Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:7046

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-08-2015
Datum publicatie
12-11-2015
Zaaknummer
C/15/228082/FA RK 15-3632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor verhuizing met minderjarige naar Zweden verleend

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

RvD

zaak-/rekestnr.: C/15/228082 / FA RK 15-3632

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 19 augustus 2015

in de zaak van:

[naam vrouw],

wonende te Enkhuizen,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. L. Bosch, kantoorhoudende te Hoorn (NH),

tegen

[naam man],

wonende te Hoogkarspel, gemeente Drechterland,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. E.S. Dirks, kantoorhoudende te Alkmaar, voorheen mr. N.J.M. Plat.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 het verzoekschrift, met producties, van de vrouw, ingekomen op 19 juni 2015;

 het aanvullend verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 20 juli 2015;

 het verweerschrift, met producties, van de man, ingekomen op 20 juli 2015;

 de brief, met bijlagen 8 tot en met 17, van de vrouw, ingekomen op 5 augustus 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 augustus 2015 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. L. Bosch, de man, bijgestaan door mr. E.S. Dirks en mevrouw [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

1.3

De hierna te noemen minderjarige [kind 1] en [kind 2] zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. Van deze gelegenheid hebben zij gebruik gemaakt. Voorafgaand aan de behandeling zijn de kinderen afzonderlijk van elkaar door de rechter gehoord.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Partijen zijn op 17 juni 1996 met elkaar gehuwd. Dit huwelijk is op 6 november 2006 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 26 oktober 2006 van de rechtbank te Alkmaar in de registers van de burgerlijke stand.

2.2

Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [FAMILIENAAM]:

 [ [naam kind 1] (hierna: [kind 1]), geboren op [geboortedatum 1] in de gemeente Hoorn en;

 [ [naam kind 2] (hierna: [kind 2]), geboren op [geboortedatum 2] in de gemeente Hoorn.

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.

2.3

In het echtscheidingsconvenant van 26 september 2006 dat aan de echtscheidingsbeschikking is gehecht, hebben partijen afgesproken dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben. In de echtscheidingsbeschikking is bepaald dat de kinderen eenmaal per veertien dagen een weekend verblijven bij de ouder bij wie zij niet hun hoofdverblijfplaats hebben.

2.4

Beide partijen hebben een nieuwe partner met wie zij niet samenwonen.

3 Verzoek

3.1

De vrouw heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, naar de rechtbank begrijpt:

 haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen naar Zweden te verhuizen;

 te bepalen dat zij de kinderen met ingang van het nieuwe schooljaar (2015/2016) mag laten inschrijven op de school: Vattudalskolan te Strömsund, Zweden.

Bij aanvullend verzoek heeft de vrouw verzocht om een bijzondere curator te benoemen ter advisering in deze en in afwachting van dit advies de beslissing op het verzoek met betrekking tot de vervangende toestemming tot verhuizing pro forma aan te houden.

3.2

De vrouw heeft aangevoerd dat zij naar Zweden wil emigreren, omdat dit land haar hart al lang geleden gestolen heeft. Zij spreekt de taal goed. Medio mei 2014 heeft de vrouw haar voornemen aan de man kenbaar gemaakt. De man heeft aangegeven dat hij wil meewerken, maar dat hij een goede voorbereiding essentieel acht. De vrouw heeft inmiddels een goede baan en woonruimte in Zweden gevonden, nabij andere Nederlandse gezinnen. Haar woning in Nederland is verkocht. In Nederland heeft de vrouw geen zicht op werk. Hetzelfde geldt voor haar partner, die zijn baan in Nederland kwijtraakt. In Zweden is het gebruikelijk dat eerst een half jaar contract wordt aangeboden, maar vrijwel zeker is dat dit contract daarna wordt omgezet naar een vaste dienstbetrekking. De vrouw heeft samen met de kinderen, tijdens een vakantie in Zweden, een school bezocht. Op school kunnen de kinderen gebruik maken van een tolk. Op verzoek van de man heeft de vrouw een uitgebreid plan opgesteld met alle belangrijke informatie over school, woning, omgeving, vluchttijden, omgangs- en contactmogelijkheden etc. Het uitgangspunt voor de vrouw is dat het contact tussen de man en de kinderen gewaarborgd blijft en dat zij hem zoveel als mogelijk zien en spreken. De vrouw is bereid de extra kosten als gevolg van de vliegtickets voor haar rekening te nemen. [kind 1] heeft overduidelijk aangegeven mee te willen verhuizen met haar moeder. [kind 2] heeft medio mei/juni 2015 aangegeven dat zij niet wil verhuizen. De kinderen zitten duidelijk klem en met name [kind 1] ervaart een grote druk van de zijde van de man.

3.3

Ter zitting heeft de vrouw bevestigd dat haar verhuizing naar Zweden vaststaat. In Nederland heeft zij geen werk en geen woning meer. Hoewel het haar pijn doet, is het wat de vrouw betreft akkoord als [kind 2] in Nederland blijft wonen. Voor [kind 1] wenst zij dat haar keuze ook gerespecteerd wordt. De vrouw voorziet grote problemen indien [kind 1] definitief in Nederland blijft, gelet op haar relatie met [kind 2] en de vader. [kind 2] heeft een betere band met haar vader dan [kind 1] en [kind 1] heeft een betere band met haar moeder dan [kind 2]. De vrouw vermoedt dat dit is veroorzaakt door het feit dat zij door de ziekte van [kind 1] gedurende langere tijd genoodzaakt was meer tijd aan [kind 1] te besteden dan aan [kind 2].

4 Verweer met zelfstandige verzoeken

4.1

De man vraagt de verzoeken van de vrouw af te wijzen. Bij wege van zelfstandige verzoeken vraagt de man, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

 met wijziging van de echtscheidingsbeschikking van 26 oktober 2006, te bepalen dat de hoofdverblijfsplaats van de kinderen bij de man zal zijn;

 te bepalen dat – indien en voor zover de verhuizing van de vrouw naar Zweden geen doorgang zal vinden – de zorg- en opvoedingstaken aldus zullen worden verdeeld dat de kinderen de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw zullen verblijven;

subsidiair

 de vrouw te verbieden om met de kinderen naar het buitenland, althans naar een plaats buiten een straal van 50 kilometer van haar huidige woonplaats of Waalre te verhuizen.

4.2

De man heeft betoogd dat hij duidelijk te kennen heeft gegeven dat het plan van de vrouw helder moest zijn, alvorens hij toestemming kon geven. In beginsel heeft de man geen bezwaar tegen de verhuizing van de kinderen naar Zweden, maar wel tegen de regio waar de vrouw zich wil vestigen. De man heeft inmiddels enige informatie van de vrouw ontvangen, maar hij meent dat de vrouw en haar partner zeer slecht voorbereid zijn op de verhuizing. De man acht het niet juist dat de vrouw de kinderen voorhoudt dat zij in een stad gaan wonen, terwijl in Strömsund slechts 3500 mensen wonen. Deze regio staat bekend om de tijdelijke opvang van vluchtelingen vanuit Eritrea en Syrië. Op de scholen is het een komen en gaan van vluchtelingenkinderen. Dit acht de man niet in het belang van de kinderen, die tot juni 2014 moeite hadden om vriendschappen te sluiten en vast te houden. Uit het schoolrooster blijkt dat de kinderen in de wintermaanden helemaal geen vakantie hebben, omdat men dan vanwege de grote hoeveelheid sneeuw geen kant op kan. Bovendien gaan er in de buurt van Strömsund geen rechtstreekse vluchten naar Nederland. Het dichtstbijzijnde vliegveld ligt 450 kilometer verderop. Het beeld dat de kinderen van Zweden hebben, lijkt slechts positief te zijn. Zij hebben in Strömsund echter geen toekomstperspectief. Inmiddels heeft [kind 2] aangegeven dat zij niet mee wil naar Zweden, maar bij haar vader wil wonen. [kind 1] lijkt vooral weg te willen gaan, omdat zij in Nederland niet gelukkig is. Het is de man niet duidelijk hoe de financiële situatie van de vrouw en haar partner er in Zweden uit gaat zien. Volgens de man is het door de vrouw voorgestelde omgangschema niet haalbaar. Het zal erop neerkomen dat de kinderen minder dan 60% van de huidige omgangsregeling bij de man zijn. Dit is een geschatte frequentie van vier keer per jaar en misschien nog een lang weekend. De man is van mening dat de vrouw de noodzaak voor de verhuizing niet heeft aangetoond en dat zij de verhuizing onvoldoende c.q. onvolledig heeft voorbereid en dat de kinderen de gevolgen daarvan niet voldoende kunnen overzien. De kinderen zijn in een loyaliteitsconflict terechtgekomen. Om te voorkomen dat de kinderen en de man nauwelijks nog mogelijkheden hebben om in levende lijve contact met elkaar te hebben, verzoekt de man de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem vast te stellen. Met name voor [kind 1] is het belangrijk dat zij in Nederland haar HAVO-diploma kan behalen. [kind 1] heeft al twee keer gedoubleerd.

4.3

In aanvulling hierop heeft de man ter zitting nog gesteld dat de vrouw de door haar gestelde noodzaak tot verhuizing zelf heeft gecreëerd. De man heeft zijn verhuisplannen naar Waalre uitgesteld voor langere tijd, zodat de kinderen in Enkhuizen hun school kunnen afmaken. De man acht het niet in het belang van de kinderen dat zij gescheiden worden.

5 Beoordeling

5.1

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar verzoeken betreffende [kind 2] ingetrokken. Nu vaststaat dat de vrouw naar Zweden zal vertrekken, betekent dit dat het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [kind 2] bij hem te bepalen, zal worden toegewezen.

Het aanvullende verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor de kinderen heeft de vrouw ter zitting eveneens ingetrokken.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen te kennen gegeven dat zij, na de beslissing van de rechtbank over de verhuizing, in onderling overleg een zorgregeling ten aanzien van beide kinderen zullen afspreken, zodat de rechtbank daarover niet zal beslissen. Het verzoek van de man zal in zoverre worden afgewezen.

5.2

Ter beoordeling liggen nog voor de verzoeken van partijen ten aanzien van de verhuizing en de hoofdverblijfplaats van [kind 1]. Omdat partijen gezamenlijk zijn belast met het gezag over [kind 1], heeft de vrouw toestemming van de man nodig om met haar naar Zweden te verhuizen. Nu de man weigert in te stemmen, heeft zij de rechtbank verzocht om vervangende toestemming.

5.3

Voorop staat dat in artikel 1:253a, van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat de rechter een zodanige beslissing neemt als deze in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie volgt dat, hoezeer ook het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn, andere belangen zwaarder kunnen wegen. De rechtbank zal bij deze beslissing alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen. De criteria die een rol spelen bij de beoordeling zijn in de jurisprudentie nader uitgewerkt. De rechtbank zal deze criteria bij de beoordeling hanteren.

5.4

De vrouw heeft belang bij verhuizing naar Zweden, omdat haar “hart” in Zweden ligt. Sinds de echtscheiding koestert de vrouw de wens om zich met haar partner, met wie zij sinds september 2005 een relatie heeft, in Zweden te vestigen. Deze enkele subjectieve reden is echter onvoldoende voor toewijzing van het verzoek van de vrouw.

5.5

Met de man is de rechtbank van oordeel dat de vrouw de noodzaak tot verhuizing zelf heeft gecreëerd. Dat zij en haar partner in Nederland minder/geen kans hebben op het vinden van een baan, heeft de vrouw onvoldoende aannemelijk gemaakt. De vrouw heeft nagelaten om aan te tonen wat zij in Nederland heeft ondernomen om werk te vinden, terwijl dat op haar weg lag. De man heeft bovendien onweersproken gesteld dat de vrouw haar profiel op LinkedIn in het Zweeds heeft opgesteld, waaruit blijkt dat zij haar pijlen op Zweden heeft gericht. In de omstandigheid dat de vrouw in Nederland geen baan en woning meer heeft, kan dus geen noodzaak tot verhuizing naar Zweden worden gevonden. Daarentegen is op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting gebleken dat de vrouw de verhuizing zorgvuldig heeft doordacht en voorbereid. Zij spreekt de taal en heeft in Zweden reeds een baan en een woning. Het betreft een koopwoning die thans voor 10% is aanbetaald. De vrouw heeft met de eigenaar van de woning afgesproken dat zij de woning eerst voor een half jaar huurt en dat met de verkoopopbrengst van de woning in Nederland van de partner van de vrouw de rest wordt afbetaald, zodat er geen hypotheek nodig is. De vrouw was voorts ter zitting, desgevraagd, in staat om gedetailleerd te vertellen wat haar werkzaamheden bij haar werkgever in Zweden zullen zijn en wat haar perspectieven in de Zweedse arbeidsmarkt zijn. De vrouw heeft gesteld dat haar partner zich de eerste tijd zal richten op het leren van de taal, de ondersteuning van [kind 1] en de woning. Daarna zal hij ook gaan solliciteren. De overheid in Zweden heeft reeds interesse getoond in zijn ervaring als leidinggevende en rij- en schietinstructeur bij defensie. De vrouw heeft aangegeven dat zij zich aanvankelijk heeft georiënteerd op een andere regio in Zweden, meer in de buurt van Stockholm, maar dat zij daar pas werk kon krijgen op het moment dat zij al in Zweden woont. Daar komt bij dat de woningen daar voor haar niet te betalen zijn. In het geval de huidige dienstbetrekking van de vrouw niet verlengd wordt en de haar geboden alternatieven ook niet slagen, kan de vrouw, net als in het verleden, rekenen op financiële steun van haar familie. De vrouw heeft voorts een uitgebreid plan opgesteld met alle belangrijke informatie over school, woning, omgeving, vluchttijden en de omgangs- en contactmogelijkheden. Het vliegveld is ca. 3,5 uur rijden vanaf Strömsund. Vanaf dit vliegveld vetrekken rechtstreekse vluchten naar Amsterdam. De vrouw en haar partner zullen [kind 1] (en [kind 2]) brengen en halen.

5.6

Het belang van de man bij afwijzing van het verzoek van de vrouw is erin gelegen dat de frequentie waarin [kind 1] bij hem verblijft, gewaarborgd blijft en dat hij haar van dichtbij kan zien opgroeien. Gebleken is evenwel dat de man zich in beginsel niet verzet tegen verhuizing van de kinderen naar Zweden, maar dat zijn bezwaren met name zien op de regio waar de vrouw zich wil vestigen. Bovendien acht de man het niet in het belang van de kinderen indien [kind 1] alleen met haar moeder naar Zweden vertrekt.

5.7

Ten aanzien van het belang van [kind 1] overweegt de rechtbank het volgende. [kind 1] heeft verklaard dat zij al drie jaar de wens heeft om met haar moeder en de partner van haar moeder naar Zweden te verhuizen. [kind 1] is reeds diverse malen in Zweden op vakantie geweest. Zij geniet daar van de rust en zij heeft al veel mensen ontmoet. De woning en de school in Strömsund heeft zij in de meivakantie van dit jaar bezocht. Hoewel [kind 1] uitsluitend nog in het voorjaar/zomer in Zweden is geweest, verwacht zij niet dat zij tijdens het winterseizoen problemen zal ervaren. Zij is zich bewust van het feit dat het gedurende die periode lang donker is. Wat betreft haar schoolgang voorziet [kind 1] ook geen problemen. Zij zal een stap terug doen en beginnen in het laatste jaar van de “middelfase” op de school Vattudalskolan, die zes kilometer van huis is gelegen. Dat stelt haar in de gelegenheid om de taal te leren. Door de wijze waarop het schoolsysteem in Zweden is ingericht, heeft zij nog vier jaar de gelegenheid om na te denken over de studierichting die zij wil volgen, terwijl zij daar in Nederland nog maar twee jaar de tijd voor heeft. Over vier jaar wil zij op kamers gaan wonen in de buurt van een stad. Hoewel [kind 1] het moeilijk vindt om haar vriend in Nederland achter te laten, ziet zij het als de kans van haar leven om in Zweden te gaan wonen. Zij denkt dat zij gelukkiger zal worden in Zweden dan in Nederland. Desgevraagd heeft [kind 1] verklaard dat zij, indien de rechtbank geen toestemming geeft voor de verhuizing, zich als zij meerderjarig is sowieso in Zweden wil vestigen.

Een reden om niet in Nederland te blijven wonen, is ook de slechte band die zij met haar vader heeft. In het verleden zijn er veel ruzies geweest. [kind 1] heeft zich in de steek gelaten gevoeld door haar vader toen zij ziek was. Nu heeft zij voornamelijk moeite met de wijze waarop haar vader met conflicten omgaat. Door deze spanningen ontstaan er (meer) ruzies tussen [kind 1] en [kind 2]. [kind 1] verwacht dat zowel het contact met haar vader als het contact met [kind 2] beter zal worden wanneer zij op afstand woont. Zij kunnen elkaar spreken via Skype en What’s app en zij kan zeven keer per jaar naar Nederland komen. [kind 1] vermoedt dat wanneer zij in Nederland moet blijven en bij haar vader moet gaan wonen de situatie na maximaal een maand zal escaleren. Zowel met haar moeder als met de partner van de moeder heeft [kind 1] een goede en warme band.

Gelet op de uitdrukkelijke wens en de leeftijd van [kind 1] is de rechtbank van oordeel dat een verhuizing naar Zweden niet strijdig is met haar belang, terwijl voldoende aannemelijk is geworden dat de relatie tussen [kind 1] en haar vader en de moeizame relatie tussen [kind 1] en [kind 2] – waarvoor in het verleden al hulpverlening is ingezet – zal verslechteren wanneer [kind 1] gedwongen wordt om bij haar vader te gaan wonen. De enkele omstandigheid dat [kind 1] en [kind 2] van elkaar gescheiden worden, is voor de rechtbank dan ook geen reden om het verzoek van de vrouw af te wijzen. Het contact tussen [kind 1] en [kind 2] en tussen [kind 1] en haar vader zal naar verwachting weliswaar minder frequent, maar kwalitatief beter worden. Dit komt overeen met wat [kind 2], afzonderlijk van [kind 1], tegenover de rechter heeft verklaard. De rechtbank is overtuigd van de wens van [kind 1] en acht [kind 1] in staat om een goede afweging van haar eigen belangen te maken. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat continuïteit in de leeftijdsfase van [kind 1] in beginsel op zijn plaats is, maar continuïteit zal, gelet op het vorenoverwogene, evenmin gewaarborgd zijn bij een verhuizing van [kind 1] naar haar vader. [kind 1] heeft voorts laten blijken dat zij zich niet alleen bewust is van de voordelen die verbonden zijn aan haar vertrek naar Zweden, maar ook van de nadelen. Hoewel de man terecht stelt dat het reizen tussen Zweden en Nederland een belasting zal opleveren voor [kind 1] en dat het afronden van haar opleiding in Zweden meer tijd in beslag zal nemen, zijn ook dit geen omstandigheden die tot afwijzing van het verzoek van de vrouw leiden. Hetzelfde geldt voor de overige door de man geuite bezwaren tegen de regio waarin Strömsund is gelegen.

5.8

Al het voorgaande in aanmerking nemende en de belangen van de vrouw, de man, [kind 1] en [kind 2] tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat het belang van de vrouw en van [kind 1] om samen naar Zweden te verhuizen, dient te prevaleren boven het belang van de man om [kind 1] op frequente basis bij zich te hebben. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot het verlenen van toestemming om met [kind 1] naar Zweden te verhuizen dan ook toewijzen. Het verzoek van de vrouw tot het verlenen van vervangende toestemming voor de inschrijving van [kind 1] op de school Vattudalskolan zal eveneens worden toegewezen. Het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [kind 1] bij hem te bepalen wordt afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

verleent de vrouw vervangende toestemming om met [naam kind 1], geboren op [geboortedatum 1] te Hoorn, naar Zweden te verhuizen;

6.2

verleent de vrouw vervangende toestemming om [naam kind 1], geboren op [geboortedatum 1] te Hoorn, met ingang van het nieuwe schooljaar (2015/2016) in te schrijven op de school: Vattudalskolan te Strömsund, Zweden;

6.3

bepaalt, met wijziging van de echtscheidingsbeschikking van 26 oktober 2006 en het echtscheidingsconvenant van 26 september 2006 in zoverre, dat de hoofdverblijfplaats van [naam kind 2], geboren op [geboortedatum 2] te Hoorn, met ingang van het nieuwe schooljaar (2015/2016) bij de man zal zijn;

6.4

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

6.5

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. van Diepen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2015 en op schrift gesteld op 19 augustus 2015.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.