Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:11185

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
18-12-2015
Zaaknummer
AWB - 15 _ 5269
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening - last onder bestuursdwang - last onder dwangsom

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 15/5177 en 15/5269

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 december 2015 in de zaken tussen

de besloten vennootschap Logejo B.V., te Valkenswaard, verzoekster

(gemachtigde: mr. W.C.J. Driessen),

en

de burgemeester van Zandvoort, verweerder.

Procesverloop

De lasten onder dwangsom en de invorderingsbeschikkingen (15/5177)

Bij besluiten van 25 juni 2015, respectievelijk 7 augustus 2015 heeft verweerder verzoekster gelast het pand aan de [locatie] in [plaats] , dat verzoekster exploiteert ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, te sluiten en gesloten te houden op straffe van een dwangsom van € 2.000,- per dag dat niet is voldaan aan de last, respectievelijk € 5.000,- per keer dat wordt geconstateerd dat niet is voldaan aan de last, met een maximum van € 10.000,-, respectievelijk € 25.000,-.

Bij besluit van 13 augustus 2015 heeft verweerder bepaald over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 10.000,-.

Bij besluit van 8 oktober 2015 heeft verweerder bepaald over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen ten bedrage van € 25.000,-.

Bij besluit van 4 november 2015 heeft verweerder de bezwaren van verzoekster tegen de besluiten van 25 juni 2015 en 7 augustus 2015 ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De last onder bestuursdwang (15/5269)

Bij besluit van 2 november 2015 (het primaire besluit last onder bestuursdwang) heeft verweerder verzoekster gelast het pand aan de [locatie] in [plaats] vóór 29 november 2015 te ontruimen, te sluiten en gesloten te houden op straffe van ontruiming, sluiting en verzegeling van het pand door verweerder.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2016. Verzoekster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam] , bijgestaan door haar gemachtigde. De burgemeester is verschenen, bijgestaan door T. van der Klei en K. Mahi, beiden werkzaam bij de gemeente Zandvoort.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

De lasten onder dwangsom en de invorderingsbeschikkingen (15/5177)

1.1

Er is geen aanleiding de beslissing op bezwaar van 4 november 2015 betreffende de opgelegde lasten onder dwangsom te schorsen, omdat beide lasten zijn uitgewerkt. De maximum te verbeuren dwangsommen zijn immers verbeurd. Een schorsing van dit besluit kan verzoekster dan ook niet baten.

1.2

Het verzoek heeft ook betrekking op de invorderingsbeschikkingen. Ter onderbouwing van haar belang heeft verzoekster aangevoerd dat de invordering van de dwangsommen ongewenste gevolgen heeft. Daarnaar gevraagd, heeft verzoekster dit nader toegelicht door aan te geven de lasten onterecht en onjuist te vinden. Maar alleen dat geeft op zichzelf geen voldoende spoedeisend belang om de invorderingsbeschikkingen te schorsen. Gesteld, noch onderbouwd is dat verzoekster de uitspraak op het beroep niet kan afwachten omdat door de invordering voor haar een financieel onhoudbare situatie zal ontstaan. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding om, in afwachting van de uitspraak op het beroep, de invorderingsbeschikkingen te schorsen.

Omdat de voorzieningenrechter niet toekomt aan een voorlopig rechtmatigheidsoordeel, is er geen aanleiding om meteen uitspraak te doen over het beroep. Over de rechtmatigheid van het besluit van 4 november 2015 en de invorderingsbeschikkingen zal de rechtbank in de bodemzaak oordelen.

De last onder bestuursdwang (15/5269)

2.1

Op dit moment ligt er al een besluit op bezwaar waarbij de burgemeester andermaal heeft geweigerd een exploitatievergunning te verlenen. Dat heeft de burgemeester voor een belangrijk deel gebaseerd op de invloed van de exploitatie van het pand op de woon- en leefomgeving in de [straat] . Gelet hierop is er geen sprake van een voldoende concreet zicht op legalisering. Voldoende aannemelijk is dat verzoekster tijdig wist of ten minste kon weten dat ze het pand niet mocht exploiteren zonder horeca-exploitatievergunning.

2.2

Gezien deze omstandigheden is het belang van de burgemeester bij handhaving van de regel in artikel 2:28, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2011
- dat exploitatie zonder vergunning niet is toegestaan - groter dan dat van verzoekster bij de exploitatie van het pand. Daarbij geldt ook hier dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat een financieel onhoudbare situatie zal ontstaan, die het voor verzoekster onmogelijk maakt de beslissing op bezwaar af te wachten. De voorzieningenrechter zal het besluit van 2 november 2015, waarbij de last onder bestuursdwang is opgelegd, dan ook niet schorsen. Hij wijst het verzoek af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.