Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:12003

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-07-2015
Datum publicatie
09-05-2016
Zaaknummer
4086312 CV EXPL 15-3805
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van een huurkoopovereenkomst met eigendomsvoorbehoud terzake een auto (7a:1576h BW). Op de ontbinding is de hoofdregel van toepassing, waarbij bij partijen de verbintenis ontstaat tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 4086312 CV EXPL 15-3805

Uitspraakdatum: 29 juli 2015

Vonnis in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. M.P. de Klerk

tegen

TTP Cars B.V.,

gevestigd te Zwanenburg

gedaagde

verder te noemen: TTP

verschenen bij [naam]

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 21 april 2015 een vordering tegen TTP ingesteld. TTP heeft mondeling en schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 3 juli 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft als huurkoper op 9 december 2014 een huurkoopovereenkomst met eigendomsvoorbehoud ter zake een Opel Vectra 2.2 CDTi station met TTP als huurverkoper gesloten.

2.2.

In de overeenkomst, waarbij [eiser] is aangeduid als partij B en TTP als partij A, is voor zover van belang bepaald:
(...) Als aanbetaling wordt door partij B bij aflevering een bedrag voldaan van 1.000,00 euro.
Partij B betaald vervolgens op 10-01-2015 een bedrag van 1.000,00 euro en op 10-02-2015 nogmaals een bedrag van 1.000,00 euro, waarna het eigendom overgaat naar partij B.
Tot aan het moment dat het volledige aankoopbedrag van 3.000,00 is voldaan, blijft de Opel Vectra ( [kenteken] ) volledig eigendom van Partij A.
Partijen spreken hierbij uitdrukkelijk met elkaar af dat indien er niet stipt op of voor de afgesproken data wordt betaald, de auto terug gebracht c.q. teruggehaald wordt aan/door Partij A en dat alle reeds betaalde termijnen toebehoren aan Partij A en er derhalve geen terugbetaling plaats vind.
Partij B zorgt vanaf het moment van aflevering voor de verzekering. Kosten voor verzekering, onderhoud, eventuele reparaties en houderschapsbelasting komen voor rekening van Partij B.
Op de levering van de Opel Vectra ( [kenteken] ) is op geen enkele wijze garantie van toepassing. Auto is gekocht zoals gezien, bereden en accoord bevonden.
Het is door partij B niet toegestaan om de auto de auto te vervreemden, te belenen of in onderpand bij derde te geven totdat het volledige aankoopbedrag is voldaan. (...)

2.3.

De auto is op 9 december 2014 aan [eiser] afgeleverd en hij heeft € 1.000,00 voldaan.

2.4.

Enkele dagen later startte de auto niet meer en hij is voor reparatie door TTP opgehaald. Na een week was de auto gerepareerd en kreeg [eiser] de auto weer terug. Hij heeft voor de reparatie het bedrag van €150,00 dat hem daarvoor door TTP in rekening was gebracht, voldaan.

2.5.

Op 5 januari 2015 heeft [eiser] de auto naar TTP gebracht omdat hij een gebrek had geconstateerd.

2.6.

Bij e-mail van 14 januari 2015 heeft [eiser] zich bij TTP beklaagd over de omstandigheid dat de auto nog niet gerepareerd was en 16 januari 2015 als uiterste termijn gesteld waarop alle gebreken hersteld moesten zijn en de auto aan hem moest zijn afgeleverd, bij gebreke waarvan hij de huurkoopovereenkomst zou ontbinden.

2.7.

Bij e-mail van 16 januari 2015 heeft [eiser] aan TTP laten weten: (...) Na aanleiding van mijn eerder schrijven wil ik de huurkoop overeenkomst beëindigen. De auto is niet op de afgesproken datum gerepareerd. Ik ben de auto in totaal al 3 weken kwijt. In totaal ontvang ik graag het bedrag van 1150 Euro terug. (...)

2.8.

In reactie daarop heeft TTP bij brief van 26 januari 2015 laten weten: (...) In strijd met deze overeenkomst heeft u op 24-12-2014 de auto overgeschreven. Op 9 januari 2015 hebben wij u daarop aangesproken en heeft u aangegeven dat de auto over geschreven op naam van uw broer en dat u diezelfde dag de auto weer op uw eigen naam zal zetten. Bij controle in het register van het RDW, blijkt dat dit op de dag van vandaag nog steeds niet is gecorrigeerd. In de door u beide ondertekende overeenkomst heeft u ervoor getekend dat de auto vanaf het moment van aflevering door u verzekerd zal zijn. Bij controle blijkt dat de auto niet verzekerd is. (...) Zo had de tweede termijn uiterlijk 10 januari bij ons binnen moeten zijn. tot op heden hebben wij deze termijn niet van u mogen ontvangen. In de overeenkomst staat duidelijk vermeld dat bij niet stipte betaling de overeenkomst wordt ontbonden. de auto terug geleverd dient te worden en de door u reeds gedane betaling(en) aan ons vervalt. Voorgaande situatie heeft er toe geleid dat wij genoodzaakt zijn de overeenkomst met u rechtsgeldig te beëindigen. (...)

2.9.

Bij e-mail van 29 januari 2015 heeft de gemachtigde van [eiser] geschreven dat [eiser] instemt met ontbinding van de overeenkomst, maar niet op grond van het uitblijven van betaling maar omdat de auto niet voldoet aan de redelijkerwijs te stellen eisen. Hij heeft TTP gesommeerd tot betaling van € 1.150,- vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten ad € 143,00.

2.10.

De auto bevindt zich nog immer bij TTP. [eiser] heeft inmiddels het kentekenbewijs daarvan aan TTP overhandigd.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter TTP veroordeelt tot betaling van € 1.150,- aan hoofdsom, te vermeerderen met incassokosten en de wettelijke rente over voormelde bedragen. Voorts vordert [eiser] dat TTP wordt veroordeeld in de proceskosten inclusief de nakosten, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Hij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij op grond van een structureel gebrek aan de door TTP aan hem geleverde auto de huurkoopovereenkomst heeft ontbonden en uit dien hoofde recht heeft op terugbetaling van de door hem betaalde huurkooptermijn ad € 1.000,- en reparatiekosten ad € 150,-.

4 Het verweer

4.1.

TTP betwist de vordering. Zij voert aan – samengevat – dat [eiser] op meerder punten heeft gehandeld in strijd met de tussen partijen gesloten huurkoopovereenkomst. Zo heeft hij de huurkooptermijnen niet tijdig en niet volledig betaald, hij heeft de auto op naam gesteld van zijn broer en de auto niet verzekerd. Gelet hierop was TTP gerechtigd de huurkoopovereenkomst te ontbinden en uit de overeenkomst volgt dat [eiser] in dat geval geen recht heeft op terugbetaling van reeds betaalde huurkooptermijnen of reparatiekosten.

5 De beoordeling

5.1.

De overeenkomst tussen partijen moet worden aangemerkt als een overeenkomst van huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW nu zij zijn overeengekomen dat de door [eiser] gekochte auto pas in eigendom op hem overgaat na algehele betaling van de koopsom. De bepalingen van artikel 7A:1576 e.v. BW betreffende koop op afbetaling in het algemeen en huurkoop in het bijzonder, zijn blijkens artikel 7A:1576a BW dwingendrechtelijk van toepassing en daarvan kan dus niet bij contract worden afgeweken. De strekking van die wettelijke regeling is de bescherming van de huurkoper die meestal de zwakkere partij is.

5.2.

Vast staat dat de huurkoopovereenkomst is ontbonden en dat de auto en het kentekenbewijs zich onder TTP bevinden. [eiser] heeft naar aanleiding van de door TTP ingeroepen ontbinding laten weten dat hij met de ontbinding kan instemmen. Ontbinding van een overeenkomst doet bij partijen de verbintenis ontstaan tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dat betekent in beginsel dat TTP gehouden is de reeds betaalde huurkooptermijn terug te betalen.

5.3.

TTP beroept zich evenwel op de bepaling in het contract waarin staat dat wanneer de huurkooptermijnen niet tijdig worden betaald, de auto wordt teruggehaald en reeds betaalde termijnen niet worden terugbetaald.
De kantonrechter is echter van oordeel dat uit het bepaald in artikel 7A:1576q BW moet worden afgeleid dat een beroep op voormelde contractuele bepaling alleen mogelijk is indien [eiser] , na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is gebleven met het nakomen van zijn verplichtingen. Een ingebrekestelling vereist een schriftelijke aanmaning waarbij [eiser] een redelijke termijn voor nakoming is gesteld. Dat een dergelijke ingebrekestelling heeft plaatsgevonden, is gesteld noch gebleken. Bij brief van 26 januari 2015 is TTP immers overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst en uit niets blijkt dat zij daarvoor [eiser] nog een laatste schriftelijke aanmaning heeft gezonden.

5.4.

Derhalve kan de ontbinding niet worden gegrond op het niet nakomen door [eiser] van zijn betalingsverplichting en kan TTP zich ook niet op voormelde contractuele bepaling beroepen. Dat betekent dat TTP conform de hoofdregel gehouden is de reeds betaalde huurkooptermijn te retourneren. Dat, zoals TTP stelt, [eiser] naast het onbetaald laten van de huurkooptermijnen ook andere op hem rustende verplichtingen heeft geschonden, maakt het vorenstaande niet anders. Ook daarvoor geldt immers dat TTP [eiser] ter zake eerst schriftelijk in gebreke had moeten stellen alvorens zij tot ontbinding kon overgaan. Ook de omstandigheid dat TTP heeft getracht [eiser] op meerdere wijzen tegemoet te komen, kan, gelet op de strenge en dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen, niet leiden tot een andere conclusie. TTP heeft nog aangevoerd dat zij door de gehele gang van zaken schade heeft geleden en dat de wijze waarop [eiser] de auto heeft gebruikt, heeft geleid tot waardevermindering, maar TTP heeft aan deze stellingen geen consequenties verbonden of, in het licht van de betwisting daarvan door [eiser] , een nadere onderbouwing gegeven, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat.

5.5.

Voor wat betreft de door [eiser] teruggevorderde reparatiekosten ad € 150,- overweegt de kantonrechter als volgt. Hoewel [eiser] nooit eigenaar van de auto is geweest, kwamen de kosten van reparatie daarvan op grond van de huurkoopovereenkomst voor zijn rekening. Nu de huurovereenkomst is ontbonden en de – inmiddels gerepareerde – auto zich weer in bezit van TTP is, dient de onder 5.2. vermelde verbintenis tot ongedaanmaking er toe te leiden dat ook de reparatiekosten aan [eiser] moeten worden terugbetaald. Ook die vordering zal derhalve worden toegewezen.

5.6.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover die door TTP niet is weersproken. Ter zake van de in het petitum genoemde buitengerechtelijke kosten geen bedrag is gevorderd, terwijl evenmin een grond is aangevoerd, zodat afwijzing daarvan zal volgen.

5.7.

De proceskosten komen voor rekening van TTP, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt TTP ook veroordeeld tot betaling van € 50 voorzover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt. Omdat aan [eiser] een toevoeging is verleend heeft de griffier verschotten voor exploten voldaan. TTP, die in het ongelijk wordt gesteld, dient deze de verschotten op grond van artikel 27 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken aan de griffier te betalen. De door [eiser] betaalde eigen bijdrage voor de verleende toevoeging, waarvan hij betaling heeft gevorderd, wordt geacht in het toe te wijzen bedrag aan proceskosten te zijn begrepen, zodat deze post niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt TTP tot betaling aan [eiser] van € 1.150,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 21 april 2015 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt TTP tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 96,16

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 200,00;

en veroordeelt TTP tot betaling van € 50,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt en bepaalt dat TTP de verschotten voor exploten die de griffier heeft betaald, dient te voldoen aan de griffier na toezending van de factuur door de financiële dienst (LDCR);

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr J.J. Dijk, kantonrechter en op 29 juli 2015 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter