Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:6000

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
15-07-2015
Zaaknummer
15/810081-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; verweer met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het drugsfeit (feit 2) gehonoreerd nu het Europees Arrestatiebevel aan Portugal en de overlevering aan Nederland slechts zag op de Wet wapen en munitie feiten; verweer strekkende tot bewijsuitsluiting verworpen; bewezenverklaring van voorhanden hebben van grote hoeveelheden vuurwapens en bijbehorende munitie (feit 1); bewezenverklaring voorhanden hebben handgranaat (feit 1); oplegging onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810081-15 (P)

Uitspraakdatum: 25 juni 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haarlem te Haarlem.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Oudendijk en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. V.G. Kraal, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 augustus 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II en/of categorie III, te weten:

-een vuurwapen (merk Glock, model 23C, kaliber .40) (met een tweede bijbehorende patroonmagazijn) en/of

-een automatisch pistool, merk Glock, model 19 (kaliber 9mm x 19) en/of

-een automatisch (schouder)vuurwapen, merk Heckler en Koch, model MP5K (kaliber 9mm x 19) en/of

-een automatisch (schouder)vuurwapen/legergeweer, merk Zastava, model M70AB2

"AK-47 Kalashnikov" (kaliber 7.62mm x 39)

-vier, althans meerdere geluiddempers en/of

-een pistool Ekol model Tuna (kaliber 6.35mm Browning)

en/of munitie van categorie II en/of III, te weten

-(in een doosje) munitie merk Remington in kaliber 9mm x 19 (synoniem 9mm Luger) en/of

-25 stuks (subsonische) munitie, merk Sellier & Bellot (kaliber 9mm x 19) en/of

-15 stuks munitie, merk Sellier & Bellot (kaliber .40 Smith & Wesson) en/of

-50 stuks munitie, merk Giulio Fiocchi Lecco (kaliber 9mm x 17) en/of

-18 stuks munitie M82 API (in patroonmagazijn automatisch legergeweer) en/of

-munitie M82 API (merk Igman Zavod) (in plastic tas Albert Heijn) en/of

-59 stuks munitie, model volmantel vlakneus (aangetroffen in de twee los aangetroffen patroonmagazijnen behorende bij de Heckler & Koch MP5K en/of

-28 stuks munitie, model volmantel vlakneus (aangetroffen in twee patroonmagazijnen behorende bij automatisch pistool, merk Glock) en/of

-7 stuks munitie, merk Sellier & Bellot (aangetroffen in het pistool merk Ekol model Tuna),

voorhanden heeft/hebben gehad;

en

hij op of omstreeks 18 augustus 2013 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een handgranaat (M75) (voorzien van veiligheidspin) en/of twee kokers met M80 granaatwerpers, zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft/hebben gehad;

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 1,94 kilo amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, in elk geval een middel vermeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Verweer met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie:

De raadsman van verdachte heeft zich met betrekking tot het als feit 2 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat het openbaar minister niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vervolging.

Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte werd overgeleverd door Portugal onder uitdrukkelijk beding van toepassing van het specialiteitsbeginsel, zoals blijkt uit de beschikking van de rechter in Lissabon d.d. 24 februari 2015. Nu in het Europees arrestatiebevel alleen de overlevering is gevraagd voor de wapenfeiten en uit het dossier niet blijkt dat door de officier van justitie aan de Portugese autoriteiten aanvullende toestemming is gevraagd, noch dat verdachte afstand heeft gedaan van het specialiteitsbeginsel, dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging voor wat betreft het drugsfeit.

Het oordeel van de rechtbank:

Het verweer treft doel. Ter terechtzitting van 11 juni 2015 is niet gebleken dat het openbaar ministerie een aanvullende overlevering heeft gevraagd voor het drugsfeit. Het Europees arrestatiebevel d.d. 9 januari 2014 zag uitsluitend op één strafbaar feit, te weten overtreding van het bepaalde in artikel 26 Wet Wapens en Munitie. Op grond van het hiervoor overwogene zal het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vervolging ten aanzien van het als feit 2 ten laste gelegde.

Het Openbaar Ministerie is wel ontvankelijk in de vervolging van het onder feit 1 ten laste gelegde en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Inleiding

Op 18 augustus 2013 doet [getuige 1] bij de politie een melding dat hij wapens heeft aangetroffen in de woning van zijn vriend [medeverdachte]. [medeverdachte] is vervolgens op 18 augustus 2013 aangehouden en zijn woning is doorzocht. [medeverdachte] is een aantal malen verhoord en op 28 januari 2014 aan een ziekte overleden. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de aangetroffen wapens voor een persoon genaamd “[voornaam]” en anderen in bewaring hield zonder te weten dat het om wapens ging. Naar aanleiding van de verhoren van [medeverdachte] werd de identiteit van [verdachte] (verdachte) achterhaald. Verdachte kwam gesignaleerd te staan. Van de Braziliaanse autoriteiten werd vernomen dat verdachte op 22 augustus 2013 Brazilië was ingereisd. Op 9 december 2013 werd de aanhouding van [verdachte] buiten heterdaad bevolen en op 9 januari 2014 werd een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd. Op grond daarvan is verdachte op 23 februari 2015 te Lissabon aangehouden en op 5 maart 2015 overgebracht naar Nederland.

4. Bewijs

4.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde en tot vrijspraak van hetgeen als feit 2 is ten laste gelegd.

4.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich met betrekking tot het onder feit 1 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat ingevolge artikel 6 EVRM de verklaring van [medeverdachte] niet voor het bewijs mag worden gebruikt, nu [medeverdachte] inmiddels is overleden en het daarom voor de verdediging niet meer mogelijk is hem als getuige te ondervragen in de strafzaak van verdachte. Dit klemt te meer nu [medeverdachte] zelf verdachte in deze zaak was; zichzelf bij tijden als warrig beschouwde en ernstig alcoholverslaafd was. Om deze redenen kunnen zijn verklaringen niet als betrouwbaar worden aangemerkt. Indien de verklaringen van [medeverdachte], in de visie van de verdediging de enige voor het bewijs beslissende en belastende verklaringen, van het bewijs worden uitgesloten, is sprake van onvoldoende wettig bewijs voor een veroordeling van verdachte, omdat dan niet kan worden vastgesteld dat verdachte beschikkingsmacht had en/of dat bij verdachte sprake was van bewustzijn van de aanwezigheid van de wapens, zodat een vrijspraak dient te volgen.

De rechtbank verwerpt het verweer, reeds omdat de stelling dat de verklaring van [medeverdachte] het enige voor het bewijs beslissende bewijsmiddel is, door de rechtbank niet wordt gevolgd.

De rechtbank is van oordeel dat het bewijs in de eerste plaats volgt uit het aantreffen van de wapens en het aantreffen van tot verdachte te herleiden DNA-materiaal op onder meer een van deze wapens. De rechtbank is aldus van mening dat de verklaring van [medeverdachte] niet het belangrijkste bewijsmiddel in deze zaak is.

De rechtbank begrijpt de wens van de verdediging [medeverdachte] te horen maar een overleden persoon kan niet gehoord worden. Het standpunt van de verdediging dat al het bewijs afkomstig is uit deze bron, deelt de rechtbank niet. Immers de bron is de vondst van de wapens.

Voorts zijn als ondersteunende bewijsmiddelen van belang:

- de verklaring van [medeverdachte], ondersteund door de feitelijke omstandigheden die daarbij aansluiten, zoals:

- het (beperkte) sociale netwerk van [medeverdachte] die goed bevriend was met de moeder van verdachte;

- het proces-verbaal identificatie van verdachte (pagina 53);

- de omstandigheid dat de moeder van verdachte enige uren na de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] in de buurt van de woning is gezien in het gezelschap van een man in een zwarte auto en de omstandigheden dat

- verdachte enige dagen na de doorzoeking van de woning van [medeverdachte] en het aantreffen van de wapens Nederland heeft verlaten zonder zijn zoon van dat vertrek op de hoogte te stellen en daardoor voor hem enige tijd onvindbaar was.

4.3. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 18 augustus 2013 doet [getuige 1] bij de politie een melding dat hij wapens heeft aangetroffen in de woning van zijn vriend [medeverdachte], woonachtig in Amsterdam.23

Op dezelfde dag wordt een begin gemaakt met doorzoeking van de woning van [medeverdachte]. Daarbij worden meerdere wapens aangetroffen, onder meer in een gereedschapskoffer en in een grote zwarte canvas tas onder het bed en in een dekenkist in de gang.4 Het gaat om de volgende wapens:

- een vuurwapen van het merk Glock, model 23C, kaliber .40 met een tweede bijbehorende patroonmagazijn, zijnde een wapen van categorie III56 en

- een automatisch pistool, merk Glock, model 19 kaliber 9mm x 19, zijnde een wapen van categorie II78 en

- een automatisch (schouder)vuurwapen, merk Heckler en Koch, model MP5K kaliber 9mm x 19, zijnde een wapen in de categorie II910 en

- een automatisch schoudervuurwapen/legergeweer, merk Zastava, model M70AB2 "AK-47 Kalashnikov" kaliber 7.62mm x 39, zijnde een wapen van categorie II1112 en

- een pistool Ekol model Tuna kaliber 6.35mm Browning, zijnde een wapen van categorie III1314

en munitie van categorie II en/of III, te weten:

- in een doosje, munitie, merk Remington, in kaliber 9mm x 19 synoniem 9mm Luger, zijnde munitie van categorie III1516 en

- 25 stuks subsonische munitie, merk Sellier & Bellot, kaliber 9mm x 19, zijnde munitie van categorie III17 en

- 15 stuks munitie, merk Sellier & Bellot kaliber .40 Smith & Wesson, zijnde munitie van categorie III18 en

- 50 stuks munitie, merk Giulio Fiocchi Lecco kaliber 9mm x 17, zijnde munitie van categorie III19 en

-18 stuks munitie M82 API in patroonmagazijn automatisch legergeweer, zijnde munitie van categorie II20 en

- munitie M82 API merk Igman Zavod in plastic tas Albert Heijn, zijnde munitie van categorie II21 en

- 59 stuks munitie, model volmantel vlakneus aangetroffen in de twee los aangetroffen patroonmagazijnen behorende bij de Heckler & Koch MP5K, zijnde munitie van categorie III22 en

- 28 stuks munitie, model volmantel vlakneus aangetroffen in twee patroonmagazijnen behorende bij automatisch pistool, merk Glock, zijnde munitie in de zin van categorie III23 en

- 7 stuks munitie, merk Sellier & Bellot aangetroffen in het pistool merk Ekol model Tuna, zijnde munitie van categorie III 24 en

- een handgranaat M75 en twee kokers met M80 granaatwerpers, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing en zijnde wapens van categorie II.2526

Bij zijn eerste verhoor verklaarde medeverdachte [medeverdachte] dat hij op 18 augustus 2013 is teruggekomen van een week vakantie met [getuige 2] en dat een Marokkaan en een persoon genaamd [verdachte] de spullen in zijn woning hebben gebracht. [medeverdachte] beschrijft [verdachte] als een soort halve crimineel die een Braziliaanse vrouw heeft die [naam] heet en met haar twee kinderen heeft.27

Naar aanleiding van hetgeen [medeverdachte] over de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] heeft verklaard komt de politie na onderzoek in het politiesysteem Blueview uit bij de persoon van verdachte. Uit het politieonderzoek blijkt ook dat verdachte een Amsterdamse crimineel is met antecedenten op het gebied van de Wet wapens en munitie en recent had aangegeven dat hij naar Brazilië gaat verhuizen om bij zijn vrouw en kinderen te kunnen zijn. [getuige 2] is de moeder van verdachte.28

Bij zijn derde verhoor wordt [medeverdachte] een foto getoond van verdachte, waarop [medeverdachte] bevestigt dat dit de [verdachte] is waarover hij eerder verklaarde. [medeverdachte] verklaarde voorts dat de tas in de Ikeakist door een onbekende slanke man in het bijzijn van [verdachte] in de kist is gelegd, dat [verdachte] hem heeft gevraagd een gereedschapskoffertje voor een boormachine onder zijn bed te steken en dat de grote zwarte canvastas door [betrokkene], die toen met [verdachte] was, onder zijn bed is neergelegd. Ook verklaarde hij dat, naast hijzelf, alleen [getuige 1] een sleutel van de woning heeft, [verdachte] bij zijn bezoeken meerdere mensen meenam en soms alleen kwam en dat [verdachte] bepaalde wat er gebeurde.29

[getuige 1] verklaart als getuige dat hij van [medeverdachte] het idee had gekregen dat de zoons van [getuige 2] aan de rand van- of in de criminele wereld zitten en dat [medeverdachte] met de hele familie van [getuige 2] omgaat. Ook verklaart hij dat [medeverdachte] [getuige 2] tussen de 15 en 20 jaar kent en haar 2 à 3 keer per week ziet.30 [getuige 2] bevestigt als getuige dat [medeverdachte] een goede vriend van haar is en dat zij kort geleden samen op vakantie waren. Ook vertelt zij dat [medeverdachte] niet veel vrienden heeft.31

Op de schouderband van de in de dekenkist aangetroffen Calvin Klein tas met daarin de Glock 19 en munitie32 en op het automatische schoudervuurwapen/legergeweer “AK-47 Kalashnikov” worden DNA-sporen van verdachte aangetroffen.333435

Getuige [getuige 3] (buurman van [medeverdachte]) verklaart dat hij de blanke Nederlandse vrouw die vaker bij [medeverdachte] komt (de rechtbank begrijpt: [getuige 2]) een dag nadat de politie de woning is binnen gevallen om omstreeks 10:00 uur in de ochtend heeft gezien bij de algemene toegang en dat hij aan haar merkte dat zij overstuur was. Ook heeft zij tegen hem gezegd dat zij zondag met [medeverdachte] was teruggekomen van vakantie en hem nu niet kon bereiken. Vervolgens stapte de vrouw bij iemand in een auto, zwart middelgroot model.36

Op 22 augustus 2013 wordt door de zoon van verdachte, genaamd [naam], een sms-bericht verzonden aan zijn oma, [getuige 2], waarin hij vraagt waar zijn vader is. Laatstgenoemde smst terug dat zij het niet weet, maar dat hij ok is.37

Van de Braziliaanse autoriteiten wordt vernomen dat verdachte op 22 augustus 2013 Brazilië is ingereisd.38

4.4. Bewijsoverweging

Het gegeven dat verdachte zich ter terechtzitting op zijn zwijgrecht heeft beroepen, welk recht hij heeft, betekent echter ook dat verdachte, onder meer, heeft nagelaten een redelijke verklaring te geven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het automatische vuurwapen en de schouderband van de tas waarin de Glock 19 is munitie zijn aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat het verzamelde bewijs tegen verdachte van dien aard is dat het ‘schreeuwt’ om een verklaring. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 15 juni 2004 (LJN AO9639) kan de omstandigheid dat een verdachte weigert een bepaalde vraag te beantwoorden weliswaar op zichzelf niet tot het bewijs bijdragen, maar dat brengt niet mee dat een rechter, indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven, zulks niet in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal zou mogen betrekken.

4.5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 18 augustus 2013 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, wapens van categorie II en/of categorie III, te weten:

- een vuurwapen merk Glock, model 23C, kaliber .40 met een tweede bijbehorende patroonmagazijn en

- een automatisch pistool, merk Glock, model 19 kaliber 9mm x 19 en

- een automatisch (schouder)vuurwapen, merk Heckler en Koch, model MP5K kaliber 9mm x 19 en

- een automatisch schoudervuurwapen/legergeweer, merk Zastava, model M70AB2 "AK-47 Kalashnikov" kaliber 7.62mm x 39 en

- een pistool Ekol model Tuna kaliber 6.35mm Browning

en munitie van categorie II en/of III, te weten

- in een doosje munitie merk Remington in kaliber 9mm x 19 synoniem 9mm Luger en

- 25 stuks subsonische munitie, merk Sellier & Bellot kaliber 9mm x 19 en

- 15 stuks munitie, merk Sellier & Bellot kaliber .40 Smith & Wesson en

- 50 stuks munitie, merk Giulio Fiocchi Lecco kaliber 9mm x 17 en

- 18 stuks munitie M82 API in patroonmagazijn automatisch legergeweer en

- munitie M82 API merk Igman Zavod in plastic tas Albert Heijn en

- 59 stuks munitie, model volmantel vlakneus aangetroffen in de twee los aangetroffen patroonmagazijnen behorende bij de Heckler & Koch MP5K en

- 28 stuks munitie, model volmantel vlakneus aangetroffen in twee patroonmagazijnen behorende bij automatisch pistool, merk Glock en

- 7 stuks munitie, merk Sellier & Bellot aangetroffen in het pistool merk Ekol model Tuna,

voorhanden heeft gehad;

en

hij op 18 augustus 2013 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een handgranaat M75 en twee kokers met M80 granaatwerpers, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd en

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

7.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 4 maanden met aftrek van de periode die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

7.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft (deels) in samenwerking met anderen een heel wapenarsenaal, waaronder granaatwerpers, automatische vuurwapens en een handgranaat verborgen in de woning van een vriend van zijn moeder, een oudere en kwetsbare man die daardoor eveneens als verdachte is aangehouden en in de zaak betrokken geraakt. De aangetroffen wapens zijn van het soort waarmee liquidaties en aanslagen worden gepleegd en deels afkomstig uit het voormalige Joegoslavië. In de meeste gevallen was ook de bijbehorende munitie aanwezig. Een deel van de wapens was geladen of half geladen op het moment dat zij bij toeval door de ex-partner van medeverdachte [medeverdachte] en (later) door de politie werden aangetroffen. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, heeft hij daaraan bijgedragen. Daarnaast rekent de rechtbank verdachte aan dat hij misbruik heeft gemaakt van een oudere alleenstaande en arbeidsongeschikte man, die door zijn profiel, niet snel zou opvallen bij politie en justitie.

De rechtbank heeft kennis genomen van

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 maart 2015, waaruit blijkt dat verdachte langer dan vijf jaar geleden zijn laatste justitiecontact heeft gehad.

- De opmerkingen van verdachte dat hij normaal gesproken in Brazilië woont, liever niet in Nederland komt en drie kinderen heeft (3, 4 en 16 jaar), de twee jongste kinderen met zijn echtgenote in Brazilië wonen, hij met zijn oudste zoon die in Nederland woont weinig tot geen contact heeft en hij, zodra hij vrijkomt, terugkeert naar Brazilië.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De rechtbank merkt op, dat de officier van justitie bij een eis van 5 jaar en 4 maanden – kennelijk – de ernst van de zaak anders waardeert dan de rechtbank.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 2, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het onder feit 2 ten laste gelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 4.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.G.M. van den Hoogen, voorzitter,

mrs. M.J.M. Verpalen en C.A.M. van der Heijden, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juni 2015.

Mr. D.G.M. van den Hoogen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van relaas d.d. 5 maart 2015, p. 4.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 22 augustus 2013, dossierpagina’s 59 – 61.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 19 augustus 2013 dossierpagina’s 33-37.

5 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 20 augustus 2013, dossierpagina 84.

6 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 93 en 94.

7 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 76.

8 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 104.

9 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 76.

10 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 92, 101 en 102.

11 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 75.

12 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 93, 96 en 97.

13 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 78.

14 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 107-109.

15 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 20 augustus 2013, dossierpagina 84.

16 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 95.

17 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 92, 94 en 95.

18 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 92 en 95.

19 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 92, 105 en 106.

20 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 97 en 98.

21 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 98 en 99.

22 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 101 en 103.

23 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 105 en 106.

24 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina’s 109 en 110.

25 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 20 augustus 2013, dossierpagina’s 84 – 89.

26 Rapport Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 10 december 2013, dossierpagina’s 121 – 130.

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 19 augustus 2013 dossierpagina’s 33-37.

28 Proces-verbaal van bevindingen identificatie d.d. 22 augustus 2013, dossierpagina’s 53 en 54.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 24 september 2013, dossierpagina’s 41 - 50.

30 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 16 september 2013, dossierpagina’s 62 - 73.

31 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 26 september 2013, dossierpagina 153.

32 Proces-verbaal doorzoeking d.d. 19 augustus 2013, dossierpagina 17.

33 Proces-verbaal wapenonderzoek d.d. 21 augustus 2013, dossierpagina 99.

34 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 30 augustus 2013, dossierpagina’s 115 - 118.

35 Rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding Wet Wapens en Munitie in Amsterdam op 18 augustus 2015 d.d. 26 november 2013, dossierpagina’s 141 – 143.

36 Proces-verbaal van bevindingen buurtonderzoek d.d. 8 oktober 2013, dossierpagina 159.

37 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2013, dossierpagina’s 174 en 175.

38 Proces verbaal relaas zaaksdossier zaak 13Tolhaai d.d. 5 maart 2015, pagina 6 (onderaan).