Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:10724

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-12-2015
Datum publicatie
08-12-2015
Zaaknummer
C/15/234350/FA RK 15-6654
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Conform de uitspraak HR 9 oktober 2015 is het kindgebonden budget aangemerkt als inkomen van de verzorgende ouder en als zodanig meegenomen bij de draagkracht.

Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen berekening van kinder- en partneralimentatie.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 157
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2016/30 met annotatie van R. Mulder
FJR 2016/12.6
RFR 2016/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sectie Familie & Jeugd

locatie Alkmaar

zaak-/rekestnr.: C/15/234350 / FA RK 15-6654

beschikking van 3 december 2015 betreffende voorlopige voorzieningen

in de zaak van:

[naam man],

wonende te Blokker, gemeente Hoorn,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J.M.A. Mooijman, kantoorhoudende te Hoorn Nh,

tegen

[naam vrouw],

wonende te Hoorn,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. S.D. Bhagwandin, kantoorhoudende te Hoorn Nh.

1 Procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van de man, ingekomen op 2 november 2015;

- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, van de vrouw, ingekomen op 13 november 2015;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 19 november 2015;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 19 november 2015.

1.2

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2015 in aanwezigheid van de man bijgestaan door mr. J.M.A. Mooijman en de vrouw bijgestaan door mr. S.D. Bhagwandin.

2 Beoordeling

2.1

Nu de vrouw tegen de verzochte voorlopige voorzieningen met betrekking tot de toevertrouwing van de minderjarige en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning geen verweer heeft gevoerd, zal het verzoek in zoverre worden toegewezen, aangezien dit de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt. Daarbij acht de rechtbank de voorziening met betrekking tot de minderjarige niet strijdig met haar belang.

2.2

Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (verder: zorgregeling) tussen de vrouw en de minderjarige. De rechtbank zal aldus beslissen. Daarbij acht de rechtbank de voorziening met betrekking tot de minderjarige niet strijdig met haar belang. In verband met de omstandigheid dat dienaangaande geen verzoek aan de rechtbank voorligt, begrijpt de rechtbank dat partijen de zorgregeling tussen de vrouw en de minderjarige gedurende de vakanties in onderling overleg regelen.

partnerbijdrage

2.3

De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de man aan haar als bijdrage in het levensonderhoud een bedrag van € 300,-- per maand dient te betalen.

De man heeft hiertegen verweer gevoerd.

2.4

Mede in verband met het feit dat de vrouw inmiddels een uitkering ingevolge de Participatiewet heeft aangevraagd, heeft de man de behoefte van de vrouw niet betwist. Nu de man de behoefte niet heeft betwist staat de behoefte van de vrouw vast.

Draagkracht

2.5

De rechtbank heeft, voor zover hierna bedragen zijn genoemd, deze telkens op hele euro’s afgerond.

2.6

Bij de bepaling van de draagkracht van de man wordt uitgegaan van de volgende, aan de dossierstukken en het verhandelde ter zitting ontleende gegevens. Het inkomen bedraagt conform de jaaropgave 2014 € 27.062,--. De man kan recht doen gelden op een kind gebonden budget (kgb) van € 3.564,--. Met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015, zal de rechtbank het kgb aanmerken als inkomen van de man. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om, nu het kgb bij de beoordeling van een kinderbijdrage als inkomensbestanddeel in aanmerking wordt genomen, in afwijking daarvan het kgb als inkomenscomponent bij de beoordeling van een partnerbijdrage buiten beschouwing te laten. De rechtbank houdt rekening met de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. De huur bedraagt € 643,-- per maand en aan huurtoeslag wordt als onweersproken rekening gehouden met € 125,-- per maand. De rechtbank houdt rekening met de premie zorgverzekering van de man van € 107,-- per maand. Blijkens een door de rechtbank gemaakte proefberekening toeslagen kan de man geen recht doen gelden op zorgtoeslag, zodat de rechtbank daarmee geen rekening houdt. De rechtbank gaat ervan uit dat de vrouw zich zal inspannen om er voor te zorgen dat zij per 1 januari 2016 haar eigen premie zorgverzekeringswet zal betalen. Als door de vrouw onweersproken wordt rekening gehouden met € 45,-- per maand aan aflossing op een schuld. De rechtbank houdt rekening met de bijstandsnorm voor een alleenstaande en een draagkrachtpercentage van 60%.

2.7

Uitgaande van voormelde gegevens is het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man te stellen op € 2.050,-- per maand en het draagkrachtloos inkomen op € 1.367,-- per maand. Daarmee heeft de man een draagkrachtruimte van € 683,--, waarvan 60%, zijnde € 410,-- per maand, beschikbaar is voor betaling van een partnerbijdrage. Nu de man zorgdraagt voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige, dient daarop in mindering te strekken het ten laste van de man komende eigen aandeel kosten kinderen. De rechtbank stelt dit eigen aandeel vast op € 320,-- per maand (NBI van de man € 2.050,-- per maand. De vrouw kan recht doen gelden op de algemene heffingskorting. Het NBI van de vrouw is daarmee te stellen op (€ 2.203,-- : 12 =) € 184,-- per maand. Het totale NBI bedraagt € 2.234,-- per maand bij 4 kinderbijslagpunten). Ervan uitgaande dat de vrouw ten tijde van de samenleving, anders dan de algemene heffingskorting, geen eigen inkomen had, gaat de rechtbank ervan uit dat het eigen aandeel van de vrouw in de kosten kinderen nihil bedraagt.

2.8

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de man een draagkracht voor betaling van een partnerbijdrage van € 90,-- netto per maand, hetgeen gebruteerd € 155,-- per maand bedraagt. De rechtbank acht de man in staat de hierna vermelde bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te betalen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

Bepaalt dat de minderjarige [achternaam]:

- [naam kind], geboren op [geboortedatum] in de gemeente Hoorn,

wordt toevertrouwd aan de man.

3.2

Bepaalt dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vrouw en de minderjarigen als volgt zal zijn:

- elke week op woensdag na school tot 17.00 uur;

- het ene weekend van vrijdag na school tot zaterdag 17.00 uur;

- het andere weekend van zaterdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur.

3.3

Bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan [adresgegevens] te Blokker, gemeente Hoorn met bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden.

3.4

Bepaalt de door de man te betalen bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw op € 155,-- per maand bij vooruitbetaling te voldoen.

3.5

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L. Roubos, rechter, in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2015.

Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.