Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:9955

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-10-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
3127007 \ CV EXPL 14-6077
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsmaatschappij vordert achterstallige premie in verband met een via internet afgesloten verzekering op naam van gedaagde. Gedaagde betwist de verzekering te hebben aangevraagd. Het enkele overleggen van een printscreen is, mede gelet op het verweer van gedaagde, niet voldoende om aan te nemen dat gedaagde zelf de aanvraag heeft ingevuld. Het ontbreken van een handtekening dient voor risico van eiseres te komen. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 3127007 \ CV EXPL 14-6077

datum uitspraak: 29 oktober 2014

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Achmea Schadeverzekeringen N.V.

te Apeldoorn

eiseres

hierna te noemen Achmea

gemachtigde A.H. Groenewegen

tegen

A.G. [gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

procederend in persoon.

De procedure

Achmea heeft [gedaagde] gedagvaard op 9 mei 2014. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Achmea schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. Vonnis is bepaald op heden.

De feiten

  • -

    Op 30 oktober 2013 heeft Achmea een internetaanvraag ontvangen voor een woonverzekering op naam van “mevrouw A.H. [gedaagde]”.

  • -

    De verzekering omvat een aansprakelijkheids- en een inboedelverzekering en is ingegaan op 1 november 2013.

  • -

    Achmea heeft diverse facturen toegezonden aan [gedaagde], die zij onbetaald heeft gelaten.

  • -

    De verzekering is op 28 januari 2014 door Achmea beëindigd.

De vordering

Achmea vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 87,20, bestaande uit

€ 38,34 aan premies, € 0,46 aan rente en € 48,40 aan buitengerechtelijke kosten inclusief de btw daarover, te vermeerderen met verdere rente en kosten. Achmea legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] haar betalingsverplichtingen uit de door haar gesloten overeenkomst met Achmea niet nakomt. Hierdoor is er een premieachterstand ontstaan die [gedaagde] ondanks diverse aanmaningen niet heeft betaald. Achmea heeft haar vordering ter incasso uit handen moeten geven aan haar incassogemachtigde en hiervoor kosten gemaakt. Deze buitengerechtelijke kosten komen evenals de gevorderde wettelijke rente vanaf datum verzuim, op grond van de wet voor rekening van [gedaagde].

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan nimmer bij Achmea een woonverzekering via internet te hebben afgesloten, zodat van een overeenkomst tussen partijen geen sprake is. De polis staat bovendien niet op haar naam, maar op naam van “A.H. [gedaagde]”. [gedaagde] heeft al een inboedelverzekering bij London Verzekering onder polisnummer 3160628 en een aansprakelijkheidsverzekering onder polisnummer 3149986. De door haar ontvangen polisbescheiden heeft zij direct aan Achmea geretourneerd. Zij vermoedt dat haar ex-man de aanvraag heeft gedaan, maar dat kan zij niet aantonen.

De beoordeling

Achmea heeft het verweer van [gedaagde] dat zij geen overeenkomst heeft gesloten, weersproken door een printscreen over te leggen. Achmea blijft bij haar standpunt dat [gedaagde] de gegevens zelf heeft ingevuld, ondanks de kennelijke verschrijving van de initialen van [gedaagde], zodat, aldus Achmea, wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen. Verder stelt Achmea dat zij de polisbescheiden nooit heeft terugontvangen.

Nu Achmea zich beroept op de rechtsgevolgen van de overeenkomst, waarvan het bestaan door [gedaagde] gemotiveerd wordt betwist, dient zij de totstandkoming ervan te bewijzen. Het uitsluitend in het geding brengen van een printscreen met algemene gegevens en bovendien verkeerde initialen, is, mede gelet op het verweer van [gedaagde], onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] zélf de aanvraag heeft ingediend en daarmee het aanbod van Achmea via internet heeft aanvaard en dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Niet uitgesloten kan worden dat, zoals [gedaagde] heeft gesteld, de aanvraag door een derde is ingevuld buiten medeweten van [gedaagde] om. Een handtekening op een aanvraag of overeenkomst is gewoonlijk een belangrijke aanwijzing voor het bestaan van een contract. De omstandigheid dat een handtekening van de aanvrager in dit geval niet aanwezig is, moet voor risico van Achmea komen. Derhalve is onvoldoende komen vast te staan dat de overeenkomst waarop Achmea zich beroept, bestaat, zodat de vordering moet worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van Achmea omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Achmea tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.