Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:5184

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
24-06-2015
Zaaknummer
C/15/223114 / FA RK 15-1339
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek moeder om vervangende toestemming voor verhuizing naar Noorwegen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/223114 / FA RK 15-1339

beschikking van 13 mei 2015 inzake een geschil omtrent de uitoefening van het gezamenlijk gezag ex artikel 1:253a BW (verhuizing naar Noorwegen, zorgregeling, inschrijving op school in Noorwegen, alsmede hoofdverblijfplaats minderjarigen)

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. L. Hellinga, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. W.H. Kesler, kantoorhoudende te Enschede.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 4 maart 2015;

- de brief, met bijlage, van de advocaat van de moeder van 1 april 2015,

- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoek, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 9 april 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 april 2015 in aanwezigheid van de moeder bijgestaan door mr. L. Hellinga en de vader bijgestaan door mr. W.H. Kesler. Tevens is verschenen mevrouw [informant], als informant, namens de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem (verder: de Raad).

1.3

De minderjarige [minderjarige] heeft, gelet op zijn leeftijd, in raadkamer zijn mening kenbaar gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

De moeder en de vader zijn gehuwd op [huwelijksdatum] te [plaats]. Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [minderjarige]:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats];

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats].

2.2

Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 15 juli 2009 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Voor zover hier van belang is in die beschikking voorts verstaan dat partijen gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het gezamenlijk gezag. Ook is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder zal zijn en dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (verder: zorgregeling) zal plaatsvinden zoals is opgenomen in artikel 3.1 van het aan die beschikking gehechte ouderschapsplan. Die beschikking is op 22 juli 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.3

De rechtbank Almelo heeft bij beschikking van 14 juli 2010 voormelde beschikking van 15 juli 2009 gewijzigd, waarbij de zorgregeling is aangepast zoals partijen dat zijn overeengekomen.

2.4

Bij beschikking van de rechtbank Alkmaar van 5 december 2012 zijn voormelde beschikkingen van 15 juli 2009 en 14 juli 2010 gewijzigd en is daarbij, voor zover hier van belang, hetgeen partijen zijn overeengekomen in de aan die beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst omtrent de zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen, als in die beschikking als herhaald en ingelast beschouwd.

3 Verzoek

3.1

Het verzoek strekt ertoe te bepalen dat:

- het de moeder is toegestaan om met de minderjarigen in de zomervakantie 2015 te verhuizen naar Noorwegen, [stad];

- indien de moeder met de minderjarigen verhuist, tussen partijen ten behoeve van de minderjarigen een zorgregeling zal gelden zoals genoemd onder nummer 34 tot en met 38 van het verzoekschrift;

- het de moeder is toegestaan om de minderjarigen in te schrijven op de school in [stad], zijnde de [naam].

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de moeder het volgende gesteld.

Sinds de echtscheiding staan de minderjarigen ingeschreven op haar adres en hebben zij hun hoofdverblijfplaats bij haar. Er is een zorgregeling van kracht tussen de vader en de minderjarigen, waarbij de vader hen één maal per veertien dagen op vrijdag om 15.15 uur van school ophaalt en meeneemt naar [woonplaats]. Zondag om 17.00 uur worden de minderjarigen door de moeder in [woonplaats] opgehaald. Daarnaast hebben de minderjarigen elke woensdag contact met de vader via Skype.

De moeder wenst te verhuizen naar Noorwegen, niet alleen om samen te zijn met haar nieuwe partner, maar ook om de minderjarigen een goede toekomst te kunnen geven. De vader is het daar niet mee eens. De (advocaat van de) vader heeft slechts aangegeven dat de vader in dat geval een zelfstandig verzoek zal indienen omtrent het hoofdverblijf van de minderjarigen. Omdat er geen overleg mogelijk is gebleken, heeft de moeder zich genoodzaakt gezien het onderhavige verzoekschrift in te dienen.

Zij heeft sinds de zomer van 2012 een relatie met [naam] en een huwelijk is aanstaande. Ongeveer acht jaar geleden is [naam] naar Noorwegen verhuisd vanwege de kansen en mogelijkheden en het toekomstperspectief voor zichzelf en zijn kinderen. [naam] woont, deels tezamen met zijn kinderen, [kind] van 10, [kind] van 8 en [kind] van 5, in [stad]. De moeder van de kinderen van [naam] woont op vijf minuten rijden van [stad]. De kinderen zijn om het weekend bij [naam]. [stad] ligt ongeveer 400 kilometer ten noordwesten van [plaats] op 10 minuten van [plaats], waar onder meer een vliegveld is. Een vliegreis naar Nederland via [plaats] duurt circa zes uur. [stad] ligt in de provincie Nordland en telt ruim 500 inwoners. [plaats] telt circa 5000 inwoners.

Van februari 2013 tot februari 2014 heeft [naam] bij de moeder in [plaats] gewoond. Het samenwonen ging erg goed. De minderjarigen zijn erg gesteld op [naam]. [naam] is teruggekeerd naar Noorwegen, omdat zijn kinderen niet volledig bij zijn ex-vrouw en haar nieuwe partner konden wonen. De moeder en de minderjarigen hebben de afgelopen jaren veelvuldig de vakanties in Noorwegen bij [naam] en zijn kinderen doorgebracht. Dat waren prettige bezoeken. De minderjarigen kunnen goed overweg met de kinderen van [naam]. Daar komt bij dat er veel ruimte is in Noorwegen, niet alleen is de woning waar [naam] woont groot, maar ook is er om de woning veel ruimte.

De situatie in Nederland, evenals het toekomstperspectief is minder rooskleurig. De moeder heeft geen vast werk en moet met de minderjarigen rondkomen van een zeer beperkt inkomen. Zij is invalkracht in het lager en speciaal onderwijs. Zij werkt nu ongeveer anderhalve dag per week en krijgt een aanvullende WW-uitkering. De kans op een vaste baan is nihil. Uit diverse verklaringen van familieleden en bekenden blijkt dat de huidige situatie van de moeder en de minderjarigen niet rooskleurig is, dat de relatie met [naam] sterk is en dat een ieder het volste vertrouwen heeft in de verhuizing en deze verhuizing ook in het belang van de minderjarigen acht.

De kansen van de moeder op de arbeidsmarkt in Noorwegen zijn aanzienlijk. Noorwegen heeft uitgebreide sociale voorzieningen en de moeder kan onder meer aanspraak maken op subsidie om haar eigen onderneming op te richten. Daarmee is zij reeds aan de slag gegaan en zij heeft een ondernemingsplan opgesteld. Zij wil een onderneming starten om kinderen in en om [stad] na schooltijd creatieve workshops te geven. Hierdoor ontwikkelen kinderen zich niet alleen, maar daarmee wordt ook naschoolse opvang geboden. Voormelde subsidie kan worden aangevraagd zodra de moeder zich in Noorwegen heeft gevestigd. Naast het geven van workshops, heeft de schoolleiding van de school waar de kinderen van [naam] op zitten en waar de minderjarigen ook naar school zullen gaan, reeds toegezegd dat de moeder Nederlandse les kan gaan geven aan de vijf Nederlandse kinderen op de school, zijnde de kinderen van [naam] en de minderjarigen. Daarnaast kan de moeder, als ze de Noorse taal goed beheerst, groepsleerkracht worden. Omdat het huidige team van de school in [stad] vergrijst, is het aannemelijk dat de moeder, ook buiten de Nederlandse lessen, op die school zal kunnen werken. Naast het volgen van lessen om de Noorse taal zo snel mogelijk onder de knie te krijgen, zal zij ook schoonmaakwerk gaan doen. Op die manier zal zij direct inkomen genereren en tegelijkertijd haar taalvaardigheden kunnen oefenen. Mocht de moeder niet direct voldoende inkomen genereren, dan zullen haar ouders en [naam] haar financieel onderhouden. [naam] verdient voldoende om een gezin met vijf kinderen financieel te kunnen onderhouden en hij hoeft geen alimentatie te voldoen aan zijn ex-echtgenote of voor zijn kinderen. De minderjarigen zullen, naast de lessen in het Nederlands, op school ook Noorse les krijgen. De moeder en de minderjarigen volgen reeds nu Noorse les. De minderjarigen zitten tot hun 16e op school in [stad]. Daarna gaan ze naar [plaats] voor verdere scholing. Het onderwijs, niet alleen het lager maar ook het voortgezet, in Noorwegen is niet alleen gratis, maar ook van hoge kwaliteit. Op grond van haar financiële situatie in Nederland, zijn de vooruitzichten voor de studies van de minderjarigen in Nederland weinig hoopvol. Met het oog op de afschaffing van de studiefinanciering, is dit geen begin van het zelfstandig bestaan dat de moeder de minderjarigen wil bieden.

Als de minderjarigen in Noorwegen wonen, hebben zij, als ze 18 jaar worden, recht op een studiebeurs wanneer zij zouden besluiten in Nederland te gaan studeren.

Op grond van de jurisprudentie stelt de moeder dat haar een zekere vrijheid moet worden gegund om een nieuw leven op te bouwen. De moeder meent dat aan de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria is voldaan. Naast het feit dat zij verwacht dat de verhuizing slechts een positieve invloed zal hebben op de minderjarigen, meent zij dat de verhuizing goed is voorbereid en doordacht. Ook doet zij een voorstel voor een zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen, waarbij de kosten worden gedeeld. Voorts zal de moeder de vader tweewekelijks per mail op de hoogte brengen van de ontwikkelingen en belangrijke zaken rondom de minderjarigen. De moeder is geenszins van plan om het contact tussen de vader en de minderjarigen in de weg te staan, maar zij zal daarentegen ieder contact bevorderen. Er is derhalve geen enkele reden om aan te nemen dat de verhuizing een uitholling van het gezag van de vader tot gevolg heeft. Zij zal de vader bij alle te nemen beslissingen betrekken. Daarnaast zal een verhuizing voor de vader geen financiële gevolgen hebben, nu de (reis)kosten van de zorgregeling eerder minder dan meer zullen worden.

4 Verweer en zelfstandig verzoek

4.1

De vader heeft verzocht:

- de verzoeken van de moeder af te wijzen;

- te bepalen, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de vader zullen hebben als de moeder er voor kiest om zonder de minderjarigen naar Noorwegen te verhuizen.

4.2

Ter bestrijding van het verzoek van de moeder en ter onderbouwing van het zelfstandige verzoek heeft de vader het volgende aangevoerd.

Door de moeder zijn diverse in het Noors gestelde stukken zonder Nederlandse vertaling overgelegd. Zonder vertaling dienen deze stukken buiten beschouwing te worden gelaten. De vader acht een verhuizing niet wenselijk, omdat de belangen van de minderjarigen daarmee niet zijn gediend. Hij heeft een buitengewoon goed contact met de minderjarigen, hetgeen ernstig zal worden belemmerd door een verhuizing.

Ten tijde van de echtscheiding heeft de moeder aanvankelijk geen medewerking verleend aan een zorgregeling, omdat zij vond dat de vader een alcoholprobleem had. Vervolgens hebben partijen een ouderschapsplan ondertekend, waarin een zorgregeling is opgenomen. Nadat de moeder begin 2010 kenbaar had gemaakt naar [plaats] te willen verhuizen, hebben partijen uiteindelijk overeenstemming bereikt over een wijziging van het ouderschapsplan. Die wijziging is vastgelegd in voormelde beschikking van 14 juli 2010. Omdat de moeder zich niet aan deze gewijzigde zorgregeling hield, heeft de vader een kort geding tot nakoming aanhangig gemaakt, welke heeft geresulteerd in een vonnis van 22 december 2011. In het kader van de procedure welke heeft geleid tot voormelde beschikking van 5 december 2012 hebben partijen in het kader van mediation overeenstemming bereikt over een aangepaste zorgregeling. Naar aanleiding van een brief van de moeder van 14 oktober 2014 heeft de advocaat van de vader reeds aan de moeder meegedeeld dat niet kon worden ingestemd met een verhuizing naar Noorwegen.

Uit het vorenstaande blijkt dat de moeder de zorgregeling van meet af aan tracht te frustreren. De moeder zoekt naar redenen om de vader het recht op omgang te ontzeggen.

Daarbij beticht zij de vader van van alles, echter zonder enige onderbouwing. Door een verhuizing naar Noorwegen zal het contact tot nihil worden gereduceerd, hetgeen de moeder altijd voor ogen heeft gestaan.

Er is geen noodzaak voor de moeder om te verhuizen. Zij heeft niet aangetoond dat er sprake is van een concrete baan, terwijl zij thans in Nederland wel werk heeft in het onderwijs. Zij kan ook in Nederland een onderneming opzetten en het staat niet vast dat zij in Noorwegen hiertoe subsidie kan ontvangen. De sociale voorzieningen zijn in Nederland zeker gelijkwaardig aan die in Noorwegen. De moeder gaat slechts uit van veronderstellingen. De ouders van de moeder kunnen haar ook in Nederland financieel ondersteunen. [naam] is op enig moment naar Nederland teruggekeerd, kennelijk omdat het leven in Noorwegen toch niet zo goed was. De stelling van de moeder dat [naam] economisch gebonden is aan Noorwegen is niet onderbouwd. Hij is lange tijd in Nederland woonachtig en werkzaam geweest, dus kan hij ook in Nederland inkomen genieten. De vader betwist dat het onderwijs in Noorwegen beter en goedkoper zou zijn dan in Nederland.

Het enige alternatief dat de moeder voorstelt voor een zorgregeling is dat de minderjarigen vier keer per jaar in vakantieperiodes bij de vader zullen verblijven. Ook thans verblijven de minderjarigen reeds een deel van de vakanties bij de vader. De reguliere weekendregeling komt te vervallen en wordt niet gecompenseerd. Daar komt bij dat de vader slechts een beperkt aantal vakantiedagen per jaar heeft, te weten 22. Ook het skype contact wordt thans, zo het al tot stand komt, exact na 15 minuten afgebroken. De minderjarigen zullen van de vader vervreemden. Het gezag van de vader zal bij een verhuizing verder worden uitgehold, omdat de moeder hem ook thans al niet of nauwelijks betrekt bij beslissingen over de minderjarigen. Anders dan de moeder stelt, heeft de vader regelmatige contacten met de school van de minderjarigen. Ook bezoekt hij zo vaak als mogelijk is schoolse activiteiten van de minderjarigen. Hieruit blijkt dat hij een zeer betrokken ouder is.

De huidige onderlinge communicatie tussen partijen is op zijn zachtst gezegd moeilijk. Dat zal zeker niet beter worden als de moeder naar Noorwegen verhuist. Daar komt bij dat bij problemen over de zorgregeling de vader zich tot een rechter in Noorwegen zal dienen te wenden, nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Noorwegen zal zijn.

De minderjarigen hebben tot 2009 altijd in [woonplaats] gewoond. Dit is voor hen derhalve een vertrouwde omgeving en zij hebben het bij de vader zeer naar hun zin. De familie van de vader woont daar ook in de buurt.

De vader zal veel meer (reis)kosten krijgen bij een verblijf van de minderjarigen in Noorwegen.

De vader heeft er geen problemen mee als de moeder verhuist naar Noorwegen, mits de minderjarigen in Nederland blijven. Hij wil dan graag voor de minderjarigen zorgen. Hij heeft inmiddels vier jaar een relatie met [naam], maar zij wonen niet samen. Dat is een bewuste keuze, omdat de minderjarigen in de woning van de vader hun vertrouwde plekje nodig hebben. Het contact tussen zijn nieuwe partner en de minderjarigen verloopt goed. Hij is met zijn partner zeer wel in staat voor de minderjarigen te zorgen.

Standpunt Raad

4.3

Het is voor de Raad onvoldoende duidelijk wat de mening van de minderjarigen is. Ook is niet duidelijk wat de draagkracht van de minderjarigen is. Om deze redenen biedt de Raad een onderzoek aan.

5 Beoordeling

Vervangende toestemming verhuizing

5.1

Het verzoek van de moeder is aan te merken als een geschil omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag als bedoeld in artikel 253a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Genoemd artikel bepaalt dat de rechtbank een zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

5.2

Bij de beoordeling van het verzoek van de moeder dient als uitgangspunt het bepaalde in artikel 1:247 lid 4 BW. Deze bepaling houdt in, voor zover hier van belang, dat een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, na ontbinding van het huwelijk, recht behoudt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.

5.3

Uit de omstandigheid dat in artikel 1:253a BW is bepaald dat de rechtbank een zodanige beslissing neemt als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt, mag niet worden afgeleid, dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening (zoals geschillen over wijziging van de woonplaats van de minderjarigen) altijd zwaarder weegt dan andere belangen. De rechtbank zal bij haar beslissing over dergelijke geschillen alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen, wat er in voorkomend geval ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen.

5.4

De rechtbank overweegt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een ouder bij wie de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats hebben in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met de minderjarigen en een nieuwe partner elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen, indien de omstandigheden van het geval, na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd, een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.

5.5

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. Partijen hebben in 2009 hun samenwoning verbroken. De minderjarigen wonen vanaf het uiteengaan van partijen feitelijk bij de moeder. Partijen zijn op dat moment een zorgregeling overeengekomen, welke regeling vervolgens enkele malen is gewijzigd. De thans geldende zorgregeling houdt in dat de vader de minderjarigen één maal per veertien dagen op vrijdag om 15.15 uur van school ophaalt en meeneemt naar [woonplaats]. Zondag om 17.00 uur worden de minderjarigen door de moeder in [woonplaats] opgehaald. Voorts zijn de minderjarigen een deel van de vakanties bij de vader. Daarnaast hebben de minderjarigen elke woensdag contact met de vader via skype. Op grond van het vorenstaande is aannemelijk dat het zwaartepunt van de dagelijkse verzorging en opvoeding van de minderjarigen bij de moeder ligt.

5.6

De moeder is na de echtscheiding verhuisd vanuit [woonplaats] naar [woonplaats]. Zij heeft een relatie gekregen met [naam]. [naam] is acht jaar geleden met zijn toenmalige echtgenote en hun kinderen naar Noorwegen gegaan waar het huwelijk is gestrand. [naam] heeft ongeveer een jaar bij de moeder in Nederland gewoond, maar hij is teruggegaan naar Noorwegen, omdat hij zijn kinderen miste. Het is de wens van de moeder om [naam] te volgen naar Noorwegen om daar met hem te gaan wonen, maar naar het oordeel van de rechtbank is daarmede de noodzaak voor de verhuizing niet (voldoende) aannemelijk gemaakt. De moeder heeft immers in Nederland een woning en een (weliswaar beperkt) inkomen uit arbeid, aangevuld met een WW-uitkering. Daarnaast kan de moeder, gelet op haar opleiding en haar arbeidsverleden, als voldoende bemiddelbaar worden aangemerkt voor de arbeidsmarkt in Nederland.

Daar komt bij dat weliswaar is gesteld dat zij in Noorwegen een eigen inkomen zal genereren, maar deze stelling is niet met stukken onderbouwd. De moeder wil een bedrijf starten waarbij zij creatieve workshops wil gaan geven, waartoe zij een in de Noorse taal gesteld ondernemingsplan, zonder Nederlandse vertaling, heeft overgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder onvoldoende concreet aannemelijk gemaakt dat er een markt is voor het geven van deze workshops in [stad] en omgeving. Voorts heeft de moeder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat als gevolg van de vergrijzing van het huidige onderwijsteam in [stad] haar kansen op een baan op de school zijn gestegen. Ook heeft de moeder onvoldoende concreet aangetoond wat het inkomen van [naam] bedraagt. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank een financiële noodzaak om te verhuizen door de moeder evenmin aangetoond.

Daarnaast is de rechtbank, anders dan de moeder heeft betoogd, van oordeel dat het welvaartsniveau en de toekomstkansen van de minderjarigen in Nederland vergelijkbaar zijn met Noorwegen, in die zin dat niet alleen in Noorwegen maar ook in Nederland adequate en afdoende voorzieningen bestaan waarmee kinderen in staat worden gesteld om onderwijs te volgen en te studeren.

Voorts kan er aan de zijde van de moeder, anders dan de relatie met [naam], geen emotionele reden worden aangenomen voor een verhuizing naar Noorwegen. De moeder komt immers niet uit Noorwegen en zij heeft daar ook geen familie wonen.

De rechtbank zal het argument van de moeder passeren dat haar ouders bereid zijn haar tijdelijk financieel te ondersteunen totdat zij zelf inkomen genereert, nu die toezegging van haar ouders geen structureel karakter heeft. Daarnaast is de rechtbank, gelijk de vader heeft betoogd, van oordeel dat de financiële ondersteuning door de ouders van de moeder ook in Nederland kan plaatsvinden.

Evident is dat een verhuizing van de minderjarigen naar Noorwegen zal betekenen dat het contact tussen de vader en de minderjarigen in ieder geval in frequentie zal afnemen. Uit het vorenstaande kan worden afgeleid dat de communicatie tussen partijen reeds vanaf de echtscheidingsprocedure (zeer) te wensen overlaat. Ter illustratie hiervoor kan dienen de door beide partijen weergegeven voorgeschiedenis, waaruit is op te maken dat er verschillende gerechtelijke procedures zijn geweest, welke met name door de moeder zijn geëntameerd. Het risico bestaat dat de verstandhouding tussen partijen en het overleg over de minderjarigen verder zal verslechteren wanneer de moeder met de minderjarigen naar Noorwegen verhuist, als gevolg waarvan de uitvoering van de zorgregeling in gevaar kan komen. Daarbij wordt eveneens in overweging genomen dat de moeder geen extra alternatieven heeft voorgesteld voor invulling van de zorgregeling tussen de vader en de minderjarigen in het geval van verhuizing om de gevolgen daarvan de compenseren of te verzachten.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het contact tussen de vader en minderjarigen onvoldoende is gewaarborgd na de verhuizing.

5.7

Al het voorgaande in aanmerking nemende en de belangen van de moeder, de vader en de minderjarigen tegen elkaar afwegende, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder om haar toestemming te verlenen met de minderjarigen in de zomervakantie 2015 te verhuizen naar Noorwegen dient te worden afgewezen. Nu de rechtbank zich voldoende geïnformeerd acht, zal het aanbod van de Raad om een onderzoek in te stellen, worden gepasseerd.

Hoofdverblijfplaats

5.8

De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit onderdeel bij gebrek aan belang afwijzen, nu het verzoek van de moeder om haar toestemming te verlenen om te verhuizen wordt afgewezen.

Zorgregeling

5.9

Gelet op het feit dat het verzoek van de moeder om toestemming te verlenen om te verhuizen wordt afgewezen, wordt ook het (voorwaardelijke) verzoek van de moeder op dit onderdeel afgewezen.

Inschrijving op school in [stad]

5.10

De rechtbank zal ook dit verzoek van de moeder afwijzen in verband met het feit dat het verzoek van de moeder om toestemming te verlenen om te verhuizen wordt afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

Wijst af alle hierboven onder 3.1 weergegeven door de moeder gedane verzoeken

6.2

Wijst af het hierboven onder 4.1 weergegeven door de vader gedane verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, tevens kinderrechter, mr. M.M. van Weely, en mr. M.E. Allegro, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.