Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:4562

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
05-06-2015
Zaaknummer
15-000252 en 15-000253
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding als gevolg van tweemaal ten onrechte voorwaardelijke tenuitvoerlegging ex artikel 14fa Sr. Op grond van artikel 14l Sr is artikel 89 Sv van overeenkomstige toepassing. Artikel 14l Sr bepaalt geen termijn voor de indiening van een dergelijk verzoek. Verzoek ontvankelijk en toegewezen

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 89
Wetboek van Strafrecht 14l
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2015/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Enkelvoudige raadkamer

Registratienummers: 15-000252 en 15-000253

Parketnummer: 15/700226-11

Uitspraakdatum: 5 juni 2015

Beschikking (art. 89 en 591a Sv.)

1 Ontstaan en loop van de procedure

Op 15 januari 2015 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, ingekomen een door mr. M.M.J. Nuijten, advocaat, ingediend verzoekschrift van

[verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

domicilie kiezende te (2011 MR) Haarlem, Kenaupark 21,

ten kantore van mr. M.M.J. Nuijten, voornoemd.

Het verzoekschrift strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van

  • -

    € 2.180,-, ter zake van de schade die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming als gevolg van een (vordering) voorwaardelijke tenuitvoerlegging ex artikel 14fa Sr;

  • -

    € 280,-, wegens de kosten van bijstand met betrekking tot het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift.

2 Beoordeling

Als gevolg van een vordering tot voorwaardelijke tenuitvoerlegging ex artikel 14fa Sr is verzoeker twee maal aangehouden en de vrijheid benomen wegens vermeende overtreding van de in de zaak met parketnummer 15/700226-11 opgelegde bijzondere voorwaarden.

Verzoeker is op 10 maart 2014 aangehouden en, na afwijzing door de rechter-commissaris van de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging, in de loop van 12 maart 2014 in vrijheid gesteld.

Verzoeker is op 23 oktober 2014 opnieuw aangehouden. Op 24 oktober 2014 heeft de rechter-commissaris de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf bevolen, maar de rechtbank heeft op 14 november 2014 het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging opgeheven, onder vaststelling dat verzoeker de bijzondere voorwaarden niet had overtreden, .

Vergoeding van ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming als gevolg van toepassing van artikel 14fa Sr is mogelijk op grond van artikel 14l Sr waarin artikel 89, eerste lid, tweede volzin, Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard. Artikel 14l Sr bepaalt geen termijn voor de indiening van een dergelijk verzoek. Het door verzoeker ondertekende verzoekschrift is daarom tijdig ingediend.

De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding. Het verzoek zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hieronder is aangegeven.

3 Beslissing

De rechtbank:

Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 2.460,-

(zegge: tweeduizend vierhonderdzestig euro),

welk bedrag als volgt is samengesteld:

€ 420,- wegens een verblijf van 4 dagen op een politiebureau;

€ 1.760,- wegens een verblijf van 22 dagen in een huis van bewaring.

€ 280,- wegens de kosten van een raadsman voor de indiening van het verzoekschrift.

Beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoeker toegekende vergoeding op de derdengeldrekening van verzoekers advocaat, rekeningnummer NL44 ABNA 0256 1042 12 ten name van Spong Advocaten Stichting derdengelden, onder vermelding van “schadevergoeding[verzoeker]/om – dossiernummer MN 13.5779.”

4 Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.