Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:3987

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
09-06-2015
Zaaknummer
C/15/223107 / FA RK 15-1335
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek moeder om met de minderjarigen naar Curaçao te verhuizen toegewezen (geschillenregeling art. 1:253a BW)

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2015/93 met annotatie van prof. mr. P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/223107 / FA RK 15-1335

beschikking van 29 april 2015 inzake een geschil omtrent de uitoefening van het gezamenlijk gezag ex artikel 1:253a BW (verhuizing naar Curaçao)

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs, kantoorhoudende te Alkmaar,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. A.E. Hooijschuur, kantoorhoudende te Wormerveer, gemeente Zaanstad.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 4 maart 2015;

- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, met bijlagen, van de vader, ingekomen op 13 april 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 april 2015 in aanwezigheid van de moeder bijgestaan door mr. E.B. Warmerdam-Wolfs, de vader bijgestaan door mr. A.E. Hooijschuur, alsmede [informant] , als informant, namens de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem (verder: de Raad).

1.3

De minderjarige [minderjarige] heeft, gelet op zijn leeftijd, in raadkamer zijn mening kenbaar gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1

Partijen hebben een relatie gehad, welke is beëindigd in 2009. Uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen [minderjarigen] :

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] .

2.2

De vader heeft de minderjarigen erkend. Blijkens een beslissing van de rechtbank Haarlem van 8 februari 2011 zijn de moeder en de vader gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen.

3 Verzoek

3.1

Het verzoek strekt ertoe, uitvoerbaar bij voorraad, de moeder vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarigen met ingang van 1 juli 2015, althans gedurende de zomervakantie 2015, te verhuizen naar Curaçao.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de moeder het volgende gesteld.

Sinds de geboorte van de minderjarigen, en dus ook sinds de scheiding in 2009, is de moeder de hoofdverzorger. Na de scheiding is sprake geweest van een roerige periode, maar sinds 2012 is er sprake van relatieve rust. Sinds viereneenhalf jaar heeft de moeder een relatie met [naam] . Zij is op [huwelijksdatum] met [naam] getrouwd. Op [geboortedatum] is hun zoon [zoon] geboren en in oktober 2015 verwachten zij opnieuw een kind. [naam] werkt bij Defensie als operator/loadmaster op helikopters. Eind vorig jaar heeft hij te horen gekregen dat sprake is van uitzending naar Curaçao. De moeder heeft de vader vervolgens om toestemming verzocht dat de minderjarigen met haar mee mogen verhuizen. De vader heeft die toestemming niet gegeven.

Ter onderbouwing van de noodzaak om te verhuizen, heeft moeder aangevoerd dat [naam] deze uitzending zal moeten accepteren, omdat hij anders allerlei toelagen kwijt zal raken. Dit heeft te maken met het opbouwen van vlieguren. De enige manier om een inkomensachteruitgang te voorkomen, en daarbij de vereiste 13 jaar/permanente vliegtoelage veilig te stellen is door dit jaar te worden uitgezonden naar Curaçao voor drie jaar met eventueel een jaar verlenging. Uitzending voor drie à vier jaar komt veel voor bij Defensie/Marine en de overheid verzorgt de volledige herlocatie van het gehele gezin van de betrokken werknemer.

De koopwoning van de moeder en [naam] wordt binnenkort te koop gezet. Dat was hoe dan ook gebeurd, omdat deze woning na de komst van [zoon] te klein is geworden.

Het gezin is geheel afhankelijk van het inkomen van [naam] . De moeder werkt parttime als financieel administratief medewerkster. Nu de vader, ondanks een beschikking, geen enkele kinderbijdrage voldoet, zijn de minderjarigen ook geheel afhankelijk van [naam] als onderhoudsplichtige stiefouder. De noodzaak tot verhuizing staat hiermee vast. De moeder heeft er belang bij met haar hele gezin [naam] te kunnen volgen naar Curaçao. Vanwege de extra vergoedingen die [naam] daar ontvangt, hoeft zij daar niet te gaan werken en kan zij daar rustig settelen en de minderjarigen begeleiden.

De belangen van de minderjarigen komen door de verhuizing niet in het gedrang, omdat er sprake zal zijn van continuïteit in de verzorging. De moeder heeft de verhuizing goed voorbereid en wordt ook begeleid vanuit Defensie. De minderjarigen geven zelf ook aan dat ze mee willen naar Curaçao. Ze weten al naar welke school op Curaçao ze gaan en waar ze gaan wonen. [minderjarige] zal na de zomervakantie starten op de middelbare school. Een nieuwe school en omgeving zal dus hoe dan ook aan de orde zijn. De directie van het Vespucci College en van de Schroederschool, welke scholen de voorkeur van de moeder genieten, heeft aangegeven dat de minderjarigen daar welkom zijn. De moeder is nu ook al degene die naar de ouderavonden etc. gaat, zodat ook daarin geen verandering komt. Vanzelfsprekend zal de vader over de voortgang op de scholen door de moeder worden geïnformeerd.

Over het belang van de vader kan gezegd worden dat de zorgregeling door de verhuizing anders zal worden. De moeder heeft aan de vader voorgesteld dat er in ieder geval twee à drie maal per week skype contact met de minderjarigen is en zij zal ook via andere sociale media contact mogelijk maken. De moeder zal haar best doen om het contact in stand te laten. De minderjarigen komen in de zomervakantie ieder jaar naar Nederland en ze kunnen dan ongeveer vier van de zes weken bij de vader doorbrengen. Tenslotte stelt de moeder voor dat de vader gedurende het verblijf op Curaçao de kinderbijdrage niet hoeft te voldoen, maar gebruikt voor ticketkosten. Er moet dan ieder jaar ruimte zijn voor twee tickets waarmee de minderjarigen wellicht in de kerstvakantie naar de vader toe kunnen komen, of de vader de minderjarigen op Curaçao kan komen bezoeken. Op deze wijze wordt de zorgregeling weliswaar anders, maar dat doet geen afbreuk aan de verstandhouding die de vader thans heeft met de minderjarigen.

4 Verweer en zelfstandig verzoek

4.1

De vader heeft verzocht:

primair:

  • -

    het verzoek van de moeder af te wijzen;

  • -

    de door hem verschuldigde kinderbijdrage, met wijziging van de beschikking van de rechtbank Haarlem van 31 mei 2011, met ingang van 1 april 2015 te stellen op € 25,-per maand per kind;

subsidiair:

  • -

    voor zover vervangende toestemming voor verhuizing wordt verleend, deze toestemming te beperken tot een periode van drie, althans maximaal vier jaar en deze toestemming niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;

  • -

    te bepalen dat de moeder de kosten van de zorgregeling voldoet, uitgaande van een bezoek van de minderjarigen naar Nederland van 2x per jaar;

  • -

    aan de moeder de verplichting op te leggen de vader maandelijks te informeren over de minderjarigen en skype contact (minimaal 3x per week, op maandag, woensdag en vrijdag) en contact via andere social media mogelijk te maken;

  • -

    dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 250,-- per keer voor iedere keer dat de moeder een van genoemde verplichtingen niet nakomt;

  • -

    de door hem verschuldigde kinderbijdrage, met wijziging van de beschikking van de rechtbank Haarlem van 31 mei 2011, met ingang van 1 april 2015 te stellen op € 25,-per maand per kind.

Ter bestrijding van het verzoek van de moeder en ter onderbouwing van de zelfstandige verzoeken heeft de vader het volgende aangevoerd.

Hij betwist dat de moeder altijd de hoofdverzorger is geweest, omdat zij destijds vier dagen per week werkte en de vader fulltime. Het is juist dat partijen de afgelopen jaren geregeld verschil van mening hebben gehad over het gezag, de zorgregeling en de kinderbijdrage. Partijen hadden over en weer moeite met communiceren. De vader heeft, met de nodige moeite, in 2013 ingestemd met verhuizing van de moeder en de minderjarigen naar Alkmaar. Daarbij is afgesproken dat de moeder het halen en brengen mede zou verzorgen. Als gevolg van de problemen bij betaling van de kinderbijdrage, heeft de moeder gezegd dat zij niet meer wil halen en brengen. Hij vreest dat hij de minderjarigen helemaal niet meer zal zien als de moeder toestemming krijgt voor verhuizing. Gezien de geschiedenis tussen partijen, heeft de vader er geen vertrouwen in dat de moeder haar toezegging over contact met de minderjarigen zal nakomen. Er is geen noodzaak tot verhuizing, omdat niet duidelijk is of het voor [naam] een verplichting is dat hij naar Curaçao gaat, of dat dit een eigen keuze is. De moeder is niet verplicht met [naam] mee te gaan. Zij kan in Nederland blijven. Er is niet vooraf overlegd met de vader, maar hij is pas op de hoogte gesteld toen de verhuizing al een feit was. Na een roerige tijd is het voor de minderjarigen in Alkmaar nu rustiger geworden. Een verhuizing zal voor de minderjarigen veel overhoop halen. De stelling van de moeder dat, mede als gevolg van het feit dat de vader thans geen kinderbijdrage kan betalen, de verhuizing nodig is om te voorzien in het gezinsinkomen, kan de vader niet worden aangerekend, omdat hij in 2013 zijn baan is verloren. Tegenover het door de moeder gestelde belang bij verhuizing staat dat de vader en de minderjarigen elkaar dan bijna niet meer zullen zien. Anders dan de moeder stelt, meent de vader dat het belang van de minderjarigen in het gedrang komt, omdat de contacten waarbij de minderjarigen daadwerkelijk bij de vader zullen zijn, onaanvaardbaar worden beperkt. De suggestie dat de vader geen kinderbijdrage hoeft te betalen en van dat geld tickets kan kopen, is, gelet op zijn huidige financiële positie, geen reële optie.

5 Beoordeling

Ontvankelijkheid verweerschrift/zelfstandig verzoek van de vader

5.1

De moeder stelt zich op het standpunt dat de vader, gelet op het late tijdstip van indiening van het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de moeder niet de gelegenheid heeft (gehad) daarop adequaat te reageren. Dit geldt volgens de moeder in ieder geval voor het zelfstandige alimentatieverzoek, omdat dit in strijd zou zijn met het procesreglement.

5.2

Anders dan de moeder heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het verweerschrift tevens zelfstandige verzoek van de vader in behandeling kan worden genomen. Artikel 282 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt immers dat iedere belanghebbende tot de aanvang van de behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift kan indienen.

Vervangende toestemming verhuizing

5.3

Op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), dient de rechtbank in een geschil als het onderhavige een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechtbank dient daarbij alle omstandigheden van het geval in acht te nemen, wat er in voorkomend geval ook toe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen.

5.4

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een ouder bij wie de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats hebben in beginsel de gelegenheid dient te krijgen om met de minderjarigen en een nieuwe partner elders een gezinsleven en een toekomst op te bouwen, indien de omstandigheden van het geval, na een belangenafweging zoals hiervoor genoemd, een dergelijke beslissing ook rechtvaardigen.

5.5

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken. Partijen wonen sinds 2009 gescheiden. De minderjarigen wonen vanaf het uiteengaan van partijen feitelijk bij de moeder. Na een hectische periode, is sinds 2012 sprake van meer rust. Tussen partijen geldt thans een zorgregeling, waarbij de minderjarigen om de week op donderdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader zijn, alsmede om de week van zaterdagmiddag tot zondagmiddag. De vakanties worden in onderling overleg verdeeld.

Voorts is sprake van een bestendige relatie tussen de moeder en [naam] . Zij zijn op [huwelijksdatum] gehuwd. Uit dit huwelijk is voornoemde minderjarige [zoon] geboren en de moeder is thans opnieuw zwanger. Zij is uitgerekend op 16 oktober 2015. Het belang van de moeder om [naam] te volgen is daarmee gegeven. [naam] wordt vanaf de zomer 2015 voor een periode van drie à vier jaar uitgezonden naar Curaçao voor zijn werk bij het Ministerie van Defensie. De moeder is financieel afhankelijk van [naam] .

Gelet op het voorgaande en de financiële gevolgen van niet-uitzending is de noodzaak van de verhuizing van de moeder eveneens voldoende aangetoond.

5.6

De rechtbank is niet gebleken dat het belang van de minderjarigen zich tegen een verhuizing naar Curaçao verzet. Hoewel de minderjarigen nog niet op Curaçao zijn geweest, is voldoende aannemelijk geworden dat de verhuizing goed wordt voorbereid. Dit wordt georganiseerd vanuit Defensie en daarnaast heeft de moeder ervoor gezorgd dat de minderjarigen al contacten hebben gelegd met kinderen aldaar. De vrouw en [naam] hebben kennissen op Curaçao waardoor de moeder weet welke potentiële scholen geschikt zijn voor de minderjarigen. De moeder zal op Curaçao fulltime beschikbaar zijn voor de minderjarigen, omdat zij daar niet hoeft te werken. De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij zal instemmen met de inschrijving van de minderjarigen op de scholen op Curaçao.

5.7

Hoewel duidelijk is dat het contact tussen de minderjarigen zal veranderen bij een verhuizing naar Curaçao, is de rechtbank van oordeel dat het contact tussen de minderjarigen en de vader bij een verhuizing naar Curaçao voldoende gewaarborgd is. De moeder heeft voorgesteld dat er in ieder geval twee à drie maal per week skype contact met de minderjarigen zal zijn en dat zij ook via andere sociale media contact mogelijk zal maken. De minderjarigen zullen ieder jaar in de zomervakantie naar Nederland komen en kunnen dan ongeveer vier van de zes weken bij de vader doorbrengen. Tenslotte stelt de moeder voor dat de vader gedurende het verblijf op Curaçao de kinderbijdrage niet hoeft te voldoen, maar gebruikt voor ticketkosten, zodat de minderjarigen wellicht in de kerstvakantie naar de vader toe kunnen komen, of de vader de minderjarigen op Curaçao kan komen bezoeken.

De vader heeft ter zitting herhaald dat hij bang is dat hij de minderjarigen niet meer zal zien en spreken gezien de gebeurtenissen in het verleden, maar de rechtbank gaat er vanuit dat de moeder haar beloftes zal nakomen.

5.8

Op grond van afweging van alle hiervoor genoemde belangen is de rechtbank van oordeel dat aan de moeder vervangende toestemming dient te worden verleend voor verhuizing met de minderjarigen naar Curaçao.

Tijdstip en duur van verhuizing

5.9

De moeder heeft toestemming verzocht voor de verhuizing met ingang van 1 juli 2015, althans gedurende de zomervakantie 2015. Hoewel dit aspect niet ter zitting aan de orde is geweest, kan de rechtbank zich voorstellen dat de vader, alvorens de moeder met de minderjarigen naar Curaçao vertrekt, gedurende de zomervakantie een deel van die vakantie (bijvoorbeeld twee weken) met de minderjarigen wenst door te brengen. Partijen dienen daarover in onderling overleg afspraken te maken. In het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding aan de moeder toestemming te verlenen voor verhuizing gedurende de zomervakantie 2015.

Ter zitting heeft de moeder primair verzocht de toestemming tot verhuizing te verlenen voor onbeperkte duur en subsidiair die verhuizing toe te staan voor maximaal vier jaar. De rechtbank ziet aanleiding, conform het subsidiaire verzoek van de moeder en het verzoek van de vader, na te melden toestemming voor verhuizing te beperken tot een periode van maximaal vier jaar, zijnde de maximale duur van de uitzending van [naam] .

Uitvoerbaarverklaring bij voorraad

5.10

De moeder heeft aangegeven dat afwijzing van dit onderdeel van het verzoek tot aanzienlijke vertraging van de verhuizing en daarmee tot aanzienlijke onzekerheid voor de minderjarigen zou kunnen leiden, hetgeen niet in hun belang is te achten. Voorts kan de woning op Curaçao niet veel langer in optie worden gehouden, dienen de minderjarigen te worden ingeschreven op scholen aldaar en moeten er voorbereidingen worden getroffen voor herlocatie. De vader heeft verzocht dit onderdeel van het verzoek van de moeder af te wijzen, omdat hij de intentie heeft om in hoger beroep te gaan tegen een eventuele vervangende toestemming en omdat hij voor een voldongen feit zal worden geplaatst als de moeder en de minderjarigen reeds zullen zijn verhuisd op het moment van behandeling van de zaak in hoger beroep. De rechtbank is van oordeel dat het belang van de moeder bij toewijzing van het verzoek groter is dan het belang van de vader bij afwijzing hiervan. De rechtbank zal het verzoek van de moeder op dit onderdeel toewijzen.

Kosten zorgregeling

5.11

De rechtbank zal dit (subsidiaire) verzoek van de vader bij gebrek aan wettelijke grondslag afwijzen.

Informatievoorziening

5.12

De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit onderdeel als niet weersproken en op de wet gegrond op na te melden wijze toewijzen.

Skype contact

5.13

Het verzoek van de vader om minimaal drie maal per week op maandag, woensdag en vrijdag skype contact mogelijk te maken, zal als op de wet gegrond en mede gelet op de toezegging dienaangaande van de moeder, op na te melden wijze worden toegewezen.

Contact via andere social media

5.14

De vader heeft verzocht dat de moeder, naast het skype contact, ook contact via andere social media mogelijk dient te maken. De moeder heeft toegezegd hieraan haar medewerking te verlenen. De rechtbank zal dit verzoek van de vader afwijzen, ondanks de toezeggingen van de moeder op dit punt, nu dit onvoldoende bepaalbaar is. Het is aan partijen om hierover in onderling overleg afspraken te maken.

Dwangsom

5.15

De rechtbank zal het verzoek van de vader op dit onderdeel afwijzen. Gelet op de toezeggingen van moeder, die zij heeft herhaald ter zitting, ziet de rechtbank geen aanleiding om een dwangsom op te leggen.

Kinderbijdrage

5.16

Zowel het primaire als subsidiaire verzoek van de vader op dit onderdeel wordt bij gebrek aan onderbouwing met verificatoire bewijsstukken afgewezen.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1

verleent aan de moeder vervangende toestemming om gedurende de zomervakantie 2015 voor maximaal vier jaar met de minderjarigen [minderjarigen] ,

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ;

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

te verhuizen naar Curaçao.

6.2

bepaalt dat de vader met betrekking tot de minderjarigen als volgt wordt geïnformeerd:

- de moeder zal de vader maandelijks schriftelijk per e-mail informeren omtrent gewichtige aangelegenheden betreffende de minderjarigen, waaronder begrepen de schoolresultaten en (ernstige) medische omstandigheden.

6.3

bepaalt dat de vader drie maal per week op een in onderling overleg te bepalen tijdstip skype contact kan hebben met de minderjarigen op maandag, woensdag en vrijdag.

6.4

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6.5

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Allegro, tevens kinderrechter, mr. W.C. Oosterbroek en mr. M.M. van Weely, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2015.

Bij afwezigheid van mr. M.E. Allegro is deze beschikking ondertekend door mr. W.C. Oosterbroek.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.