Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11685

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
17-01-2017
Zaaknummer
C/15/225468/HA ZA 15-278
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

“Vordering eiseres primair gegrond op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming en subsidiair op onrechtmatige daad wegens het in strijd met de precontractuele goede trouw afbreken van onderhandelingen. Vorderingen eiseres (voor het grootste gedeelte) afgewezen. Geen overeenkomst tot stand gekomen tussen partijen, zodat ook geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. Wel sprake geweest van (door gedaagden) afgebroken onderhandelingen tussen partijen. Dit afbreken van de onderhandelingen valt echter onder de contractsvrijheid en is als zodanig niet als onaanvaardbaar en onrechtmatig te achten. Eiseres heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit het tegendeel blijkt. De handelwijze van gedaagden verdient echter niet de schoonheidsprijs. Gedaagden hebben in een eerder stadium dan ook terecht een aanbod gedaan om door eiseres gemaakte kosten te vergoeden, zodat gedaagden in deze kosten worden veroordeeld. Tevens ziet de rechtbank hierin aanleiding om de proceskosten te compenseren.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/327
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/225468 / HA ZA 15-278

Vonnis van 30 december 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TINTELTUIN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. F.W.M. Groot te Amsterdam,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ALKMAAR,

gevestigd te Alkmaar,

gedaagde,

advocaat mr. E.C.W. van der Poel te Alkmaar,

2. de stichting

INTERGEMEENTELIJKE STICHTING OPENBAAR BASISONDERWIJS,

gevestigd te Castricum,

gedaagde,

advocaat mr. M.A.B. Berenschot te Hilversum,

3. de stichting

STICHTING FLORE,

gevestigd te Alkmaar,

gedaagde,

advocaat mr. M.A.B. Berenschot te Hilversum.

Eiseres (en haar rechtsvoorganger) zal hierna Tinteltuin genoemd worden. Gedaagden (en hun rechtsvoorgangers, waaronder gemeente Graft-De Rijp) zullen gezamenlijk de Gemeente c.s. en ieder afzonderlijk de Gemeente, ISOB en Flore genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 24 juni 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 7 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tinteltuin exploiteert kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang locaties in Noord-Holland. Zij verzorgt onder meer kinderopvang, buitenschoolse opvang (hierna: BSO) en peuteropvang. In De Rijp biedt Tinteltuin vanaf januari 2007 BSO aan in de schoolgebouwen van de St. Jozefschool en de Tweemaster onder de namen “de Kapitein” en “de Kajuit”. Algemeen directeur van Tinteltuin is [S] .

2.2.

ISOB is eigenaar/exploitant van basisschool “De Tweemaster” te De Rijp en basisschool ‘Vinckhuysen” te West Graftdijk. Flore is eigenaar/exploitant van basisscholen “De Baanbreker” te Graft en “Sint Jozef’ te De Rijp.

2.3.

Bij de Gemeente zijn plannen ontstaan om een multifunctionele onderwijsvoorziening (hierna: de Brede School) te realiseren in Graft en De Rijp. Vanaf april 2006 tot maart 2007 heeft de Gemeente hiervan de haalbaarheid onderzocht, waarbij een aantal mogelijke participanten (hierna: de participanten) uit de regio zijn geïnterviewd, te weten ISOB, Flore, KIDS B.V. (eigenaar/exploitant van kinderdagverblijf KIDS IV), Stichting Peuterspeelzaal Jonas in de Walvis te De Rijp en Tinteltuin.

2.4.

De participanten hebben in november 2007 een intentieovereenkomst met de Gemeente getekend. Doel van de overeenkomst was het vastleggen van een plan van aanpak en het vastleggen van afspraken om gezamenlijk tot de wenselijke realisatie van de Brede School te komen.

2.5.

De participanten en de Gemeente hebben zich verenigd in de werkgroep Multifunctionele Accommodatie (hierna: MFA), die in de periode 2007- 2010 regelmatig bijeenkwam.

2.6.

In januari 2010 is besloten om de werkgroep MFA op te splitsen in een Stuurgroep, die sturing zou geven aan het proces, en een Projectgroep, waarin alle partners vertegenwoordigd zouden zijn. Deze werkgroepen werden in juni 2011 geformeerd. Tinteltuin nam plaats in de Projectgroep.

2.7.

Blijkens het “Projectplan Brede school 2012-2015” (hierna: het Projectplan) heeft de Gemeente op 16 februari 2012 ingestemd met de ontwikkeling van een Brede School. De Stuurgroep bestond op dat moment uit ISOB, Flore, de Gemeente en Kids B.V.

Lid van de Projectgroep waren op dat moment voornoemde partijen, aangevuld met Stichting Peuterspeelzaal Jonas in de Walvis, Centrum voor Jeugd & Gezin, Bibliotheek Kennemerwaard en Tinteltuin.

2.8.

Blijkens het Projectplan zou de Gemeente de financiering van de Brede School voor haar rekening nemen en zou zij de Brede School in eigendom nemen. De participanten in de Brede School zouden (onder)huurder worden van de locatie.

2.9.

Op 7 mei 2012 hebben ISOB, Flore, KIDS IV, peuterspeelzaal Jonas in de Walvis en de Gemeente een convenant voor de oprichting van de Brede School gesloten. Dit convenant luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…) Overwegende dat:

  • -

    Partijen zich als gezamenlijk doel hebben gesteld het oprichten en in exploitatie brengen van één brede school in de gemeente Graft-De Rijp en hiervoor op 26 november 2007 reeds een intentieovereenkomst hebben ondertekend.

  • -

    Partijen onder brede school verstaan: Gebouw(en) ten behoeve van een netwerk van voorzieningen in en om een of meerdere scholen. Binnen dat netwerk werken scholen en organisaties als kinderopvang, peuterspeelzalen, bibliotheek, instellingen voor sport, cultuur en welzijnsinstellingen optimaal samen.

  • -

    Partijen het voor dat doel opgestelde visiedocument brede school Graft-De Rijp d.d. 10 januari 2012 onderschrijven.

  • -

    In genoemd visiedocument de volgende uitgangspunten centraal staan:

Speerpunt van de gezamenlijke visie is dat de brede school een ontmoetingsplaats wordt waar het kind van 0 tot 13 jaar centraal staat. Vanuit de verschillende voorzieningen willen organisaties een goed afgestemd aanbod aan diensten leveren. Samen leveren de organisaties een bijdrage aan de ontwikkeling en opvoeding van het kind. De brede school heeft een positieve uitstraling, is laagdrempelig en uitnodigend. Het is het kloppend hart van het dorp. Het verbindt kinderen, ouderen en bewoners. De brede school Graft-De Rijp functioneert, met zelfstandige partners, als brede maatschappelijke voorziening met een afgestemd aanbod op het gebied van onderwijs, sport en cultuur. De partijen hebben afgesproken de mate en vorm van samenwerking met elkaar te gaan verkennen. Elke instelling behoudt hierbij zijn of haar eigen identiteit en verantwoordelijkheid Door de ligging nabij het sportcomplex wordt een goede verbinding met sport belangrijk gevonden. Daarnaast hechten partijen aan veel aandacht voor cultuur.(…)

  • -

    In het gebouw(en) van de brede school in ieder geval worden gehuisvest: de basisscholen De Baanbreker, St. Jozefschool en De Tweemaster, kinderopvang Kids IV, peuterspeelzaal Jonas In De Walvis, de buitenschoolse opvang en de bibliotheek.

  • -

    Partijen op verschillende manieren zullen participeren in de brede school en partijen hierdoor verschillende verplichtingen in het kader van dit convenant hebben.

Partijen door het ondertekenen van dit convenant in ieder geval de afspraken vastleggen om de daadwerkelijke oprichting van het gebouw(en) waarbinnen de brede school zal worden gehuisvest, te realiseren.

1. Gezamenlijke verplichtingen van partijen

1.1

Realisatie

1. Partijen spannen zich maximaal in om op grond van genoemde overwegingen een brede school te realiseren.

2. Partijen streven er naar uiterlijk in 2015 de brede school te hebben gerealiseerd.

1.2

Optimale benutting ruimte

Partijen spannen zich maximaal in om de in de brede school beschikbare ruimte (vierkante meters) optimaal te benutten.

1.3

Doelmatig investeren

Partijen spannen zich maximaal in om de investeringen die in het kader van de oprichting en exploitatie van de brede school worden gedaan doelmatig te laten zijn.

1.4

Personele inzet

1. Partijen zorgen voor de personele inzet die nodig is bij het proces van oprichten en in exploitatie nemen van het gebouw waarin de brede school wordt gehuisvest. Hiermee wordt bedoeld dat partijen zorgen voor optimale vertegenwoordiging in overleg- en werkgroepen.

1.5

Programma van eisen

Partijen stellen vanuit hun eigen programma’s van eisen in gezamenlijkheid een functioneel en ruimtelijk Programma van eisen op binnen de wettelijke en financiële kaders van de gemeente.

1.6

Inzet beleidsstukken

Partijen brengen hun reguliere activiteiten en de daarvoor beschikbare middelen zoals deze zijn opgenomen in de vigerende beleidsstukken in het programma voor de brede school in zonder dat daar extra kosten voor worden berekend.

1.7

Nadere afspraken

Nadere afspraken over het beheer en de exploitatie van het gebouw van de brede school zullen nog worden vastgelegd.

2. Verplichtingen ISOB en Flore

ISOB en Flore brengen maximaal hun exploitatie-inkomsten voor huisvesting, onderhoudskosten huisvesting, energie en schoonmaak in het exploitatiebudget voor de brede school in.(…)

4. Verplichtingen gemeente

4.1

Financiën bouw brede school

De gemeente heeft de regie over het project en is verantwoordelijk voor het realiseren van de financiële dekking voor de investering die nodig is om het gebouw voor de brede school te kunnen oprichten.

4.2

Planologische procedure

1. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van de planologische procedure die noodzakelijk is voor het kunnen realiseren van het gebouw voor de brede school op de locatie De Pauw sport.

2. Indien de planologische procedure wordt belemmerd door kwesties die niet binnen de invloedsfeer van de gemeente vallen, is de gemeente daarvoor niet verantwoordelijk.

4.3

Programma van eisen

1. De gemeente stelt kaders ten behoeve van het functioneel programma van eisen op basis van de financiële uitgangspunten van het uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek d.d. januari 2012.

2. De gemeente werkt het functioneel programma van eisen uit tot een technisch programma van eisen.

4.4

Beschikbaarheid bouwlocatie

De gemeente is verantwoordelijk voor het tijdig beschikbaar hebben van de bouwlocatie voor de brede school. De gemeente zal hiertoe met SV De Rijp nadere afspraken maken.(…)”

2.10.

De Stuurgroep nam vervolgens het initiatief bij het zoeken naar geïnteresseerde partijen die konden worden aangewezen voor het aanbieden van kinderopvang en/of buitenschoolse opvang en/of peuteropvang op de Brede School.

2.11.

Op 19 november 2012 heeft Tinteltuin, na daartoe te zijn uitgenodigd door de Stuurgroep, een presentatie gegeven aan de schoolhoofden van de bij de Brede School betrokken basisscholen en een aanbod gedaan voor het verzorgen van de BSO op de Brede school.

2.12.

De notulen van de op 18 januari 2013 gehouden vergadering van de Projectgroep, luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…) [vertegenwoordigster van basisschool De Tweemaster] [Rb: vertegenwoordigster van basisschool “De Tweemaster”] deelt mede dat er een besluit is genomen over de BSO. Het is de TintelTuin geworden. De TintelTuin zal zo spoedig mogelijk uitgenodigd worden om bij de overleggen aan te sluiten en indien mogelijk al op 7 februari bij de architectenselectie. [vertegenwoordigster van basisschool De Tweemaster] overlegt dit a.s. maandag met de Tinteltuin.(…)”

2.13.

Een e-mail van 5 november 2013 van een medewerkster van Tinteltuin aan de Gemeente betreffende de ondertekening van voorovereenkomsten luidt als volgt:

“Moet er vanuit Tinteltuin ook getekend worden of is dat niet nodig omdat wij gaan onderhuren bij de scholen?”

2.14.

Bij e-mail van 6 november 2013 heeft de Gemeente het volgende geantwoord:

“Jullie hoeven op de 22ste niet te tekenen, maar jullie aanwezigheid wordt wel zeer op prijs gesteld”.

2.15.

Op 21 november 2013 heeft de projectleider van de Brede School het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente geadviseerd in te stemmen met het sluiten van voorovereenkomsten met Flore, ISOB, Bibliotheek Kennemerwaard, de GGD en Stichting Peuterspeelzaal Jonas in de Walvis. De bij dit advies behorende toelichting/motivatie luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“Kinderopvang

Kids IV heeft op 14 november jl. laten weten definitief af te zien van verdere deelname aan het project. Het betreffende gedeelte is in het schetsplan voorlopig als reservering opgenomen, afhankelijk van de verdere ontwikkelingen met betrekking tot een mogelijk nieuwe participant. Inmiddels hebben vier partijen aangegeven belangstelling te hebben. Hiermee zullen binnenkort oriënterende gesprekken worden gevoerd. Het betreft: Forte Kinderopvang, Tinteltuin, Tita en Bruintje Beer.(…)

Buitenschoolse opvang (Tinteltuin)

Tinteltuin gaat ruimten van de scholen onderhuren ten behoeve van de buitenschoolse opvang, dus in dit geval is een voorovereenkomst met de gemeente niet van toepassing. De organisatie is wel bij de ondertekening aanwezig. (…)”

2.16.

Op 22 november 2013 zijn voormelde voorovereenkomsten met ISOB en Flore getekend, waarvan artikel 6, voor zover hier van belang, luidt:

“(…) wordt in de gelegenheid gesteld een deel van haar ruimtes beschikbaar te stellen voor buitenschoolse opvangactiviteiten en aan een organisatie voor buitenschoolse opvang te verhuren. Artikel 108 WPO is daarbij van toepassing. (…)”

2.17.

Doordat KIDS B.V. zich had teruggetrokken als aanbieder van kinderopvang voor de Brede School heeft Tinteltuin, na daartoe door de Gemeente te zijn uitgenodigd, op 13 januari 2014 tevens een aanbod gedaan voor het verzorgen van kinderopvang.

2.18.

De notulen van de vergadering van de Stuurgroep d.d. 20 januari 2014 luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)6. Bespreken voorstellen en keuze nieuwe partner kinderopvang

Op dit moment zijn er 5 kandidaten die een plan hebben ingediend. SKOA uit Alkmaar heeft aangegeven op korte termijn geen concreet voorstel te kunnen doen.

De stuurgroep discussieert uitvoerig over de voorliggende voorstellen en komt daarbij tot een aantal conclusies:

  • -

    Tinteltuin en Forte hebben in de breedte aanzienlijk meer ervaring in brede scholen dan Bruintje Beer, Jimpy Play en Tita Kinderopvang.

  • -

    Tinteltuin en Forte kunnen beide als zeer professionele aanbieders worden beschouwd.

De schoolbesturen hebben meer ervaring met Forte ( [G] geeft bijvoorbeeld aan dat Flore samen met Forte een kwaliteitskaart heeft ontwikkeld die in dit geval zo overgenomen kan worden. Met Tinteltuin zou dit complexer liggen.

[G] en [M] geven aan een voorkeur voor Forte te hebben. Het feit dat men meer ervaring heeft met Forte is hierbij een belangrijke overweging, vooral omdat de nieuwe partner direct moet aanhaken in het proces. Er is geen tijd te verliezen.

[M] zal nog checken bij haar directeuren of de teams deze keuze ondersteunen (telefonisch is op 21 januari 2014 aan [K] doorgegeven dat ISOB kan instemmen met de keuze voor Forte).

Besproken wordt of het feit dat de schoolbesturen de BSO vorig jaar hebben aanbesteed en hierbij een keuze voor Tinteltuin hebben gemaakt nog invloed op de keuze zou moeten hebben. [G] geeft aan dat hiervoor geen lange termijn afspraak is gemaakt en dat de schoolbesturen hier vanaf kunnen.(…)”.

2.19.

Het verslag van de op 31 januari 2014 gehouden vergadering van de Projectgroep luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)De keuze voor een nieuw kinderdagverblijf als partner in de brede school is in eerste instantie teruggebracht van 5 naar 2. Uiteindelijk is Forte Kinderopvang geselecteerd als nieuwe partner. Gevraagd wordt waarom de keuze is gemaakt voor Forte. Belangrijkste punt dat de doorslag gaf is het feit dat beide schoolbesturen al in andere projecten en/of brede scholen samen werken met Forte. Dat is nu een voordeel in verband met noodzakelijke voortgang in het ontwerpproces.(…)”

2.20.

Bij e-mail van 3 februari 2014 heeft de Gemeente aan Tinteltuin het volgende meegedeeld:

“Hierbij laat ik jullie weten dat de definitieve keuze op Forte Kinderopvang is gevallen. Uiteindelijk heeft het feit dat zowel Flore als Isob ervaring hebben met Forte als kinderopvangpartner hierin de doorslag gegeven.

In de komende weken worden de afspraken met Forte verder uitgewerkt en vastgelegd.

Mochten jullie vragen hebben of een nadere toelichting willen, dan kunnen jullie wethouder [K] hiervoor benaderen.”

2.21.

Bij brief van 14 februari 2014 heeft Flore onder meer het volgende aan Tinteltuin meegedeeld:

“De gemeente Graft-de Rijp is in samenspraak met de beide schoolbesturen en andere betrokken partijen bezig met de realisatie van de Brede School Graft-de Rijp.

Van de Brede school zou ook o.a. de kinderopvang deel gaan uitmaken. Om moverende redenen heeft deze organisatie zich teruggetrokken uit dit project.

Vanuit de gedachte om het geheel, van kinderopvang, voor- tussen- en naschoolse opvang en peuterspeelzaal, door één partij te laten organiseren is aan een aantal partijen offerte gevraagd.

Ook uw organisatie heeft, hoewel zij op dit moment alleen BSO aanbiedt op de scholen, een offerte ingediend.

Op grond van selectiecriteria en na een zorgvuldige afweging van alle ontvangen informatie is de stuurgroep unaniem tot een keuze gekomen.

Deze keuze heeft zij voorgelegd aan B&W van de gemeente Graft-de Rijp en inmiddels is bekend dat dit advies is overgenomen.

Hiermee wil ik u, vanuit Stichting ISOB en Stichting Flore, laten weten dat de keuze niet op uw organisatie is gevallen.

Dit betekent dat wij met een andere organisatie de verdere voorbereidingen gaan doen richting de Brede School die naar verwachting in 2015 zal worden opgeleverd.(…)”

2.22.

Bij brief van 6 maart 2014 heeft Tinteltuin de Stuurgroep verzocht haar beslissing om de BSO niet door Tinteltuin te laten verzorgen te herzien en alsnog uitvoering te geven aan het besluit van 11 januari 2013 om de BSO aan Tinteltuin te gunnen, bij gebreke waarvan zij genoodzaakt is een schadeclaim te moeten indienen.

2.23.

Bij brief van 15 mei 2014 heeft ISOB, mede namens Flore, als volgt gereageerd:

“(…) U baseert de inhoud van uw brief op de stelling dat wij hebben besloten dat TintelTuin in de nieuw te bouwen Brede school Graft-De Rijp de BSO mag aanbieden. Dat is niet juist.

Er is geen sprake van een overeenkomst met u, waarin hierover afspraken zijn gemaakt. Zoals u weet was het in eerste instantie de bedoeling dat de kinderopvang in de Brede school door Kids BV zou worden aangeboden. Ook hebben we gekeken naar de mogelijkheid dat TintelTuin alsdan de BSO zou aanbieden. Definitieve afspraken zijn er echter niet gemaakt.

TintelTuin is een aanbieder van BSO op onze scholen waarbij er sprake is van medegebruik/verhuur van leegstaande lokalen. Daarbij is de Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs van toepassing waarbij er sprake is van maximaal gebruik van 1 schooljaar. Elk jaar bestaat opnieuw de mogelijkheid dat de gemeente, op grond van de genoemde verordening, leegstand vordert. In die zin is de samenwerking tussen de basisschool en de TintelTuin voor de BSO beperkt tot 1 schooljaar. Uiteraard is deze samenwerking stilzwijgend verlengd omdat er behoefte bleef aan BSO en de leegstand beschikbaar was.

In het licht van de ontwikkelingen richting de Brede school was het vanzelfsprekend dat de eerste verkenning gedaan werd met organisaties waar al mee werd samengewerkt. En deze organisaties zijn ook daadwerkelijk betrokken bij die verkenning. Op grond van de ontwikkelde visie op Brede scholen en het afhaken van Kids BV heeft een heroverweging plaatsgevonden van de feitelijke invulling van kinderopvang en BSO en de gewenste partijen. En op grond van die visie zijn vervolgens partijen, waaronder TintelTuin uitgenodigd om een aanbod met offerte in te dienen.

Daarbij heeft de stuurgroep laten weten dat meerdere partijen belangstelling hadden voor het aanbieden van de kinderopvang in de Brede school en dat er op 20 januari 2014 een definitieve keuze zou worden gemaakt ten aanzien van de partner in het vervolgproces. Daarbij is ook aangegeven dat het van belang is dat de bereidheid bestaat de kinderopvang, BSO en peuterspeelzaalwerk gezamenlijk aan te bieden. Hieruit blijkt wel, dat ook de gunning van de BSO nog niet vast stond. Duidelijk was, dat we met één partner verder wilden. Uiteindelijk is de keus niet op u gevallen.

Wij begrijpen dat dit voor uw organisatie vervelend is, maar wij zijn het niet met u eens dat wij handelen in strijd met de met u gemaakte afspraken. Het is niet zo dat de BSO al aan u was opgedragen, zoals u stelt. Er was, zoals eerder gemeld, sprake van een gezamenlijke verkenning van de invulling van de Brede school ervan uitgaande dat Kids BV de kinderopvang zou verzorgen.

Uw organisatie verzorgt dienstverlening bij onze scholen en was ook betrokken bij de eerste verkenningen richting de Brede school en daarom hebben we u ook verder betrokken bij de officiële gunning in de selectieprocedure. Daarmee hebben we ook gehandeld in overeenstemming met de door u genoemde precontractuele goede trouw.

Gelet op het bovenstaande zijn wij van oordeel, dat wij niet gehouden zijn u enige schadevergoeding te betalen. Daarnaast zijn wij van mening dat zelfs al zou er sprake zijn van het niet nakomen van afspraken (wat dus niet het geval is), de door u gestelde schade onder punt 2 geen verband daarmee houdt.

Wij zullen niet terugkomen op ons besluit en zullen de BSO in de te bouwen Brede school niet bij u onder gaan brengen.

Uw argument dat vanuit de TintelTuin tijd en energie gestopt is in de verkenningen richting de Brede school kunnen wij plaatsen. Wij zijn dan ook bereid u de door u onder punt 1 gestelde schade ad € 3.237,52 te vergoeden. Dit met de uitdrukkelijke vermelding dat wij daartoe niet gehouden zijn en hiermee geen enkele schadevergoedingsplicht erkennen, maar enkel als tegemoetkoming in de door u gemaakte kosten.(…)

Zoals aangegeven zijn wij van oordeel dat er geen enkele overeenkomst bestaat tussen ons met betrekking tot de BSO in de nieuw te bouwen Brede school, in welke vorm dan ook. Enkel voor het geval dat vast zou komen te staan dat er wel sprake zou zijn van een overeenkomst (in welke vorm en met welke inhoud dan ook), zeggen wij deze hierbij op met inachtneming van een redelijke opzegtermijn, per 1 augustus 2015.(…)”

2.24.

Bij brief van 25 juni 2014 heeft (de raadsman van) Tinteltuin onder meer het volgende meegedeeld aan ISOB:

“(…) Om redenen als in clientes brief uitgelegd en met feiten onderbouwd, is cliente van oordeel dat met haar is overeengekomen dat zij de voorbedoelde BSO partner is. Dit is immers - zonder het stellen van nadere voorwaarden - aan cliente toegezegd en die toezegging heeft zij geaccepteerd. Dit houdt in dat overeenstemming is bereikt tussen de betrokkenen, die hen bindt en waarop niet eenzijdig kan worden teruggekomen.

(…)

Namens cliente deel ik u mee dat dit meebrengt dat u tekortschiet in de nakoming van uw verplichtingen uit de overeenkomst in zodanig ernstige mate dat cliente gerechtigd is de overeenkomst (bij deze) buitengerechtelijk te ontbinden en aanspraak te maken op vergoeding van de door uw tekortschieten aan haar zijde geleden en nog te lijden schade.

Uit de verschillende werkgroepverslagen en -notities kan cliente verder slechts opmaken dat het (onmiskenbaar en in stellige mate) de intentie was van alle betrokkenen om de samenwerking voor meerdere jaren aan te gaan. Dit vloeit ook voort uit de aard van het Brede School-project. Een beroep in dit verband op de Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs, die zou bepalen dat de periode van medegebruik resp. van verhuur van leegstaande klaslokalen gebonden zou zijn aan een maximum van een jaar, gaat niet op. Bij een behoorlijke nakoming van de aan cliente gedane toezegging zou uiterst onaannemelijk zijn dat een dergelijke bepaling zou zijn toegepast, zomin als aannemelijk is dat u de uitvoering van de nu door u met de Forte-organisatie gesloten overeenkomst met een beroep op deze Verordening voortijdig beëindigt.

Argumenten van meer formele aard, zoals betreffende de vraag of uw Stichting een beroep op die verordening überhaupt toekomt, laat ik in het raam van deze brief vooralsnog onbesproken. (…)

In uw brief van 15 mei jl. beëindigt u de overeenkomst met cliente subsidiair per 1 augustus 2015.

Als cliente dit zou aanvaarden, waar zij niet toe gehouden is en vooralsnog evenmin bereid, dan is - gelet op het feit dat dan de referentieperiode voor het berekenen van de schadevergoeding ziet op het eerste jaar van de beoogde samenwerking - het dekkingsverlies voor cliente reeds circa € 61.000,--, naast de schadepost van € 3.273,52 als gespecificeerd in de bijlage bij clientes brief van 6 maart 2014. Uw voorstel om de zaak af te doen tegen betaling van laatstvermelde som wijst cliente dan ook af.

Cliente is er - het zij herhaald - niet op uit om in deze zaak een gerechtelijke procedure aan te spannen, maar blijft een redelijke oplossing uit, dan zal zij haar schadevergoedingsaanspraak toch in rechte moeten laten toetsen. In een poging dit te vermijden verzoek ik u namens cliente om op korte termijn (binnen veertien dagen na heden) een substantieel beter voorstel te doen. Mocht u prijsstellen op inzage in en uitleg over clientes schadeberekening, dan kan daarvoor rechtstreeks contact worden opgenomen met clientes directeur de heer [S] .(…)

Een afschrift van deze brief zend ik aan het College van B. en W. van de gemeente Graft-De Rijp, die cliente hoofdelijk aansprakelijk houdt, om redenen als reeds in clientes brief van 6 maart 2014 zijn uiteengezet.”

3 Het geschil

3.1.

Tinteltuin vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank:

1. voor recht zal verklaren dat gedaagden, hoofdelijk subsidiair elk voor een door de Rechtbank te bepalen gedeelte, aansprakelijk zijn voor vergoeding van de schade, door eiseres geleden tengevolge van de feiten als in de dagvaarding vermeld;

- primair vanwege het aan gedaagden toerekenbare tekortschieten in de nakoming van de met TintelTuin gesloten BSO-Overeenkomst;

- subsidiair vanwege het onrechtmatige handelen (in strijd met de precontractuele goede trouw) door gedaagden jegens eiseres;

2. voor recht zal verklaren respectievelijk zal bepalen dat deze schade bestaat uit

1. de directe kosten verbonden aan de werkzaamheden van mevrouw [B] , groot € 3.237,52;

2. het verlies van de dekking in de algemene (overhead-) kosten van TintelTuin, die bij een reguliere exploitatie door TintelTuin van de BSO in de Brede School zou zijn gegenereerd, gedurende een periode van vier jaren, althans een door de Rechtbank te bepalen periode;

3. het verlies aan de bijdrage in de winst van TintelTuin die bij een reguliere exploitatie door TintelTuin van de BSO in de Brede School zou zijn gegenereerd, gedurende een periode van vier jaren, althans een door de Rechtbank te bepalen periode;

3. gedaagden hoofdelijk, subsidiair elk voor het onder 1. bedoelde gedeelte, zal veroordelen tot betaling aan eiseres van een bedrag terzake van schade vergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

4. gedaagden hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, waaronder begrepen een bedrag aan (na)salaris advocaat.

3.2.

De Gemeente c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Standpunt Tinteltuin

4.1.

Tinteltuin legt primair aan haar vorderingen ten grondslag dat de Gemeente c.s. een besluit hebben genomen waarin het aanbieden van BSO aan de Brede School aan Tinteltuin is toegezegd. Laatstgenoemde heeft deze toezegging geaccepteerd, zodat een overeenkomst tussen Tinteltuin en de Gemeente c.s. tot stand is gekomen als bedoeld in artikel 6:217 BW. Het niet toelaten van Tinteltuin tot het uitvoeren van het BSO-deel van de Brede School brengt mee dat de Gemeente c.s. tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst in zodanig ernstige mate dat Tinteltuin gerechtigd was die overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en aanspraak te maken op vergoeding van de door het tekortschieten aan haar zijde geleden schade.

Subsidiair legt Tinteltuin aan haar vorderingen ten grondslag dat het afbreken van de onderhandelingen met Tinteltuin door de Gemeente c.s. plaatsvond op een moment dat dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van Tinteltuin in het tot stand komen van de overeenkomst onaanvaardbaar was. Tinteltuin maakt aanspraak op schadevergoeding als gevolg van de door deze aan de Gemeente c.s. toe te rekenen handeling die in strijd is met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, hetgeen een onrechtmatige daad vormt, aldus Tinteltuin.

Standpunt gemeente

4.2.

De gemeente voert verweer en betoogt dat er geen verbintenis tot stand is gekomen tussen haar en Tinteltuin voor wat betreft de exploitatie van BSO in de Brede School, zodat er ook geen sprake kan zijn van een toerekenbare tekortkoming van de zijde van de Gemeente jegens Tinteltuin. Het ontbreekt de Gemeente dan wel een bestuursorgaan van de gemeente aan een wettelijke taak om BSO in de gemeente aan te bieden. De Gemeente is slechts contracten aangegaan met de “ketenpartners” die huurder dan wel gebruikers zijn geworden van een ruimte in de brede school, welk gebouw eigendom van de gemeente is. Dit was van meet af aan bekend bij Tinteltuin. Laatstgenoemde zou wat betreft BSO namelijk onderhuurder worden van de basisscholen. Het kan de Gemeente dan ook niet worden toegerekend dat een samenwerking tussen de basisscholen en Tinteltuin niet nader tot stand is gekomen.

Er is geen sprake van een door de Stuurgroep of de Gemeente genomen besluit waaruit zou volgen dat aan Tinteltuin opdracht is verstrekt om de BSO in de Brede School te exploiteren. Er is geen bestuurlijk mandaat verleend en ook al was die er wel dan nog is niet duidelijk op welke wijze de Stuurgroep de gemeente had kunnen binden aan besluiten. Voor zover Tinteltuin bedoelt dat de Stuurgroep de gemeente op privaatrechtelijke wijze heeft gebonden betwist de Gemeente dat sprake zou zijn van een daartoe strekkende volmacht. Er volgt niet uit besluiten van het College noch uit het projectplan dat de Gemeente bevoegd was om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten. De Gemeente is dus niet gebonden aan rechtshandelingen die worden verricht door een stuurgroep in een (informele) projectorganisatie, voor zover daar al sprake van zou zijn geweest.

Ook een beroep op gewekte verwachtingen in de Stuurgroep welke de Gemeente zou kunnen binden slaagt niet. De (leden van) de Stuurgroep, noch de (leden van) de Projectgroep (waren) was bevoegd om de Gemeente te binden aan privaatrechtelijke rechtshandelingen. Bovendien is gesteld noch gebleken dat er toezeggingen zijn gedaan die zouden resulteren in een overeenkomst tussen de Gemeente en Tinteltuin voor de exploitatie van de BSO. De Gemeente betwist dan ook dat Tinteltuin gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat een overeenkomst tot stand zou komen tussen de Gemeente dan wel de Stuurgroep en Tinteltuin, aldus de Gemeente.

Ook van onrechtmatig handelen in strijd met de precontractuele goede trouw door de Gemeente is geen sprake. Voor zover er kan worden gesproken van een onrechtmatige daad, hetgeen wordt betwist, is dit geenszins te wijten aan de Gemeente. Tinteltuin wist en behoorde te weten dat zij voor het aanbieden van de BSO zou contracteren met de basisscholen op grond van artikel 45 WPO en daarnaast was Tinteltuin er van op de hoogte dat een huurovereenkomst tot stand zou komen met de basisscholen. De Gemeente heeft op geen enkele wijze onrechtmatige of ongerechtvaardigde verwachtingen gewekt jegens Tinteltuin. Er is geen ruimte voor toekenning van schade ten belope van het positieve contractsbelang.

Voor zover al zou worden geoordeeld dat sprake is van onderhandelingen tussen Tinteltuin en de Gemeente, hetgeen wordt betwist, is de Gemeente vrij om de onderhandelingen af te breken en is er om die reden ook geen ruimte voor toekenning van het negatief contractbelang. Er bestond geen gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van Tinteltuin op basis waarvan het de Gemeente niet vrij zou staan om de samenwerking te beëindigen.

Het voorgaande brengt ook mee dat het verzoek tot toewijzing van schadevergoeding dient te worden afgewezen, aldus de Gemeente

Standpunt ISOB en Flore

4.3.

Ook ISOB en Flore betwisten dat een overeenkomst tot stand is gekomen met Tinteltuin. Door de Stuurgroep was nog geen definitief plan opgesteld welke organisaties hun diensten zouden kunnen aanbieden in de Brede School. De Stuurgroep heeft geen besluit genomen dat Tinteltuin de BSO in de Brede School zou aanbieden. Een en ander blijkt ook uit het feit dat met Tinteltuin geen voorovereenkomst is gesloten. Er zijn tussen ISOB en/of Flore en Tinteltuin ook nooit gesprekken gevoerd waarin nadere invulling werd gegeven over de voorwaarden en de wijze waarop Tinteltuin de BSO zou aanbieden. Voor zover de mededeling in januari 2013, dat de keus was gevallen op Tinteltuin, kan worden gezien als een voorovereenkomst brengt dit niet mee dat tussen ISOB en/of Flore en Tinteltuin en overeenkomst is ontstaan. Uit het overeenkomen van een voorovereenkomst vloeit immers niet voort dat partijen uiteindelijk ook een definitieve overeenkomst zullen sluiten.

Voor zover wel een overeenkomst tussen de Stuurgroep en/of ISOB en/of Flore en Tinteltuin is ontstaan waaruit volgt dat Tinteltuin de BSO zou gaan verrichten, is deze inmiddels geëindigd door de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst door Tinteltuin, waarbij vermeld dient te worden dat, voor zover een overeenkomst zou zijn ontstaan ISOB en Flore deze rechtsgeldig hebben opgezegd per 1 augustus 2015.

ISOB en/of Flore onderkennen dat Tinteltuin in het kader van de verkenning naar het aanbieden van BSO binnen de Brede School kosten heeft gemaakt en waren om die reden bereid om onverschuldigd de door Tinteltuin genoemde kosten ad € 3.237,52 te vergoeden. Nu enkel verkennende gesprekken zijn gevoerd met Tinteltuin over het aanbieden van BSO zien ISOB en/of Flore dan ook geen reden om de overige door Tinteltuin aangevoerde kosten/schade te vergoeden.

ISOB en Flore betwisten dat zij onderhandelingen heeft gevoerd met Tinteltuin. Voor zover zij wel onderhandelingen hebben gevoerd ging dit niet over essentiële punten van een overeenkomst zoals de duur, de omvang, de wijze van beëindiging, de kosten en dergelijke. Aan Tinteltuin is enkel meegedeeld dat zij in beeld is om de BSO aan te bieden binnen de Brede School. Over de verdere voorwaarden is nimmer gesproken. Partijen hebben ook geen voorovereenkomst met elkaar gesloten waaruit blijkt dat zij de intentie hebben om onderhandelingen te voeren om uiteindelijk te komen tot een definitieve overeenkomst. Bovendien gingen partijen er in eerste instantie van uit dat KIDS B.V. de kinderopvang zou verzorgen. Door het terugtrekken van KIDS B.V. ontstond een nieuwe situatie. De Stuurgroep was van oordeel dat het de voorkeur had om één aanbieder van kinderopvang en BSO in de Brede School te huisvesten. Daarvan was Tinteltuin op de hoogte en zij is ook benaderd om een offerte hiervoor uit te brengen, dat heeft zij gedaan en de keuze is uiteindelijk op Forte Kinderopvang gevallen.

Voor zover wel sprake zou zijn van het voeren van onderhandelingen over de essentiële punten van een overeenkomst waarbij Tinteltuin de BSO zou aanbieden binnen de Brede School, hebben de Stuurgroep en/of ISOB en/of Flore deze onderhandelingen niet onaanvaardbaar afgebroken, zodat van een onrechtmatige daad jegens Tinteltuin geen sprake is. Op basis van de gesprekken die de Stuurgroep en/of ISOB en/of Flore met Tinteltuin hebben gevoerd of gedragingen of uitingen van eerstgenoemden, kan geen gerechtvaardigd vertrouwen bij Tinteltuin zijn ontstaan dat uit de onderhandelingen een overeenkomst zou voort vloeien.

Voor alle partijen was duidelijk dat geen gesprekken zijn gevoerd over de essentialia van een eventuele toekomstige overeenkomst. Met Tinteltuin is nimmer gesproken over de kosten, de duur, de omvang en overige essentiële voorwaarden om een definitieve overeenkomst met elkaar aan te gaan. Het afbreken van de onderhandelingen door de Stuurgroep en/of ISOB en/of Flore met Tinteltuin was dan ook niet onaanvaardbaar.

ISOB en Flore betwisten ten slotte dat Tinteltuin, buiten de kosten ad € 3.237,52, schade heeft geleden en voeren aan dat die schade in ieder geval nooit het exploitatieverlies gedurende 4 jaar zou hebben bedragen, omdat een overeenkomst nooit langer dan voor een jaar zou zijn aangegaan, aldus ISOB en Flore.

Toerekenbare tekortkoming in de nakoming?

4.4.

De rechtbank oordeelt als volgt. Tinteltuin grondt haar vorderingen primair op de omstandigheid dat een overeenkomst tussen haar en de Gemeente c.s. als bedoeld in artikel 6:217 BW tot stand is gekomen en dat laatstgenoemden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming hiervan. Zij stoelt haar betoog voornamelijk op het feit dat zij op 19 november 2012 een aanbod heeft gedaan om de BSO op de Brede School te verzorgen en dat de Gemeente c.s., blijkens de notulen van de vergadering van de Projectgroep d.d. 18 januari 2013 (zie hiervoor onder r.o 2.12) het besluit hebben genomen om dit aanbod te aanvaarden. Ook uit de vervolgens opgestarte activiteiten, die verband houden met de toekomstige samenwerking, blijkt volgens Tinteltuin dat een overeenkomst tot stand is gekomen.

4.5.

De rechtbank volgt bovenstaand standpunt niet. Op grond van het bepaalde in artikel 6:217, eerste lid, BW komt een overeenkomst tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Tussen partijen is niet in geschil dat Tinteltuin een aanbod heeft gedaan. Los van de vraag of sprake was van een besluit van de Stuurgroep dan wel de Projectgroep en zo ja, of de Gemeente en/of ISOB en Flore aan dit besluit gebonden waren, kan uit de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden in essentie niet méér worden afgeleid, dan de intentie van partijen dat Tinteltuin de BSO op de Brede school zou gaan verzorgen. Het is echter niet gebleken dat tussen partijen overeenstemming bestond over de essentialia van een overeenkomst, zoals de huurprijs, de kosten, het aantal vierkante meters en de plek waar de BSO geëxploiteerd mocht worden. Niet kan derhalve gezegd worden dat sprake is van aanvaarding van een overeenkomst. De enkele weergave in notulen van de vergadering van de Projectgroep d.d. 18 januari 2013, inhoudende dat een vertegenwoordigster van basisschool De Tweemaster meedeelt dat er een besluit is genomen over de BSO en dat het Tinteltuin is geworden, is hiertoe onvoldoende. De slotsom luidt dan ook dat geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, zodat ook geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming hiervan.

Onrechtmatige daad?

4.6.

Tinteltuin grondt haar vorderingen subsidiair op de omstandigheid dat de Gemeente c.s. onrechtmatig hebben gehandeld en schadeplichtig zijn, omdat zij in strijd met de precontractuele goede trouw de onderhandelingen tussen partijen hebben afgebroken. De rechtbank volgt ook dit standpunt niet en overweegt daartoe als volgt.

4.7.

De eerste vraag die dient te worden beantwoord is of sprake is geweest van onderhandelingen, hetgeen door Tinteltuin wordt betoogd en door de Gemeente c.s. wordt betwist. Naar het oordeel van de rechtbank dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. Uit het hiervoor geschetste feitencomplex vloeit dit immers voort. Partijen waren sedert lange tijd met elkaar in gesprek, Tinteltuin werd participant, nam plaats in de werkgroep MFA, de Projectgroep, er is een intentieovereenkomst gesloten, er hebben diverse bijeenkomsten plaatsgevonden en Tinteltuin heeft op uitnodiging van de Gemeente c.s. presentaties gegeven en een aanbod gedaan om de BSO en later ook de kinderopvang op de Brede School te verzorgen.

4.8.

Vervolgens heeft als uitgangspunt te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (Hoge Raad 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337, CBB/JPO). In dit arrest heeft de Hoge Raad tevens overwogen dat de hiervoor genoemde maatstaf streng en terughoudend moet worden toegepast.

4.9.

Vast staat dat de Gemeente c.s. bij brief van 14 februari 2014 aan Tinteltuin heeft meegedeeld dat de keuze voor het verzorgen van de BSO in de Brede School niet op Tinteltuin is gevallen, hetgeen valt aan te merken als het afbreken van de onderhandelingen. De rechtbank dient derhalve te beoordelen of dit afbreken van de onderhandelingen door de Gemeente c.s. onaanvaardbaar was op grond van het bij Tinteltuin op het moment van afbreken bestaande gerechtvaardigde vertrouwen in de totstandkoming van de overeenkomst of wegens andere omstandigheden.

4.10.

Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd leidt de rechtbank af dat het aanvankelijk ieders intentie was dat KIDS B.V. de kinderopvang binnen de Brede School zou verzorgen en Tinteltuin de BSO. Door het onvoorzien wegvallen van KIDS B.V. is een nieuwe situatie ontstaan, hetgeen bij de Gemeente c.s. kennelijk heeft gezorgd voor een moment van herijking en de wens om de kinderopvang en de BSO bij één partij onder te brengen, waarna men, nadat Tinteltuin en Forte Kinderopvang een aanbod hadden gedaan, uiteindelijk heeft gekozen voor laatstgenoemde. In dit licht valt het afbreken van de onderhandelingen met Tinteltuin en de keuze voor Forte Kinderopvang onder de contractsvrijheid en is dit als zodanig niet als onaanvaardbaar en onrechtmatig te achten. Tinteltuin heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit het tegendeel blijkt.

4.11.

De rechtbank merkt hierbij echter wel op dat de handelwijze van de Gemeente c.s., dat sinds 2006/2007 met Tinteltuin in gesprek is over de Brede School, niet de schoonheidsprijs verdient. De Gemeente c.s. kwalificeren de contacten met Tinteltuin als “eerste verkenningen”, maar daar kan gelet op de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden geen sprake van zijn. Het had op de weg van de Gemeente c.s. gelegen om, nadat KIDS B.V. zich had teruggetrokken als aanbieder van kinderopvang, aan Tinteltuin duidelijk te maken dat dit een reden kon zijn voor herziening van de plannen en dat daarbij de mogelijkheid bestond dat ook voor wat betreft de BSO niet in zee zou worden gegaan met Tinteltuin. Eerst bij brief van 14 februari 2014 hebben de Gemeente c.s. dit aan Tinteltuin kenbaar gemaakt. De Gemeente c.s. heeft vervolgens dan ook terecht aan Tinteltuin een aanbod gedaan om de kosten ad € 3.237,52 te vergoeden. Nu door de Gemeente c.s. verder ook niet is weersproken dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, zal de rechtbank dit deel van de vordering toewijzen.

4.12.

Omdat alle partijen gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld en omdat de handelwijze van de Gemeente c.s. zoals hiervoor overwogen geen schoonheidsprijs verdient, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt de Gemeente c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Tinteltuin te betalen een bedrag van € 3.237,52 (drieduizendtweehonderdzevenendertig euro en 52 cent), vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 20 april 2015 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2015.1

1 type: 299 coll: