Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11330

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
3981677 \ CV EXPL 15-2331 (H.K.)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Niet gebleken dat opdracht is verstrekt voor werkzaamheden en evenmin is gebleken van zaakwaarneming. Vordering in conventie afgewezen. In reconventie wordt gedaagde in reconventie veroordeeld tot afgifte van administratie stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/736
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Alkmaar

zaak/rolnr.: 3981677 \ CV EXPL 15-2331 (H.K.)

datum uitspraak: 23 december 2015

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Vereniging voor verbrede landbouw Noordkop "De Frisse Wind"

te Kolhorn

eisende partij in conventie / verwerende partij in reconventie

hierna te noemen: de Vereniging

gemachtigde mevr. L.C. Teepe te Amsterdam

tegen

Stichting Heemz.org. (voorheen Stichting Frisse Wind Zorgboeren)

te Nieuwe Niedorp

gedaagde partij in conventie / eisende partij in reconventie

hierna te noemen: de Stichting

gemachtigde mr. A.C.J. Hanrath, advocaat te Alkmaar.

1 De procedure

in conventie en in reconventie

De Vereniging heeft bij dagvaarding van 19 maart 2015 een vordering in conventie ingesteld tegen de Stichting.

De Stichting heeft in conventie bij antwoord verweer gevoerd en in reconventie een tegenvordering ingesteld.

Na beraad heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 17 juni 2015 een comparitie van partijen gelast.

Voorafgaand aan de comparitiezitting heeft de Vereniging een conclusie van antwoord in reconventie genomen, tevens houdende akte vermeerdering van eis in conventie.

De comparitie is gehouden op 24 september 2015. Op de zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht aan de hand van producties, de Stichting tevens aan de hand van een pleitnota. Ter zitting zijn verschenen:

- de Vereniging bij mevr. [a] en haar gemachtigde;

- de Stichting bij [b] (voorzitter), [c] (bestuurder) en haar gemachtigde;

tevens is aan de zijde van de Stichting als toehoorder meegekomen [d] (RvC).

Van het ter terechtzitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

De Vereniging is opgericht in 2003 door (onder andere) mevr. [A] . De Vereniging stelt zich (inmiddels) verschillende doelen; alle betrekking hebbend op ontwikkeling en gebruik van het landelijk gebied in de kop van Noord-Holland. Een van die activiteiten is het bieden van zorg op agrarische bedrijven in Noord-Holland Noord. Deze zorgactiviteiten worden voor verzekerden door zorgverzekeraars vergoed. Voorzitter van de Vereniging is mevr. [A] .

2.2.

De Stichting is opgericht in 2007, toen nog onder de naam de Stichting Frisse Wind Zorgboeren. Hierin werden de zorgactiviteiten ondergebracht. Voorzitter van de Stichting was mevr. [A] . Daarnaast was zij ook in dienst van de Stichting. De oprichting van de Stichting - een AWBZ erkend organisatie – was een voorwaarde van de Nederlandse Zorgautoriteit. Deze eiste daarnaast toezicht op het handelen van de Stichting door een Raad van Commissarissen [RvC]. Een van de commissarissen was tot 10 februari 2014 dhr. [b] .

2.3.

Tot februari 2014 was bij de Stichting als administratief medewerkster in dienst mevr. [e] voor een uurloon van € 17,50. Daarna is zij in dienst getreden bij de Vereniging.
Per 1 september 2014 is zij weer in dienst getreden van de Stichting.

2.4.

Bij vergadering van de RvC van 10 februari 2014 is mevr. [A] per 1 april 2014 ontslagen als lid van het bestuur van de Stichting. Bij die vergadering is dhr. [B] per 1 april 2014 tot voorzitter benoemd.

2.5.

Tot 1 april 2014 waren zowel de Vereniging als de Stichting op het huisadres van mevr. [A] gevestigd, aan de [adres] .

2.6.

Mevr. [A] voerde tot medio februari 2014 de administratie van de Stichting.

2.7.

Bij beschikking van de kantonrechter van 22 oktober 2014 is de arbeidsovereenkomst tussen de Stichting en mevr. [A] met ingang van 1 november 2014 ontbonden.

2.8.

Op 7 april 2014 heeft de Stichting € 50.000,-- overgemaakt aan de Vereniging, op een factuur met nummer 2014FWZ01. Op 17 april 2014 is een bedrag van € 5.000,-- teruggestort.

2.9.

Op 17 juni 2014 hebben partijen een mediationovereenkomst getekend. Het doel van de mediation was het op een goede manier ontvlechten van de organisaties van de Vereniging en van de Stichting. De mediation is niet geëindigd met een vaststellingsovereenkomst.

3 De vordering in conventie en het verweer in reconventie

De Vereniging vordert, na vermeerdering van eis, in conventie veroordeling van de Stichting tot betaling van € 49.090,--, te vermeerderen met rente en € 500,-- aan buitengerechtelijke kosten.

De Vereniging legt aan haar vordering – kort samengevat – het volgende ten grondslag.

De Vereniging is in 2003 opgericht en is in 2004 als projectorganisatie begonnen met activiteiten voor zorgboeren. In 2007 is vanuit deze projectorganisatie de Stichting Frisse Wind Zorgboeren te Nieuwe Niedorp opgericht, als onderdeel van de Vereniging.

Deze stichting SFWZ is door een vijandige overname in september 2014 afgesplitst van de Vereniging. Bij het Mediationhuis van Advocatenkantoor Oudegracht zijn afspraken voor de splitsing op 18 juli 2014 vastgelegd, erop neerkomend dat:

  • -

    de Vereniging administratie van de zorginstelling overdraagt aan de Stichting,

  • -

    de Stichting toezegt de kosten die de Vereniging ten behoeve van de Stichting heeft gemaakt, voor zover rechtmatig en redelijk, zonder verdere juridische benadering te zullen betalen.

De Vereniging heeft aan haar deel van afspraken voldaan; zij heeft in fasen de administratie aan de Stichting overgedragen, maar de Stichting weigert zonder onderbouwing de betreffende facturen aan de Vereniging te betalen. Het gaat om facturen van 1 april, 1 juli en 1 oktober 2014 ad respectievelijk € 16.865,--, € 24.375,-- en € 7.850,--, alzo in totaal € 49.090,--. Desgevraagd heeft de Vereniging aan de Stichting aangegeven dat de gehanteerde bedragen realistisch zijn. Voor de betreffende medewerkers [F] , [G] en [e] wordt een uurtarief van € 60,-- gehanteerd. De Stichting heeft de werkzaamheden van mevr. [A] niet overgenomen en haar is niet gevraagd het werk te stoppen. Daarmee heeft de Stichting (impliciet) een opdracht gegeven voor het werk, dat vervolgens ook enkel en alleen door de Vereniging is uitgevoerd. Omdat de Vereniging de afspraken met de afnemers had gemaakt, voelde zij zich ook verplicht deze werkzaamheden uit te voeren. Bovendien beschikte de Stichting nog niet over de benodigde expertise en wilde zij het werk niet overnemen. Het is redelijk dat de Stichting betaalt voor de werkzaamheden in de betreffende periode, omdat de Stichting de revenuen heeft genoten waar de Vereniging voor heeft gewerkt.

De vordering in conventie moet daarom worden toegewezen. De vordering in reconventie dient te worden afgewezen. Niet eerder dan na de mediation komt de Stichting met bezwaren tegen deze mediation. Volgens de Vereniging is de volledige administratie overgedragen aan de Stichting.

4 Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

De Stichting betwist de vordering in conventie. Zij voert hiertoe (kort samengevat) het volgende aan.

Mevr. [voorletter] . [A] zat in het verleden zowel in het bestuur van de vereniging als van de Stichting. Zij verrichtte werkzaamheden ten behoeve van beide entiteiten.

De Stichting verwijt mevr. [A] dat zij zich als bestuurder heeft onttrokken aan haar statutaire verplichtingen om de RvC actief te informeren en in staat te stellen om haar toezichthoudende rol conform art. 18 van de statuten uit te kunnen voeren. Mevr. [A] handelde naar eigen inzicht.

Ten onrechte wordt door de Vereniging gesteld dat de Stichting de bij de mediator gemaakte afspraken niet zou zijn nagekomen. Dat verwijt dient juist aan de Vereniging te worden gemaakt. De Vereniging heeft nimmer de volledige originele administratie aan de Stichting overhandigd. Voor de door de Vereniging gevorderde betaling voor werkzaamheden is nimmer opdracht verstrekt aan de Vereniging. Voor zover hier wel sprake van zou zijn, dan zijn de gehanteerde bedragen niet overeengekomen en niet redelijk. Zo wordt voor mevr. [e] een uurtarief gehanteerd van € 60,--, terwijl de Stichting haar destijds € 17,50 per uur betaalde. Destijds is het dienstverband van mevr. [e] door mevr. [A] overgezet naar de Vereniging met als bedoeling om de Vereniging een sterkere positie te verschaffen jegens de Stichting.

Nu slechts een deel van de administratie is overgedragen, vordert de Stichting in reconventie:

  • -

    overdracht van bescheiden en/of stukken zoals aangegeven onder 2. a) t/m k) in de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie.

  • -

    Uit het wel overgedragen deel van administratie blijkt dat er ten onrechte bedragen zijn gefactureerd door de Vereniging aan de Stichting. Als gevolg van dit laatste heeft de Stichting een tegenvordering op de Vereniging ter grootte van € 45.000,--. Van dit bedrag wordt betaling gevorderd met rente.

  • -

    kosten rechtens.

5 De beoordeling

in conventie

5.1.

Op de comparitiezitting hebben partijen meegedeeld zich ex artikel 96 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering [Rv] tot de kantonrechter te wenden, waarbij zij zich niet het recht van hoger beroep hebben voorbehouden.

5.2.

De Vereniging vordert in conventie betaling van € 49.090,-- met rente en € 500,-- aan buitengerechtelijke kosten op basis van de volgende facturen:

- 2014 FWZ02 € 16.865,00 d.d. 1 april 2014

- 2014 FWZ03 € 24.375,00 d.d. 1 juli 2014

- 2014 FWZ04 € 7.850,00 d.d. 1 oktober 2014.

De facturen betreffen volgens de Vereniging werkzaamheden die zij in de eerste drie kwartalen van 2014 voor de Stichting heeft verricht.

5.3.

De kantonrechter overweegt met betrekking tot de vordering in conventie als volgt.

Er is gesteld noch gebleken dat de Stichting opdracht heeft gegeven aan de Vereniging voor deze werkzaamheden. De stelling dat de Stichting het werk niet heeft overgenomen en niet aan mevr. [A] heeft gevraagd het werk te stoppen, is onvoldoende om hierin een opdracht te lezen. Op die basis kan de vordering daarom niet slagen.

5.4.

Er kan echter sprake zijn van zaakwaarneming op grond van art. 6:198 (en verder) van het Burgerlijk Wetboek [BW]. Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen. Op grond van art. 6:200, lid 1 BW is de belanghebbende, voor zover zijn belang naar behoren is behartigd, gehouden de zaakwaarnemer de schade te vergoeden die deze als gevolg van de waarneming heeft geleden. In dit verband wordt het volgende overwogen.

Voor [f] is in rekening gebracht 90,5 uur à € 60,-- per uur.

De Stichting heeft met betrekking tot deze post aangevoerd, dat de jaarcijfers door de accountant zijn opgesteld en dat de Stichting geen spreadsheet van de Vereniging heeft ontvangen. De Stichting vraagt zich af waarom zij voor werkzaamheden zou moeten betalen waar zij niet om heeft gevraagd en waarvan zij nimmer resultaten heeft gezien.

De Vereniging verwijst naar een schriftelijke verklaring van dhr. [F] : “Ik verklaar dat ik op 29 augustus 2014 samen met [g] de gehele zorgadministratie van De Frisse Wind per onderwerp heb gekopieerd. Voor de nacalculatie van 2013 heb ik in de eerste twee kwartalen van 2014 alle declaraties gecontroleerd, de fouten geïnventariseerd en een nieuwe spreadsheet ingericht voor de financiële boekhouding.”

Naar het oordeel van de kantonrechter is met betrekking tot dhr. [F] ten eerste onvoldoende gebleken dat sprake is van werkzaamheden waarvoor opdracht is gegeven. Echter, evenmin is gebleken van een behartiging op redelijke grond van een belang van de Stichting, gelet op de onvoldoende gemotiveerde betwisting door de Vereniging van hetgeen de Stichting hierover heeft gesteld.

Voor [g] is in rekening gebracht 40 uur à € 60,-- per uur.

Ook wat deze werkzaamheden betreft is naar het oordeel van de kantonrechter tegenover de gemotiveerde betwisting onvoldoende gebleken dat deze werkzaamheden ten bate van de Stichting zijn geschied en dus in het belang van de Stichting waren. Er is daarom geen sprake van zaakwaarneming.

Voor mevr. [Voorletter] . mevr. [e] is in rekening gebracht 632,5 uur à € 60,-- per uur.

Wat betreft de werkzaamheden van mevr. [e] wordt het volgende overwogen.

Door de Stichting is onbetwist gesteld dat mevr. [A] mevr. [e] , die in dienst was van de Stichting, zonder medeweten van de RvC van de Stichting per 1 februari 2014 in dienst van de Vereniging heeft genomen. Uit het dossier – bijlagen 5, 7 en 9 van de dagvaarding – blijkt dat in ieder geval tot 31 juli 2014 partijen hebben onderhandeld over het weer door de Stichting overnemen van het arbeidscontract van mevr. [e] . Door de Stichting is onbetwist gesteld dat – voor zover mevr. [e] gedurende de bewuste drie kwartalen werk ten bate van de Stichting heeft – ze deze werkzaamheden ook als werkneemster van de Stichting had kunnen verrichten. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat sprake is van zaakwaarneming, nu mevr. [e] zich, aldus handelend, niet op redelijke grond heeft ingelaten met de behartiging van het belang van de Stichting.

Gelet op het vorenoverwogene moet worden geoordeeld dat ook op grond van zaakwaarneming de vordering niet toewijsbaar is.

5.5.

Nu de vordering van de Vereniging dient te worden afgewezen, dient zij als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

in reconventie

5.6.

In de eerste plaats vordert de Stichting in reconventie betaling van de Stichting van een bedrag van € 45.000,--. Volgens de Stichting dient de betaling van dit bedrag aan de Vereniging als een onverschuldigde betaling te worden aangemerkt, waarbij de Vereniging het bedrag te kwader trouw heeft ontvangen. De Vereniging heeft hier verweer tegen gevoerd. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze vordering niet toewijsbaar, omdat deze vordering niet deugdelijk in de conclusie van de Stichting is onderbouwd, waardoor de Vereniging in haar verdediging is geschaad. Feitelijk is de vordering alleen te begrijpen door het lezen van de producties. Van de Stichting had mogen worden verwacht dat zij deze vordering in de conclusie zelf gedetailleerd had onderbouwd en toegelicht.

5.7.

Voorts wordt in reconventie gevorderd afgifte van (originele) bescheiden en/of stukken, zoals nader geformuleerd in de conclusie van antwoord/eis onder a t/m k.

Naar het oordeel van de kantonrechter is deze vordering grotendeels toewijsbaar. Niet betwist is dat deze administratieve bescheiden toebehoren aan de Stichting. Weliswaar heeft de Vereniging tot verweer aangevoerd dat zij gefaseerd de volledige administratie heeft overgedragen – zij heeft hiertoe zelfs een usb-stick overgelegd van de overdracht – maar zij heeft niet voldoende gemotiveerd betwist dat zij niet de volledige, originele administratie heeft overhandigd zoals door de Stichting in de conclusie van antwoord/eis genoemd. Uit de door de Vereniging genoemde overdracht valt dit ook niet af te leiden. Volgens de Stichting heeft met name mevr. [e] gedetailleerd kunnen aangeven welke ontbrekende stukken het betreft. Bovendien blijkt uit de bijlagen 4, 5 en 10 van de conclusie van antwoord in reconventie en productie 26 van de conclusie van antwoord/eis dat de Vereniging zelf vermeldt dat slechts gekopieerde stukken zijn afgegeven. Het gevorderde onder 2. k) zal als te onbepaald worden afgewezen. De vordering in reconventie is daarom toewijsbaar als na te melden, waarbij de gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot een bedrag van € 100,-- per dag(deel) en wel tot een maximum van € 10.000,--.

5.7.

Nu beide partijen in reconventie over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd als na te melden.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

6.1.

Wijst de vordering af.

6.2.

Veroordeelt de Vereniging tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de Stichting tot en met vandaag worden begroot op € 1.200,-- voor salaris gemachtigde.

6.3.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

6.4.

Veroordeelt de Vereniging tot afgifte aan de Stichting van de hierna te noemen (originele) bescheiden en/of stukken die zij van de Stichting onder zich houdt, binnen vijf dagen na betekening van de grosse van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 100,-- per dag, een deel van een dag voor een dag tellend, dat de Vereniging in gebreke blijven, tot een maximum van € 10.000,--, zijnde:

  1. de volledige administratie bestaande uit verkoopfacturen, bonnetjes, declaratieformulieren, verkoopfacturen en bankafschriften over de periode 7 mei 2007 tot de datum van dit vonnis;

  2. alle fiscale aangiften die sinds 7 mei 2007 tot het ten deze te wijzen vonnis zijn verricht en de aanslagen die door de belastingdienst zijn opgelegd;

  3. financiële jaarverslagen 2007 t/m 2013;

  4. uitdraai grootboekrekeningen en kolommenbalansen 2007, t/m de datum van dit vonnis;

  5. openstaande posten lijsten debiteuren en crediteuren per ultimo de datum van dit vonnis;

  6. activastaten 2007 tot en met de datum van dit vonnis;

  7. verzekeringspolissen die medio 2013 tot en met de datum van dit vonnis zijn afgesloten en daarbij horende documentatie;

  8. vaste stukken waaronder de door de Stichting gesloten overeenkomsten, afspraken met de belastingdienst, zorgkantoren en derden, waaronder tevens alle (email)correspondentie die ter zake met deze partijen is gevoerd;

  9. het kwaliteitssysteem bestaande uit diverse digitale documenten waaronder tenminste het klanttevredenheidsonderzoek (de vragenlijsten en daarmee verzamelde data), de klachtenregeling van het klanttevredenheidsonderzoek en verantwoordingsdocumentatie over verleende zorg;

  10. alle in productie 25 bij conclusie van eis in reconventie genoemde hard copy en digitale administratie voor zover die hiervoor niet zijn genoemd;

en bepaalt dat de deurwaarder de betreffende gegevens desnoods mag veiligstellen door medeneming van hardware indien betreffende gegevens niet binnen een redelijke termijn van 3 uur kunnen worden veiliggesteld.

6.5.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

6.6.

Compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in conventie en in reconventie

6.7.

Verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,