Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11369

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
22-12-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 459
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

HAP II; relevante werkervaring; drie jaar

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2015-12-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 15/459

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. J. Siemerink),

En

De korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. J.B. van Doorn).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser hem in aanmerking te laten komen voor doorstroming van Generalist GGP naar Senior GGP in de eenheid Amsterdam.

Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 15 december 2014 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2015. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. [naam] , als waarnemer van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres heeft een aanvraag gedaan om in het kader van de HAP II-regeling in aanmerking te komen voor een doorstroming naar een functie als “senior GGP”.

Met het met het bestreden besluit gehandhaafde besluit van 19 maart 2013 heeft verweerder dit verzoek afgewezen en daarbij overwogen dat eiser naar het oordeel van verweerder niet voldoet aan de eis van relevante werkervaring.

Eiser stelt zich op het standpunt dat hij voldoet aan alle vereisten om door te mogen stromen naar de positie van senior gebiedsgebonden politie (GGP).

2. Op de beoordeling van dit geschil is het volgende beleidskader van toepassing.

Op 1 november 2010 is, als uitwerking van het Akkoord arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007, de circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche kortweg HAP II (Staatscourant 2010, nr. 19782) in werking getreden. In bijlage 6 van de circulaire HAP II is het loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP opgenomen. In het kader van dit loopbaanbeleid zijn binnen de politie collectieve afspraken gemaakt over en eisen gesteld aan de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie.

Voor doorstroming van de functie van generalist GGP naar de functie van senior GGP gelden op grond van dat loopbaanbeleid de volgende eisen:

- een met goed gevolg afgeronde functiegerichte aangewezen opleiding op niveau 4;

- relevante werkervaring als generalist GGP;

- vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP;

- een eventueel door het korps te stellen geografische stap en/of werkterrein c.q. aandachtsgebied als aanvullende voorwaarde.

3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet voldoet aan de eis dat hij beschikt over relevante werkervaring als generalist GGP nu uit de circulaire Loopbaanbeleid GGP (verder: de circulaire) dient te worden afgeleid dat voor relevante werkervaring als generalist GGP kan en moet worden gelezen: drie jaar werkzaam in de functie van generalist GGP (lees: medewerker BPZ-A). Dat de circulaire ten aanzien van de voorwaarde van werkervaring niet uitdrukkelijk het aantal jaren is vermeld (zoals dat bij de andere loopbaanstappen wel is gebeurd) en is volstaan met de vermelding van “relevante werkervaring” maakt dat niet anders. In de toelichting bij de circulaire op het aantal jaren werkervaring is aangegeven dat bij excellent presterende medewerkers het bevoegd gezag kan besluiten om het aantal werk-ervaringsjaren te verkorten, voorafgegaan door een beoordeling die ruim boven de norm van tenminste voldoende is. Uit het woord “verkorten” moet naar het oordeel van verweerder worden opgemaakt dat de eis van drie jaren werkervaring als vertrekpunt geldt. Voor het verkorten van het aantal werkervaringsjaren in de situatie van eiser ziet verweerder geen aanleiding.

4. De rechtbank stelt voorop dat de beoordeling van de aanvraag van eiser beperkt is tot de vraag of eiseres voor de door haar gewenste loopbaanstap beschikt over voldoende relevante werkervaring als generalist GGP. De rechtbank zal zich dan ook tot bespreking van dit geschilpunt beperken.

5.1.

De rechtbank stelt vast dat in bijlage 6 van de circulaire HAP II het aantal jaren werkervaring voor bevordering op drie is gesteld. De stap van generalist GGP naar senior GGP is hiervan echter expliciet uitgezonderd. Het vereiste van drie jaar werkervaring geldt slechts bij de bevordering van assistent A GGP naar assistent B GGP en bij de bevordering van medewerker GGP naar generalist GGP. Voor de stap van generalist GGP naar senior GGP is geen concreet aantal jaren werkervaring genoemd en geldt het criterium “relevante werkervaring” als generalist GGP. Voorts volgt uit de toelichting op de in de bijlage 6 geformuleerde voorwaarden, dat het bevoegd gezag kan besluiten om in het geval iemand excellent presteert, het aantal werkervaringsjaren te verkorten dan wel te verlengen bij een onvoldoende beoordeling.

5.2.

Verweerder stelt zich naar het oordeel van de rechtbank echter ten onrechte op het standpunt dat uit het woord “verkorten” in die toelichting volgt dat ook voor de bevordering tot senior GGP de eis van drie jaar werkervaring als generalist GGP geldt, die kán worden losgelaten bij een excellent presterende medewerker. Daardoor heeft verweerder een te strikte uitleg gegeven aan het beleid en dit beleid in het geval van eiser ook te beperkt toegepast.

5.3.

Naar het oordeel van de rechtbank dient verweerder bij de beoordeling van een aanvraag als de onderhavige te toetsen of aan alle vereisten wordt voldaan en daarbij dus ook moeten bezien of de aanvrager beschikt over voldoende relevante werkervaring.

De rechtbank acht het daarbij niet voorshands onredelijk dat verweerder voor de invulling van het begrip “relevante werkervaring” bij de bevordering tot senior GGP drie jaar als uitgangspunt neemt, maar dient daarbij uitdrukkelijk te beoordelen of er, gegeven de specifieke werkervaring van de aanvrager, aanleiding is om tot een andere, in het geval van eiser kortere, periode te komen. Nu verweerder dat niet heeft gedaan, kan het bestreden besluit niet in stand blijven. Het beroep is gegrond.

6.1.

De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat verweerder de aanvraag van eiser in zijn geheel dient te heroverwegen. Dat verweerder zich in het verweerschrift daarover wel heeft uitgelaten is daartoe niet voldoende. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

62. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).

6.3.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 165,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 980,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van C.H. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.