Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:10669

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-10-2015
Datum publicatie
07-12-2015
Zaaknummer
4438122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wet Mulder. Vordering gijzeling wordt toegewezen, omdat voldoende is gebleken dat betrokkene in staat is tot het betalen van de geldboete en dat sprake is van betalingsonwil. Machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling wordt gegeven onder de voorwaarde dat thans en bij het in gijzeling stellen van betrokkene geen sprake is van ondercuratelestelling, onderbewindstelling, faillissement of een wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van betrokkene, en dat geen sprake is van detentie-ongeschiktheid van betrokkene, waaronder begrepen medische, sociale of gezinsomstandigheden die in de weg staan aan gijzeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Zaanstad

Zaaknr.: 4438122 \ WM VERZ 15-1309 en 4438131 \ WM VERZ 15-1310

CJIB-nummer: 179961187 en 181497069

Uitspraakdatum: 29 oktober 2015

Beslissing op een vordering als bedoeld in artikel 28 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van:

[naam]

[adres]

[woonplaats]

hierna te noemen betrokkene.

Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft een vordering ingesteld om te worden gemachtigd tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling, voor de duur van het in de vordering genoemde aantal dagen. De vordering is gegrond op het feit dat aan betrokkene een administratieve sanctie, een geldboete, is opgelegd en dat deze sanctie en de verhogingen niet zijn betaald.

De zaak is behandeld ter zitting van 1 oktober 2015. Ter zitting is niemand verschenen.

Overwegingen

Gijzeling is een dwangmiddel waartoe alleen in uiterste noodzaak mag worden overgegaan en is bedoeld om degene die wel kan, maar niet wil betalen, tot betaling aan te zetten. Een machtiging tot het toepassen van dit dwangmiddel kan dan ook alleen worden gegeven als blijkt dat degene aan wie de geldboete is opgelegd, deze kan betalen.

De officier van justitie heeft onder verwijzing naar de overgelegde stukken gesteld dat geen sprake is van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil.

De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is gebleken dat betrokkene in staat is tot het betalen van de geldboete en dat sprake is van betalingsonwil. Doorslaggevend daarvoor is dat uit de door de officier van justitie overgelegde stukken blijkt dat betrokkene in de periode van november 2014 tot en met juli 2015 na eerdere toepassing van dwangmiddelen, waaronder buitengebruikstelling voertuig en inname rijbewijs, boetes heeft betaald tot een totaal bedrag van ongeveer € 3.000,00. Er zijn daarnaast geen aanwijzingen dat sprake is van betalingsonmacht. Uit eerdergenoemde stukken blijkt dat betrokkene niet is opgenomen in het Centraal Curatele- en bewindregister of het Centraal Insolventieregister, en op 17 augustus 2015 als kentekenhouder van een (ander) voertuig werd geregistreerd, welk voertuig verzekerd en APK-gekeurd is. Gelet op deze gegevens is toepassing van het dwangmiddel gijzeling gerechtvaardigd.

De vordering van de officier van justitie zal dus worden toegewezen.

De machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling zal worden gegeven onder de hierna genoemde voorwaarde.

De beslissing

De kantonrechter:

 wijst de vordering toe en machtigt de officier van justitie tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling van betrokkene voor veertien dagen;

 de machtiging wordt gegeven onder de voorwaarde dat thans en bij het in gijzeling stellen van betrokkene geen sprake is van ondercuratelestelling, onderbewindstelling, faillissement of een wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van betrokkene, en dat geen sprake is van detentie-ongeschiktheid van betrokkene, waaronder begrepen medische, sociale of gezinsomstandigheden die in de weg staan aan gijzeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter