ter comparitie kan hierop gereageerd worden. Het proces-verbaal zal, behoudens anders luidende wens van een der partijen, na afloop van de zitting en buiten hun aanwezigheid worden vastgesteld.

4.56.

Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat partijen, in persoon dan wel deugdelijk vertegenwoordigd met hun raadslieden zullen verschijnen voor de rechters mrs. A.H. Schotman, W. Aardenburg en J.I. de Vreese-Rood;

bepaalt voorts dat de advocaten van partijen op de rol van woensdag 2 september 2015 door middel van het B5 formulier aan de griffier van deze rechtbank de verhinderdata zullen opgeven van partijen en hun raadslieden in een periode van zestien weken na genoemde datum;

De rechtbank zal vervolgens het tijdstip voor de comparitie vaststellen, waarvoor in beginsel een dagdeel zal worden uitgetrokken. Bij gebreke van (tijdige) opgave van verhinderdata zal de rechtbank een tijdstip voor de comparitie vaststellen, waarvan niet kan worden afgeweken;

stelt gedaagden in de gelegenheid uiterlijk twee weken voorafgaand aan de comparitie bij akte overlegging producties de afstandsverklaringen als bedoeld in r.o. 4.36 over te leggen;

stelt eisers [eiser] (sub 14), [eiser] (sub 15) , [eiser] (sub 16), [eiser] (sub 19), [eiser] (sub 31), [eiser] (sub 49), [eiser] (sub 29) en [eiser] in de gelegenheid uiterlijk twee weken voorafgaand aan de comparitie bij akte overlegging producties nadere stukken ten bewijze van hun lidmaatschap van de Vereniging over te leggen;

stelt eisers [eiser] (sub 52), [eiser] (sub 46) en [eiser] (sub 47) in de gelegenheid uiterlijk twee weken voorafgaand aan de comparitie bij akte overlegging producties stukken in het geding te brengen waaruit kan blijken dat zij vóór september 2004 tot de klantenkring van WLTO Verzekeringen behoorden.

Dit vonnis is gewezen door mrs. A.H. Schotman, W. Aardenburg en J.I. de Vreese-Rood en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2015.

1 Eisers [eiser] (sub 2), [eiser] (sub 4), [eiser] (sub 12), [eier (sub 18)] (sub 18), [eiser] (sub 19), [eiser] (sub 31), [eiser] (sub 38), [eiser] (sub 45), [eiser] (sub 56) en [eiser] (sub 58)

2 Het betreft eisers sub 11, 20, 22, 23, 33, 36, 43, 44, 45, 56, 61, 63, 64, 65, 66, 68, 69

3 De Nederlandsche Bank: Rapport beleggingsopbrengst pensioenfondsen 2000-2010