Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11675

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-12-2015
Datum publicatie
06-01-2016
Zaaknummer
15/810122-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; gewelddadige overval op een juwelier te Haarlem op 28 februari 2015.

Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hebben deel uitgemaakt van een professioneel crimineel georganiseerd samenwerkingsverband van tenminste vijf personen, die allen vanuit noord-oost Europa, waarschijnlijk Rusland naar Nederland zijn gereisd met als enig doel om een zeer lucratieve overval op een juwelier te plegen. De speciale rol van verdachte bestond (in ieder geval) mede uit het uitvoeren van voorverkenningen in en/of rondom de juwelierszaak op de dag dat de overval zou plaatsvinden en het tezamen met medeverdachte [medeverdachte 1] vervoeren van (groot een deel van) de buit naar Finland.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zijn drie medeverdachten, waarvan de identiteit vooralsnog niet bekend is geworden, bij de daadwerkelijke overval veel geweld hebben gebruikt en op de winkelmedewerkers erg bedreigend zijn overgekomen, door twee van hen (tot bloedens toe) in het gezicht te slaan, hen op de grond te dwingen, te knevelen, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar te dragen en één van hen te dwingen om de daders behulpzaam te zijn bij het verlaten van het pand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810122-15 (P)

Uitspraakdatum: 24 december 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 december 2015 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Sovjet Unie),

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in penitentiaire inrichting Ter Apel, te Ter Apel.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. T.M. Fikkers en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.A. Dorsman, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 28 februari 2015 te Haarlem, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 117 siera(a)d(en) en/of

horloges, althans een of meer siera(a)d(en) en/of horloge(s) (met een verkoopwaarde van

ongeveer EUR 1.000.000,-), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [juwelier], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn

mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] een of meermalen (met een vuurwapen, althans een

vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp) in/tegen het gezicht/hoofd

heeft/hebben geslagen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond heeft/hebben geduwd/gedwongen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (dreigend) een vuurwapen, althans een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of dat vuurwapen (dreigend) zichtbaar

aanwezig heeft/hebben gehouden en/of

- de benen en/of handen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben

vastgebonden/gekneveld door middel van tie-wraps;

Subsidiair

Een of meer medeverdacht(en)/mededader(s) op of omstreeks 28 februari 2015 te Haarlem,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen 117 siera(a)d(en)

en/of horloges, althans een of meer siera(a)d(en) en/of horloge(s) (met een verkoopwaarde van

ongeveer EUR 1.000.000,-), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [juwelier], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n)/mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat deze

medeverdacht(en)/mededader(s)

- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] een of meermalen (met een vuurwapen, althans een

vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een hard voorwerp) in/tegen het gezicht/hoofd

heeft/hebben geslagen en/of

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond heeft/hebben geduwd/gedwongen en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (dreigend) een vuurwapen, althans een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond en/of dat vuurwapen (dreigend) zichtbaar

aanwezig heeft/hebben gehouden en/of

- de benen en/of handen van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben

vastgebonden/gekneveld door middel van tie-wraps;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2$ februari te Haarlem en/of

elders in Nederland en/of Duitsland en/of Finland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- Een of meer (voor)verkenningen in (de omgeving van) [juwelier] te verrichten;

- Voor en/of tijdens en/of na de diefstal met geweld op de uitkijk te staan;

- ( Op enig moment) de buit over te nemen en (naar het buitenland) te vervoeren en/of de

daarvoor bestemde tas(sen) bij zich te dragen/voorhanden te hebben.

Meer subsidair:

hij in op of omstreeks de periode van 28 februari 2015 tot en met 2 maart 2015 te Haarlem,

althans in Nederland en/of Duitsland en/of Finland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

117 siera(a)d(en) en/of horloges, althans een of meer siera(a)d(en) en/of horloge(s) (met een

verkoopwaarde van ongeveer EUR 1.000.000,-), in elk geval enig goed,

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die siera(a)d(en) en/of

horloges, althans die/dat goed(eren), wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof

2. Beroep op niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie / onbevoegdheid van de rechtbank met betrekking tot het meer subsidiair tenlastegelegde

De raadsman heeft betoogd dat de vordering wijziging tenlastelegging niet had mogen worden toegelaten, nu heling een ander feit is dan het primair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld en de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid daaraan.

De rechtbank volgt dit niet, nu de wijziging van de tenlastelegging is geschied op de voet van artikel 314a Sv en in het tweede lid van dit artikel is bepaald dat hoewel artikel 313 Sv overeenkomstige toepassing vindt, dit niet geldt voor de laatste volzin waarin staat dat in geen geval wijzigingen worden toegelaten, als een gevolg waarvan de tenlastelegging niet langer hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Wetboek van Strafrecht zou inhouden. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat wijziging van de voorlopige tenlastelegging ingevolge artikel 314a Sv welke bestaat uit een uitbreiding met andere feiten, als waarvan in de onderhavige zaak sprake is, slechts dan niet toelaatbaar is indien elk verband tussen de feiten die overeenkomstig het bevel gevangenhouding of gevangenneming zijn opgenomen in de voorlopige tenlastelegging en die in de gewijzigde tenlastelegging ontbreekt, daarvan is in casu geen sprake.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de rechtbank geen rechtsmacht heeft nu het meer subsidiair ten laste gelegde feit in Finland is gepleegd en de verdachten Russisch zijn, acht de rechtbank de bespreking van dit verweer niet opportuun nu de rechtbank het primair ten laste gelegde feit bewezen acht en zal de rechtbank aan het voornoemde verweer voorbij gaan.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijs

4.1.

Inleiding

Deze zaak betreft een gewelddadige overval op juwelier [juwelier], gevestigd te Haarlem, die op 28 februari 2015 heeft plaatsgevonden. Bij de overval werden horloges en sieraden buitgemaakt met een totale verkoopwaarde van meer dan een miljoen euro.

Op 2 maart 2015 kwam bij het onderzoeksteam van de politie een melding binnen dat in Finland twee personen (medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte) waren aangehouden met een grote hoeveelheid horloges en sieraden met prijskaartjes van juwelierswinkel [juwelier] daar nog aan vast. Deze hoeveelheid horloges en sieraden bleek een deel te zijn van de buit die bij de overval was weggenomen.

Uit contact met politiefunctionarissen in Finland werd bekend, dat [medeverdachte 1] en [verdachte] na de overval op 28 februari 2015 vermoedelijk naar Travemunde in Duitsland zijn gereisd en daar op 1 maart 2015 om 03.00 uur de ferryboot “Finnstar” naar Helsinki, Finland hebben genomen.

Op 3 maart 2015 is een Europees Arrestatie Bevel uitgevaardigd. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben na de beslissing tot uitlevering, ingestemd met hun overlevering naar Nederland. Op 9 april 2015, na aankomst op de luchthaven Schiphol, zijn de verdachten door personeel van de Koninklijke Marechaussee aangehouden.

4.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder primair ten laste gelegde feit.

4.3.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om verdachte integraal van het tenlastegelegde vrij te spreken, omdat noch te zien is dat hij tekens geeft aan de overvallers, noch te zien is dat hij observaties pleegt.

4.4.

Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 26 februari 2015 arriveren medeverdachte [medeverdachte 1]2 en verdachte in Amsterdam. Zij hebben gezamenlijk gereisd via Duitsland. Tijdens deze reis hebben zowel [medeverdachte 1] als verdachte contact met een Russisch telefoonnummer dat op naam staat van een man genaamd [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]).3 Diezelfde dag ontvangt [medeverdachte 1] twee sms-berichten van [medeverdachte 2] met de tekst: “09:05 aankomst” en “[medeverdachte 3] aankomst vliegtuig –vt 617”. Die avond heeft [medeverdachte 1] meerdere malen telefooncontact met verdachte. Verdachte belt die avond daarnaast met een Russisch telefoonnummer dat in zijn telefoon staat opgeslagen als [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]).4

Op 27 februari 2015 krijgt [medeverdachte 1] om 08:19 uur een sms-bericht van [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]) met de tekst: “Al in Riga gelandt zijn er zo.”5 Om 09:08 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 1] een zendpaal aan op de luchthaven Schiphol. De telefoon van [medeverdachte 3] straalt op dat moment eveneens een zendpaal aan op deze locatie. [medeverdachte 3] heeft in deze periode tevens meerdere malen telefonisch contact met [medeverdachte 2].6 Vanaf 10:41 uur stralen de telefoons van [medeverdachte 1], verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zendpalen aan in Amsterdam.7 Om 12:14 uur komt [medeverdachte 1] aan bij de juwelierszaak [juwelier], gevestigd aan de [adres] in Haarlem. [medeverdachte 1] kijkt eerst in de etalages en kijkt daarna naar binnen via de glazen deur van de ingang van het pand. [medeverdachte 1] loopt daarna langs de ingang. Op de camerabeelden van de winkel is te zien dat [medeverdachte 1] alleen aandacht heeft voor het pand van [juwelier]. Vervolgens loopt [medeverdachte 1] langs de winkel van [juwelier] de Warmoesstraat in. Op de camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] nog steeds alleen aandacht heeft voor het pand en de etalageruiten van [juwelier]. Kort daarna keert [medeverdachte 1] om, blijft hij nog even naar de etalage van [juwelier] kijken, waarna hij om 12:17 uur de winkel binnen loopt.8 [medeverdachte 1] heeft in de winkel een Breitling horloge gepast maar niets gekocht.9 Op de camerabeelden in de winkel is te zien dat [medeverdachte 1] naar vitrines staat te kijken.10 [medeverdachte 1] belt die middag na zijn bezoek aan [juwelier] meerdere malen met verdachte. [medeverdachte 1] bevindt zich op dat moment nog steeds in Haarlem.11 Wanneer [medeverdachte 1] in de avond weer in Amsterdam is, belt hij een aantal keer met [medeverdachte 2].12 Ook verdachte en [medeverdachte 4] onderhouden gedurende de dag meerdere malen telefonisch contact met elkaar. 13

Op 28 februari 2015 wordt verdachte om 07:25 uur in Amsterdam gebeld door [medeverdachte 4], die zich eveneens in Amsterdam bevindt. Om 09:17 uur stralen de telefoons van [medeverdachte 1] en verdachte zendpalen aan in het centrum van Haarlem en hebben zij telefonisch contact met elkaar. Hierna onderhouden zij tot 11:58 uur veelvuldig telefonisch contact met elkaar. Ook heeft verdachte contact met een Russisch telefoonnummer, dat in zowel zijn telefoon als die van [medeverdachte 1] staat opgeslagen zonder naam.14 Gedurende die periode lopen zowel [medeverdachte 1] als verdachte rond in het centrum van Haarlem.15 Meer specifiek is op bewakingsbeelden te zien dat [medeverdachte 1] en verdachte afzonderlijk meerdere malen dezelfde route afleggen in de directe omgeving van de juwelierszaak [juwelier]. Tevens lopen nog drie mannen dezelfde route als [medeverdachte 1] en verdachte.16 De eerste man (hierna: man 1) draagt een opvallende pruik, heeft een bril op, met een kort model jas, spijkerbroek, donkere schoenen, handschoenen en een platte schoudertas.17 De tweede man (hierna: man 2) draagt een driekwartjas, een pet en een platte heuptas over zijn linkerschouder. Aan de loop van man 2 is te zien dat hij op leeftijd is.18 De derde man (hierna: man 3) draagt een pet met oorkleppen, een driekwartjas, een sjaal om de nek en een schoudertas/heuptas.19 De wandelroutes van [medeverdachte 1], verdachte en de drie mannen kruisen elkaar regelmatig. Ook staan [medeverdachte 1] en/of verdachte op verschillende momenten in de buurt van [juwelier] stil naast een van de eerdergenoemde mannen.20 Rond 11:20 uur loopt verdachte voor het winkelpand van [juwelier], waarbij hij goed naar de etalages kijkt, zich omdraait en nogmaals langs de winkel loopt.21 Om 11:31 uur loopt man 1 [juwelier] binnen. Om 11:34 uur loopt verdachte naar man 2 en man 3 die in de [straat], tegenover [juwelier] staan. Om 11:35 uur lopen man 2 en man 3 naar [juwelier] en gaan de winkel in.22 Om 11:39 uur rent verdachte hard weg vanuit de [straat] in de richting van de Grote Markt.23

In de winkel van [juwelier] vraagt man 1 aan medewerker [slachtoffer 2] of hij een Breitling horloge mag passen. Medewerker [slachtoffer 2] vraagt hierbij hulp aan haar collega [slachtoffer 3]. Op dat moment loopt man 3 op [slachtoffer 3] af en slaat hem meerdere malen met een vuist in zijn gezicht. Vervolgens moeten [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op hun buik gaan liggen en worden hun handen en voeten vastgebonden met tie-wraps.24 Hierna wordt [slachtoffer 1], die op het geluid is afgelopen, met een vuist op zijn neus geslagen door man 2. [slachtoffer 1] valt naar achteren en ziet dat man 2 een vuurwapen heeft,25 waarmee hij aan het zwaaien is.26 Vervolgens worden ook de handen en voeten van [slachtoffer 1] vastgebonden met tie-wraps.27 De mannen schreeuwen “keys, keys, keys”, waarop [slachtoffer 2] haar sleutels afgeeft.28 Vervolgens maken de mannen de vitrinekasten open, nemen horloges en sieraden mee en verlaten daarna om 11:47 uur de winkel.29 In totaal is er voor € 1.047.367,- (verkoopwaarde) aan goederen gestolen.30 [slachtoffer 3] heeft aan de overval letsel overgehouden aan zijn kaak, neus, lippen, mondholte, linker trommelvlies en linker pols.31 [slachtoffer 1] heeft hierbij letsel aan zijn neus en polsen opgelopen.32

Tussen 11:53 en 11:59 uur lopen [medeverdachte 1] en verdachte een aantal keer het treinstation van Haarlem in en uit,33 waarbij zij ook telefonisch contact met elkaar hebben.34 Om 12:01 uur belt [medeverdachte 4] naar verdachte. De telefoon van [medeverdachte 4] straalt op dat moment een zendpaal aan in het centrum van Haarlem.35 Hierna nemen [medeverdachte 1] en verdachte de trein naar Amsterdam.36 [medeverdachte 1] en verdachte vertrekken hierna samen in de richting van Duitsland, waarbij hun telefoons steeds zendpalen aanstralen in dezelfde omgeving. Gedurende deze periode onderhouden [medeverdachte 1] en verdachte veelvuldig telefonisch contact met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3], die eveneens een route afleggen richting de Duitse grens.37

Op 1 maart 2015 gaan [medeverdachte 1] en verdachte in Travemunde, Duitsland, aan boord van de veerboot “Finnlines” naar Helsinki, Finland.38 Verdachte heeft voor [medeverdachte 1] en zichzelf twee tickets voor een buitencabine gereserveerd.39 [medeverdachte 1] onderhoudt die dag en vroeg de volgende ochtend contact met een Russisch telefoonnummer, opgeslagen onder de naam [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]).40 [medeverdachte 1] stuurt [medeverdachte 5] een aantal sms-berichten met onder andere de tekst: “He Youri met mij alles Ok, wacht morgen om 9 uur in Helsinki. In haven…” en “Vraag a.u.b. na waar de ontmoeting is/waar op te halen bij welke terminal.” [medeverdachte 5] stuurt [medeverdachte 1] ook een sms-bericht met de tekst: “schrijf in het ticket.” 41

In de ochtend van 2 maart 2015 worden [medeverdachte 1] en verdachte na aankomst in de Westen Terminal in de haven van Helsinki om 09:37 uur 42 door de Finse douane gecontroleerd en door de scanner geleid. In de tas van [medeverdachte 1] worden horloges en sieraden gewikkeld in wc-papier aangetroffen. Op deze goederen zitten prijskaartjes van [juwelier]. De sieraden en horloges blijken afkomstig van de overval op juwelierszaak [juwelier] in Haarlem op 28 februari 2015.43 Tijdens de fouillering van [medeverdachte 1] wordt een e-ticket aangetroffen op naam van verdachte met daarop 117 handgeschreven getallen/bedragen. Deze komen overeen met de hoeveelheid en prijzen van de gestolen sieraden en horloges van [juwelier] die bij [medeverdachte 1] zijn aangetroffen.44 Op de bewakingsbeelden van de haven in Helsinki is te zien dat een auto met Russisch kenteken [kenteken] om 09:48 uur aankomt en om 09:52 uur weer vertrekt bij de Westen Terminal. De auto staat op naam van [medeverdachte 5].45

4.5.

Bewijsoverweging

Met betrekking tot medeplegen

Het staat vast dat verdachte niet één van de drie personen is geweest die de daadwerkelijke overval op [juwelier] op 28 februari 2015 heeft uitgevoerd. De vraag moet worden beantwoord of het handelen van verdachte voorafgaand aan en na afloop van de overval, kan worden gekwalificeerd als het primair ten laste gelegde medeplegen. Het navolgende is daarbij van belang.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met (ook) medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Dit houdt in dat de kwalificatie nauwe en bewuste samenwerking slechts gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. (vgl. HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474).

Verdachte is samen met [medeverdachte 1] twee dagen vóór de overval in Nederland gearriveerd. Vanaf zijn aankomst in Nederland op 26 februari 2015 tot aan zijn vertrek uit Nederland, enkele uren na de overval op 28 februari 2015, houdt [medeverdachte 1] nauw telefonisch contact met verdachte en ten minste drie andere personen ([medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2]). Ook verdachte houdt met deze personen contact. Op de ochtend voorafgaand aan de overval is verdachte, samen met [medeverdachte 1] en in ieder geval drie andere mannen (de feitelijke uitvoerders van de overval) rondjes aan het lopen in de directe omgeving van het winkelpand van [juwelier]. Opvallend is dat hoewel verdachte en [medeverdachte 1] niet of nauwelijks met elkaar gezien (willen) worden, zij veelvuldig telefonisch contact met elkaar onderhouden. Tevens wordt gezien dat zowel verdachte als [medeverdachte 1] direct fysiek (kortstondig) contact hebben met de overvallers terwijl zij rondlopen. De overval zelf wordt binnen zeer kort tijdsbestek en op professionele wijze uitgevoerd, waarbij de overvallers de mogelijkheid hebben gehad om met een buit van ruim € 1.000.000 te ontsnappen. Verdachte en [medeverdachte 1] vertrekken vlak na de overal uit Haarlem, waarbij zij wederom telefonisch contact hebben met elkaar en met [medeverdachte 4], die zich ook in Haarlem bevindt. Voorts is het [medeverdachte 1] geweest die de dag voorafgaand aan de overval een bezoek heeft gebracht aan de winkel van [juwelier], waarbij hij eerst uitvoerig de buitenkant van het pand en de etalages inspecteert voordat hij naar binnen loopt. Eenmaal in de winkel heeft bestudeert [medeverdachte 1] (de inhoud van) de vitrines. Ten slotte worden verdachte en [medeverdachte 1] samen op 2 maart 2015 aangehouden in Finland met een gedeelte van de buit, terwijl duidelijk is geworden dat [medeverdachte 1] deze buit zou afleveren aan [medeverdachte 5], die in Helsinki op hen stond te wachten. [medeverdachte 1] was ook (mogelijk in overeenstemming met [medeverdachte 5]) in het bezit van een handgeschreven lijst met bedragen van de horloges en sieraden, die overeen kwam met de bij hem aangetroffen gestolen goederen. Deze lijst was geschreven op een e-ticket toebehorende aan verdachte.

Uit deze omstandigheden leidt de rechtbank af dat de overval is bereid en uitgevoerd door een goed georganiseerde groep personen waarbij continu informatie, opdrachten en ontwikkelingen rondom de overval werd uitgewisseld. Aan deze overval hebben niet alleen de feitelijke overvallers een significante bijdrage geleverd, maar ook verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1], die vanaf hun aankomst in Nederland tot aan hun aanhouding in Finland nauw en bewust hebben samengewerkt met elkaar en ten minste drie andere personen, door middel van voorverkenning, informatieverstrekking en het vervoeren van (een gedeelte) van de buit richting Rusland. De overval op [juwelier] kenmerkt zich door een grote mate van professionaliteit. Bij een dergelijke mate van professionaliteit is een goede voorverkenning van de te overvallen winkel essentieel. Dit mede gezien het tijdstip en plaats (midden op de dag op een drukke locatie) waarop de overval heeft plaatsgevonden en het grote risico dat de overvallers daarbij liepen dat de overval zou mislukken. De hiervoor omschreven handelingen die verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] derhalve hebben verricht zijn van een zeer groot gewicht geweest voor het succesvol plegen van de overval. Ook uit het feit dat beide verdachten zijn aangetroffen met een aanzienlijk deel van de van de buit leidt de rechtbank af dat de verdachten een meer dan (enkel) ondersteunende rol hebben gehad. Zodoende is de rechtbank van oordeel dat het aandeel dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben gehad, van voldoende gewicht is geweest om van medeplegen te kunnen spreken.

4.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 28 februari 2015 te Haarlem, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 117 siera(a)d(en) en/of horloges, met een verkoopwaarde van ongeveer EUR 1.000.000,- toebehorende aan [juwelier], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat de mededaders van verdachte

- voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] een of meermalen in/tegen het gezicht

hebben geslagen en

- voornoemde [slachtoffer 2] naar de grond hebben gedwongen en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar aanwezig hebben gehouden en

- de benen en handen van voornoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben vastgebonden/gekneveld door middel van tie-wraps.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

7 Motivering van de sanctie

7.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek van de periode die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

7.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft niets aangaande een op te leggen straf opgemerkt.

7.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hebben deel uitgemaakt van een professioneel crimineel georganiseerd samenwerkingsverband van tenminste vijf personen, die allen vanuit noord-oost Europa, waarschijnlijk Rusland naar Nederland zijn gereisd met als enig doel om een zeer lucratieve overval op een juwelier te plegen.

De speciale rol van verdachte bestond (in ieder geval) mede uit het uitvoeren van voorverkenningen in en/of rondom de juwelierszaak op de dag dat de overval zou plaatsvinden en het tezamen met medeverdachte [medeverdachte 1] vervoeren van (groot een deel van) de buit naar Finland.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat zijn drie medeverdachten, waarvan de identiteit vooralsnog niet bekend is geworden, bij de daadwerkelijke overval veel geweld hebben gebruikt en op de winkelmedewerkers erg bedreigend zijn overgekomen, door twee van hen (tot bloedens toe) in het gezicht te slaan, hen op de grond te dwingen, te knevelen, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp zichtbaar te dragen en één van hen te dwingen om de daders behulpzaam te zijn bij het verlaten van het pand.

De slachtoffers, alle drie jonge mensen die pas aan hun carrière zijn begonnen, hebben verklaard dat zij erg bang zijn geweest en ook nog na de overval psychische problemen hebben ondervonden. In het algemeen is bekend dat slachtoffers van dergelijke gewelddadige overvallen daarvan vaak nog jarenlang de gevolgen ondervinden.

Voorts acht de rechtbank de omstandigheid dat de gewapende overval is gepleegd midden op een zaterdag in een druk stadscentrum terwijl er een markt aan de gang was, bijzonder kwalijk. Dit leidt niet alleen tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving, maar had tevens tot een voor omstanders gewelddadige situatie kunnen leiden, met alle gevolgen van dien.

Daarnaast is [juwelier] benadeeld doordat ook zij slachtoffer is van de overval, niet alleen omdat een deel van de buit niet is teruggevonden, maar ook omdat zij overige schade heeft geleden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank heeft bij de op te leggen straf ook het belang van generale preventie in aanmerking genomen, immers de daders waren personen die uit het buitenland even naar Nederland kwamen om met toepassing van geweld te roven en daarna zich spoorslags terugtrokken naar hun eigen verblijfplaatsen in het buitenland. Van de opgelegde straf dient derhalve ook een afschrikwekkende werking uit te gaan.

8 Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

1.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3349,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder primair bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting, waarbij geen verweer tegen de hoogte van de vordering is gevoerd. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.

2.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2009,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder primair bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de immateriële schade komt de rechtbank billijk voor, gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting, waarbij geen verweer tegen de hoogte van de vordering is gevoerd. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.

3.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2500,-

ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder primair bewezen verklaarde feit. Tegen de hoogte van de ingediende vordering is door de verdediging geen verweer gevoerd. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder primair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: het medeplegen van diefstal met geweld] aanleiding ter zake van de vorderingen van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.6 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 4.6 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis, sinds zijn aanhouding in Finland, in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de goederen vermeld onder de nummers 2,3 en 4 op de beslaglijst van 17 november 2015, te weten:

2. 1.00 STK Telefoontoestel KL: blauw;

3. 1.00 STK Telefoontoestel KL:zwart;

4. 1.00 STK Buitenlands geld niet inwisselbaar 29.300 Roebels.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 3349,-, bestaande uit € 349,- voor de materiële en
€ 3000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3349,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 43 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 2009,02, bestaande uit € 9,02 voor de materiële en
€ 2000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 2], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2009,02 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 2.500,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een van de medeverdachten is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een van de medeverdachten aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Gelast de teruggave aan verdachte van het goed vermeld onder nummer 1 op de beslaglijst van 17 november 2015, te weten:

1. STK Halsketting.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mrs. B.J.G. Leeuw en M.T.C. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.S. Clements,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 december 2015.

Mr. de Vries is buiten staat om deze uitspraak mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting d.d. 10 december 2015 afgelegd.

3 Het proces-verbaal DCS analyse van Duitsland naar Amsterdam, d.d. 17 juni 2015 (dossierpagina’s 909-910).

4 Het proces-verbaal bewegingen en contacten 26 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina’s 917-918) met bijlage (dossierpagina 919) en het proces-verbaal aanvulling printgegevens d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina’s 937-938) met bijlage (dossierpagina’s 940-942).

5 Het proces-verbaal telecom analyse sms berichten uitgelezen telefoons, d.d. 24 juni 2015 (dossierpagina’s 932-933).

6 Het proces-verbaal contacten/bewegingen 27 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina 920-921) met bijlage (dossierpagina 923); het proces-verbaal aanvulling printgegevens d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina 937-938) met bijlage (dossierpagina 943).

7 Het proces-verbaal contacten/bewegingen 27 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina 921).

8 Proces-verbaal van bevindingen voorverkenning vrijdag 27 februari 2015, d.d. 2 april 2015 (dossierpagina’s 475-484).

9 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting d.d. 10 december 2015 afgelegd en het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 3], d.d. 2 maart 2015 (dossierpagina’s 323-324).

10 Proces-verbaal van bevindingen voorverkenning vrijdag 27 februari 2015, d.d. 2 april 2015 (dossierpagina’s 485-486).

11 Het proces-verbaal contacten/bewegingen 27 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina 920-921) met bijlage (dossierpagina 923) en het proces-verbaal aanvulling printgegevens d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina 937-938) met bijlage (dossierpagina’s 945-948).

12 Het proces-verbaal contacten/bewegingen 27 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina 920-921) met bijlage (dossierpagina 923) en het proces-verbaal aanvulling printgegevens d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina 937-938) met bijlage (dossierpagina 951).

13 Het proces-verbaal contacten/bewegingen 27 februari 2015, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina 920-921) en het proces-verbaal aanvulling printgegevens d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina 937-938) met bijlage (dossierpagina 946-951).

14 Het proces-verbaal analyse “Wie in Haarlem”, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina’s 924-926) met bijlage (dossierpagina 927).

15 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting d.d. 10 december 2015 afgelegd.

16 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juweliersbedrijf [juwelier], d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina’s 396-419), het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juwelier [juwelier 2], d.d. 18 maart 2015 (dossierpagina’s 420-426), het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [winkel 1] en [winkel 2], d.d. 25 maart 2015 (dossierpagina’s 427-458).

17 Het eind proces-verbaal d.d. 22 augustus 2015 (dossierpagina’s 37-38).

18 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [winkel 1] en [winkel 2], d.d. 25 maart 2015 (dossierpagina 431).

19 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [winkel 1] en [winkel 2], d.d. 25 maart 2015 (dossierpagina 429).

20 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juweliersbedrijf [juwelier], d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina 399), het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juwelier [juwelier 2], d.d. 18 maart 2015 (dossierpagina’s 424-25) en het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [winkel 1] en [winkel 2], d.d. 25 maart 2015 (dossierpagina 433).

21 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juweliersbedrijf [juwelier], d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina’s 399-406).

22 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juweliersbedrijf [juwelier], d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina’s 425-426).

23 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden [winkel 1] en [winkel 2], d.d. 25 maart 2015 (dossierpagina 449).

24 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], d.d. 28 februari 2015 (dossierpagina’s 337-338) en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3], d.d. 2 maart 2015 (dossierpagina 320).

25 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], d.d. 1 maart 2015 (dossierpagina 344).

26 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], d.d. 28 februari 2015 (dossierpagina 338).

27 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], d.d. 1 maart 2015 (dossierpagina 344).

28 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2], d.d. 28 februari 2015 (dossierpagina’s 338-339) en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1], d.d. 1 maart 2015 (dossierpagina 344).

29 Het proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden juweliersbedrijf [juwelier], d.d. 4 maart 2015 (dossierpagina’s 416-419).

30 Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 4] namens [juwelier], d.d. 6 maart 2015 (dossierpagina’s 348-351).

31 Een geschrift, inhoudende een geneeskundige verklaring van de GGD Kennemerland d.d. 28 februari 2015 (dossierpagina 355-356) en letselfoto’s van [slachtoffer 3] (dossierpagina’s 337-362).

32 Een geschrift, inhoudende een geneeskundige verklaring van de GGD Kennemerland d.d. 28 februari 2015 (dossierpagina 365) en letselfoto’s van [slachtoffer 1] (dossierpagina’s 366-367).

33 Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden NS, d.d. 21 mei 2015 (dossierpagina’s 540-545).

34 Het proces-verbaal bewegingen van Amsterdam naar Duitsland, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina’s 913-913) met bijlage (dossierpagina 914).

35 Het proces-verbaal analyse “Wie in Haarlem”, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina’s 924-926) met bijlage (dossierpagina 927).

36 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting d.d. 10 december 2015 afgelegd.

37 Het proces-verbaal bewegingen van Amsterdam naar Duitsland, d.d. 18 juni 2015 (dossierpagina’s 912-916).

38 De verklaring van verdachte, ter terechtzitting d.d. 10 december 2015 afgelegd.

39 Het proces-verbaal mobiel bankieren, d.d. 15 april 2015 (dossierpagina 665).

40 Het proces-verbaal analyse Finse printgegevens deel 1, d.d. 29 juli 2015 (dossierpagina’s 961-962).

41 Het proces-verbaal telecom analyse sms berichten uitgelezen telefoons, d.d. 24 juni 2015 (dossierpagina 936) en het proces-verbaal bevindingen informatie rechtshulpverzoek Finland, met proces-verbaal nummer 2015052295-144, d.d. 14 oktober 2015 (los opgenomen, pagina’s 1 en 2).

42 Het proces-verbaal bevindingen informatie rechtshulpverzoek Finland, met proces-verbaal nummer 2015052295-144, d.d. 14 oktober 2015 (los opgenomen, pagina 2).

43 Proces-verbaal onderzoek te Finland 31 maart-2 april 2015, d.d. 7 april 2015 (dossierpagina’s 989-990) en de bijlage, inhoudende een uit het Fins vertaalde aangifte d.d. 30 maart 2015 (dossierpagina’s 991-993).

44 Het proces-verbaal analyse berekeningen e-ticket (dossierpagina 713-714) met bijlagen, inhoudende een excel bijlage en een e-ticket op naam van [verdachte] (dossierpagina’s 715-717).

45 Het proces-verbaal bevindingen informatie rechtshulpverzoek Finland, met proces-verbaal nummer 2015052295-144, d.d. 14 oktober 2015 (los opgenomen, pagina’s 2 en 3).