Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2015:10003

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-08-2015
Datum publicatie
17-11-2015
Zaaknummer
3765551 EJ VERZ 15-1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Aansprakelijkheid werkgever op grond van artikel van artikel 6:170 BW. Verzoekster niet-ontvankelijk inzake voorschot op de buitengerechtelijke kosten.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 170
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019w
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-1149
AR 2015/2215
JA 2016/21
NTHR 2016, afl. 2, p. 107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Zaanstad

zaak/rolnr.: 3765551 EJ VERZ 15-1

datum uitspraak: 27 augustus 2015

BESCHIKKING VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[naam]

te [plaats]

verzoekende partij

hierna te noemen: [verzoekster]

gemachtigde: mr. H. Carels

tegen

de besloten vennootschap Albert Heijn B.V.

te Zaandam

verwerende partij

hierna te noemen: Albert Heijn

gemachtigde: mr. P.F.P. Nabben.

1 De procedure

1.1.

Op 8 januari 2015 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van [verzoekster] . Albert Heijn heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 4 juni 2015. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben daarbij pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoekster] bij brief van 27 mei 2015 aanvullende stukken toegezonden. Bij brief van 29 mei 2015 heeft Albert Heijn eveneens nog stukken toegezonden en heeft een akte depot genomen.

1.3.

Op de mondelinge behandeling is besloten de zaak enige tijd aan te houden in verband met schikkingsonderhandelingen. Bij brieven van 29 juni 2015 hebben beide partijen laten weten dat het niet is gelukt een regeling te treffen en is verzocht een uitspraak te doen.

2 De feiten

2.1.

Op 6 augustus 2014 deed [verzoekster] boodschappen bij het filiaal van Albert Heijn aan het [adres] . Op het moment dat [verzoekster] wilde afrekenen ontstond er een woordenwisseling tussen [verzoekster] en de caissière [De Cassière] (hierna te noemen: de caissière en ook [de cassière] ). [de cassière] is vanuit haar werkplek achter de kassa opgestaan en is naar [verzoekster] toegelopen. Een medewerker van Albert Heijn is tussenbeide gekomen.

2.2.

[verzoekster] heeft aangifte gedaan bij de politie naar aanleiding waarvan de politie een strafrechtelijk onderzoek is gestart.

2.3.

De heer [X] , supermarktmanager in het betreffende filiaal, heeft blijkens het proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2014 onder andere het volgende verklaard: “(…) Ik ben vanavond gebeld door een medewerker van mij die mij vertelde dat er een incident was gebeurt en dat in naar de winkel toe moet komen. Aangekomen in de winkel hoorde ik dat er een vrouw mishandeld was door een kassière van Albert Heijn. (…) Ik heb de beelden bekeken en deze beelden zijn door een medewerker direct gebrand op een dvd schijf. (…) Op de beelden zag ik dat een kassière van de Albert Heijn vanaf achter de kassa naar een klant loopt en deze mishandeld. Ik kon mijn ogen niet geloven. (…)”

2.4.

In het proces-verbaal van aangifte van 6 augustus 2014 heeft [verzoekster] onder andere het volgende verklaard: “(…) Ik ben mishandeld door een kassière van de Albert Heijn (…) Ik heb hierdoor pijn en letsel opgelopen. (…) Ik wilde afrekenen bij de kassa en was een cake vergeten. (…) Toen ik terug kwam van het halen van de cake (…) heb ik de cake op de boodschappen bank gelegd. Ik wilde afrekenen maar de kassière groette mij niet en keek mij niet aan. Ik wist niet hoeveel ik moest afrekenen en vroeg de kassière of ze ook kon praten. Ik vroeg dit op een normale manier en niet agressief of denigrerend. Ik zag dat de kassière woest werd en gelijk tekeer begon te gaan. Ik hoorde haar tegen mij zeggen: “praat normaal of ik maak je af”. Ik was erg verbaasd en ik vroeg haar dat ze gewoon kon zeggen wat ik moest betalen. Ik zag dat ze van haar stoel kwam en achter de kassa vandaan kwam en naar mij toe lopen. Ik zei tegen haar met luide stem: “Houd afstand ik ben zwanger”. Dit heb ik meerdere keren herhaald maar ze bleef op mij afkomen. Ik zag dat zij mij probeerde te slaan. (…) Ik ben vier maanden zwanger en ik heb geprobeerd om haar af te weren door middel van haar beide handen te pakken. (…) Er kwam een man die de kassière van mij weg haalde en ik zag dat de kassière steeds probeerde ,om de man heen te gaan en weer op mij af te komen. (…)”

2.5.

Op 6 oktober 2014 is [de cassière] in het bijzijn van haar moeder verhoord. In het proces verbaal van verhoor verdachte (hierna: het proces-verbaal van het politieverhoor), wordt onder meer het volgende vermeld: “(…) V: Weet je waarom je bent uitgenodigd voor een verdachte verhoor vandaag? A: Ja, er was een miscommunicatie op het werk. V: Welk werk was dit dan? A Bij de Albert Heijn op het [Adres] . V: Wat bedoel je met miscommunicatie? A: Ik was aan het werk en die mevrouw had een grote mond. Zij schold mij uit. Ik ben toen omgelopen maar ik heb haar niet geraakt. Er kwamen andere collega’s tussen. Op de camerabeelden lijkt het net of ik haar geslagen heb maar dat is niet waar. Als je respect toont naar mij heb ik dat ook voor jou. V: Wat bedoel je met een grote mond? A: Ze schold mij uit voor hoer. Eerst zij zei kan je niet praten dan. Zij kwam toen met haar hand richting mijn gezicht. Zij bewoog met haar hand van, wat wil je nou gaan doen. (…) V: De mevrouw verklaarde dat je niet eens de moeite nam om te zeggen hoeveel de kosten waren van de boodschappen waren. Zij heeft vervolgens tegen jou gezegd of je kon praten. Klopt dit? A: Ja, maar op een brutale manier. Zij was druk bezig met haar pasjes en zal wel niet hebben gehoord wat ik heb gezegd. V: Heb je tegen haar gezegd: “Praat normaal of ik maak je af? A: Nee, ik heb gezegd: Praat normaal tegen mij, ik praat ook normaal tegen jou. V: De mevrouw heeft vervolgens aan jou gevraagd of je nogmaals kon vertellen wat zij moest betalen. Opdat moment sta je op van je stoel en loop je richting de vrouw. Klopt dit? A: Nee, zij heeft niet nogmaals gevraagd wat zij moest betalen. Zij begon mij meteen uit te schelden. V: Wist je dat zij zwanger was? A: Ja, dat zij zij tegen mij. V: Klopt het dat de mevrouw jouw handen heeft gepakt zodat jij haar niet kon slaan? A: Ja, dat klopt. V: Klopt het dat mevrouw meerdere klappen van jou heeft afgeweerd? A: Nee. V: Klopt het dat er een man tussen jou en de mevrouw kwam staan? A: Ja, mijn collega. Die collega heeft [Y] . V: Klopt het dat jij meerdere malen om [Y] probeerde heen te lopen zodat je weer naar die mevrouw toe kon lopen? A: Nee, ik probeerde via de andere kant te lopen. (…) V: Maar je wilde wel via de andere kant bij die mevrouw komen? A: Ja. V: Wat wilde je doen tegen die mevrouw? A: Niks. V: Je loopt toch niet zomaar achter je desk vandaan. A: Ja ik wilde haar gaan slaan. V: Vind je dat een normale reactie als kassière? A: Nee. V: Vind je niet dat je erg agressief hebt gereageerd voor een 16 jarige? A: Ze behandelde mij als een dier. Daar mag ik toch wat van vinden. V: Is het nooit bij je opgekomen dat je een leidinggevende erbij had kunnen roepen en het zo via hun had kunnen spelen? A: Nee, ik wil met respect behandeld worden. V: Dan denk ik dat een baantje achter de kassa niks voor jou is. Je moet kunnen incasseren en niet als het je niet bevalt meteen gaan slaan. Begrijp je dat? A: Ja. V: Het kan toch niet zo zijn dat als je iets niet bevalt over hoe je wordt aangesproken je meteen gaan slaan? A: Ik heb haar niet geslagen. (…)”

2.6.

Op 8 augustus 2014 heeft Broadspire, verzekeraar van Albert Heijn, zonder aansprakelijkheid te erkennen informatie bij [verzoekster] opgevraagd over haar lezing van de toedracht en de door [verzoekster] geleden schade.

2.7.

Eveneens op 8 augustus 2014 hebben de klinisch verloskundige en de gynaecoloog die [verzoekster] op 6 augustus 2014 hebben onderzocht naar aanleiding van het incident verklaard dat: “(…) patiënte kon het ziekenhuis dezelfde avond in goede conditie verlaten. (…)”

2.8.

Op 30 september 2014 heeft de gemachtigde van [verzoekster] gereageerd op deze brief van 8 augustus 2014 van Broadspire en vraagt daarbij om schriftelijke aanvaarding van haar aansprakelijkheid door Albert Heijn. Zonder erkenning van aansprakelijkheid zal hij geen medische informatie opvragen.

2.9.

[verzoekster] heeft zich bij haar huisarts onder behandeling gesteld in verband met onder andere klachten aan haar hand.

2.10.

Op 12 november 2014 heeft de verloskundige van [verzoekster] onder andere als volgt verklaard over de gezondheidssituatie van [verzoekster] : “(…) Vanaf het moment van de aanvaring met de winkelbediende is mevrouw totaal niet meer ontspannen. Ze heeft dagelijks meerdere malen nachtmerries en durft bijna niet te gaan slapen en kan dus bijna niet slapen. (…) Mevrouw durft eigenlijk niet meer alleen over straat, heeft het vertrouwen in de onbekende mensenvolledig verloren. (…) En door haar angst en paniek hebben we ook meerdere malen een uitgebreide thuiscontrole moeten doen, om mevrouw gerust te stellen en haar klachten een beetje onder controle te krijgen. Mevrouw heeft continue hoofdpijn. De hoofdpijnklachten verergeren soms. Geregeld krijgt mevrouw hierbij bovenbuikspijn en/of kortademigheid, waarbij het moeilijk is te onderscheiden of dit van zwangerschapsvergiftiging komt of van de paniekaanvallen die mevrouw heeft. (…) Wanneer je zwanger bent, kan dit soort stressbelasting de kansen verhogen op het hebben van een te vroeg geboren baby (…) of een te laag geboortewicht van de baby. (…) En mevrouw heeft van de stress veel harde buiken. Geregeld zijn deze ook pijnlijk. Harde buiken zijn voorlopers van weeën. Naarmate deze vaker en pijnlijker zijn, is de kans op vroeggeboorte groter. Mevrouw gaat nu extra bij de gynaecoloog op controle daar de klachten van de stress steeds meer het dagelijks leven beïnvloeden. (…)”

2.11.

Albert Heijn heeft onder algemene titel aan [verzoekster] een bedrag van € 3.000,00 betaald voor buitengerechtelijke kosten en € 2.000,00 voor door [verzoekster] gestelde geleden schade.

2.12.

Albert Heijn heeft aansprakelijk van de hand gewezen. Er heeft geen toedrachtonderzoek plaatsgevonden.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter te verklaren voor recht dat Albert Heijn ingevolge artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] heeft opgelopen als gevolg van de mishandeling door [de cassière] op 6 augustus 2014. Daarnaast verzoekt [verzoekster] Albert Heijn te veroordelen bij wijze van voorschot aan haar te betalen de gemaakte buitengerechtelijke kosten welke tot en met 22 december 2014 € 5.838,69 bedragen. Tot slot vordert [verzoekster] veroordeling van Albert Heijn in de kosten van het deelgeschil ad

€ 3.843,26.

3.2.

[verzoekster] acht Albert Heijn aansprakelijk wegens onrechtmatig handelen als bedoeld in artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek, kort gezegd omdat [verzoekster] door een werknemer van Albert Heijn [de cassière] is mishandeld als gevolg waarvan [verzoekster] letsel heeft opgelopen. Van enige betwisting van de door [verzoekster] beschreven toedracht is nimmer sprake geweest, terwijl [de cassière] de mishandeling bij de politie heeft erkend. De mishandeling door de werkneemster van Albert Heijn heeft geleid tot letsel bij [verzoekster] en aantasting in haar persoon. [verzoekster] heeft letsel aan haar hand op gelopen en het incident heeft geleid tot psychische klachten. Albert Heijn weigert aansprakelijkheid te erkennen, hetgeen een belemmering vormt voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst. [verzoekster] heeft inmiddels kosten gemaakt voor de inschakeling van haar belangenbehartiger, welke gerekend tot en met 22 december 2014 € 5.838,69 bedragen. [verzoekster] meent dat interventie van de deelgeschilrechter in het ontstane geschil uiteindelijk bij zal dragen aan de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Tot slot vraagt [verzoekster] de rechtbank de kosten die gemoeid zijn met het voeren van deze noodzakelijke procedure te begroten.

4 Het verweer

4.1.

Albert Heijn voert verweer. Volgens Albert Heijn kan een beslissing als verzocht niet bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst en leent de zaak zich niet voor een behandeling als deelgeschil. Zowel de toedracht van het voorval en daarmee de aansprakelijkheid als de schade wordt betwist en hiervoor is nadere bewijslevering noodzakelijk en dat past niet in deze procedure. Om deze redenen moet [verzoekster] niet ontvankelijk verklaard worden in haar verzoeken.

4.2.

Indien de kantonrechter [verzoekster] wel ontvankelijk verklaart, dan is een toedrachtonderzoek nodig omdat de camerabeelden (zonder geluid) geen eenduidig beeld geven over wat zich heeft afgespeeld. Volgens Albert Heijn heeft [verzoekster] een aandeel gehad in het voorval. In geen geval is Albert Heijn aansprakelijk omdat een functioneel verband ontbreekt, terwijl artikel 6:170 BW dit vereist. Het betrof een persoonlijk conflict.

4.3.

Verder betwist Albert Heijn dat [verzoekster] schade heeft geleden danwel dat een causaal verband tussen het voorval en de schade bestaat. Indien dit wel het geval is, is sprake van eigen schuld omdat op de camerabeelden te zien is dat [verzoekster] zelf slaande bewegingen maakt richting caissière nadat de dames uitelkaar zijn gehaald.

4.4.

Het verzochte voorschot op buitengerechtelijke kosten moet worden afgewezen omdat niet vaststaat dat er schade vergoed moet worden door Albert Heijn aan [verzoekster] . Alleen als dit vaststaat, wordt aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toegekomen. Omdat [verzoekster] geweigerd heeft om aan Albert Heijn inzage te verstrekken in haar medische gegevens, vermoedt Albert Heijn dat er sprake is van pre-existente klachten die geen verband houden met het voorval.

5 De beoordeling

5.1.

De deelgeschilprocedure is bedoeld voor de situatie waarin partijen in het buitengerechtelijke onderhandelingstraject stuiten op geschilpunten die de buitengerechtelijke afwikkeling belemmeren. Partijen kunnen in een deelgeschilprocedure de rechter vragen om op die geschilpunten te beslissen, zodat zij vervolgens verder kunnen met de buitengerechtelijke onderhandelingen, met als doel het sluiten van een vaststellingsovereenkomst (artikel 1019w Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). De kantonrechter stelt vast dat onderhandelingen tussen partijen vastlopen (en nagenoeg niet zijn gevoerd) omdat partijen verschil van mening hebben of Albert Heijn aansprakelijk is of niet. Dat partijen ook op andere punten van mening verschillen, betekent niet dat daarmee een beslissing over de aansprakelijkheid geen zin heeft voor het opstarten van onderhandelingen met als doel het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. De kantonrechter acht [verzoekster] dan ook ontvankelijk in haar verzoek betreffende de verzochte verklaring voor recht dat Albert Heijn aansprakelijk is voor de door [verzoekster] geleden schade als gevolg van de fout van de caissière.

5.2.

De kantonrechter oordeelt dat Albert Heijn op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] lijdt en heeft geleden als gevolg van de mishandeling door [de cassière] op 6 augustus 2014. De mishandeling vond plaats op 6 augustus 2014 in een filiaal van Albert Heijn, waarbij (kortgezegd) [de cassière] , als caissière in dienst van Albert Heijn, tijdens het afrekenen van de boodschappen van [verzoekster] agressief op [verzoekster] is afgelopen met de intentie om haar te slaan. Hierop heeft een schermutseling tussen de caissière en [verzoekster] plaatsgevonden, zo is op camerabeelden te zien, waarbij [verzoekster] de hand van [de cassière] heeft afgewend om zo te voorkomen dat zij geslagen zou worden door [de cassière] . Op die beelden is ook te zien dat een collega van [de cassière] vervolgens tussenbeide komt en [de cassière] tegenhoudt, waarop [de cassière] zich op enig moment losmaakt uit diens greep, wegloopt om vervolgens vanaf een andere kant opnieuw op [verzoekster] af te willen lopen met wederom de intentie om [verzoekster] te slaan. Uit het proces-verbaal van het politieverhoor, blijkt dat [de cassière] tegenover de politie verklaard heeft dat zij zich onheus bejegend voelde door [verzoekster] tijdens het afrekenen van haar boodschappen en dat zij daarop is opgestaan van haar stoel achter de kassa, om is gelopen om bij [verzoekster] te kunnen komen omdat ze [verzoekster] wilde slaan. Indien wordt aangenomen dat hetgeen [de cassière] tijdens het politieverhoor over de aanleiding van het incident heeft verklaard, juist is, dan rechtvaardigt dit haar gedrag niet. Een caissière dient er tegen te kunnen als zij niet geheel correct wordt behandeld door een klant. Meer dan dat was er immers (afgaande op hetgeen de caissière daarover zelf heeft verklaard, zie punt 2.5 van deze beschikking) niet aan de hand. Op de camerabeelden is te zien dat [verzoekster] ook slaande bewegingen heeft gemaakt naar [de cassière] , nadat de collega van [de cassière] tussenbeide was gekomen. Dit doet echter niets af aan de fout van [de cassière] die daaraan vooraf ging. De kantonrechter acht het aannemelijk dat [verzoekster] ten gevolge van het handelen van de caissière schade heeft geleden. Zo is door de verloskundige van [verzoekster] verklaard dat zij psychisch en fysiek last heeft gehad van de mishandeling en is het mogelijk dat [verzoekster] schade heeft geleden aan haar hand omdat zij de caissière van zich af moest weren. [de cassière] heeft dan ook onrechtmatig gehandeld tegenover [verzoekster] . Albert Heijn is voor dit onrechtmatig handelen aansprakelijk, omdat [de cassière] als caissière in dienst was bij Albert Heijn. Het onrechtmatig handelen van [de cassière] vond plaats tijdens de gebruikelijke en door Albert Heijn aan haar opgedragen werkzaamheden en [verzoekster] was als klant van Albert Heijn in de winkel aanwezig en wilde haar boodschappen afrekenen toen zij vervolgens mishandeld werd. Er bestaat dan ook voldoende verband tussen de fout van [de cassière] en de aan haar opgedragen taak (het afrekenen van de boodschappen van klanten van Albert Heijn). Daarbij geldt dat een functioneel verband tussen fouten van een onderschikte en diens werksituatie, al betrekkelijk snel moet worden aangenomen. Door Albert Heijn is onvoldoende onderbouwd dat het een incident in de privésfeer zou betreffen, en dit blijkt ook niet uit het proces-verbaal van het politieverhoor of uit andere stukken en evenmin uit de camerabeelden, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De conclusie is dan ook dat de verzochte verklaring voor recht wordt toegewezen.

5.5.

De gemachtigde van [verzoekster] heeft een bedrag van € 5.838,69 ter zake van buitengerechtelijke werkzaamheden in de periode 23 september 2014 tot en met 22 december 2014 bij [verzoekster] in rekening gebracht. [verzoekster] verzoekt dat Albert Heijn wordt veroordeeld om dit bedrag bij wijze van voorschot aan haar te betalen. [verzoekster] heeft niet gesteld waarom een beslissing op dit punt bijdraagt of kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, zodat [verzoekster] niet-ontvankelijk wordt verklaard in dit verzoek.

5.6.

Op grond van artikel 1019aa Rv dient de kantonrechter de kosten van deze procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen. Bij de begroting van de kosten dient de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets te hanteren: zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakt kosten moeten redelijk zijn. [verzoekster] maakt aanspraak op een bedrag van € 3.025,00 (te weten 11 uur bij een uurtarief van € 275,00). Ter zitting heeft [verzoekster] verzocht dit bedrag te vermeerderen met 2 uur ad € 275,00 en het daarbij het gehanteerde uurtarief van € 275,00 te vermeerderen met 5% kantooropslag en 21% btw. De kantonrechter acht het redelijk dat [verzoekster] haar advocaat heeft ingeschakeld maar vindt het uurtarief indien dit wordt vermeerderd met kantooropslag en btw, en daarbij het aantal uren vermeerderd wordt met 2, gelet op de aard en de complexiteit van de zaak niet redelijk. De kantonrechter zal de kosten van deze procedure aan de zijde van [verzoekster] dan ook begroten op € 3.103,00 (€ 3.025,00 (te weten 11 uur x € 275,00) vermeerderd met griffierecht ad € 78,00).

6 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart voor recht dat Albert Heijn tegenover [verzoekster] op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] heeft opgelopen als gevolg van de mishandeling door [De Cassière] op 6 augustus 2014;

- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek voor wat betreft de betaling van een voorschot op de buitengerechtelijke kosten;

- begroot de kosten van dit deelgeschil op € 3.103,00 aan de kant van [verzoekster] en veroordeelt Albert Heijn tot betaling van dit bedrag aan [verzoekster] ;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Korteweg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.