Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:9844

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-10-2014
Datum publicatie
25-11-2014
Zaaknummer
AWB - 12 _ 4421
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Waardering zwembad. Bedrijfswaarde niet van toepassing omdat eiseres niet enkel een commercieel belang heeft bij de exploitatie van het zwembad maar in de gekozen samenwerkingsvorm ook een maatschappelijke doelstelling wil realiseren.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2014/2407
FutD 2014-2810
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12/4421 bis

Uitspraakdatum: 27 oktober 2014

Uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geding tussen

[X] N.V. te [Z], eiseres,

gemachtigde: mr. B.S. Kats,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.

1 Ontstaan en loop van het geding

Voor het ontstaan en de loop van het geding verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 2 mei 2014 in de zaken met kenmerk AWB 12/4420 en 12/4421.

Op 12 juni 2014 heeft de gemachtigde een schriftelijke reactie ingezonden met een akkoordverklaring van verweerder. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De gemachtigde heeft op 19 september 2014 nadere stukken ingediend. De griffier heeft afschriften daarvan aan de heffingsambtenaar gezonden.

Op 2 oktober 2014 heeft de gemachtigde het beroep voor het jaar 2007 (AWB 12/4420) ingetrokken.

Het (tweede) onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2014. Namens eiseres is daar verschenen B.S. Kats, bijgestaan door [A]. Namens verweerder is verschenen mr. B. Brekveld, bijgestaan door M. Boerhorst. Het proces-verbaal van de zitting is aangehecht.

2 Tussen partijen vaststaande feiten en omschrijving van het geschil

2.1.

Voor de beschrijving van de feiten en de omschrijving van het geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 2 mei 2014.

2.2.

In onderdeel 3.1 en 3.2 van de tussenuitspraak staan de uitkomsten van de berekening van de bedrijfswaarde, respectievelijk die van de gecorrigeerde vervangingswaarde van het zwembad. Uit de schriftelijke reactie van 12 juni 2014 blijkt dat partijen het eens zijn over de uitkomsten van die berekeningen als zodanig.

3 Beoordeling van het geschil

3.1.

Eiseres heeft op de (tweede) zitting betoogd dat het oordeel als opgenomen in de tussenuitspraak niet juist is en daarbij heeft zij verwezen naar de vele vormen van Publiek Private Samenwerking waarbij overheden samenwerken met bedrijfsmatig werkende rechtspersonen zonder verlies van het winstoogmerk van de private partij. Dit doet echter niet af aan het feit dat de exploitatieovereenkomst een samenwerkingsvorm heeft gecreëerd waarbij sprake is van meer dan een winstoogmerk. De rechtbank ziet dan ook geen reden terug te komen op het in de tussenuitspraak gegeven oordeel.

3.2.

De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de waarde van het zwembad vastgesteld moet worden op basis van de waardering als verwoord in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (de gecorrigeerde vervangingswaarde). Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de waarde op basis van deze waarderingsregel voor het jaar 2010 vastgesteld op € 9.012.500. Nu eiseres zich in de schriftelijke reactie van 12 juni 2014 akkoord heeft verklaard met de berekening van verweerder als zodanig, volgt dat het beroep van eiseres ongegrond moet worden verklaard.

4 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

5 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.A. Boersma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.J.M. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2014.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.