Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:4942

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-06-2015
Datum publicatie
29-06-2015
Zaaknummer
15-000125 en 15-000126
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijking van forfaitaire bedrag schadevergoeding op grond van ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis. I.v.m. zwangerschap met complicaties een verhoging van € 50,- per dag toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 89
Wetboek van Strafvordering 591a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2015/80
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummers: 15-000125 (89 Sv) en 15-000126 (591a Sv)

Parketnummer: 15/801565-12

Uitspraakdatum: 29 juni 2015

Beschikking (art. 89 en 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 8 januari 2015 zijn op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen twee door mr. B.P. de Boer, advocaat, ingediende verzoekschriften van

[L.] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum],

wonende te [plaats],

domicilie kiezende te Amsterdam, ten kantore van mr. B.P. de Boer, voornoemd.

De verzoekschriften strekken tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van:

  • -

    € 4.755,-, ter zake van de schade die verzoekster stelt te hebben geleden ten
    gevolge van ten onrechte ondergane verzekering en voorlopige hechtenis wegens verdenking van overtreding van artikel 2 van de Opiumwet;

  • -

    € 550,-, wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

Op 15 juni 2015 zijn de verzoekschriften in het openbaar in raadkamer behandeld.

Voor verzoekster is verschenen mr. B.P. de Boer, voornoemd.

Tevens was aanwezig de officier van justitie mr. J.G. Hendriks.

2 Beoordeling

De strafzaak tegen verzoekster is geëindigd door het onherroepelijk worden van het vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 24 november 2014, waarbij verzoekster van het haar tenlastegelegde is vrijgesproken.

De door verzoekster ondertekende verzoekschriften zijn tijdig ingediend.

Verzoekster is op 12 december 2012 in verzekering gesteld en op 17 januari 2013 in vrijheid gesteld.

Op de voet van het bepaalde in de artikelen 89, 90 en 591a van het Wetboek van Strafvordering kan de gewezen verdachte – indien de strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht – aanspraak maken op vergoeding van de door deze ten gevolge van ondergane vrijheidsbeneming geleden schade, respectievelijk de gemaakte kosten van een raadsman, zo daartoe althans, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Van de zijde van verzoekster is erop gewezen dat naast de standaard forfaitaire vergoeding wegens onterecht ondergane detentie, tevens een aanvullende vergoeding dient te worden toegekend aan verzoekster, nu zij zesendertig dagen gedetineerd heeft gezeten terwijl zij ruim vijf maanden zwanger was. Daarbij heeft de detentie flinke extra psychische spanningen opgeleverd voor de zwangerschap en was er sprake van een risicozwangerschap, omdat er een medische indicatie was voor een streptokokken-B besmetting.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het redelijk en billijk is om de standaardvergoeding wegens onterecht ondergane detentie toe te kennen, maar dat de verzochte additionele vergoeding dient te worden afgewezen, nu de extra spanningen voor de zwangerschap – terwijl in detentie zowel somatische als geestelijke gezondheidszorg voorhanden is – onvoldoende zijn onderbouwd.

De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding wegens onterecht ondergane detentie. De rechtbank acht aannemelijk dat de vrijheidsbeneming voor appellante naar verhouding dermate veel zwaarder is geweest, dat een afwijking van de forfaitaire vergoeding op zijn plaats is. Hiervoor wordt verwezen naar de hiervoor vermelde omstandigheden. De rechtbank zoekt voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende vergoeding aansluiting bij de door verzoekster aangehaalde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem van 15 maart 2010 (BL9141) en zal deze aanvullende vergoeding bepalen op € 50,- per dag.

3 Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 5.305,-
(zegge: vijfduizend driehonderd en vijf euro), welk bedrag als volgt is samengesteld:

€ 465,- wegens een verblijf van 3 dagen op een politiebureau;

€ 4.290,- wegens een verblijf van 33 dagen in een huis van bewaring; en

€ 550,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening en behandeling van de verzoekschriften.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoekster toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoeksters advocaat, rekeningnummer NL22 INGB 004 058 589 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Cleerdin & Hamer advocaten te Amsterdam, onder vermelding van “schadevergoeding [L.]/om – 141677 BO”.

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L. de Jong, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2015.