Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:1384

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-02-2015
Datum publicatie
23-02-2015
Zaaknummer
3414306 CV EXPL 14-6140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Energiekosten afgewezen nu de grondslag van de ingestelde vordering niet is komen vast te staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 3414306 CV EXPL 14-6140 SR

Uitspraakdatum: 4 februari 2015

Vonnis in de zaak van:

Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam Gemeente Hoorn, gevestigd en kantoorhoudende te Hoorn

eisende partij

verder ook te noemen: Gemeente Hoorn

gemachtigde: M.G. Lasonder, gerechtsdeurwaarder te Hoorn

tegen

[naam gedaagde partij], wonende te [adres gedaagde]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

Het procesverloop

Voor het procesverloop verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken:

- de dagvaarding van 9 september 2014 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 1 oktober 2014, waarbij een comparitie werd gelast;

- de producties welke door de Gemeente Hoorn voorafgaand aan die comparitie in het geding zijn gebracht;

- de aantekeningen van hetgeen is besproken tijdens de terechtzitting op 7 januari 2015 en de ter terechtzitting door [gedaagde] overgelegde aantekeningen;

Vervolgens is op vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist.

  1. [gedaagde] heeft van de Gemeente Hoorn in huur gehad een lokaal gelegen te Hoorn in een gebouw aan de [adres].

  2. De huurovereenkomst heeft circa één jaar geduurd en liep van medio april 2011 tot medio april 2012.

  3. [gedaagde] gebruikte de ruimte voor opslag van piano’s en vleugels.

  4. De door hem gehuurde ruimte had een vloeroppervlakte van 3.194,62 dm2.

  5. Andere lokalen werden verhuurd aan onder meer het Leger des Heils en aan een zekere [x].

  6. In de maandelijks verschuldigde huurprijs was een bedrag begrepen voor de centrale verwarmingskosten.

  7. Door [gedaagde] werden maandelijks voorschotten betaald.

  8. Over de maanden in 2011 werden alle voorschotten door [gedaagde] voldaan en kreeg hij na afloop een bedrag groot € 63,46 terug. De verwarmingskosten bedroegen in die periode circa € 60,00 per maand.

  9. Ook de voorschotten over de huurperiode in 2012 ad € 280,00 heeft hij voldaan.

Het geschil

De Gemeente Hoorn vordert betaling van een bedrag groot € 1.674,31 te vermeerderen met rente en proceskosten.

Zij stelt daartoe, kort samengevat, het navolgende.

Op 2 oktober 2013 heeft de Gemeente Hoorn aan [gedaagde] een factuur doen toekomen met betrekking tot de stookkosten voor de maanden januari tot en met medio april 2012.

[gedaagde] liet de factuur ad € 1.391,36 ten onrechte onbetaald.

Daarom heeft de Gemeente Hoorn haar vordering uit handen moeten geven. Dientengevolge is [gedaagde] ook buitengerechtelijke kosten ad € 252,53 verschuldigd.

Ten slotte vordert de Gemeente Hoorn ter zake wettelijke rente een bedrag groot € 30,42.

[gedaagde] heeft in de betreffende periode veel gas verbruikt aldus de Gemeente Hoorn.

Zij baseert zich hierbij op de meterstanden zoals deze aan haar zijn doorgegeven door Ista.

Ingevolge die meterstanden werd [gedaagde] een bedrag verschuldigd ad € 1.449,21. Na aftrek van de betaalde voorschotten en na vermeerdering met BTW resteerde voormeld bedrag ad € 1.391,36.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

Als uitgangspunt geldt dat de Gemeente Hoorn de grondslag van de door haar ingestelde vordering dient te bewijzen.

De door een nutsleverancier vastgestelde meterstanden kunnen in het algemeen een belangrijke aanwijzing vormen voor de juistheid van het vastgestelde gebruik.

Echter de vraag is of in het onderhavige geval uitgegaan dient te worden van de door de Gemeente Hoorn gehanteerde meterstanden.

De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend.

Allereerst geldt in dit verband dat door de Gemeente Hoorn na afloop van de huurovereenkomst, medio april 2012, geen meterstanden werden opgenomen.

Pas na ruim anderhalf jaar, in oktober 2013, werd [gedaagde] geconfronteerd met een ook in de ogen van de Gemeente Hoorn, extreem hoge rekening. De kantonrechter verwijst in dit verband naar de door de Gemeente Hoorn overgelegde e-mail de dato 14 mei 2014 van één van haar medewerksters gericht aan [gedaagde] waarin staat dat de stand extreem hoog is.

[gedaagde] heeft onmiddellijk en gemotiveerd geprotesteerd tegen de rekening.

De kantonrechter is van oordeel dat de Gemeente Hoorn naar aanleiding van deze protesten nader onderzoek had dienen in te stellen.

Zij is echter blijven volstaan met te verwijzen naar de meterstanden van Ista.

Ter zitting heeft de gemachtigde van de Gemeente Hoorn opgemerkt dat het vermoeden bestaat dat [gedaagde] het betreffende lokaal als woonruimte heeft gebruikt. Echter, deze door [gedaagde] weersproken stelling is op geen enkele wijze met feiten onderbouwd. Wel kan daaruit worden afgeleid dat ook de Gemeente Hoorn het warmteverbruik hoog acht.

Door de Gemeente Hoorn is niet gemotiveerd betwist dat het gehuurde slechts enkele uren per week werd gebruikt en dat het doel waarvoor het werd gebruikt, de opslag van piano’s en vleugels, zich niet verdraagt met extreme warmte door stoken.

Door [gedaagde] is een bericht overgelegd waaruit kan volgen dat de winter van 2011/2012 zacht, zonnig en vrij nat was. Dit bericht is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd weersproken. De enkele ter zitting mondeling ingenomen stelling, dat het ook een aantal dagen gevroren heeft doet aan de inhoud van het bericht niet af.

Voorts heeft de Gemeente Hoorn ter onderbouwing van haar vordering voor de comparitie van partijen een productie overgelegd waaruit de verdeling van kosten voor de verschillende gebruikers van de lokalen zou moeten volgen. De kantonrechter begrijpt niet waarom dit overzicht de juistheid van de stellingen van de Gemeente Hoorn zou kunnen ondersteunen.

Integendeel, uit het overzicht volgt dat de twee andere huurders veel meer vloeroppervlakte gebruiken terwijl de in rekening gebrachte bedragen lager zijn. Overigens valt uit het betreffende overzicht niet af te leiden of de gebruiksperioden wel gelijk zijn. Kortom de inhoud van deze productie kan niet bijdragen aan het bewijs van de grondslag van de door de Gemeente Hoorn ingestelde vordering.

Ten slotte acht de kantonrechter opmerkelijk en merkwaardig dat uit de door de Gemeente Hoorn overgelegde productie 3 ter zitting, het zogenoemde opnameformulier [adres], volgt dat aan twee huurders, [gedaagde] en Meijer, exact hetzelfde bedrag voor elektra in rekening is gebracht. Beiden wordt een bedrag groot € 17,10 berekend.

Al het voorgaande, zo nodig in samenhang beschouwd, leidt de kantonrechter tot het oordeel dat de grondslag van de ingestelde vordering niet is komen vast te staan.

De uitslag van de procedure brengt mee dat de proceskosten voor rekening van de Gemeente Hoorn komen. De kosten van de procedure worden begroot op nihil aan de zijde van [gedaagde].

[gedaagde] heeft niet gesteld dat hij proceskosten heeft gemaakt.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog als volgt.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij in zijn ogen teveel betaald heeft. Echter, nu hij heeft nagelaten een tegenvordering wegens onverschuldigde betaling in te stellen laat de kantonrechter deze stelling onbesproken.

Alle overige stellingen van partijen leiden niet tot een andere beslissing en deze behoeven derhalve geen bespreking meer.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt de Gemeente Hoorn in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. Rip, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op datum 4 februari 2015 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter