Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:10947

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
11-12-2015
Zaaknummer
15/746200-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; overwegingen t.a.v. het bewijs alsmede kwalificatie (witwassen).

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en het handelen in hennep en hasj. Daarnaast heeft verdachte gedurende een lange periode meerdere voorwerpen, welke een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, witgewassen. Voorts heeft verdachte een imitatievuurwapen, munitie en stroomstootwapen voorhanden gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/746200-13 (P)

Uitspraakdatum: 27 november 2015

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 november 2015 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.M. de Vries en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 10 februari 2014 te Landsmeer opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 6.090 gram henneptoppen en/of een hoeveelheid van ongeveer 72,95 gram hashish en/of een hoeveelheid van ongeveer 846,56 gram hashish, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hashish, zijnde hennep en/of hashish een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 9 februari 2014 te Landsmeer, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hashish, zijnde hennep en/of hashish (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 3

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 10 februari 2014, te Landsmeer, althans in Nederland, goederen, te weten

- diverse voertuigen (te weten een Audi A6 en/of een Volkswagen Touareg en/of BMW 5 serie en/of een BMW 530D) (voor een bedrag van 160.375 euro) en/of

- diverse motoren (te weten een Ducati Multistrada en/of een BMW R1200 RT en/of een BMW R1200GS en/of een KTM 990 en/of diverse inversteringen ten behoeve van voornoemde motoren) (voor een bedrag van 39.808 euro) en/of

- een vaartuig (te weten een Boston Whaler) (voor een bedrag van 97.775 euro) en/of

- diverse horloges (te weten een Rolex Oyster en/of Patek Phillipe Nautilus 5980 en/of een Patek Phillipe Nautilus 5980R) (voor een bedrag van 106.400 euro) en/of

- een televisie (van het merk Philips) (voor een bedrag van 3.750 euro),

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

feit 4

hij op of omstreeks 10 februari 2014 te Landsmeer (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een Beretta Co2 Px4 (inclusief gaspatronen), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

feit 5

hij op of omstreeks 10 februari 2014 te Landsmeer munitie van categorie III, te weten 100 kogelpatronen, kaliber 9x19mm (te weten 96 patronen met bodemstempel WIN 9mm luger en/of 4 patronen met bodemstempel 9mm para), voorhanden heeft gehad;

feit 6

hij op of omstreeks 10 februari 2014 te Landsmeer (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde een medisch hulpmiddel, voorhanden heeft gehad.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van feit 1 slechts het gedeelte dat betrekking heeft op 72,95 gram hashish bewezen kan worden. De feiten 2 en 3 kunnen volgens de raadsvrouw slechts bewezen worden voor wat betreft de periode van 24 augustus 2013 tot 23 januari 2014. Ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3.

Bewijsmiddelverweer

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat geen redelijk vermoeden van schuld jegens verdachte aanwezig was om over te gaan tot het vorderen van de verstrekking van gegevens door iCOV, ABN AMRO, ING en Aegon en tot het doorzoeken van verdachtes woning, twee garageboxen en een loods. Er is sprake van onherstelbare vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv, welke dienen te leiden tot uitsluiting van de verstrekte gegevens, de resultaten van de bestudering daarvan en de resultaten van de doorzoeking van de woning, de garageboxen en de loods voor het bewijs, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Vordering tot verstrekken gegevens

Op 5 juni 2013 komt uit een proces-verbaal van het TCI onder meer de volgende informatie naar voren: ‘[verdachte] uit Landsmeer zit in de wiethandel. (…) Onder andere de broers [broer 1] en [broer 2] brengen wekelijks meerdere kilo’s wiet naar [verdachte]. Met [verdachte] wordt verdachte bedoeld. Met [broer 2] en [broer 1] worden [broer 1] en [broer 2] bedoeld.’ De [broers] hebben beiden antecedenten op het gebied van de Opiumwet. Ook blijkt dat verdachte een camerabewakingssysteem bij zijn woning heeft. Verdachte heeft vermoedelijk ongeveer 222.400 euro uitgegeven aan zijn woning en voertuigen in de periode van 18 april 2009 tot 29 maart 2013.

Vooropgesteld dient te worden dat een verdenking van overtreding van de Opiumwet kan worden aangenomen op basis van anoniem verstrekte informatie.1 De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval de informatie dusdanig concreet is en tevens wordt aangevuld door objectieve gegevens, zoals onder meer de bekende antecedenten op het gebied van de Opiumwet van de [broers] en het camerabewakingssysteem bij verdachtes woning, dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Van een vormverzuim is mitsdien geen sprake en de vorderingen ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv.) zijn rechtmatig gedaan.

Doorzoeking woning en garageboxen

Naast voornoemde informatie is gebleken dat verdachte in de jaren 2009, 2010 en 2011 een totaal netto inkomen had van 78.008 euro en dat de spaartegoeden van verdachte in de jaren 2010, 2011 en 2012 met ongeveer 60.000 euro zijn toegenomen, terwijl verdachte een bedrag van tenminste € 222.400 meer heeft uitgegeven dan hij ten opzichte van zijn bij de Belastingdienst bekende inkomen kon doen.

De rechtbank overweegt dat deze informatie gedetailleerd en controleerbaar is, en is derhalve van oordeel dat deze informatie, in samenhang met voornoemde informatie, maakt dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan overtreding van artikel 3 Opiumwet en artikel 420 bis/ter Wetboek van Strafrecht. De rechter-commissaris heeft op basis hiervan tot de doorzoeking besloten. Van enig vormverzuim daaromtrent is de rechtbank niet gebleken.

Doorzoeking loods

Op 10 februari 2014 wordt via een MMA-melding onder meer de volgende informatie verkregen. ‘Gestolen goederen in Landsmeer (…). Bekend is dat [verdachte] aan het [adres] een loods heeft waarin hij goederen heeft opgeslagen.’

De rechtbank overweegt dat het redelijk vermoeden niet alleen gebaseerd is op de informatie uit voornoemde MMA-melding, maar dat al hetgeen hiervoor is opgenomen aan informatie, in samenhang bezien, bijdraagt aan het redelijk vermoeden van schuld. De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen sprake is van vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de doorzoeking van de loods op rechtmatige wijze heeft plaatsgevonden.

De verstrekte gegevens, de resultaten van de bestudering daarvan en de resultaten van de doorzoeking van de woning, de garageboxen en de loods kunnen voor het bewijs worden gebruikt. Het bewijsmiddelverweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden feiten 1, 2 en 32

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Op 10 februari 2014 vindt er een doorzoeking plaats in de woning van verdachte gelegen aan de [adres].3 In de slaapkamer wordt een blokje hashish aangetroffen van 72,95 gram.4 In de inloopkast van verdachte wordt een grote schoenendoos aangetroffen met daarin een kleine vierkante schoenendoos. De kleine doos bevat een contant geldbedrag van 330.000 euro, bestaande uit biljetten van 500 euro en biljetten van 100 euro. In de grote doos bevindt zich eveneens een contant geldbedrag. Dit bedraagt 30.000 euro en bestaat uit biljetten van 100 euro. Verder wordt er in de rolkoffer, welke zich in de inloopkast van verdachte bevindt, in de woonkamer en in een bureaulade in de slaapkamer contant geld aangetroffen. In totaal wordt er in de woning van verdachte een geldbedrag van 379.140 euro aangetroffen.5 Voornoemde rolkoffer staat op een dressoir, in de inloopkast, welke alleen via de slaapkamer van verdachte bereikbaar is. In deze rolkoffer worden tevens verschillende documenten aangetroffen, welke volgens verbalisanten verwijzen naar hennep dan wel softdrugs.6 Op twee van de documenten staan meerdere afkortingen welke volgens verbalisanten verwijzen naar hennep gerelateerde producten. Ook zijn op deze documenten verschillende getallen vermeld, welke vermoedelijk het gewicht en de prijs van de betreffende hennepsoort weergeven. Onderaan de vijfde kolom op bijlage 1 staan de getallen 500.641, 150.000 en 650.641.7 Andere documenten bevatten volgens verbalisanten een rekenkundige opstelling en geven de mutaties in een saldo weer.8 Deze documenten bevatten tevens verschillende datums, de eerstgenoemde datum betreft 24-08.9 Ook een ander document bevat datums, de laatstgenoemde datum betreft 23-01.10 Dit document bevat vermoedelijk een registratie van de toe- en afname van de voorraad verdovende middelen tegen verkoopprijzen. Op dit document staan meerdere datums, waaronder de datum 18-01. Direct naast deze datum staan op bijlage 5 in de andere kolom de getallen 150.000, 500.641 en 650.641.11 Een volgend document betreft vermoedelijk een opstelling van een kasblad. Op dit document komen onder meer de woorden ‘eind 2013’ en de datum 18-01 voor.12 Op een volgend document worden onder meer hennepsoorten en afkortingen van hennepsoorten genoemd. Verbalisanten vermoeden dat dit een inkooplijst betreft.13

In de woning van verdachte is op 10 februari 2014 een horloge, merk Rolex, aangetroffen. Hierbij zijn tevens een garantiebewijs van 4 oktober 2007 en een verkoopreçu van maart 2008 aangetroffen. Verder is er op 10 februari 2014 in de woning van verdachte een horloge, merk Patek Philippe, type Nautilus 5980, aangetroffen, alsmede een garantiebewijs van augustus 2013. Daarnaast wordt er op 10 februari 2014 in verdachtes woning een horloge van het merk Patek Philippe, type Nautilus 5980R, aangetroffen. Dit type is in 2010 geïntroduceerd.14 Tijdens de doorzoeking op 10 februari 2014 wordt in de [adres] een televisie van het merk Philips in beslag genomen. Dit betreft een model dat in 2010 werd geïntroduceerd.15

Op de benedenverdieping van het appartementencomplex aan de [adres] heeft verdachte twee garageboxen in gebruik. In één van deze garageboxen parkeert verdachte regelmatig zijn auto.16 In deze garagebox wordt bij de doorzoeking op 10 februari 2014 de Audi van verdachte aangetroffen en een zwarte sporttas met daarin zes vacuüm kunststof zakken.17 In elk van deze zakken bevindt zich een hoeveelheid gedroogde henneptoppen. Het totale nettogewicht bedraagt 6090 gram.18 Uit nader onderzoek is gebleken dat de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen bij de test een reactie geeft, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hashish.19

Op 10 februari 2014 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van een loods aan het Noordeinde 128J te Landsmeer.20 Verdachte maakt gebruik van deze loods.21 In deze loods is een plak hash aangetroffen en een aantal tassen, waaronder tassen van het soort en type waarvan een tas in de garagebox van verdachte is aangetroffen met daarin een stukje blad vermoedelijk afkomstig van de hennepplant.22 In voornoemde loods wordt tevens een boot (Boston Whaler) aangetroffen.23 Deze boot is van verdachte.24 De aansprakelijkheid van verdachte ten aanzien van deze boot vangt aan in april 2011.25

Bij de doorzoeking op 10 februari 2014 aan de [adres] is een Audi A6 in beslag genomen.26 Verdachte heeft een Audi A6 gekocht.27 De factuurdatum van deze aankoop betreft 5 september 2013.28 Uit nader onderzoek blijkt dat verdachte op 20 juli 2012 een Volkswagen Touareg op zijn naam gesteld krijgt.29 Verdachte heeft deze auto zelf gekocht.30 Op 2 februari 2010 krijgt verdachte een BMW 535D, met kenteken 81-KSX-1, op zijn naam gesteld en op 16 juli 2012 wordt deze BMW op naam gesteld van [garagebedrijf].31 Verdachte heeft zelf een auto, BMW 5 serie, met kenteken 81-KSX-1, gekocht.32 Op 18 maart 2009 wordt een auto, BMW 530D, op naam gesteld van verdachte. Op 23 juni 2009 wordt deze auto over geschreven op naam van [zus], zus van verdachte. Op 22 juni 2010 wordt een motor, BMW R 1200 RT, op naam gesteld van verdachte. Op 26 maart 2013 wordt deze motor op naam gesteld van [garagebedrijf]. Op 8 juni 2009 wordt een motorfiets, BMW R 1200 GS, op naam gesteld van verdachte. Op 21 juni 2010 wordt deze motorfiets op naam gesteld van [garagebedrijf]. Op 1 januari 2008 heeft verdachte een motorfiets, KTM 990, op zijn naam geregistreerd staan. Deze registratie eindigt op 4 juni 2008. Op 29 maart 2013 wordt een Ducati Multistrada motorfiets op naam gesteld van verdachte. Deze Ducati staat op 23 augustus 2014 nog op naam van verdachte geregistreerd.33 Verdachte heeft in 2013 een bedrag van 2.042,79 euro betaald aan [garagebedrijf]. in verband met werkplaatsfacturen.34 In de jaren 2008 tot en met 2012 betaalt verdachte jaarlijks een bedrag aan [garagebedrijf] B.V. met betrekking tot werkplaatsfacturen.35

Uit nader onderzoek blijkt dat verdachte in 2009 een nettoloon ontving van 3.568 euro. De inkomsten van verdachte buiten Nederland bedragen zowel in 2009 als in 2010 12.000 euro. In 2010 bedraagt verdachtes nettoloon 23.447 euro en in 2011 26.993 euro. De bankspaargelden van verdachte nemen van ongeveer 12.000 euro in 2010 toe tot ongeveer 82.000 euro in 2012.36

3.5.

Redengevende feiten en omstandigheden feiten 4, 5 en 6

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en er, behoudens het hiervoor verworpen verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

feit 4

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2014 (dossierpagina’s 1160 en 1161);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2014 met bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen goederen (dossierpagina’s 40 - 43);

feit 5

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2014 (dossierpagina’s 1165 en 1166);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2014 met bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen goederen (dossierpagina’s 40 - 43);

feit 6

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2014 (dossierpagina 1169 en 1170);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2014 met bijgevoegde lijst van inbeslaggenomen goederen (dossierpagina’s 40 - 43).

3.6.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het bewijs overweegt de rechtbank nog het volgende.

feit 1

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de garagebox waarin de tas met henneptoppen is aangetroffen niet van hem is, maar dat hij daar regelmatig zijn auto parkeert. Er maken ook anderen van deze garagebox gebruik, aldus verdachte. Verdachte heeft verklaard dat hij niets van de henneptoppen afwist en dat hij daarom vrijgesproken dient te worden van het aanwezig hebben van de henneptoppen. Ten aanzien van de plak hasj die in de loods is aangetroffen heeft verdachte eveneens verklaard dat hij hier niet van afwist. Volgens verdachte gebruikt hij slechts een gedeelte van deze loods en maken er nog meer personen van deze loods gebruik. Ten aanzien van de plak hasj heeft de verdediging zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De henneptoppen die in de garagebox zijn aangetroffen bevonden zich in een zwarte sporttas. Er zijn tevens ongeveer 10 tot 15 van dat soort tassen aangetroffen in de betreffende loods. Verdachte maakt zowel van de loods als van de betreffende garagebox gebruik. In de garagebox is, naast de tas met henneptoppen, ook de auto van verdachte aangetroffen. De rechtbank vat de verklaring van verdachte aldus op dat de aangetroffen henneptoppen en hasj van iemand anders zijn, nu er ook anderen van respectievelijk de garagebox en loods gebruik maken. De rechtbank is van oordeel dat verdachte dit scenario niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank heeft hierbij in acht genomen dat de auto van verdachte in de betreffende garagebox is aangetroffen, dat verdachte regelmatig van deze garagebox gebruik maakt, dat de aangetroffen tassen in de loods van dezelfde soort zijn als de aangetroffen tas met de henneptoppen in de garagebox en dat verdachte hieromtrent eerst ter terechtzitting een verklaring heeft afgelegd. Gelet hierop komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat het verdachte is geweest die de henneptoppen en de plak hasj aanwezig heeft gehad. Dat de in zijn woning aangetroffen hasj voor eigen gebruik zou zijn geweest, doet gelet op de aangetroffen hoeveelheid niet aan de bewijsbaarheid of de strafbaarheid van het feit af.

feit 2

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de handel in hennep. Verdachte heeft verklaard dat de in zijn woning aangetroffen rolkoffer, met daarin onder meer een contant geldbedrag van 10860 euro en verschillende documenten niet van hemzelf is, maar van iemand anders. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij niet over deze andere persoon wil verklaren.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig. De rolkoffer is aangetroffen in de inloopkast in de woning van verdachte. Deze inloopkast is slechts via de slaapkamer van verdachte te bereiken. Omdat verdachte niet heeft willen verklaren over de persoon van wie de betreffende rolkoffer volgens hem dan wel zou zijn, is de verklaring van verdachte niet te verifiëren. De rechtbank gaat er daarom van uit dat de rolkoffer en de inhoud daarvan van verdachte zijn. Voorts overweegt de rechtbank dat in de rolkoffer verschillende documenten zijn aangetroffen. Volgens de verbalisanten maken deze documenten - kort gezegd – deel uit van de administratie van de handel in hennep. Gelet op de op meerdere documenten voorkomende afkortingen en namen van hennepplanten, de verschillende getallen en datums komt de rechtbank eveneens tot deze conclusie. Naast de aanwezigheid van deze documenten, heeft verdachte een hoeveelheid van ongeveer 6 kilogram henneptoppen en ongeveer 850 gram hasj aanwezig gehad. Ook is in de woning van verdachte een groot contant geldbedrag aangetroffen, voornamelijk bestaande uit biljetten van 500 en 100 euro. In totaal zijn er 400 biljetten van 500 euro aangetroffen. Het is een feit van algemene bekendheid dat er met de handel in hennep veel winst kan worden behaald en dat coupures van 500 euro voornamelijk in het criminele circuit worden gebruikt. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in hennep.

De raadsvrouw heeft zich (subsidiair) op het standpunt gesteld dat er slechts een bewezenverklaring kan volgen voor de periode van 24 augustus 2013 tot 23 januari 2014. Gelet op de verschillende datums op de documenten, en met name de woorden ‘eind 2013’ komt de rechtbank tot dezelfde conclusie als de raadsvrouw. De foto’s die op gegevensdragers van verdachte zijn aangetroffen, waaronder ‘hennepgerelateerde’ foto’s uit 2007, 2009 en 2011, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring van een langere periode dan voornoemd te komen.

feit 3

Voor bewezenverklaring van het misdrijf ‘witwassen’ is vereist dat komt vast te staan dat de betreffende voorwerpen middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dat wist.

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor opgenomen redengevende feiten en omstandigheden een vermoeden van witwassen rechtvaardigen. De rechtbank heeft daarbij met name gelet op de hoogte van het bedrag dat de betreffende goederen in totaal vermoedelijk gekost hebben en de toename van zijn spaargelden, ten opzichte van het inkomen van verdachte. Van verdachte mag dan worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de (legale) herkomst van de voorwerpen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veel geld heeft verdiend door freelance in de beveiligingsbranche te werken als persoonsbeveiliger, waaronder in oorlogslanden. Van 2002 tot 2006 heeft verdachte voor het ministerie van Buitenlandse Zaken gewerkt. Het inkomen dat verdachte met deze werkzaamheden verwierf betreft legale inkomsten, die contant aan verdachte werden uitbetaald. Inherent aan de inhoud van zijn werk was dat deze inkomsten moesten geheim blijven. Deze inkomsten zijn daarom niet opgegeven aan de belastingdienst. De betreffende voorwerpen zijn met legaal door hem, verdachte, verdiend geld bekostigd, aldus verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte met betrekking tot de gestelde legale inkomsten onvoldoende onderbouwd en dermate vaag en algemeen is, dat deze als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Verdachte heeft geen concrete, verifieerbare gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij jarenlang veel geld heeft verdiend als persoonsbeveiliger. De door de raadsvrouw overgelegde kopieën van het diplomatiek paspoort op naam van verdachte doet niet aan de ongeloofwaardigheid van verdachtes verklaring af.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden en gelet op verdachtes verklaring waaruit blijkt dat hij geen concrete, verifieerbare gegevens kan verstrekken omtrent zijn gestelde legale inkomsten, is de rechtbank van oordeel dat verdachte het vermoeden van witwassen niet voldoende heeft ontzenuwd. De rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat de goederen door verdachte zijn aangeschaft met uit enig misdrijf afkomstig geld. De goederen zijn daarmee middellijk uit enig misdrijf afkomstig en verdachte wist dat.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat de periode waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen een periode van meer dan zes jaar betreft. In deze periode heeft verdachte vier auto’s, vier motoren, een boot, drie horloges en een televisie witgewassen. Gelet op de lange periode en de hoeveelheid en de aard van de witgewassen voorwerpen is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

3.7.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

feit 1

hij op 10 februari 2014 te Landsmeer opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 6.090 gram henneptoppen en een hoeveelheid van ongeveer 72,95 gram hashish en een hoeveelheid van ongeveer 846,56 gram hashish;

feit 2

hij in de periode van 24 augustus 2013 tot en met 23 januari 2014 te Landsmeer, althans in Nederland, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hashish;

feit 3

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 10 februari 2014, te Landsmeer, goederen, te weten

- diverse voertuigen (te weten een Audi A6 en/of een Volkswagen Touareg en/of BMW 5 serie en/of een BMW 530D) en/of

- diverse motoren (te weten een Ducati Multistrada en/of een BMW R1200 RT en/of een BMW R1200GS en/of een KTM 990 en/of diverse investeringen ten behoeve van voornoemde motoren) en/of

- een vaartuig (te weten een Boston Whaler) en/of

- diverse horloges (te weten een Rolex en/of Patek Phillipe Nautilus 5980 en/of een Patek Phillipe Nautilus 5980R) en/of

- een televisie (van het merk Philips),

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl hij, verdachte, wist dat bovenomschreven voorwerpen middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

feit 4

hij op 10 februari 2014 te Landsmeer een wapen van categorie I onder 7°, te weten een Beretta Co2 Px4 (inclusief gaspatronen), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen voorhanden heeft gehad;

feit 5

hij op 10 februari 2014 te Landsmeer munitie van categorie III, te weten 100 kogelpatronen, kaliber 9x19mm (te weten 96 patronen met bodemstempel WIN 9mm luger en 4 patronen met bodemstempel 9mm para), voorhanden heeft gehad;

feit 6

hij op 10 februari 2014 te Landsmeer een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde een medisch hulpmiddel, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

4.1.

Beroep op kwalificatie uitsluitingsgrond feit 3

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat dat feit niet als witwassen kan worden gekwalificeerd. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat, mocht de rechtbank verdachte veroordelen voor de feiten 1 en 2 en van oordeel zijn dat de betreffende voorwerpen geen legale herkomst hebben, er sprake is van voorwerpen welke afkomstig zijn uit eigen misdrijf. In dat geval wordt van de witwasser in beginsel een handeling gevergd die erop is gericht de criminele herkomst van de betreffende voorwerpen te verhullen of te verbergen. Deze kwalificatie uitsluitingsgrond is volgens de raadsvrouw in het onderhavige geval van toepassing nu de voorwerpen zijn aangeschaft met geld dat onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf. Daarmee is er sprake van een nauwe samenhang met het gronddelict, de handel in hennep, zodat er om van verhullen of verbergen te kunnen spreken sprake moet zijn van meer dan het enkele omzetten van het geld in voorwerpen. Gelet hierop dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 3, aldus de raadsvrouw.

4.2.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Gelet op de veroordeling van verdachte voor de handel in hennep (feit 2) en het oordeel van de rechtbank dat verdachtes verklaring omtrent zijn jarenlange legale verdiensten als beveiliger ongeloofwaardig is, neemt de rechtbank aan dat de betreffende voorwerpen aangeschaft zijn met geld dat verdachte heeft verkregen uit de illegale handel in hennep. De voorwerpen, waarvan bewezen is verklaard dat verdachte die heeft witgewassen, zijn met dit geld gekocht. Daarmee zijn de voorwerpen middellijk uit (eigen) misdrijf afkomstig. De Hoge Raad heeft bepaald dat in een dergelijk geval, in tegenstelling tot hetgeen de raadsvrouw heeft bepleit, de kwalificatieuitsluitingsgrond niet van toepassing is, nu er geen sprake is van een automatische verdubbeling van strafbaarheid.37 De rechtbank zal derhalve het verweer van de raadsvrouw verwerpen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat het bewezenverklaarde oplevert:

feit 1

‘opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.’

feit 2

‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.’

feit 3

‘van het plegen van witwassen een gewoonte maken.’

feit 4

‘handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.’

feit 5

‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.’

feit 6

‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.’

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is er geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sancties

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig (36) maanden. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen verbeurd worden verklaard, nu deze zijn te beschouwen als opbrengsten uit misdrijf.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie (3) jaar in combinatie met een taakstraf van 240 uur. Ten aanzien van de feiten 4, 5 en 6 heeft de raadsvrouw bepleit dat hiervoor een geldboete wordt opgelegd. Ten aanzien van het beslag heeft de raadsvrouw, gelet op haar primaire verzoek tot integrale vrijspraak, bepleit dat de onder verdachte in beslag genomen goederen aan verdachte teruggegeven dienen te worden. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de zonnebrillen (nr. 42A en 45A) en de televisie (nr. 40) aan verdachte teruggegeven dienen te worden, nu niet kan worden vastgesteld dat deze van misdrijf afkomstig zijn.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en het handelen in hennep en hasj. Daarnaast heeft verdachte gedurende een lange periode meerdere voorwerpen, welke een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, witgewassen. Voorts heeft verdachte een imitatievuurwapen, munitie en stroomstootwapen voorhanden gehad. Dit zijn ernstige strafbare feiten. Door de handel in hennep heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Dit heeft nadelige maatschappelijke gevolgen, zoals schade voor de gezondheid van personen en overlast als gevolg van strafbare feiten die gepleegd worden door de gebruikers van deze stof. Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Ook heeft witwassen tot gevolg dat opbrengsten welke uit misdrijf afkomstig zijn onzichtbaar blijven voor de overheid, waardoor het plegen van misdrijven gestimuleerd wordt. Het gebruik van de wapens en/of munitie welke verdachte voorhanden had, kan gevaar voor personen opleveren.

Verdachte heeft slechts met het oog op zijn eigen gewin gehandeld en heeft zich gedurende meerdere jaren op illegale wijze een flink inkomen gegenereerd. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank voorts gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 2 november 2015, waaruit blijkt dat aan verdachte eerder een strafbeschikking ter zake van de Wet wapens en munitie is opgelegd. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden te recidiveren. De rechtbank heeft ook kennis genomen van de inhoud van het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport gedateerd 20 oktober 2015 van A. Hofman, als reclasseringswerkster verbonden aan Reclassering Nederland.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en de lange periode waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen, slechts een lange, onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.

6.4.

Bijkomende straf (verbeurdverklaring)

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te noemen in het dictum dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de voorwerpen aan verdachte toebehoren en die voorwerpen geheel of grotendeels uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen of dat met behulp van die voorwerpen het feit is begaan of voorbereid.

7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de overige onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de zonnebrillen, dienen te worden teruggegeven aan verdachte, aangezien die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

3 en 11 van de Opiumwet;

13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.7. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4.2. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENTWINTIG (24) MAANDEN;

verklaart verbeurd:

1. aanhanger (kenteken: [kenteken])

2 boot (Boston Whaler)

3 buitenboordmotor (Mercury)

4 vordering (ABN AMRO-betaalrekening)

5 geld (300 x 100 euro)

6 geld (30 x 100, 12 x 50, 48 x 20, 24 x 10 euro)

7 geld (50 x 100, 39 x 50, 45 x 20, 1 x 10 euro)

8 geld (60 x 50 euro)

9 geld (10 x 100 euro)

10 geld (400 x 500, 1300 x 100 euro)

11 geld (10 x 100, 24 x 50, 10 x 20, 8 x 10 euro)

12 geld (waarde staatsloten)

13 geld (waarde staatsloten)

15 klok (Chopard)

16 horloge (Patek Philippe)

17 horloge (Rolex Daytona)

18 horloge (Patek Philippe)

19 horloge (Rolex Daytona)

20 hanger (panter)

21 klok (Granhart)

22 horloge (Hublot)

23 horloge (Cartier)

24 horloge (Rolex Oyster)

25 horloge (Lancaster lady)

26 horloge (DKNY)

27 horloge (Gerald Genia)

28 horloge (IWC)

29 horloge (Ebel)

30 horloge (Longiness)

31 horloge (Chopard)

32 horloge (Guess)

33 horloge (Lacroix)

34 horloge (DKNY)

35 horloge (DKNY)

36 personenauto (Audi A6 Quattro, kenteken: [kenteken])

37 munitie (10 x)

38 munitie (100 x)

39 imitatiewapen

40 televisie (Philips)

41 inpakmachine;

gelast de teruggave aan verdachte van:

42A zonnebril (Oakley)

45A zonnebril (Diesel).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. van Keken, voorzitter,

mr. P.H. Lauryssen en mr. D. Gruijters, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.C. Wagter, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 november 2015.

1 HR 5 januari 2010 LJN BK3201.

2 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2014 (dossierpagina 40).

4 Eigen verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2015 en proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 11 maart 2014 (dossierpagina’s 1173 en 1174).

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 augustus 2014 (dossierpagina 699).

6 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 747).

7 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina’s 749, 750, 755 en 756).

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 750).

9 Bijlage 3 bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 757).

10 Bijlage 5 bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 759).

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina’s 751 en 759).

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina’s 751 en 752).

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2014 (dossierpagina 753).

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2014 (dossierpagina’s 768, 769, 778 en 782).

15 Proces-verbaal van onderzoek d.d. 18 april 2014 (dossierpagina 550).

16 Eigen verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2015.

17 Verklaring van getuige [getuige 3], afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2015 en proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 14 februari 2014 (dossierpagina 1177).

18 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 14 februari 2014 (dossierpagina’s 1177 en 1178).

19 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 14 februari 2014 (dossierpagina 1178).

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2014 (dossierpagina 45).

21 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2015.

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2014 (dossierpagina 46).

23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 februari 2014 (dossierpagina’s 44 en 45).

24 Eigen verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 13 november 2015.

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2013 (dossierpagina 391).

26 Bijlage 2 bij proces-verbaal van doorzoeking d.d. 13 februari 2014 (dossierpagina 34).

27 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 1 september 2014 (dossierpagina’s 340 en 341).

28 Bijlage 5 bij proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 1 september 2014 (dossierpagina 342).

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2014 (dossierpagina 390).

30 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 9 april 2014 (dossierpagina 263).

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2014 (dossierpagina’s 389 en 390).

32 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 9 april 2014 (dossierpagina 263).

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2013 (dossierpagina’s 389 - 391).

34 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2014 (dossierpagina’s 525, 526, 537 - 539).

35 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 mei 2014 (dossierpagina’s 525, 527, 542, 543, 546 - 548).

36 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2013 (dossierpagina’s 353 en 354).

37 HR 25 maart 2014, NJ 2014/302 (r.o. 3.3. en 3.8.).