Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:4476

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-04-2015
Datum publicatie
02-06-2015
Zaaknummer
15/191898-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2017:796
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; wettelijk als getuige opgeroepen, opzettelijk niet voldoen aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig te vervullen heeft.

Verdachte heeft op 14 mei 2014 ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam bij de behandeling van de megazaak “Passage” opzettelijk niet voldaan aan zijn wettelijke verplichting om als getuige antwoord te geven op de hem gestelde vragen, maar zich ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht. Het gerechtshof heeft vervolgens een bevel gijzeling afgegeven, dat direct ten uitvoer is gelegd. Ondanks deze gijzeling heeft verdachte op 2 juni 2014 volhard in zijn weigering vragen te beantwoorden en zich wederom ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2015/149
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/191898-14 (P)

Uitspraakdatum: 21 april 2015

Verstek

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

7 april 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

De politierechter heeft ter terechtzitting van 29 januari 2015 de zaak naar de meervoudige strafkamer van deze rechtbank verwezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M.E. van der Plas.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 14 mei 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wettelijk als getuige was opgeroepen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan enige wettelijke verplichting die hij alszodanig had te vervullen, immers heeft hij, verdachte, op die terechtzitting geweigerd antwoord te geven op (aan) hem gestelde vragen en/of zich (daarbij) ten onrechte beroepen op een / zijn verschoningsrecht;

Feit 2:

hij op of omstreeks 2 juni 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wettelijk als getuige was opgeroepen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan enige wettelijke verplichting die hij alszodanig had te vervullen, immers heeft hij, verdachte, op die terechtzitting geweigerd antwoord te geven op (aan) hem gestelde vragen en/of zich (daarbij) ten onrechte beroepen op een /zijn verschoningsrecht.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Verdachte is op 16 november 2009 door het gerechtshof te Amsterdam veroordeeld voor het medeplegen van moord op Thomas van der Bijl op 20 april 2006 in Amsterdam. Bij arrest van 20 september 2011 heeft de Hoge Raad het arrest van het hof vernietigd voor wat betreft de opgelegde straf en voor het overige heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen. De veroordeling van verdachte voor het medeplegen van de moord is daardoor onherroepelijk geworden.2

Op 14 mei 2014 is verdachte, daartoe rechtsgeldig opgeroepen, als getuige verschenen ter terechtzitting van het gerechtshof te Amsterdam, zittingslocatie Justitieel Complex Schiphol (JCS) te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, om te worden gehoord in de megazaak “Passage”. Binnen “Passage” is de moord op Van der Bijl en de aanloop naar de moord, een van de zaken.3

Verdachte heeft ter terechtzitting van 14 mei 2014 verklaard geen bloed- of aanverwant van de verdachten te zijn en heeft vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.4 Vervolgens heeft verdachte als getuige meermalen verklaard dat hij ten aanzien van alle vragen die hem gesteld worden, zich op zijn verschoningsrecht zou beroepen. Hij deed dit zowel bij inhoudelijke vragen als ook ten aanzien van de vraag of er andere drempels zijn die maakten dat hij niet wenste te verklaren en de vraag of er de afgelopen tijd iets was voorgevallen ten aanzien van verdachte of één van zijn familieleden. Hij heeft daarbij aangegeven van mening te zijn dat dat recht hem toekomt. Ook nadat de advocaat-generaal hem erop heeft gewezen dat zijn opstelling negatieve gevolgen kan hebben voor zijn voorwaardelijke invrijheidstelling en dat hij in gijzeling kan worden genomen, heeft verdachte aangegeven niet bereid te zijn om nader toe te lichten op grond waarvan hij meent dat hem een verschoningsrecht toekomt.5

Op vordering van de advocaat-generaal heeft het hof daarop een bevel tot gijzeling afgegeven, oordelend dat de getuige zonder wettige grond weigert de gestelde vragen te beantwoorden. Voorts heeft het hof beslist dat de getuige op de terechtzitting van 2 juni 2014 wederom diende te verschijnen teneinde nader te worden gehoord omtrent zijn bereidheid om antwoord te geven op vragen en een datum voor een nader verhoor te bepalen.6

Verdachte is op 2 juni 2014 wederom als getuige verschenen ter terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam, zittingslocatie JCS. Verdachte heeft ook toen verklaard geen bloed- of aanverwant van de verdachten te zijn en heeft vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.7 Verdachte heeft vervolgens verklaard dat hij, net als ter terechtzitting van 14 mei 2014, zich ten aanzien van alle vragen zal beroepen op zijn verschoningsrecht. Hij wenste hierop geen enkele nadere toelichting te geven, ook niet na een uiteenzetting van zijn rechten en plichten als getuige en aandringen van het hof. Zijn raadsvrouw, mr. Harlequin, advocaat te Den Haag, heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ook niet verplicht is dit nader te motiveren en dat hem een algemeen verschoningsrecht toekomt.8

Daarop heeft het hof geoordeeld dat verdachte, die onherroepelijk is veroordeeld in verband met betrokkenheid bij het misdrijf waarover hij zou worden gehoord, geen beroep op enig verschoningsrecht toekomt, nu hij ter toelichting op zijn stelling dat hem een beroep hierop wel toekomt, op geen enkele vraag antwoord heeft willen geven.9

3.3.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich op de terechtzittingen van het gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2014 en 2 juni 2014 als getuige ten onrechte heeft beroepen op een verschoningsrecht.

De rechtbank neemt daartoe allereerst in aanmerking dat verdachte op die zittingen heeft verklaard dat hij geen bloed- of aanverwant van de verdachten is, zodat hem geen (algemeen) verschoningsrecht op grond van artikel 217 van het wetboek van Strafvordering (Sv) toekomt.

Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zou worden gehoord over een feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is veroordeeld. Aldus kan niet worden gezegd dat verdachte door het beantwoorden van aan hem gestelde vragen zichzelf nog aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling voor dat feit zou blootstellen. Verdachte zou slechts bepaalde vragen kunnen weigeren te beantwoorden als hij zich daarmee – naar zijn inschatting – aan het gevaar van een andere strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen, maar hiermee komt hem geen algeheel verschoningsrecht toe voor alle vragen.

De rechtbank heeft daarbij oog voor de eventuele problemen die de beantwoording van bepaalde vragen door verdachte in de zaak met zich mee zouden kunnen brengen, maar zolang dit door verdachte niet enigszins nader wordt geconcretiseerd, kan ook een beroep op het verschoningsrecht ex artikel 219 Sv niet slagen.

Voor zover verdachte geen verklaring heeft willen afleggen omdat hij zich zodanig bedreigd acht dat voor zijn leven, gezondheid of veiligheid dan wel voor de ontwrichting van zijn gezinsleven of zijn sociaal-economisch bestaan moet worden gevreesd, merkt de rechtbank op dat ten aanzien van een bedreigde getuige de aparte procedure ex artikel 226a Sv e.v. heeft te gelden. Ook dit is echter door verdachte op geen enkele wijze concreet gemaakt.

Van enig ander verschoningsrecht waarop verdachte een beroep kan doen, is evenmin gebleken.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1:

hij op 14 mei 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wettelijk als getuige was opgeroepen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig had te vervullen, immers heeft hij, verdachte, op die terechtzitting geweigerd antwoord te geven op (aan) hem gestelde vragen en zich (daarbij) ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht;

Feit 2:

hij op 2 juni 2014 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, terwijl hij wettelijk als getuige was opgeroepen ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig had te vervullen, immers heeft hij, verdachte, op die terechtzitting geweigerd antwoord te geven op (aan) hem gestelde vragen en zich (daarbij) ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

T.a.v. feit 1:

Wettelijk als getuige opgeroepen, opzettelijk in een strafzaak niet voldoen aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig te vervullen heeft.

T.a.v. feit 2:

Wettelijk als getuige opgeroepen, opzettelijk in een strafzaak niet voldoen aan enige wettelijke verplichting die hij als zodanig te vervullen heeft.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden met aftrek van voorarrest in de vorm van de tijd dat verdachte gegijzeld is geweest.

6.2.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 14 mei 2014 ter terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam bij de behandeling van de megazaak “Passage” opzettelijk niet voldaan aan zijn wettelijke verplichting om als getuige antwoord te geven op de hem gestelde vragen, maar zich ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht. Het gerechtshof heeft vervolgens een bevel gijzeling afgegeven, dat direct ten uitvoer is gelegd. Ondanks deze gijzeling heeft verdachte op 2 juni 2014 volhard in zijn weigering vragen te beantwoorden en zich wederom ten onrechte beroepen op een verschoningsrecht. Verdachte heeft daarmee de ongestoorde gang van de rechtspleging in een zaak waarin zeer kwalijke feiten aan de orde zijn, ernstig belemmerd. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 maart 2015.

De rechtbank is gelet op de aard en de ernst van het feit van oordeel dat slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als passende straf in aanmerking komt en acht de eis van de officier ook passend.

Op grond van artikel 27 Sv is het niet mogelijk de 19 dagen die verdachte in gijzeling heeft doorgebracht, in mindering te brengen op de op te leggen straf. Met de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat met deze dagen in dit geval in het voordeel van verdachte rekening moet worden gehouden, nu deze gijzeling in zekere zin als een reeds voor de onderhavige feiten door verdachte ondergane straf moet worden gezien. Om die reden zal de rechtbank de op te leggen straf van 120 dagen met 19 dagen verminderen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 57 en 192 van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van HONDERD EN EEN (101) DAGEN.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.A.M. Jansen, voorzitter,

mr. M. Daalmeijer en mr. G.D. de Jong, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. van de Vijver, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 april 2015.

Mr. Daalmeijer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De rechtbank bezigt het hierna te noemen andere geschrift slechts tot bewijs in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen voor het feit waarop dat geschrift betrekking heeft.

2 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 14 mei 2014, inhoudende de verklaring van verdachte als getuige (pagina 13 onder), en een ander geschrift, te weten een brief van F. Posthumus, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Amsterdam, aan het arrondissementsparket Noord-Holland d.d. 15 juli 2014.

3 Een ander geschrift, te weten een brief van F. Posthumus, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Amsterdam, aan het arrondissementsparket Noord-Holland d.d. 15 juli 2014.

4 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 14 mei 2014 (pagina 13 onder).

5 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 14 mei 2014, inhoudende de verklaring van verdachte als getuige ter terechtzitting van het hof Amsterdam (pagina 14 en 15 boven).

6 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 14 mei 2014 (pagina 15).

7 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 2 juni 2014 (pagina 10).

8 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 2 juni 2014, inhoudende de verklaring van verdachte als getuige en de verklaring van zijn raadsvrouw (pagina 10).

9 Het proces-verbaal ter terechtzitting van het hof Amsterdam in de zaak “Passage” van 2 juni 2014 (pagina 11).