Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:5098

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-06-2015
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
15/820182-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; bekennende verdachte; meermalen diefstal van levensmiddelen, waaronder eieren, bij de AH to Go te Schiphol en vervolgens met die eieren dienstauto's van de Koninklijke Marechaussee (KMar) te Schiphol tijdelijk onbruikbaar maken bewezen verklaard; gelet op dubbelrapportage van psycholoog en psychiater is verdachte ontoerekenbaar verklaard; ex artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht is verdachte voor de maximale duur van één (1) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst teneinde te worden behandeld en indien mogelijk repatriëring naar Polen voor te bereiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/820182-15 (P)

Uitspraakdatum: 16 juni 2015

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van dinsdag 2 juni 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Polen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

De politierechter heeft de zaken met de parketnummers 15/281796-14, 15/282760-14, 15/265420-14 en 15/266852-14 ter terechtzitting van 19 maart 2015 gevoegd bij de zaak met parketnummer 15/820182-15 en naar de meervoudige strafkamer verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Hendriks en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. D.R. Kops, advocaat te Breukelen, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/820182-15:

feit 1:

hij op of omstreeks 18 februari 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen zes eieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 2:

hij op of omstreeks 18 februari 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans één of meer dienstauto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/281796-14:

hij op of omstreeks 18 december 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk een politievoertuig (mercedes vito), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/282760-14:

feit 1:

hij op of omstreeks 18 december 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer voedingsmiddel(en), te weten een doos eieren en/of een blikje Red Bull, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 2:

hij op of omstreeks 18 december 2014 om (ongeveer) 18:00 uur te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 18 december om 15:00 uur gegeven door de officier van justitie te Noord-Holland

immers heeft verdachte opzettelijk zich opgehouden binnen de grenzen van de luchthaven Schiphol, daarbij inbegrepen alle voor auto's toegankelijke plaatsen, te weten een parkeerplaats ter hoogte van de backoffice te Schiphol;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/265420-14:

feit 1:

hij op of omstreeks 25 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles frisdrank en/of een doos eieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn (filiaal Schiphol Plaza), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 2:

hij op of omstreeks 25 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk 4, althans één of meer dienstauto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/266852-14:

feit 1:

hij op of omstreeks 27 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gevestigd op/aan het Plaza Shopping Centrum aldaar, heeft weggenomen een doos eieren, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 27 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een of meer personenauto's, althans motorvoertuigen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder parketnummers 15/820182-15 feit 1 en 2, 15/281796-14, 15/282760-14 feit 1 en 2, 15/265420-14 feit 1 en 2 en 15/266852-14 feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/281796-14 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld, dat de ten laste gelegde datum van 18 december 2014 een kennelijke verschrijving betreft, zodat de pleegdatum van 17 december 2014 bewezen dient te worden verklaard.

3.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu er ten aanzien van de ten laste gelegde feiten voldoende wettig en overtuigend bewijs is en zijn cliënt ten aanzien van alle feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd.

3.3. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder parketnummers 15/820182-15 feit 1 en 2, 15/281796-14, 15/282760-14 feit 1 en 2, 15/265420-14 feit 1 en 2 en 15/266852-14 feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/820182-15 feit 1 en 2:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2015;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 19 februari 2015 (dossierpagina 6-7);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Koninklijke Marechaussee d.d. 18 februari 2015 (dossierpagina 31-32);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Albert Heijn inclusief goederen bijlage d.d. 19 februari 2015 (dossierpagina 33-35);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (camerabeelden) d.d. 19 februari 2015 (dossierpagina 36-37);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (camerabeelden) d.d. 19 februari 2015 (dossierpagina 38-39).

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/281796-14:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2015;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 17 december 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Koninklijke Marechaussee d.d. 18 december 2014.

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/282760-14 feit 1 en 2:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2015;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 18 december 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Albert Heijn inclusief goederenbijlage d.d. 18 december 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (camerabeelden) d.d. 18 december 2014;

- een schriftelijk stuk zijnde de gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast d.d. 18 december 2014.

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/265420-14 feit 1 en 2:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2015;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Albert Heijn d.d. 25 november 2014:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Albert Heijn d.d. 26 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Koninklijke Marechaussee d.d. 25 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (overbrengen verdachte) d.d. 25 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (aantreffen eierdoos en uitkijken camerabeelden) d.d. 25 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (uitkijken camerabeelden) d.d. 26 november 2014.

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/266852-14 feit 1 en 2:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 juni 2015;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding d.d. 27 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Koninklijke Marechaussee d.d. 27 november 2014:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de Albert Heijn d.d. 27 november 2014;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (camerabeelden) d.d. 28 november 2014.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummers 15/820182-15 feit 1 en 2, 15/281796-14, 15/282760-14 feit 1 en 2, 15/265420-14 feit 1 en 2 en 15/266852-14 feit 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/820182-15:

feit 1:

hij op 18 februari 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen zes eieren toebehorende aan Albert Heijn;

feit 2:

hij op 18 februari 2015 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk twee dienstauto's toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/281796-14:

hij op 17 december 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een politievoertuig Mercedes Vito toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/282760-14:

feit 1:

hij op 18 december 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een doos eieren en een blikje Red Bull toebehorende aan Albert Heijn;

feit 2:

hij op 18 december 2014 om ongeveer 18:00 uur te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 18 december om 15:00 uur gegeven door de officier van justitie te Noord-Holland

immers heeft verdachte opzettelijk zich opgehouden binnen de grenzen van de luchthaven Schiphol, daarbij inbegrepen alle voor auto's toegankelijke plaatsen, te weten een parkeerplaats ter hoogte van de backoffice te Schiphol;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/265420-14:

feit 1:

hij op 25 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles frisdrank en een doos eieren toebehorende aan Albert Heijn filiaal Schiphol Plaza;

feit 2:

hij op 25 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk 4 dienstauto's toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/266852-14:

feit 1:

hij op 27 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel gevestigd aan het Plaza Shopping Centrum aldaar heeft weggenomen een doos eieren toebehorende aan Albert Heijn;

feit 2:

hij op 27 november 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk motorvoertuigen toebehorende aan de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 15/820182-15 feit 1 en 2, 15/281796-14, 15/282760-14 feit 1 en 2, 15/265420-14 feit 1 en 2 en 15/266852-14 feit 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/820182-15:

feit 1:

diefstal;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/281796-14:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/282760-14:

feit 1:

diefstal;

feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/265420-14:

feit 1:

diefstal;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 15/266852-14:

feit 1:

diefstal;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

5.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat verdachte ten tijde van het plegen van de strafbare feiten ontoerekenbaar was en de feiten hem niet kunnen worden toegerekend, zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld, dat aan de hand van de rapporten van de gedragsdeskundigen onvoldoende is vast te stellen dat het niet anders kan zijn dan dat de door verdachte gepleegde feiten onder invloed van zijn psychische toestand zijn gepleegd. In de rapporten wordt op geen enkele manier ingegaan op de mogelijkheid dat de psychische problemen van verdachte volledig losstaan van zijn wens om terug te keren naar Polen en de delicten die hij heeft gepleegd om dat doel te bereiken. Immers, niet kan worden gesteld dat de door verdachte gekozen manier om dit te bewerkstelligen dusdanig vergezocht is dat deze wel moet zijn ingegeven door zijn psychische toestand. De raadsman verzoekt de rechtbank ervan uit te gaan dat de aan verdachte ten laste gelegde delicten niet onder invloed van zijn psychische toestand zijn gepleegd en dat verdachte niet als volledig ontoerekeningsvatbaar kan worden gezien. De raadsman verzoekt deswege om de vordering van de officier van justitie tot oplegging van de maatregel ex artikel 37 Sr af te wijzen en bepleit dat aan verdachte een straf wordt opgelegd.

5.3. Oordeel van de rechtbank

Ter beoordeling van de toerekenbaarheid van verdachte heeft de rechtbank een tweetal Pro Justitia rapportages ontvangen. Het betreft:

- het psychologisch onderzoeksrapport betreffende verdachte d.d. 9 april 2015 opgesteld door drs. [psycholoog], psycholoog en

- het psychiatrisch onderzoeksrapport betreffende verdachte d.d. 20 april 2015 opgesteld door dr. [psychiater], psychiater.

Het psychologisch onderzoeksrapport houdt over de toerekenbaarheid – kort gezegd – het volgende in. Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een psychose NAO. Ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde was duidelijk sprake van deze stoornis en deze heeft de gedragingen en gedragskeuzes van verdachte beïnvloed. De ten laste gelegde feiten lijken te zijn voortgekomen uit de psychotische belevingen van verdachte waarbij hij zich achtervolgd waant en uitzetting poogt te provoceren om veilig te zijn. Hiervan was ten tijde van het ten laste gelegde in ernstige mate sprake, het gehele functioneren van verdachte werd hierdoor bepaald.

Het psychiatrisch onderzoeksrapport houdt in dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de vorm van een psychose met kenmerken van schizofrenie dan wel een schizoaffectieve stoornis. Verdachte leed ook ten tijde van het ten laste gelegde aan deze stoornis. Het ten laste gelegde is volledig voortgekomen uit psychotische belevingen en cognitieve en emotionele stoornissen.

Op grond van het voorgaande wordt door beide gedragsdeskundigen geadviseerd verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en psychiater over en maakt die tot de hare, zodat het verweer van de raadsman dient te worden verworpen. Nu verdachte ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde strafbare feiten wegens de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens ontoerekeningsvatbaar was en de feiten hem derhalve niet kunnen worden toegerekend, is verdachte niet strafbaar, zodat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6. Motivering van de maatregel

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het bewezenverklaarde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu deze niet strafbaar moet worden geacht en de rechtbank zal gelasten dat verdachte zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één (1) jaar.

6.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte zich op het standpunt gesteld, indien het ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard, aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform de duur van het voorarrest zal worden opgelegd en tevens een voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht en een behandelverplichting inhoudende dat verdachte zich onder behandeling laat stellen van GGZ Keizersgracht te Amsterdam. Aldaar kan hij door Pools sprekende psychologen en psychiaters worden behandeld en kan zijn terugkeer naar Polen kan worden ondersteund en voorbereid, hetgeen naar de verwachting van de raadsman niet zal lukken in een psychiatrisch ziekenhuis.

6.3. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de maatregel die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en de bespreking aldaar van voornoemde door de psycholoog en psychiater opgestelde rapporten is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de periode van 27 november 2014 tot en met 18 februari 2015 viermaal schuldig gemaakt aan diefstal van levensmiddelen, met name dozen met eieren, bij de Albert Heijn op Schiphol Plaza. Verdachte heeft deze eieren telkens gebruikt om opvallende dienstvoertuigen van de Koninklijke Marechaussee, geparkeerd bij het Bureau Backoffice te Schiphol, mee te bekogelen. Hierdoor waren de voertuigen tijdelijk onbruikbaar en heeft hij de Koninklijke Marechaussee enige tijd belet de voertuigen direct te kunnen gebruiken voor hun primaire taak, de beveiliging van de luchthaven. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het overtreden van een aan hem op 18 december 2014 uitgevaardigde gedragsaanwijzing ter beëindiging van ernstige overlast, inhoudende dat hij zich gedurende drie maanden niet op en rond de luchthaven Schiphol mocht begeven. Deze gedragsaanwijzing heeft verdachte er niet van kunnen weerhouden zich andermaal schuldig te maken aan diefstallen van levensmiddelen en het bekogelen van dienstvoertuigen. Diefstal en het tijdelijk onbruikbaar maken van goederen die een ander toebehoren zijn ergerlijke feiten, die schade veroorzaken en in het algemeen bij de benadeelde gevoelens van onrust en onveiligheid.

Uit het psychologisch onderzoeksrapport blijkt dat bij verdachte vermoedelijk al sinds langere tijd sprake is van een psychotische vertekening van de realiteit. Nader onderzoek, bij voorkeur uitgevoerd in Polen, zal moeten uitwijzen in welk kader de psychose bezien en behandeld moet worden. De aan verdachte ten laste gelegde feiten lijken, evenals de eerdere vergelijkbare diefstallen en vernielingen van eigendommen van de Koninklijke Marechaussee, voortgekomen uit de psychotische belevingen van betrokkene waarbij hij zich achtervolgd waant en uitzetting poogt te provoceren om veilig te zijn. Het is onduidelijk waar hij bang voor is. De psycholoog heeft een klinische indruk gekregen inhoudende dat de kans op herhaling onverminderd groot is zolang de psychose niet is behandeld. Verdachte behoeft dringend psychiatrische zorg, nu het hem in elk opzicht ontbreekt aan ziekte-inzicht en besef. Er dient te worden ingegrepen alvorens verdachte weer in staat kan worden geacht in enige mate binnen de maatschappij te functioneren. Concreet wordt derhalve geadviseerd verdachte voor psychiatrische behandeling met aansluitend repatriëring naar Polen in een psychiatrisch ziekenhuis te plaatsen voor de duur van maximaal één (1) jaar conform artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht.

Ook uit het verrichte psychiatrisch onderzoek blijkt dat verdachte lijdt aan vaag gestructureerde achtervolgingswanen zonder enig ziekte-inzicht. De pre-morbide intelligentie wordt op gemiddeld niveau geschat, maar door de psychotische denkstoornissen functioneert verdachte ver beneden gemiddeld niveau. Vorm en beloop van het denken zijn verbrokkeld en verhoogd associatief. Tijdens het psychiatrisch onderzoek blijkt verdachte vrij ernstig psychotisch te zijn, waardoor ook het toestandsbeeld lijkt te wijzen op een wat langere duur – ten minste meerdere maanden – van de psychose. Schizofrenie of een schizoaffectieve stoornis zijn de meest waarschijnlijke oorzaken van de psychose. De kans op herhaling van soortgelijke strafbare feiten is gezien de bevindingen van het onderzoek en de voorgeschiedenis van verdachte sterk verhoogd, aldus de psychiater. Zowel uit oogpunt van recidivepreventie als uit zorgoogpunt is klinisch psychiatrische behandeling aangewezen. In eerste instantie in Nederland en zo mogelijk vervolgens in Polen. Ook de psychiater adviseert om verdachte op grond van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht voor één (1) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis te plaatsen teneinde te worden behandeld en zo mogelijk te worden gerepatrieerd naar Polen.

Nu de rechtbank – mede op grond van voornoemde rapporten – tot het oordeel is gekomen, dat verdachte van alle rechtsvervolging dient te worden ontslagen, acht zij – met de aangehaalde deskundigen – plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis de meest gerede maatregel. Met het inslaan van die weg kan worden voorzien in de behandeling die verdachte vanwege zijn ziekelijke stoornis van de geestvermogens nodig heeft. Tevens kan in dit kader worden bezien of, zoals verdachte wenst, repatriëring naar Polen kan worden voorbereid en gerealiseerd. De rechtbank acht een ambulante behandeling van verdachte door GGZ Keizersgracht te Amsterdam in het kader van de oplegging van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, zoals door de raadsman verzocht, onder de hiervoor weergegeven omstandigheden, niet aan de orde.

De rechtbank is van oordeel dat zowel de veiligheid van verdachte als die van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vergen dat zij gelast dat verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor de duur van maximaal één (1) jaar.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

37, 39, 57, 63, 184a, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummers 15/820182-15 onder feit 1 en 2, 15/281796-14, 15/282760-14 onder feit 1 en 2, 15/265420-14 onder feit 1 en 2, 15/266852-14 onder feit 1 en 2, ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 3.4. bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte daarvoor van alle rechtsvervolging;

gelast dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn met een maximale duur van ÉÉN (1) JAAR.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, voorzitter,

mr. I.M. Nusselder en mr. R. A. Otter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van dinsdag 16 juni 2015.

Mr. C.H. de Jonge van Ellemeet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.