Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:4355

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-05-2015
Datum publicatie
29-05-2015
Zaaknummer
15/870485-14, 15/700475-14 (ttz.gev.), 15/703359-13 (ttz.gev.) en 14/810310-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 36 maanden voor het tezamen en in vereniging met een ander plegen van zes woninginbraken en drie pogingen daartoe. Overwegingen ten aanzien van betrouwbaarheid verklaring medeverdachte en ten aanzien van het bestanddeel 'tezamen en in vereniging'. Verdachte is bij één woninginbraak aanwezig geweest en heeft bij de andere woninginbraken informatie verschaft, goederen in ontvangst genomen en het breekijzer verschaft. De rechtbank acht gelet op de leidende en organiserende rol van verdachte bewezen dat hij voornoemde feiten tezamen en in vereniging heeft gepleegd met zijn medeverdachte, die de inbraken en pogingen daartoe feitelijk heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/870485-14, 15/700475-14 (ttz.gev.), 15/703359-13 (ttz.gev.) en 14/810310-11 (tul) (P)

Uitspraakdatum: 27 mei 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 en 13 mei 2015 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te Alkmaar,

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres 1]

,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting [plaats].

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G. Visser en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.A.F. Visser, advocaat te Wormerveer, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14

Feit 1

Primair

hij op of omstreeks 05 maart 2014, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een woning gelegen aan de [adres feit 1], een onbekend gebleven hoeveelheid goed(eren) en/of geld en/of een goudkleurig sieraad, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 1] (geboren op [geboortedatum] 1925), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die onbekend gebleven hoeveelheid goed(eren) en/of geld en/of goudkleurig sieraad onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 05 maart 2014 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in/uit een woning gelegen aan de [adres feit 1], een onbekend gebleven hoeveelheid goed(eren) en/of geld en/of een goudkleurig sieraad, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 1] (geboren op [geboortedatum] 1925), in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die onbekend gebleven hoeveelheid goed(eren) en/of geld en/of goudkleurig sieraad onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 05 maart 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 2

Primair

Hij op of omstreeks 04 maart 2014 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 2] heeft weggenomen een horloge (merk: Panerai) en/of een of meer onbekend gebleven goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

hij op of omstreeks 04 maart 2014 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met [medeverdachte], althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 2] weg te nemen een of meerdere goed(eren) van zijn, verdachtes en/of zijn mededaders(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot bovengenoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met die [medeverdachte] naar bovengenoemde woning is gegaan, waarna die [medeverdachte] (op een later tijdstip) met een breekijzer, althans met enig voorwerp, heeft geprobeerd om een deur open te breken en/of (vervolgens) een schuifpui en/of (een raam van een) schuifdeur van bovengenoemde woning heeft ingeslagen en/of (vervolgens) bovengenoemde woning is binnen gegaan,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Meer subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 04 maart 2014 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 2] heeft weggenomen een horloge (merk: Panerai) en/of een of meer onbekend gebleven goed(eren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 04 maart 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- die [medeverdachte] bovengenoemde woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 3

hij in of omstreeks de periode van 29 september 2013 tot en met 01 oktober 2013 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 3] heeft weggenomen één of meer siera(a)d(en) en/of één of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4

Primair

hij in of omstreeks de periode 04 februari 2014 tot en met 5 februari 2014, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 4] heeft weggenomen een televisietoestel en/of een ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte] in of omstreeks de periode 04 februari 2014 tot en met 5 februari 2014, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 4] heeft weggenomen een televisietoestel en/of een ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks 04 februari 2014 tot en met 5 februari 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 5

Primair

hij op of omstreeks 13 februari 2014, omstreeks 2:30 uur, althans op een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 5] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) de (voor)deur van die woning heeft/hebben opengebroken en/of zoekend heeft/hebben rondgekeken in die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 13 februari 2014, omstreeks 2:30 uur, althans op een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en invereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 5] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) de (voor)deur van die woning heeft/hebben opengebroken en/of zoekend heeft/hebben rondgekeken in die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 februari 2014 te Alkmaar en/of te Nieuwe Niedorp en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- voorafgaand aan dit feit op internet onderzoek te doen naar deze woning, en/of

- gevonden informatie met betrekking tot die woning te delen met die [medeverdachte] en/of

- die [medeverdachte] erop te wijzen dat die woning geschikt was om in te breken, en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 6

Primair

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 19 februari 2014, gedurende een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 6] heeft weggenomen twee, althans één of meer, fotocamera's en/of een (macro)lens en/of een statief, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 19 februari 2014, gedurende een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 6] heeft weggenomen twee, althans één of meer, fotocamera's en/of een (macro)lens en/of een statief, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 18 februari 2014 tot en met 19 februari 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- tegen die [medeverdachte] te zeggen dat er in die woning ook wat te halen valt en dat de mensen binnenkort weg zouden zijn en dat die [medeverdachte] dan zijn slag moest slaan, althans woorden van gelijke aard of strekking,

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 7

Primair

hij in of omstreeks de periode van 26 februari 2014 tot en met 27 februari 2014, tussen (ongeveer) 23:00 uur en 7:00 uur, in elk geval een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 7] heeft weggenomen een laptop en/of een portemonnee en/of een portefeuille en/of een geldbedrag van (ongeveer) 350 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Subsidiair

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 26 februari 2014 tot en met 27 februari 2014, tussen (ongeveer) 23:00 uur en 7:00 uur, in elk geval een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 7] heeft weggenomen een laptop en/of een portemonnee en/of een portefeuille en/of een geldbedrag van (ongeveer) 350 Euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 26 februari 2014 tot en met 27 februari 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14

Feit 1

Primair

hij op of omstreeks 29 januari 2014 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 1] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) een raam van die woning heeft/hebben opengebroken en/of die woning heeft/hebben betreden en/of zoekend rondgekeken in die woning en/of één of meer kastjes doorzocht en/of geprobeerd een (tussen)deur te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 29 januari 2014 te Alkmaar ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 1] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een raam van die woning heeft/hebben

opengebroken en/of die woning heeft/hebben betreden en/of zoekend rondgekeken in die woning en/of één of meer kastjes doorzocht en/of geprobeerd een (tussen)deur te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 januari 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte]

zou kunnen inbreken).

Feit 2

Primair

hij op of omstreeks 14 februari 2014, omstreeks 3:00 uur, althans een voor de nachtrust bestemd tijdstip, te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 2] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben geprobeerd de voordeur van die woning open te breken met een breekvoorwerp, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Subsidiair

[medeverdachte] op of omstreeks 14 februari 2014, omstreeks 3:00 uur, althans een voor de nachtrust bestemd tijdstip, te Alkmaar ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 2] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar die woning is/zijn gegaan, waarna die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) heeft/hebben geprobeerd de voordeur van die woning open te breken met een breekvoorwerp, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 14 februari 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen.

Feit 3

Primair

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2014 tot en met 03 maart 2014 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 3] heeft weggenomen één of meer geldbedrag(en) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een laptop en/of een telefoon (merk nokia) en/of een boormachine en/of een boormachine en/of een camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 3] en/of [slachtoffer 2 feit 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Subsidiair

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 01 maart 2014 tot en met 03 maart 2014 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres feit 3] heeft weggenomen één of meer geldbedrag(en) en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een laptop en/of een telefoon (merk nokia) en/of een boormachine en/of een boormachine en/of een camera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer feit 3] en/of [slachtoffer 2 feit 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 maart 2014 tot en met 03 maart 2014 te Alkmaar en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- die [medeverdachte] die woning te tonen/aan te wijzen (als een woning waar die [medeverdachte] zou kunnen inbreken), en/of

- die [medeverdachte] een breekijzer ter beschikking te stellen;

Feit 4

hij op of omstreeks 13 mei 2014 te Alkmaar een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen (balletjespistool) (merk Galaxy en/of type G6), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen en/of met een voor ontploffing bestemd voorwerp (te weten met een pistool van het merk Colt en/of type 1911 Al) voorhanden heeft gehad.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Ten aanzien van 15/703359-13

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 april 2013 tot en met 09 april 2013 te Alkmaar met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1]) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden (waaronder manchetknopen en/of ringen en/of kettingen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 april 2013 tot en met 09 april 2013 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, een hoeveelheid sieraden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die sieraden wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Inleiding
Op 5 maart 2014 komt bij de politie te Alkmaar de melding binnen dat in de woning gelegen aan de [adres feit 1] te Alkmaar een inbraak heeft plaatsgevonden. Medeverdachte

[medeverdachte] (hierna [medeverdachte]) heeft bekend dat hij de inbraak aan de [adres feit 1] heeft gepleegd. Tijdens zijn verhoren heeft [medeverdachte] nog een aantal andere inbraken en pogingen daartoe bekend.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij de feiten in opdracht en/of op aangeven van verdachte heeft gepleegd in verband met een schuld die [medeverdachte] heeft bij twee personen in het drugscircuit. Verdachte zou bij één woninginbraak aanwezig zijn geweest en bij de andere inbraken zou verdachte informatie over de woningen waar [medeverdachte] moest inbreken aan [medeverdachte] hebben gegeven, met [medeverdachte] voorverkenningen hebben verricht, de weggenomen goederen in ontvangst hebben genomen en aan [medeverdachte] het breekijzer waarmee hij de inbraken pleegde hebben gegeven.

Verdachte ontkent op enigerlei wijze betrokken te zijn geweest bij de inbraken of pogingen daartoe. De rechtbank dient te beoordelen of verdachte betrokken is geweest bij de hem ten laste gelegde feiten en zo ja hoe die betrokkenheid dient te worden gekwalificeerd.

4 Bewijs

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. Zij heeft voor een bewezenverklaring van de woninginbraken de verklaringen van [medeverdachte], die zij zeer betrouwbaar acht, als uitgangspunt genomen. De verklaringen van [medeverdachte] over verdachte worden – onder meer – bevestigd door de verklaringen van
[getuige 2] en [getuige 1] en door een aantal whatsapp-berichten. De officier van justitie stelt zich verder op het standpunt dat de rol van verdachte, zoals die blijkt uit de verklaring van [medeverdachte], voldoende significant is om verdachte als medepleger aan te merken. Er was sprake van een gezamenlijke voorbereiding en het opzet van verdachte was duidelijk gericht op het plegen van de inbraken. Vervolgens heeft de officier van justitie per feit de bewijsmiddelen opgesomd die maken dat zij tot een bewezenverklaring komt. Zij acht onder parketnummer 15/870485-14 de onder 1, 2 en 4 tot en met 7 primair ten laste gelegde feiten, en het onder feit 3 ten laste gelegde, wettig en overtuigend bewezen. Voorts acht de officier van justitie de onder parketnummer 15/700475-14 onder 1 tot en met 3 primair ten laste gelegde feiten en het onder 4 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het onder parketnummer 15/703359-13 ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit en bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Ten aanzien van de inbraken waarvan verdachte wordt verweten dat hij deze met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd, stelt de raadsman zich op het standpunt dat de verklaring van [medeverdachte] niet betrouwbaar is. Zijns inziens is daarom niet te bewijzen dat verdachte ten aanzien van deze feiten als medepleger dan wel medeplichtige kan worden aangemerkt. Wat betreft het voorhanden hebben van het balletjespistool heeft de raadsman naar voren gebracht dat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap had van dit pistool in de woning. Voorts stelt hij dat niet vastgesteld kan worden dat het bezit van het balletjespistool strafbaar is, nu niet is onderzocht of het balletjespistool onder de Speelgoedrichtlijn valt. Ten aanzien van de inbraak die verdachte onder parketnummer 15/703359-13 wordt verweten, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen bewijs is voor enige betrokkenheid van verdachte bij de primair ten laste gelegde inbraak. Ten slotte voert de raadsman aan dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat de door hem van een vriend ontvangen goederen van diefstal afkomstig waren.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 15/870485-14, feit 2 primair, onder parketnummer 15/700475-14, feit 2 primair en subsidiair, en onder parketnummer 15/703359-13, primair, ten laste is gelegd en dient hij daarvan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 2 primair

Onder feit 2 primair wordt verdachte verweten dat hij tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] heeft ingebroken in de woning aan de [adres feit 2] te Alkmaar en dat hij daarbij een horloge heeft weggenomen. Verdachte ontkent enige betrokkenheid bij deze inbraak. [medeverdachte] bekent dat hij, op aanwijzingen van verdachte, heeft ingebroken in de woning, maar ontkent dat hij daar goederen heeft weggenomen. Tegenover de verklaring van [medeverdachte] staat de aangifte waarin wordt gesteld dat er een horloge uit de woning is weggenomen. Hoewel er voldoende wettig bewijs in het dossier aanwezig is, ontbreekt bij de rechtbank de overtuiging dat [medeverdachte] uit de woning goederen heeft meegenomen, terwijl gesteld noch gebleken is dat verdachte bedoeld horloge heeft weggenomen. De rechtbank wijst verder op hetgeen zij hierna onder 4.3.2. van dit vonnis heeft overwogen wat betreft de betrouwbaarheid van de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen.

De rechtbank ziet daarom in de verklaring van aangever, die bovendien op een aantal punten onduidelijk blijft, geen aanleiding om op dit punt te twijfelen aan de verklaring van [medeverdachte]. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de onder parketnummer 15/870485-14 feit 2 primair ten laste gelegde woninginbraak.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14, feit 2

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt. In het dossier bevindt zich een aangifte van [slachtoffer feit 2] betreffende de poging tot inbraak in zijn woning aan de [adres feit 2] te Alkmaar. [medeverdachte] heeft weliswaar verklaard dat hij heeft geprobeerd in te breken in een woning aan de [adres feit 2] te Alkmaar maar deze verklaring beslaat slechts enkele zinnen en is weinig specifiek. Aanvullend bewijs bevat het dossier niet.

De rechtbank kan, gelet op het vorenstaande, niet met voldoende zekerheid vaststellen dat het de woning aan de [adres feit 2] was waar [medeverdachte] en verdachte hebben geprobeerd in te breken. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem onder parketnummer 15/700475-14 feit 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd.

Ten aanzien van parketnummer 15/703359-13 primair

Noch uit enig bewijsmiddel in het dossier noch anderszins is gebleken dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder parketnummer 15/703359-13 primair ten laste gelegde woninginbraak. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

4.3.2.

Bewijsoverwegingen

Betrouwbaarheid verklaringen medeverdachte [medeverdachte]

Door de raadsman is betoogd dat de verklaringen van [medeverdachte] onbetrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

De rechtbank ziet evenwel geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen en overweegt daartoe het volgende.

De betrokkenheid van verdachte bij de onderhavige strafbare feiten is aan het licht gekomen, louter doordat [medeverdachte] daarover heeft verklaard. Hiermee heeft [medeverdachte] ook zichzelf in hoge mate belast. Bovendien geeft [medeverdachte] in deze verklaringen aan dat hij – met uitzondering van de eerste gepleegde inbraak – telkens alleen de uitvoeringshandelingen heeft verricht.

De rechtbank is van oordeel dat de door [medeverdachte] afgelegde verklaringen consistent en eensluidend zijn. Het enkele feit dat hij ter zitting niet meer precies weet wat hij bij de politie heeft verklaard, doet hier niet aan af, nu dit gelet op het tijdsverloop sinds de verhoren bij de politie, die ongeveer een jaar vóór de zitting hebben plaatsvonden, en de hoeveelheid zaken, alleszins voorstelbaar is. De verklaringen van [medeverdachte] worden ondersteund door overige bewijsmiddelen en objectieve feitelijke gegevens in het dossier. De rechtbank wijst in dit verband op de aangiftes van de inbraken en de pogingen daartoe, de verklaringen van getuigen, in het bijzonder die van de heer [getuige 1], het telefoonverkeer tussen beide verdachten waaronder een aantal whatsappberichten en de omstandigheid dat het inbeslaggenomen breekijzer door verdachte blijkt te zijn gekocht en dat door hem, naar zijn eigen zeggen, aan [medeverdachte] ter beschikking is gesteld. Een en ander zal in de hierna onder 4.3 te bespreken redengevende feiten en omstandigheden nader worden geconcretiseerd. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om de door [medeverdachte] gebezigde verklaringen niet voor het bewijs te bezigen en zal deze hanteren als uitgangspunt bij de bewijsconstructie.

Bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’

Door de officier van justitie is aangevoerd dat er ten aanzien van verdachte voor wat betreft de aan hem tenlastegelegde woninginbraken sprake is van medeplegen.

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat, mocht er al een aandeel van verdachte komen vast te staan, dit aandeel van onvoldoende gewicht is om als medeplegen te worden beschouwd.

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

In eerdere rechtspraak (onder meer ECLI:NL:HR:2014:3474) is uitgemaakt dat de kwalificatie medeplegen slechts dan is gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Dat geldt ook indien het medeplegen, zoals in het onderhavige geval, in de vorm van ‘tezamen en in vereniging’ een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. Uit de rechtspraak volgt dat bij het oordeel of sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking de rechter rekening kan houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak voor het strafbare feit is geleverd.

Blijkens de verklaringen van [medeverdachte] heeft de rol van verdachte bestaan uit het mede onder druk zetten van verdachte om de inbraken te plegen, het verstrekken van de informatie over waar er diende te worden ingebroken, het uitleggen aan [medeverdachte] hoe hij een inbraak diende te plegen, het verstrekken van het inbrekerswerktuig en het in ontvangst nemen van de buit.

De rechtbank overweegt dat uit het vorenstaande blijkt dat het opzet van verdachte was gericht op het plegen van de inbraken en dat de voorbereiding van deze inbraken geheel in handen van verdachte was. Tekenend is de verklaring van [medeverdachte] dat hij de inbraken zonder verdachte nooit zou hebben gepleegd. Verdachte maakte de concrete plannen, was de initiator terwijl [medeverdachte] de plannen van verdachte uitvoerde. Verdachte kan derhalve als intellectueel dader worden aangemerkt. Zijn rol was dan ook van voldoende gewicht om hem als medepleger te kunnen aanmerken. De omstandigheid dat verdachte – met uitzondering van één van de inbraken – geen uitvoeringshandelingen heeft verricht acht de rechtbank in deze situaties waarbij keer op keer sprake is geweest van dezelfde modus operandus, van minder belang.

De rechtbank merkt de rol van verdachte zoals hiervoor beschreven daarom aan als die van medepleger bij de navolgende bewezen verklaarde (pogingen tot) woninginbraken die samen met [medeverdachte] zijn gepleegd.

De rechtbank zal hierna, onder 4.3.3. de bewijsmiddelen bespreken die zij redengevend acht voor het bewijs van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’.

4.3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden 1

Bewijs ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’

[medeverdachte] heeft de inbraak aan de [adres feit 1] te Alkmaar en een aantal andere inbraken en pogingen daartoe bekend. Over de rol van verdachte bij die inbraken verklaart [medeverdachte] het volgende.

Het plegen van de inbraken heeft te maken met een schuld die [medeverdachte] had bij twee personen. Die twee personen hebben hierover verdachte ingelicht en aan hem gevraagd of hij hen wilde helpen om [medeverdachte] de schuld af te laten lossen. Deze personen zijn genaamd [man 1] en [man 2]. [medeverdachte] heeft drugs voor hen verkocht en op een gegeven moment een deel van de opbrengst daarvan zelf opgemaakt. Uiteindelijk kreeg [medeverdachte] hierdoor een schuld van

€ 1.000, - bij [man 1] en [man 2]. [medeverdachte] heeft bij hen aangegeven dat hij dit geld niet terug kon betalen. [man 1] en [man 2] vertelden [medeverdachte] hierop dat iemand hem zou bellen om het op te lossen. Een paar weken later werd [medeverdachte] gebeld door verdachte.2 Verdachte zei dat hij het nummer van [medeverdachte] van [man 2] had gekregen. Verdachte wilde afspreken met [medeverdachte]. Tijdens die afspraak heeft verdachte aan [medeverdachte] gevraagd of hij mee ging inbreken. [medeverdachte] stelt dat het op die manier is begonnen.3

Het eerste huis dat verdachte aan [medeverdachte] liet zien was het huis van een oude vrouw. Twee of drie dagen daarna heeft [medeverdachte] daar samen met verdachte ingebroken. Verdachte heeft [medeverdachte] daarbij uitgelegd hoe hij het moest aanpakken. Na deze inbraak heeft verdachte [medeverdachte] telkens alleen op pad gestuurd. De goederen die [medeverdachte] buit maakte, bracht hij naar de woning van verdachte.4 De adressen waar [medeverdachte] heeft ingebroken, kreeg hij telkens van verdachte. Verdachte zei dan dat daar spullen te halen waren waarmee [medeverdachte] zijn schuld af kon betalen.5 Verdachte heeft aan [medeverdachte] verteld dat hij bijhoudt waar oude mensen wonen, of ze alleen wonen, niet meer thuis wonen, of dood zijn. [medeverdachte] zegt over verdachte: ‘Als hij er niet was geweest had ik helemaal niet ingebroken’.6 Voorafgaand aan de inbraken ging verdachte altijd met [medeverdachte] naar de woningen om die te laten zien. [medeverdachte] ging telkens vlak voor de inbraken naar verdachte om het breekijzer waarmee hij de inbraken pleegde bij verdachte thuis op te halen.7

Bij de rechter-commissaris herhaalt [medeverdachte] dat verdachte degene was die hem aanstuurde. Verdachte zette hem onder druk in verband met de schuld die hij bij de andere jongens ([man 2] en [man 1]) moest afbetalen.8

Voornoemde verklaringen van [medeverdachte] vinden steun in de navolgende bewijsmiddelen.

Getuige [getuige 2] verklaart dat hij van [getuige 1] heeft gehoord dat verdachte en ene [bijnaam medeverdachte] te maken hadden met de inbraak aan de [adres feit 1] te Alkmaar.9 Getuige [getuige 1] verklaart dat verdachte al een aantal maanden bij hem over de vloer komt en dat hij dan altijd over inbraken praat. Op een gegeven moment vertelde verdachte wat er op de [adres feit 1] was gebeurd. [bijnaam medeverdachte] zou daar door een raam naar binnen zijn gegaan en daar zijn betrapt door een vrouw. [bijnaam medeverdachte] zou een breekijzer gebruikt hebben dat hij na de inbraak heeft weggegooid.10 Het breekijzer was van verdachte. Vóór de overval aan de [adres feit 1] hebben verdachte en [medeverdachte] al vaker ingebroken. Verdachte kiest meestal woningen van oude mensen uit. Die hebben vaak geld en sieraden in huis. Verdachte weet wie er in de woningen wonen door daar van tevoren te gaan kijken.11 Uit het politieonderzoek is gebleken dat verdachte gebruik maakte van de computer van zijn werkgever de heer [getuige 3] en dat zowel uit onderzoek van deze computer als uit onderzoek aan de telefoon van [verdachte] naar voren is gekomen dat verdachte meermaals heeft gezocht naar rouwadvertenties.12 [medeverdachte] wordt ook wel [bijnaam medeverdachte] genoemd.13

In de omgeving van de woning aan de [adres feit 1] te Alkmaar is een breekijzer aangetroffen.14 Uit door de recherche verricht financieel onderzoek blijkt dat dit breekijzer is aangeschaft door verdachte.15 De heer [getuige 3] heeft, als getuige gehoord door de politie, verklaard dat verdachte tegen hem gezegd heeft dat hij breekijzers koopt om in te breken.16

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij twee breekijzers aan [medeverdachte] heeft verstrekt. Zijn verklaring dat hij niet wist dat [medeverdachte] de breekijzers gebruikte om in te breken en hij de breekijzers heeft aangeschaft om te gebruiken bij zijn werkzaamheden op de boerderij acht de rechtbank niet geloofwaardig en deze verklaring vindt ook op generlei wijze steun in het dossier. Deze verklaring wordt daarom door de rechtbank terzijde geschoven.

Tussen [medeverdachte] en verdachte is – onder meer – whatsappcontact vastgesteld. Zo heeft verdachte op 19 februari 2014 het volgende bericht aan [medeverdachte] verstuurd: ‘Laatsye week sjaak dan soeknje maar uit joenje het fixt enniet zegge naman . doen man isbbeter’. Voorts heeft [medeverdachte] van verdachte het volgende bericht ontvangen: ‘Egt kansloos dus Hppa weer een verhoging erbij ben klaar met je sjaak jij gaat gewoon doen watb ergezegd word doe’.17 [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte hem een paar keer heeft bedreigd. Zo zei verdachte dat [medeverdachte] zijn kont moest gaan verkopen op het Geesterambacht, dat het niet opschoot en dat hij [medeverdachte] zou slaan. Verdachte vond dat het te lang duurde met het geld. Ook als [medeverdachte] niet snel genoeg op berichtjes reageerde werd verdachte boos.18

Door meerdere getuigen is verklaard dat [medeverdachte] bij het plegen van de inbraken onder grote druk stond.19 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist van de schulden die [medeverdachte] had.20

De rechtbank heeft bij de bewijsoverwegingen voorts betrokken dat verdachte bij de politie niet inhoudelijk heeft willen verklaren en op aan hem door de rechtbank ter terechtzitting gestelde vragen merendeels ongeloofwaardig en in ieder geval oncontroleerbaar heeft verklaard. Verdachte heeft vanzelfsprekend het recht om geen vragen te beantwoorden maar neemt daarbij het risico dat indien hij nadien geen duidelijke en verifieerbare verklaring geeft voor ten aanzien van hem naar voren gebrachte belastende omstandigheden de rechtbank deze in zijn nadeel uit zal leggen.

De rechtbank merkt de rol van verdachte zoals hiervoor beschreven en onderbouwd met bewijsmiddelen daarom aan als die van medepleger bij alle navolgende bewezen verklaarde feiten waarbij [medeverdachte] is betrokken. De rechtbank zal vervolgens onder de hiernavolgende kopjes de feiten en het daarvoor te bezigen bewijs afzonderlijk bespreken.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 1 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14, feit 1 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 5 maart 2014 gaan verbalisanten [verbalisanten] naar aanleiding van een melding naar de [adres feit 1] te Alkmaar. Daar treffen zij mevrouw [getuige 4] die vertelt dat er die nacht is ingebroken in de woning van haar moeder, mevrouw [slachtoffer feit 1], geboren op [geboortedatum] 1925, die zwaar gewond is geraakt. De zijdeur van de woning is beschadigd rond het slot en een ruit is kapot.21

Verdachte [medeverdachte] heeft bekend dat hij deze inbraak heeft gepleegd. Hij heeft eerst geprobeerd de zijdeur van de woning open te breken, maar dat lukte niet. Daarna heeft [medeverdachte] een raam aan de voorkant van de woning ingeslagen. [medeverdachte] had een breekijzer bij zich. In de woning heeft [medeverdachte] de bewoonster meermalen in het gezicht gestompt en een goudachtig dingetje meegenomen.

[medeverdachte] heeft voorts verklaard dat verdachte hem heeft verteld dat hij een huis wist waar spullen lagen waar [medeverdachte] zijn schulden mee zou kunnen afbetalen. Op de avond van de inbraak heeft verdachte [medeverdachte] de woning laten zien. Verdachte vertelde dat er aan de zijkant een makkelijke deur zat die [medeverdachte] moest proberen. Verdachte heeft het breekijzer aan [medeverdachte] gegeven en gezegd dat [medeverdachte] daarmee de deur open kon krijgen. Na de inbraak heeft [medeverdachte] het breekijzer aan de overkant van de weg in het gras gegooid. Daarna is [medeverdachte] naar de woning van verdachte gegaan. [medeverdachte] heeft na de inbraak zijn jas en schoenen weggegooid, omdat verdachte hem zei dat hij dit moest doen.22

In de omgeving van de woning aan de [adres feit 1] te Alkmaar is een breekijzer aangetroffen.23 Dit breekijzer is van verdachte.24

Getuigen [getuige 2] en vooral ook [getuige 1] bevestigen de verklaring van [medeverdachte]. Voor de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] verwijst de rechtbank naar hetgeen daarover onder 4.3.3. is opgenomen. Verdachte wordt ook wel [bijnaam medeverdachte] genoemd.25

Uit onderzoek naar telefoonverkeer tussen verdachte en [medeverdachte] blijkt dat op 5 maart 2014 om 03.50 uur door [medeverdachte] een bericht is gestuurd naar de telefoon van verdachte, “Osso” waarbij een telefoonpaal op de [adres feit 1] is aangestraald.

Door [medeverdachte] is verklaard dat hij altijd aan verdachte moest laten weten wanneer hij weer thuis was na een inbraak en dat hij dit die avond ook gedaan heeft.26

Verdachte heeft desgevraagd over dit bericht eerst op de terechtzitting een verklaring willen afleggen. Deze verklaring hield in dat hij het zich niet echt meer kan herinneren maar dat hij mogelijk naar buiten was gegaan om een sigaretje te roken en een eindje te lopen en zo in de buurt van de telefoonpaal aan de [adres feit 1] terecht is gekomen.

Deze verklaring zal de rechtbank als niet overtuigend en, mede door het late tijdstip waarop de verklaring is afgelegd, bovendien onverifeerbaar, terzijde schuiven.

Conclusie

De rechtbank acht feit 1 subsidiair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 2 subsidiair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14, feit 2 subsidiair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 4 maart 2014 wordt [slachtoffer feit 2] ’s nachts gebeld door de alarmcentrale dat het alarm van de woning van [slachtoffer feit 2] aan de [adres feit 2] te Alkmaar was af gegaan. [slachtoffer feit 2] was op dat moment op vakantie. Een raam van de woning bleek kapot te zijn, de schuifpui stond open en er lag allemaal glas. Verder was geprobeerd met een breekijzer de voordeur open te breken.27

Op 5 maart 2014 is een forensisch onderzoek verricht bij de woning. Bij het onderzoek werden moetsporen in kozijnen van de woning en een schoenspoor aangetroffen op een kozijndorpel van de schuifpui. Uit een vergelijkingsonderzoek bleek dat zowel de veiliggestelde moetsporen als het schoenspoor overeenkwamen met de bij de woning aan de [adres feit 1] te Alkmaar veilig gestelde sporen.28

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij niet lang voordat hij inbrak in de woning op de [adres feit 1] (gepleegd op 5 maart 2014) een inbraak in diezelfde buurt heeft gepleegd. Verdachte heeft daarbij tevergeefs geprobeerd de voordeur van deze woning open te breken met een breekijzer. Vervolgens heeft [medeverdachte] een raam ingeslagen en is hij via de schuifdeur naar binnen gegaan. Toen [medeverdachte] in de richting van de keuken liep, ging het alarm af en heeft hij de woning verlaten. Verdachte heeft geen spullen uit de woning weggenomen. De informatie over de woning had [medeverdachte] van verdachte gekregen. Verdachte had verteld dat de bewoners op vakantie waren. Verdachte heeft de woning in de week voor de inbraak aan [medeverdachte] laten zien.29 [medeverdachte] is, toen hij de inbraak ging plegen, lopend vanaf de woning van verdachte vertrokken met het breekijzer van verdachte dat hij vanuit daar had meegenomen.30

Conclusie

De rechtbank acht feit 2 subsidiair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 3

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14 feit 3 ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 1 oktober 2013 komt [slachtoffer feit 3] (geboren op [geboortedatum] 1947) thuis in haar woning aan de [adres feit 3] te Alkmaar nadat zij deze op 29 september 2013 heeft verlaten. [slachtoffer feit 3] ziet dat in de woning meerdere kasten en lades openstaan en dat deze zijn doorzocht. In de badkamer staat het raam open. Het glas van dit raam is kapot en het uitzetijzer is verbogen. In het kozijn zijn sporen te zien van een breekvoorwerp. In de woning zijn sieraden en geldbedragen (waaronder Engelse ponden) weggenomen.31

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij deze inbraak met verdachte heeft gepleegd. Dit was de eerste inbraak die hij op aangeven van verdachte heeft gepleegd en ook de enige inbraak die zij samen hebben uitgevoerd. Verdachte ging aan de achterkant van de woning naar boven en is daar door een raam geklommen. Dit raam heeft verdachte met een koevoet open gemaakt. Het glas ging daarbij kapot. [medeverdachte] is zelf ook de woning binnen gegaan. Samen hebben zij het huis doorzocht. In de woning hebben verdachte en [medeverdachte] sieraden en Engelse ponden weggenomen. Na de inbraak zijn [medeverdachte] en verdachte naar de woning van verdachte gegaan. De Engelse ponden hebben verdachte en [medeverdachte] de volgende ochtend omgewisseld bij het GWK.32

Uit analyse in DCS van de historische verkeersgegevens blijkt dat de telefoonnummers [telefoonnummers] van verdachte in de periode van 29 september tot en met
1 oktober 2013 ongeveer vijftien keer contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte].33

Conclusie

De rechtbank acht feit 3 op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 4 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14 feit 4, primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 5 februari 2014 wordt er ingebroken in de woning van [slachtoffer feit 4] (geboren op [geboortedatum] 1930) aan de [adres feit 4] te Alkmaar. [slachtoffer feit 4] heeft de woning de dag daarvoor om 20.00 uur afgesloten en om 6.29 uur ontdekt zij de inbraak. De voordeur is geforceerd. [slachtoffer feit 4] lag te slapen ten tijde van de inbraak. Bij de inbraak is een televisie weggenomen.34

Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op de [adres feit 4] heeft ingebroken. Toen [medeverdachte] in die woning boven kwam zag hij dat er een vrouw lag te slapen. [medeverdachte] heeft een televisie en een ketting weggenomen.35 [medeverdachte] kreeg die middag een WhatsApp bericht van verdachte waarin hij zei dat [medeverdachte] na het eten naar zijn huis moest komen. Dat heeft [medeverdachte] gedaan en verdachte heeft hem toen het huis aan de [adres feit 4] aangewezen. Later is [medeverdachte] naar verdachte gegaan om het breekijzer op te halen en daarmee heeft [medeverdachte] de voordeur van de woning opengebroken. [medeverdachte] heeft de buit gemaakte televisie bij verdachte achtergelaten.36

Conclusie

De rechtbank acht feit 4 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 5 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14, feit 5 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 13 februari 2014 omstreeks 2.30 uur hoort [slachtoffer feit 5] (geboren op [geboortedatum] 1932) een harde klap. [slachtoffer feit 5] ligt op dat moment in bed in zijn woning aan de [adres feit 5]. Na de harde klap slaapt [slachtoffer feit 5] verder. ’s -Ochtends ontdekt hij dat de voordeur openstaat en hij ziet schade aan de deur en de deurpost. Er is niets weggenomen uit de woning.37

Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in een woning aan de [adres feit 5] heeft ingebroken door de voordeur met het breekijzer open te breken. [medeverdachte] heeft vervolgens eerst beneden rond gekeken en daarna boven. Toen [medeverdachte] boven een deur opendeed zag hij een slapende man in bed liggen. [medeverdachte] is naar buiten gerend omdat hij dacht dat de man wakker werd. Verdachte heeft [medeverdachte] de woning aangewezen en hem gezegd dat hij daar naar binnen moest gaan.38

Uit analyse in DCS van de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte blijkt dat hij op 12 februari 2014 ’s ochtends contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte].39

Verbalisant [verbalisant] heeft de computer van [getuige 3], een computer waarvan verdachte gebruik maakte, onderzocht. De computer is uitgelezen door middel van het programma IEF waardoor alle sporen uit een computer worden veiliggesteld die betrekking hebben op internetgebruik. Door de gebruiker van de computer is gezocht op de woorden ‘[adres feit 5]’ en ‘Alkmaar’ en het cijfer ‘[huisnummer]’.40 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij gebruik maakte van deze computer.41

Conclusie

De rechtbank acht feit 5 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het onder 4.3.3. gestelde ten aanzien van het bestanddeel ‘tezamen en in vereniging’ en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen.

De verklaring van verdachte ter zitting dat hij bedoelde zoekopdracht pas na de inbraak uit nieuwsgierigheid heeft opgezocht, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 6 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14, feit 6 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 19 februari 2014 hoort [slachtoffer feit 6] van zijn buurman dat er is ingebroken in zijn woning aan de [adres feit 6]. [slachtoffer feit 6] is op dat moment op vakantie. De schoonvader van [slachtoffer feit 6] ([getuige 5]) gaat naar de woning en ziet daar dat alle laden en kasten zijn opengetrokken.42 In de woning zijn een macrolens, een statief en twee fotocamera’s weggenomen.43

[getuige 5] verklaart dat de voordeur van de woning heel veel braakschade had rond het slot. In de woning lagen op de eettafel twee geheugenkaartjes die normaal gesproken in de fotocamera’s zitten.44

Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in een woning heeft ingebroken, waar hij fotocamera’s heeft weggenomen. [medeverdachte] is de woning binnen gekomen door de voordeur met een breekijzer open te breken. Bij verdachte thuis hebben [medeverdachte] en verdachte de foto’s op de camera’s bekeken, daar stonden ook foto’s van kinderen op. [medeverdachte] heeft de twee geheugenkaartjes daarom teruggebracht naar de woning en daar op tafel gelegd. De camera’s zijn bij verdachte achtergebleven.

Verdachte heeft aan [medeverdachte] verteld dat er in die woning niemand thuis zou zijn. Op de dag van de inbraak is [medeverdachte] ’s avonds laat naar verdachte gegaan om het breekijzer te halen. Samen zijn zij toen naar de woning gegaan en hebben daar een rondje gelopen om te kijken of alles goed was. Verdachte is toen vertrokken.45

Tussen [medeverdachte] en verdachte is op 19 februari 2014 whatsappcontact vastgesteld, zoals hiervoor al onder 4.3.3. I. weergegeven.

Conclusie

De rechtbank acht feit 6 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. I. gestelde ten aanzien van het medeplegen en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14, feit 7 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/870485-14, feit 7 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

’s Ochtends op 27 februari 2014 ontdekt de buurman van wijlen [slachtoffer feit 7] dat er is ingebroken in haar woning aan de [adres feit 7] te Alkmaar. De inbraak tussen

26 februari 2014 te 23.00 uur en 27 februari 2014 te 7.00 uur hebben plaatsgevonden. Aan de voorkant van de woning is een raam kapot. Uit de woning zijn een Asus laptop, een portefeuille, een portemonnee en een geldbedrag van € 350, - weggenomen.4647

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij op de [adres feit 4] nog een inbraak heeft gepleegd. Verdachte had hem daarover een WhatsAppbericht gestuurd. Daarna heeft verdachte aan [medeverdachte] het huis laten zien. Later heeft [medeverdachte] het breekijzer bij verdachte opgehaald en is [medeverdachte] naar deze woning gegaan. Hij heeft daar tevergeefs geprobeerd de voordeur open te breken. Vervolgens heeft [medeverdachte] een raam ingegooid met een steen. Daarna is hij de woning binnen gegaan en heeft hij een laptop, contant geld en een portemonnee weggenomen. Het kan zijn dat het om twee portemonnees ging. De laptop heeft [medeverdachte] naar [medeverdachte] gebracht. Het geld heeft verdachte zelf gehouden.48

Uit analyse in DCS van de historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte op 26 februari 2014 om 16.37 uur twee keer contact heeft met het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte].49

Conclusie

De rechtbank acht feit 7 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. I. gestelde ten aanzien van het medeplegen en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14, feit 1 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/700475-14, feit 1 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 29 januari 2014 ontdekken politieagenten rond 5.30 uur dat er is ingebroken aan de woning aan de [adres feit 1] te Alkmaar. Vlak daarvoor had de dochter van de bewoner van de woning de woning verlaten. De bewoner, [slachtoffer feit 1] (geboren op [geboortedatum] 1920), lag al geruime tijd in het ziekenhuis. De dader is de woning binnen gekomen via een raam en kennelijk door gebruik te maken van een breekvoorwerp. De bijkeuken en het washok zijn doorzocht. Op de deur naar de keuken zijn breeksporen te zien. Uit de woning werd niets weggenomen.50

Verdachte [medeverdachte] heeft aangegeven dat hij in een woning aan de [adres feit 1] heeft ingebroken. Hij is via een raam van een washok naar binnen gegaan. Dat raam heeft [medeverdachte] met een schroevendraaier opengebroken. Vervolgens heeft [medeverdachte] geprobeerd de deur van het washok open te breken met een breekijzer, maar dat lukte niet, waarna hij is weggegaan.51

Conclusie

De rechtbank acht feit 1 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. I. gestelde ten aanzien van het medeplegen en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14, feit 3 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/700475-14, feit 3 primair ten laste gelegde op grond van het volgende.

Op 3 maart 2014 gaat [slachtoffer 2 feit 3] naar de woning van haar ouders aan de [adres feit 3] te Alkmaar (een tussenwoning), nadat zij daar voor het laatst op 1 maart 2014 is geweest. De ouders van [slachtoffer feit 3] zijn op vakantie. [slachtoffer feit 3] ziet bij de woning dat de linker kozijnstijl van de voordeur stuk is en dat de deur openstaat. In de woning ziet [slachtoffer feit 3] dat er goederen missen. [slachtoffer feit 3] doet aangifte mede namens [slachtoffer 2 feit 3].52 In de woning aan de [adres feit 3] zijn een laptop, een telefoon van het merk Nokia, een videocamera, een boormachine, twee gouden ringen en geld weggenomen.53

Verdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij in een huis aan de [adres feit 3] heeft ingebroken en dat hij daar een laptop en misschien een camera heeft meegenomen. [medeverdachte] weet niet meer precies wat hij heeft weggenomen. [medeverdachte] is binnen gekomen met behulp van een koevoet. Verdachte stond op [medeverdachte] te wachten in het park. Het adres van de woning heeft [medeverdachte] van verdachte gekregen. Verdachte vertelde [medeverdachte] dat in de woning spullen te halen waren waarmee [medeverdachte] zijn schuld kon afbetalen.54 Verdachte heeft [medeverdachte] op enig moment een whatsappbericht gestuurd en daarna heeft verdachte [medeverdachte] de woning laten zien. Verdachte vertelde dat daar wat te halen viel en dat de mensen binnenkort weg zouden zijn. [medeverdachte] moest dan zijn slag slaan.55

[medeverdachte] zou niet lang vóór de inbraken aan de [adres feit 1] en de [adres feit 2] hebben ingebroken in de woning aan de [adres feit 3]. [medeverdachte] heeft verklaard dat het huis een rijtjeshuis betrof. Het was het huis voor het hoekhuis.56 Er was een voortuin, rechts was een schuur en links was het keukenraam. Rechts van het keukenraam was de voordeur.57

Verbalisant [verbalisant] heeft de computer van [getuige 3], een computer waarvan verdachte gebruik maakte, onderzocht. De computer is uitgelezen door middel van het programma IEF waardoor alle sporen uit een computer worden veiliggesteld die betrekking hebben op internetgebruik. Door de gebruiker van de computer is gezocht op de woorden ‘[adres feit 3]’ en ‘Alkmaar’.58

Conclusie

De rechtbank acht feit 3 primair op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen in samenhang bezien met het onder 4.3.3. I. gestelde ten aanzien van het medeplegen en de overige tezamen met [medeverdachte] bewezen woninginbraken waarbij telkens sprake is van dezelfde modus operandi, wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van verdachte ter zitting dat hij bedoelde zoekopdracht pas na de inbraak, uit zijn verleden als inbreker stammende nieuwsgierigheid naar inbraken in het algemeen heeft opgezocht, acht de rechtbank ongeloofwaardig. [medeverdachte] heeft verklaard dat verdachte hem heeft verteld dat hij bijhoudt waar oude mensen wonen, of ze alleen wonen, niet meer thuis wonen of dood zijn.

De rechtbank gaat ervan uit dat dit ook bij dit feit het geval is geweest.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14, feit 4

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/700475-14, feit 4 ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 13 mei 2014 vond er een doorzoeking plaats in de woning aan de [adres 2] te Alkmaar. Tijdens de doorzoeking werd in de woonkamer een imitatievuurwapen/balletjespistool aangetroffen. Het betrof een wapen van het merk Galaxy G6.59 Verdachte is sinds acht maanden woonachtig op dit adres.60

Er is onderzoek verricht naar het wapen en het blijkt een veerdrukwapen in de vorm van een pistool van het merk Galaxy, type G6 te zijn. Het voorwerp vertoont voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met en vuurwapen, te weten een pistool van het merk Colt, type 1911 A1. Het voorwerp is een wapen van categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie.61

Bewijsoverweging en conclusie

De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat hij van mening is dat niet kan worden uitgesloten dat het wapen een wapen is als bedoeld in de Speelgoedrichtlijn en daarmee niet vast staat of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verboden wapenbezit. Voorts heeft de raadsman gesteld dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van het wapen in de woning.

Ten aanzien van dat laatste overweegt de rechtbank dat het vuurwapen in de woonkamer is aangetroffen, en dat verdachte blijkens zijn ter zitting afgelegde verklaring toen al acht maanden woonachtig was op dat adres. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte redelijkerwijs moet hebben geweten van de aanwezigheid van dit wapen in de woning aan de [adres 2] te Alkmaar.

De rechtbank is verder van oordeel dat het voorhanden hebben van het imitatievuurwapen dat is aangetroffen in de woning aan de [adres 2] wel degelijk strafbaar is en overweegt daartoe het volgende.

De Speelgoedrichtlijn (Richtlijn 2009/48/EG) staat er aan in de weg dat voorwerpen, voor zover zij als speelgoed in de zin van de richtlijn zijn aan te merken en aan de in die richtlijn genoemde veiligheidseisen voldoen, in Nederland worden verboden. In de richtlijn worden met speelgoedproducten bedoeld die, al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt. Nederland is verplicht de Speelgoedrichtlijn na te komen en de nationale regelgeving die daarmee in strijd is aan te passen. Dit betekent dat in artikel 3 van de Regeling wapens en munitie, die overigens eerst op 2 juli 2014 in werking is getreden, voorwerpen als bedoeld in de richtlijn worden uitgezonderd van de werking van dit artikel.

Uit het hiervoor aangehaalde op 1 juli 2014 op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van onderzoek naar het wapen blijkt dat het bij verdachte aangetroffen wapen geschikt is voor bedreiging dan wel afdreiging en dat het voorhanden hebben van een dergelijk wapen strafbaar is. Verder is – onder meer noch gelet op de in het dossier aanwezige foto’s van het wapen en de omschrijving van het wapen, noch anderszins, – aannemelijk geworden dat onderhavig wapen een product is dat ontworpen of bestemd is om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt, als bedoeld in art. 2, eerste lid van de Speelgoedrichtlijn. Het voorhanden hebben van een dergelijk wapen is derhalve strafbaar.

Ten aanzien van parketnummer 15/703359-13, subsidiair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 15/703359-13, subsidiair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

[slachtoffer] heeft op 17 april 2013 aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning aan de [adres 1] te Alkmaar. De inbraak is gepleegd tussen 5 en 9 april 2013.62 Bij de inbraak zijn – onder meer – twee goudkleurige manchetknopen, een goudkleurige hanger in de vorm van een traan met daarin een klein steentje en een set goudkleurige hangende oorbellen met een steentje weggenomen.63

Op 9 april 2013 ziet verbalisant [verbalisant] verdachte de winkel ‘Alexander’ te Alkmaar binnen lopen. Deze winkel koopt onder andere goud op. Nadat verdachte de winkel heeft verlaten gaan verbalisanten [verbalisanten] naar ‘Alexander’. De eigenaar van de winkel vertelde dat verdachte vijf sieraden had ingeleverd.64 Van de sieraden worden foto’s genomen en deze worden aan [slachtoffer] getoond. [slachtoffer] herkent één van de manchetknopen. Later herkent de dochter van aangever [slachtoffer] ook de andere sieraden als eigendom van aangever.65

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze sieraden heeft gekregen van een vriend, wiens naam hij niet wil noemen, aan wie hij geld had geleend.66

Bewijsoverweging en conclusie

De rechtbank stelt vast dat verdachte, mede blijkens zijn eigen verklaring, een aantal van de door diefstal verkregen sieraden voorhanden heeft gehad en heeft verkocht. De verklaring van verdachte dat hij deze sieraden van iemand die hij verder niet bij naam wil noemen, heeft gekregen acht de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank acht de omstandigheden waaronder verdachte zegt de gestolen sieraden te hebben gekregen dermate onwaarschijnlijk dat een concrete en controleerbare verklaring geboden is. Nu verdachte er voor kiest deze niet te geven, houdt de rechtbank het ervoor dat verdachte ten tijde van het verkrijgen van de sieraden redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij van misdrijf afkomstig waren.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling.

4.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/870485-14 onder feit 1, primair, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair, feit 7 primair, de onder parketnummer 15/700475-14 onder feit 1 primair, feit 3 primair en feit 4 en het onder parketnummer 15/703359-13 subsidiair, ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14

Feit 1

Primair

hij op 5 maart 2014, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in een woning gelegen aan de [adres feit 1], een goudkleurig sieraad toebehorende aan [slachtoffer feit 1] (geboren op [geboortedatum] 1925), waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2

Subsidiair

hij op 4 maart 2014 te Alkmaar, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met [medeverdachte], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 2] weg te nemen goederen van zijn, verdachtes en/of zijn mededaders gading, toebehorende aan [slachtoffer feit 2], en zich daarbij de toegang tot bovengenoemde woning te verschaffen door middel van braak, met die [medeverdachte] naar bovengenoemde woning is gegaan, waarna die [medeverdachte] op een later tijdstip met een breekijzer heeft geprobeerd om een deur open te breken en vervolgens een schuifpui en een raam van een schuifdeur van bovengenoemde woning heeft ingeslagen en vervolgens bovengenoemde woning is binnen gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3

hij in de periode van 29 september 2013 tot en met 1 oktober 2013 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 3] heeft weggenomen sieraden en geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer feit 3], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Feit 4

Primair

hij in de periode van 4 februari 2014 tot en met 5 februari 2014, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 4] heeft weggenomen een televisietoestel en een ketting, toebehorende aan [slachtoffer feit 4], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Feit 5

Primair

hij op 13 februari 2014, omstreeks 2:30 uur, op een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 5] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer feit 5], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, zijn mededader naar die woning is gegaan, waarna zijn mededader de voordeur van die woning heeft opengebroken en zoekend heeft rondgekeken in die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 6

Primair

hij in de periode van 18 februari 2014 tot en met 19 februari 2014, gedurende een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 6] heeft weggenomen twee fotocamera's en een macrolens en een statief, toebehorende aan

[slachtoffer feit 6], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Feit 7

Primair

hij in de periode van 26 februari 2014 tot en met 27 februari 2014, tussen 23:00 uur en 7:00 uur, op een voor de nachtrust bestemde tijd, te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 7] heeft weggenomen een laptop en een portemonnee en een portefeuille en een geldbedrag van 350 Euro, toebehorende aan [slachtoffer feit 7], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14

Feit 1

Primair

hij op 29 januari 2014 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 1] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer feit 1], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, zijn mededader naar die woning is gegaan, waarna zijn mededader een raam van die woning heeft opengebroken en die woning heeft betreden en zoekend rondgekeken in die woning en kastjes doorzocht en geprobeerd een tussendeur te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3

Primair

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 3 maart 2014 te Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres feit 3] heeft weggenomen een geldbedrag en een sieraad en een laptop en een telefoon (merk Nokia) en een boormachine en een camera, toebehorende aan [slachtoffer feit 3] en/of [slachtoffer 2 feit 3], waarbij zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

Feit 4

hij op 13 mei 2014 te Alkmaar een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukwapen (balletjespistool) (merk Galaxy type G6), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen (te weten met een pistool van het merk Colt type 1911 Al) voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van 15/703359-13

Subsidiair

hij in de periode van 5 april 2013 tot en met 9 april 2013 te Alkmaar, een hoeveelheid sieraden voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die sieraden redelijkerwijs moest vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. Verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14 feit 1 primair, feit 4 primair, feit 6 primair en feit 7 primair

Telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14 feit 2 subsidiair en feit 5 primair

Telkens: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van parketnummer 15/870485-14 feit 3 en parketnummer 15/700475-14 feit 3 primair

Telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14 feit 1 primair

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van parketnummer 15/700475-14 feit 4

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van parketnummer 15/703359-13 subsidiair

Schuldheling.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de straf

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Wat betreft de woninginbraken heeft de officier van justitie aansluiting gezocht bij de richtlijn van het Openbaar Ministerie waarin is vermeld dat voor een kale woninginbraak als uitgangspunt zes maanden gevangenisstraf wordt geëist. De slachtoffers van de onderhavige woninginbraken waren, gelet op hun leeftijd, vaak kwetsbare personen. De officier van justitie heeft voorts gewezen op de omstandigheid dat sprake is van recidive. Deze beide factoren werken strafverzwarend.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de strafmaat nu hij heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig gemaakt aan zes woninginbraken en drie pogingen daartoe, welke merendeels ’s-nachts zijn gepleegd. Verdachte en zijn mededader hadden het veelal op woningen van oudere mensen gemunt. Het feit dat verdachte doelgericht zocht op internet naar geschikte woningen om in te breken acht de rechtbank uiterst doortrapt. Woninginbraken en pogingen daartoe veroorzaken niet alleen materiële schade bij de gedupeerden, maar maken bovendien een ernstige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer, hetgeen maatschappelijke onrust en gevoelens van angst en onveiligheid teweeg brengt. De woning is bij uitstek de plek waar men zich veilig en geborgen moet kunnen voelen. Het behoeft geen betoog dat het voor de betrokkenen de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht bijzonder onaangenaam is. Verdachte en zijn medeverdachte hebben bij hun handelen geen enkel respect getoond voor andermans eigendom en uitsluitend oog gehad voor hun eigen belangen, hetgeen de rechtbank hen aanrekent. De rechtbank acht de leidende en organiserende rol die verdachte heeft gespeeld bij het plegen van de woninginbraken kwalijk. Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan schuldheling en verboden wapenbezit.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 21 januari 2015, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van woninginbraken onherroepelijk is veroordeeld. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren.

- het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport (in de zaak met parketnummer 15/703359-13) gedateerd 25 maart 2014 van [reclasseringswerker] als reclasseringswerker werkzaam bij Reclassering Nederland.

Uit het (inmiddels gedateerde) reclasseringsrapport dat alleen is opgemaakt in de zaak met parketnummer 15.703359-13 blijkt dat het gedrag, de denkpatronen en vaardigheden van verdachte en zijn sociale netwerk risicovol lijken wat betreft politie en justitie contacten. In het rapport wordt aangeven dat uit pro-justitia onderzoek uit 2007 blijkt dat er bij verdachte sprake was van een onder gemiddelde intelligentie en ADHD. Voorts wordt in de rapportage gesproken van een gebrekkige ontwikkeling door de aanwezigheid van een primitieve en impulsieve persoonlijkheidsstructuur in de zin van een borderlinepersoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Verder zou sprake zijn van een lacunaire gewetensfunctie.

De reclassering acht een toezicht geïndiceerd. Verdachte wil echter niet meewerken aan begeleiding vanuit de reclassering en de reclassering acht bijzondere voorwaarden daarom niet uitvoerbaar. De reclassering adviseert de rechtbank in haar rapport om in deze zaak aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen. Voordat verdachte vast kwam te zitten werkte en woonde hij met veel plezier bij de heer [getuige 3] op de boerderij. In het rapport wordt opgemerkt dat een eventuele gevangenisstraf verregaande consequenties voor verdachte zal hebben, omdat hij dan zijn baan, woning en de structuur in zijn leven zal kwijtraken. In dat geval zal verdachte een verhoogd risico lopen opnieuw met politie en/of justitie in aanraking te komen. Verdachte heeft niet mee willen werken aan recente (reclasserings)rapportage.

Nu het reclasseringsrapport van oudere datum is en bovendien slechts is opgemaakt in één van de aan verdachte verweten zaken zal de rechtbank geen rekening houden met het hierin vervatte advies. Gelet op de ernst en veelvuldigheid van de feiten kan slechts een gevangenisstraf van aanzienlijke duur aan de orde zijn. De rechtbank ziet geen ruimte om een deel hiervan in voorwaardelijke vorm aan verdachte op te leggen. De gevangenisstraf is lager dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf omdat de rechtbank tot een deels andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie en aansluiting heeft gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten. Hierbij geldt als uitgangspunt dat op een voltooide woninginbraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden staat, maar daarbij is geen rekening gehouden met ter zake geldende verzwarende omstandigheden zoals medeplegen, recidive, kwetsbaarheid van de slachtoffers, tijdstip en de omvang van de schade.

8 Beslag

8.1.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten

3. Imitatievuurwapen

dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder parketnummer 15/700475-14 onder feit 4 bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp is begaan en het ongecontroleerde bezit van dat voorwerp in strijd is met de wet of het algemeen belang.

8.2.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten

2. Breekijzer

dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van onder meer dat voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, zijn begaan of voorbereid.

8.3.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten

1. Scooter Aprilia

dient te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien geen redelijk strafvorderlijk belang zich tegen deze teruggave verzet.

9 Vordering benadeelde partij wijlen mevrouw [slachtoffer feit 1]

Mr. E.M. Diesfeldt heeft, op de ochtend van het onderzoek ter terechtzitting, kenbaar gemaakt dat zij met het door haar ingediende voegingsformulier heeft bedoeld namens wijlen mevrouw [slachtoffer feit 1] schadevergoeding te vorderen van verdachte ter zake van materiële schade die zij als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde naar gesteld heeft geleden.

In de vordering betreffende wijlen mevrouw [slachtoffer feit 1] wordt een schadevergoeding ter hoogte van € 720, - gevorderd. De vordering is op 7 mei 2015 ondertekend door mr. Diesfeldt voornoemd, waarbij zij haar handtekening heeft geplaatst naast de tekst “handtekening benadeelde”. Mr. Diesfeldt heeft ter zitting - onweersproken - gesteld dat
mevrouw [reclasseringswerker] bevoegd is de nalatenschap van haar moeder te beheren en daarover te beschikken. Een verklaring van executele ontbreekt evenwel bij deze vordering.

Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

De rechtbank overweegt het volgende. Met de ter zitting gegeven uitleg door mr. Diesfeldt begrijpt de rechtbank deze vordering aldus dat is bedoeld dat zij namens [slachtoffer feit 1] in haar hoedanigheid van erfgenaam onder algemene titel voor schade die is veroorzaakt bij haar moeder, de vordering tot schadevergoeding heeft ingediend.

De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 51f, tweede lid, Sv de erfgenaam zich voor deze onder algemene titel verkregen vordering wat betreft vermogensschade kan voegen in het strafproces, wanneer het slachtoffer als gevolg van het strafbare feit is overleden. Wanneer het slachtoffer later, door een andere oorzaak, is overleden kan de nabestaande zich niet voegen als benadeelde voor de door hem of haar onder algemene titel verkregen vordering. Volgens de Hoge Raad is in een dergelijk geval geen sprake van rechtstreekse schade in de zin van art. 51f, eerste lid, Sv. Gelet hierop dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering te worden verklaard.

10 Vordering benadeelde partij [slachtoffer feit 3]

De benadeelde partij [slachtoffer feit 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 300, - ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/870485-14 feit 3 ten laste gelegde naar gesteld heeft geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank komt vergoeding van de gestelde immateriële schade billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting. De vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
1 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Voorts zal de rechtbank bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder parketnummer 15/870485-14 feit 3 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

11 Vordering benadeelde partij [slachtoffer feit 2]

De benadeelde partij [slachtoffer feit 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 213,14 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/700475-14 feit 2 ten laste gelegde zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 15/700475-14 feit 2, primair en subsidiair is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

12. Vordering tot tenuitvoerlegging behorend bij de zaak met parketnummer 15/703359-13

Bij vonnis van 18 oktober 2011 in de zaak met parketnummer 14/810310-11 heeft de meervoudige kamer te Alkmaar verdachte ter zake van gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 15 november 2011 aan verdachte toegezonden.

De bij genoemd vonnis vastgestelde proeftijd is ingegaan op 2 november 2011 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie nog geen drie maanden geëindigd. De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

13 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

de artikelen 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 311 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en

de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

14 Beslissing

De rechtbank:

 Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 15/870485-14, feit 2, primair, onder parketnummer 15/700475-14 feit 2, primair en subsidiair en onder parketnummer 15/703359-13, primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

 Verklaart bewezen dat verdachte de onder parketnummer 15/870485-14 onder feit 1, primair, feit 2 subsidiair, feit 3, feit 4 primair, feit 5 primair, feit 6 primair, feit 7 primair, de onder parketnummer 15/700475-14 onder feit 1 primair, feit 3 primair en feit 4 en het onder parketnummer 15/703359-13 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

 Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig [36] maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

 Onttrekt aan het verkeer:

3. Imitatievuurwapen.

 Verklaart verbeurd:

2. Breekijzer.

 Gelast de teruggave aan verdachte van:

1. Scooter Aprilia.

 Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer feit 1] niet-ontvankelijk in de vordering.

 Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij
[slachtoffer feit 3] geleden schade tot een bedrag van € 300, -, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer feit 3], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer
[slachtoffer feit 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van

€ 300, -, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes [6] dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

 Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer feit 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

 Wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 14/810310-11 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee [2] maanden, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Alkmaar d.d. 18 oktober 2011.

 Heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte in de zaak met parketnummer 15/703359-13.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. N. Cuvelier, voorzitter,

mr. D.D.M. Hazeu en mr. M.L.M. van der Voet, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. F. van den Brink,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 mei 2015.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina’s 873 en 874.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 876.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 877.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 879.

6 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 880.

7 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 15 mei 2014, pagina 890.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte door de rechter-commissaris d.d. 16 mei 2014, los proces-verbaal.

9 Proces-verbaal verhoor van getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris d.d. 9 april 2015, los proces-verbaal.

10 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 29 april 2014, pagina 354.

11 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 2 mei 2014, pagina 361.

12 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 23 juni 2014, pagina’s 573 tot en met 582 en proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 30 juni 2014, pagina’s 583 en 584.

13 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 13 mei 2014, pagina 848.

14 Proces-verbaal bevindingen verbalisanten [verbalisanten] d.d. 5 maart 2014, pagina 60.

15 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 1 april 2014, pagina’s 159 en 160 en proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 4 april 2014, pagina 166.

16 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 22 mei 2014, pagina 509.

17 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 20 mei 2014, pagina’s 695 en 696.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 15 mei 2014, pagina 891.

19 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 7] d.d. 22 mei 2014, pagina 527 en proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] d.d. 30 juni 2014, pagina 535.

20 De door verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2015 afgelegde verklaring.

21 Proces-verbaal bevindingen verbalisanten [verbalisanten] d.d. 5 maart 2014, pagina’s 49 en 50.

22 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 13 mei 2014, pagina’s 853, 855, 859 tot en met 861, 863, 864 en 868.

23 Proces-verbaal bevindingen verbalisanten [verbalisanten] d.d. 5 maart 2014, pagina 60.

24 De door verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2015 afgelegde verklaring.

25 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 13 mei 2014, pagina 848.

26 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 2 juni 2014, pagina’s 493 tot en met 495.

27 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 2] d.d. 4 maart 2014, pagina’s 735 en 736.

28 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 6 mei 2014, pagina 761.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina’s 878 en 879.

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 818.

31 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 3] mede namens [-] d.d. 1 oktober 2013, pagina’s 764 en 765.

32 Verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 15 mei 2014, pagina 891.

33 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 1 juli 2014, pagina 771.

34 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 4] d.d. 5 februari 2014, pagina 784.

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 14 mei 2014, pagina 880.

36 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 21 mei 2014, pagina’s 903 en 904.

37 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 5] d.d. 13 februari 2014, pagina 788.

38 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 21 mei 2014, pagina’s 902 en 903.

39 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 1 juli 2014, pagina 775.

40 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 26 juni 2014, pagina’s 546 en 547.

41 De door verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2015 afgelegde verklaring.

42 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 6] d.d. 26 februari 2014, pagina’s 800 en 801.

43 Bijlage weggenomen goederen, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 6] d.d. 26 februari 2014, pagina 802.

44 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] d.d. 27 juni 2014, pagina 804.

45 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 21 mei 2014, pagina 904-905

46 Proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 7] d.d. 14 maart 2014, pagina’s 812 en 813.

47 Bijlage weggenomen goederen, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer feit 7] d.d. 14 maart 2014, pagina 815.

48 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 21 mei 2014, pagina’s 905 en 906.

49 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 1 juli 2014, pagina 778.

50 Proces-verbaal aangifte door [zoon slachtoffer feit 1] namens [slachtoffer feit 1] d.d. 29 januari 2014, pagina’s 780 en 781.

51 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte] d.d. 15 mei 2014, pagina 890.

52 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2 feit 3] mede namens [slachtoffer 2 feit 3] d.d. 3 maart 2014, pagina’s 818 en 819.

53 Bijlage weggenomen goederen, als bijlage gevoegd bij het Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2 feit 3] mede namens [slachtoffer 2 feit 3] d.d. 3 maart 2014, pagina’s 821 en 822.

54 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 14 mei 2014, pagina 879.

55 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 21 mei 2014, pagina 902.

56 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 14 mei 2014, pagina 879.

57 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 21 mei 2014, pagina 902.

58 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 26 juni 2014, pagina’s 546 en 547.

59 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 2 september 2014, pagina 1314.

60 De door verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2015 afgelegde verklaring.

61 Proces-verbaal onderzoek wapen verbalisant [verbalisant] d.d. 1 juli 2014, pagina 1319.

62 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 17 april 2013, pagina 18.

63 Bijlage weggenomen goederen, als bijlage gevoegd bij het Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 17 april 2013, pagina 20.

64 Proces-verbaal bevindingen verbalisanten [verbalisanten] d.d. 14 juni 2013, pagina 4.

65 Proces-verbaal bevindingen verbalisant [verbalisant] d.d. 16 augustus 2013, pagina 8.

66 De door verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2015 afgelegde verklaring.