Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11910

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-11-2015
Datum publicatie
09-02-2016
Zaaknummer
C/15/230463/HA RK 15-128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoekster is niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek, nu dat verzoek is ingediend na de (mondelinge) uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer

Zaaknummer/rekestnummer C/15/230463/HA RK 15-128

Beslissing van 2 november 2015

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

het verzoek is gericht tegen:

mr. D. Demirdas,

hierna te noemen: de rechter.

1 Procesverloop

1.1

Verzoekster heeft op 20 juli 2015 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie kanton, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer 3887412 CV EXPL 15-1705, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft op 20 augustus 2015 schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3

Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 21 oktober 2015. Verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Verzoekster is verschenen. Voorts is verschenen de wederpartij in de hoofdzaak. Aangezien verzoekster niet tijdig aanwezig kon zijn en de wederpartij niet kon wachten totdat verzoekster was verschenen, is de wederpartij buiten aanwezigheid van verzoekster gehoord. Hetgeen hij heeft verklaard is - kort samengevat - door de voorzitter aan verzoekster medegedeeld.

2 Het standpunt van verzoekster

Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat – aangevoerd dat de rechter niet competent is en dat de zitting van 17 juli 2015 dient te worden overgedaan.

3 De beoordeling

3.1

De wrakingskamer gaat, op grond van het proces-verbaal van de zitting in de hoofdzaak, de schriftelijke reactie van de rechter en hetgeen ter zitting van de wrakingskamer is besproken, uit van de volgende feiten. Op 17 juli 2015 heeft er in de hoofdzaak een comparitie na antwoord plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar raadsman mr. B. Wernik en de wederpartij. Achter in de zittingszaal was aanwezig mr. T.S. Pieters, senior-rechter in deze rechtbank.

Verzoekster heeft tijdens de zitting op enig moment gezegd dat zij een andere rechter wenste, omdat de rechter volgens verzoekster incompetent is. Verzoekster heeft voorts aangegeven dat indien zij niet een door haar geschreven pleitnotitie voor mocht dragen en als processtuk in mocht brengen, zij de rechter zou wraken. Hierop is de zitting geschorst.

Na de schorsing is de behandeling hervat; Mr. Pieters zat toen in toga naast de rechter . De rechter heeft medegedeeld dat zij verzoekster in de gelegenheid stelde om haar pleitnotitie voor te dragen en in te leveren. De raadsman heeft vervolgens medegedeeld dat zijn cliënte de procedure wenste in te trekken, waarop onenigheid is ontstaan tussen verzoekster en haar raadsman en de zitting opnieuw is geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de raadsman de rechter verzocht om verzoekster haar pleitnota te laten voordragen teneinde verzoekster de gelegenheid te geven haar verhaal te doen. De raadsman heeft hierbij tevens opgemerkt: “We gaan niet wraken, dat leidt helemaal nergens toe’’. Na voltooiing van de voordracht van de pleitnota en nadat de wederpartij had aangegeven af te zien van een reactie hierop, heeft de rechter de behandeling gesloten en mondeling vonnis gewezen. Verzoekster heeft vervolgens op 20 juli 2015 de rechter gewraakt.

3.2

De wrakingskamer overweegt het volgende.

De eerste vraag die de wrakingskamer dient te beantwoorden is de vraag of het wrakingsverzoek tijdig is gedaan, dat wil zeggen voordat de rechter vonnis heeft gewezen. Verzoekster was het niet eens met de gang van zaken op de zitting. De behandeling is tweemaal geschorst geweest voor overleg. De behandeling is daarna voortgezet en na de tweede schorsing heeft de raadsman van klaagster ter zitting opgemerkt dat er niet wordt gewraakt en dat een wraking nergens toe leidt. Klaagster heeft vervolgens haar pleitnotitie voorgedragen. Uit het proces-verbaal van de zitting noch uit hetgeen de wederpartij in de hoofdzaak ter zitting van de wrakingskamer heeft verklaard is de rechtbank gebleken van een wrakingsverzoek ter zitting; in dat geval wordt de zitting immers gestaakt en wordt de verzoeker tot wraking gevraagd naar de feiten of omstandigheden die de aanleiding vormen tot het wrakingsverzoek. Deze wrakingsgronden worden dan in het proces-verbaal van de zitting opgenomen. Uit het proces-verbaal van de zitting in de hoofdzaak blijkt echter niets van wraking en van wrakingsgronden; de zitting is na de schorsing voortgezet, het onderzoek is gesloten en de rechter heeft onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Vast staat dat verzoekster het verzoek tot wraking bij e-mail van 20 juli 2015 heeft gedaan, dus nadat de rechter op 17 juli 2015 mondeling uitspraak had gedaan. Aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid een rechter te wraken nadat deze uitspraak heeft gedaan, dient het verzoek op deze grond niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

4.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. H.M. van Dam, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van

J.A. Huismans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2015.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.