Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:4641

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
11-06-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 2494
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

vovo mondelinge uitspraak: maatschappelijke opvang; voorzieningenrechter bepaalt dat verweerder er zorg voor draagt dat verzoekster wordt geplaatst in

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/2494

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

5 juni 2015 in de zaak tussen

[verzoekster], te [plaats], verzoekster

(gemachtigden: mr. W.G. Fischer en mr. S. Çakici-Reinders),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder

(gemachtigden: C. Dohmen en F. Traksel).

Procesverloop

Bij besluit van 1 mei 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder een verzoek van verzoekster om toelating in de maatschappelijke opvang afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter op 5 juni 2015 om 16:45 uur uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

  • -

    schorst het primaire besluit;

  • -

    draagt verweerder op er zorg voor te dragen dat verzoekster geplaatst wordt in een pension of hotel met daarbij (geld voor) ontbijt, middageten en avondmaaltijd vanaf heden tot maandagochtend 8 juni 2015 09:00 uur;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan verzoekster te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 980,-.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

Vast staat dat verzoekster thans voldoet aan het OGGZ-criterium en tot de doelgroep behoort voor toelating in de maatschappelijke opvang. Verweerder zal verzoekster dan ook binnen afzienbare tijd een toewijzingsbeschikking maatschappelijke opvang uitreiken. Verzoekster is per direct een begeleider toegewezen. Maandag 8 juni a.s. om 09.00 uur vindt de intake plaats. Verweerder biedt verzoekster tot die tijd nachtopvang bij [naam] te [plaats].

Verzoekster heeft tot 31 mei 2015 gebruik gemaakt van de nachtopvang in [naam]. Na een incident is zij toen voor één nacht geschorst en de toegang ontzegd. Sindsdien slaapt verzoekster ’s nachts op straat. Zij wil niet terug naar [naam] omdat zij zich daar niet veilig voelt.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij aan zijn verplichtingen voldoet door verzoekster nachtopvang te bieden en dat het de eigen keuze is van verzoekster om daar geen gebruik van te maken. Verweerder ziet dan ook geen reden om een andere voorziening te treffen.

Niet in geschil is dat verzoekster door allerlei gebeurtenissen in het verleden is getraumatiseerd en daardoor psychische problemen ondervindt.

Evenmin is in geschil dat verzoekster nog geen trajectplan is gestart en dat zij nog niet is gezien door een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige in het kader van maatwerkvoorziening.

Bij het ontbreken van een advies van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige in verband met de traumata van verzoekster kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet bij voorbaat worden gezegd dat de nachtopvang in [naam] op dit moment voor verzoekster een adequate wijze van opvang is. Weliswaar heeft verzoekster ter zitting gezegd dat zij niet terug wil naar de nachtopvang omdat zij daar onbeschoft en weinig respectvol werd behandeld, maar op geen enkele wijze valt nu uit te sluiten dat het gevoel van onveiligheid van verzoekster aldaar wordt veroorzaakt door haar traumata.

Gelet op het vorenstaande zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook toewijzen.

2. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.