Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11391

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 1348
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

LFNP. Gespecialiseerd Medewerker C. Geen bevoegdheidsgebrek. Motiveringsgebrek ten aanzien van standpunt dat transponeringstabel een algemeen verbindend voorschrift is wordt met toepassing van artikel 6:22 Awb gepasseerd. Niet aannemelijk gemaakt dat de matching in strijd met de Regeling heeft plaatsgevonden, dan wel dat deze anderszins onhoudbaar moet worden geacht. Beroep op de hardheidsclausule en gelijkheidsbeginsel faalt.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 14/1348

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. L. Dolfing),

en

de korpschef van politie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een functie uit het LFNP toegekend en bepaald dat eiser op 1 januari 2012 overgaat naar de LFNP-functie Gespecialiseerd Medewerker C, schaal 9.

Bij besluit van 4 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2015. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A.M. Bot en F.J.H. Gunther.

Overwegingen

1.1.

In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2008-2010 is onder meer afgesproken dat voor de sector Politie landelijk een nieuw functiegebouw zal gaan gelden. Er is vervolgens een stelsel van 92 organieke functies met daarbij behorende functiebeschrijvingen ontwikkeld, voorzien van een waardering per organieke functie. Aan de functies zijn, daar waar nodig geacht, werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten gekoppeld. Dit geheel wordt aangeduid als het LFNP en is door de Minister van Veiligheid en Justitie (hierna: de Minister) op 7 mei 2013 vastgelegd in de Regeling vaststelling LFNP (Stcrt. 2013, 13079). Invoering van het LFNP geschiedt in stappen, hetgeen is beschreven in de ‘Regeling overgang naar een LFNP functie’ (hierna: de Regeling), vastgesteld door de Minister op 8 mei 2013 (Stcrt. 2013, 13141).

1.2.

De eerste stap betreft de vaststelling van de uitgangsposities van de politieambtenaren in de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011. Met het oog op het bepalen van de uitgangspositie is aan alle politieambtenaren eerst een voorgenomen besluit uitgangspositie gezonden. Daarin is onder meer gewezen op de mogelijkheid om uiterlijk op 23 mei 2011 eenmalig functieonderhoud aan te vragen op de wijze zoals omschreven in artikel 3 van de op 9 februari 2012 vastgestelde Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp) (Stcrt. 2012, 3097). In de periode vanaf 1 april 2011 tot en met 31 december 2011 zijn alle individuele functiewijzigingen en de daarmee samenhangende gewijzigde uitgangsposities bij besluit vastgelegd. Vervolgens is op de peildatum 31 december 2011 voor iedere politieambtenaar vastgesteld in hoeverre sprake is van specifieke werkzaamheden door middel van een aanvullend besluit uitgangspositie.

1.3.

De tweede stap is het bepalen van een zogenaamde ‘match’ met de LFNP-functies door een daartoe in het leven geroepen werkgroep matching. Bij het matchingsproces zijn de Regeling, het reglement voor de werkwijze van de werkgroep matching en de beleidsregel Instructie organieke matching bepalend. De Regeling schrijft voor dat op basis van de functiebeschrijvingen het meest vergelijkbare LFNP-domein wordt vastgesteld: Leiding, Uitvoering of Ondersteuning. Hierna worden de functiebeschrijvingen die zijn ingedeeld in de domeinen Uitvoering en Ondersteuning verder ingedeeld in het meest vergelijkbare vakgebied. Vervolgens wordt binnen het vakgebied de meest vergelijkbare LFNP-functie vastgesteld, waarbij een LFNP-functie met een overeenkomstige salarisschaal zonder meer als de meest vergelijkbare functie heeft te gelden (‘matching op schaal’). De resultaten van deze matching zijn vastgelegd in een transponeringstabel, die als bijlage bij de Regeling is gevoegd en gelijktijdig is gepubliceerd. De bijlage is sindsdien een aantal keer vervangen door een gewijzigde transponeringstabel, welke wijzigingen eveneens zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

1.4

Het bestreden besluit ziet op de derde stap: de toekenning van en overgang naar een LFNP-functie aan alle politieambtenaren, waarbij op grond van de Regeling (artikel 5, tweede en derde lid) de uitgangspositie en de transponeringstabel bepalend zijn. Verweerder is daarbij de mogelijkheid gegeven om - na afweging van de belangen van het individu en van de organisatie - van voornoemde uitgangspunten af te wijken indien dit in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard of indien sprake is van een bijzondere situatie (artikel 5, vierde lid, van de Regeling, hierna: de hardheidsclausule).

2.1

Verweerder heeft de uitgangspositie van eiser voor de overgang naar het LFNP vastgesteld op de functie Projectleider/028/09, gewaardeerd op schaal 9, per peildatum 31 december 2011. Eiser heeft geen verzoek om functieonderhoud gedaan en geen bezwaar gemaakt tegen de uitgangspositie.

2.2

Bij het primaire besluit heeft verweerder aan eiser een functie uit het LFNP toegekend en bepaald dat eiser op 1 januari 2012 overgaat naar de LFNP-functie Gespecialiseerd Medewerker C, schaal 9. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

3.1

Eiser voert aan dat verweerder is uitgegaan van een onjuiste uitgangspositie bij de matching. Hij heeft feitelijk andere werkzaamheden verricht, te weten als Hulpofficier van Justitie, werkzaamheden voor de ME en werkzaamheden bij de afdeling Programmamanagers Divers Samenleven. Sinds 1 november 2010 is eiser bij laatstgenoemde afdeling werkzaam. Gelet op voornoemde werkzaamheden, die executief van aard zijn, had eiser moeten worden ingedeeld in het domein Uitvoering. Hij verwijst verder naar de onderliggende overeenkomst van tijdelijke tewerkstelling van 7 oktober 2010 en een functioneringsformulier van 9 januari 2013. Eiser stelt feitelijk nooit te hebben gewerkt in het organisatieonderdeel dat in het besluit uitgangspositie staat.

3.2

De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de matching in zijn geval niet overeenkomstig de Regeling is geschied of dat het resultaat van de matching anderszins onhoudbaar is te achten. Voor zover eiser stelt dat bij de matching rekening had moeten worden gehouden met alle door eiser feitelijk verrichte en aan hem opgedragen taken en werkzaamheden, verwerpt de rechtbank deze stelling. Immers, uit de systematiek van de Regeling volgt dat de match op basis van de bij uitgangspositiebesluiten over de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 december 2011 vastgestelde functiebeschrijving(en) wordt vastgesteld. Dit geldt zowel voor het vaststellen van het domein en het vakgebied als voor de LFNP-functie. Eiser kan zich niet beroepen op feiten en omstandigheden die hij in het kader van de vaststelling van de uitgangspositie naar voren had kunnen brengen. De enkele omstandigheid dat een andere uitkomst van de matching ook verdedigbaar zou zijn geweest, is geen reden om het resultaat van de matching onhoudbaar te achten. Ter ondersteuning van dit oordeel verwijst de rechtbank naar overweging 8.5. van de uitspraak van CRvB van 1 juni 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1550). Daarbij komt dat tijdelijke werkzaamheden geen rol spelen bij de overgang naar een LFNP-functie.

Voorts stelt de rechtbank vast dat eiser niet gemotiveerd heeft aangevoerd waarom, gezien de functiebeschrijving van de korpsfunctie van Projectleider/028/09, die geldt als zijn uitgangspositie voor de overgang naar een LFNP-functie, de match met de LFNP-functie Gespecialiseerd Medewerker C niet de meest vergelijkbare is en waarom de motivering die de werkgroep Matching voor deze match heeft gegeven niet houdbaar zou zijn.

4.1

Eiser stelt voorts dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden, omdat alle overige circa 250 Projectleiders/028/09 in de eenheid Amsterdam Amstelland wel zijn gematcht in het domein Uitvoering.

4.2

Eiser heeft slechts in algemene bewoordingen verwezen naar collega’s, zonder dit - met documenten - nader te onderbouwen. Zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt dan ook verworpen als onvoldoende concreet onderbouwd.

5.1

Tot slot stelt eiser dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast, nu in zijn geval sprake is van de bijzondere situatie dat hij bovenformatief strategisch in een organisatieonderdeel is geplaatst, terwijl hij feitelijk voor een heel ander organisatieonderdeel werkzaam is.

5.2

Zoals volgt uit voornoemde uitspraak van de Raad van 1 juni 2015, is de hardheidsclausule niet bedoeld om (alsnog) rekening te houden met werkzaamheden waarvoor functieonderhoud gevraagd had kunnen worden of met extra werkzaamheden, specifieke werkzaamheden, bijzondere situaties en afspraken die in de uitgangspositie vastgelegd hadden kunnen zijn. De hardheidsclausule is niet bedoeld om de uitgangspositie te corrigeren. Dit volgt ook uit de toelichting op artikel 5, vierde lid, van de Regeling, waarin het grote belang is benadrukt van een juiste vaststelling van de uitgangspositie.

Voorts is inherent aan de (door de regelgever) bewust gekozen wijze waarop moet worden gematcht dat een politieambtenaar kan overgaan naar een LFNP-functie waarvan de inhoud afwijkt van zijn korpsfunctie. Een eventuele verschraling van het takenpakket van een betrokkene kan dan ook niet worden beschouwd als een onbedoelde onbillijke uitwerking van de Regeling. De mogelijkheid van verschillen tussen de korpsfunctie en de LFNP-functie is door de regelgever uitdrukkelijk onder ogen gezien, en dergelijke verschillen zijn uitdrukkelijk beoogd vanuit de - meer op abstracte functiebeschrijving gerichte - systematiek van het LFNP en bovendien strekt het nieuwe functiegebouw nu eenmaal tot uniformering en harmonisering, waaraan inherent is dat niet voor iedereen de situatie bij het oude kan blijven.

5.3

Gelet op het vorenstaande heeft verweerder in redelijkheid geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van C.H. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.