Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:9422

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-09-2014
Datum publicatie
13-11-2014
Zaaknummer
2960855 CV EXPL 14-1071
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Afwijzing van een vordering van een reisorganisatie jegens een consument vanwege een misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193c BW of een misleidende omissie als bedoeld in artikel 6:193d BW. Gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst met toepassing van artikel 6:193j lid 3 BW. Eveneens afwijzing op grond van artikel 6:238 lid 2 BW, vanwege onduidelijkheid van een beding in algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/498

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Alkmaar

Zaaknummer/rolnummer: 2960855 \ CV EXPL 14-1071 BL

Uitspraakdatum: 17 september 2014

Vonnis in de zaak van:

de vennootschap onder firma [naam eisende partij] en haar vennoten [A] en [B], gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]

eisende partij

verder ook te noemen: [de reisorganisatie]

gemachtigde: mr. E.L.M. van Montfort-Hendriks, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam

tegen

[naam gedaagde partij], wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

verder ook te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. K.R. van ’t Hoog, werkzaam bij ARAG SE te Leusden

Het procesverloop

1. [de reisorganisatie] heeft bij dagvaarding van 19 maart 2014 een vordering ingesteld. [gedaagde] heeft bij schriftelijk antwoord verweer gevoerd. Vervolgens heeft [de reisorganisatie] een conclusie van repliek genomen, en [gedaagde] een conclusie van dupliek. Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

De feiten

2. De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend of niet betwist.

3. [de reisorganisatie] organiseert en begeleidt motorreizen in het buitenland. Op 26 februari 2013 heeft [gedaagde] via de website van [de reisorganisatie] een pakketreis “Go West Bike Ride” naar de Verenigde Staten van Amerike geboekt voor de periode van 16 september 2013 tot 1 oktober 2013.

4. Op de website van [de reisorganisatie] zijn (voor zover relevant) de volgende teksten [sic]te lezen.

“Een motorreis naar bijvoorbeeld de USA of Zuid-Afrika maak je niet ieder jaar. Wij vinden daarom dat een dergelijke reis tot in de puntjes geregeld moet zijn. Onze reizen zijn geheel verzorgd en in onze prijzen is dan ook alles inbegrepen!!

Geen eigen risico!!!

Bij ons geen eigen risico voor de motoren tijdens onze begeleide tours in de USA en Canada. Onze algemene voorwaarden zijn hierop van toepassing.

Motoren inclusief verzekering

[de reisorganisatie] reserveert voor u de Motoren bij gerenomeerde bedrijven zoals Harley-Dalgemene voorwaardenidson Authorized Rentals en EagleRider. Dit heeft een aantal voordelen:

(…)

De motoren zijn maximaal verzekerd. Je bent ook verzekerd voor schade aan derden middels een WA verzekering. Het verzekerde bedrag is gelijk aan het maximum wat verplicht is in de staat waar de motor wordt gehuurd (liability).

What you dream is what you get … and much more!!!

Onze prijzen zijn compleet en gebaseerd op jonge motoren. Geen zogenaamde ‘vanaf’prijzen waarbij je, na een optelsom vooraf en bijkomende kosten ter plaatse, uiteindelijk duurder uit bent dan je dacht. Kijk en vergelijk goed! Geen toeslagen! Geen Vouchers kopen!

Inbegrepen zijn:

(…)

  • -

    Motorhuur naar keuze

  • -

    Verzekering voor de motor maar ook WA-verzekering voor aansprakelijkheid jegens derden

(…)”

5. Dezelfde teksten zijn te lezen op pagina 5 en 6 van de brochure van [de reisorganisatie] 2013, met dien verstande dat de passage betreffende “Geen eigen risico” in een groter lettertype, vet, onderstreept en in een oranje kader is afgedrukt.

6. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, die zijn afgedrukt op pagina 38 en 39 van de brochure van [de reisorganisatie] 2013. In deze algemene voorwaarden is (onder meer) het volgende [sic] bepaald.

“Borg en verzekering, motorhuur

De deelnemers sluit zelf zijn huurovereenkomst met de motorverhuurder. [de reisorganisatie] staat buiten deze overeenkomst, ook al wordt het huurbedrag door [de reisorganisatie] voldaan.

Voor vertrek dient de deelnemer aan de verhuurder van de motor een borg te betalen, dan wel een creditcard pre-autorisation af te geven voor eventuele ontstane schade aan de motor. Deze borg wordt aan het einde van de tour terugbetaald/ (gecancelled in geval van cc pre-autorisation) als de deelnemer de motor onbeschadigd weer inlevert. De hoogte van de borg verschilt per tour en wordt door de verhuurder van het te huren motorvoertuig bekend gemaakt. Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van noodzakelijke verzekeringen behorende bij een motorreis en het huren en berijden van een motorvoertuig. Deelnemer is verantwoordelijk voor het controleren van deze verzekering en de hoogte van het verzekerde bedrag. Indien deelnemer wenst zich voor een hoger bedrag te verzekeren dient hij dit zelf af te sluiten bij de motorverhuurder/verzekeraar.

[de reisorganisatie] adviseert de deelnemers om zich goed te verzekeren voor ziektekosten, ongevallen, motorschade, aansprakelijkheid jegens derden (ook tijdens het besturen van een gehuurd motorvoertuig), annuleringen en andere reis-gerelateerde zaken.

Geen eigen risico

Op sommige begeleide tours is door [de reisorganisatie] in de USA het eigen risico op nul gesteld. Dit gebeurt echter onder voorwaarden en is elk moment door [de reisorganisatie] weer (ook per deelnemer) terug te draaien.

Het vervallen van het eigen risico vindt plaats op alle begeleide tours die starten in de VS behalve als er een uitzondering is gemaakt. Dit kan voorafgaand aan de tour door [de reisorganisatie] maar ook tijdens de tour door de tourleaders worden aangegeven.

Het eigen risico is te allen tijden wel van toepassing als er sprake is van opzet, het niet goed behandelen van je motor, gebrek aan beheersing van de motor, onheil van buitenaf zoals weersomstandigheden, het gebrek aan verkeersinzicht en het niet houden aan aanwijzingen van de tourleaders.”

7. Op 17 september 2013 heeft [gedaagde] ten behoeve van de reis een huurovereenkomst met betrekking tot een motor gesloten met een verhuurbedrijf in de Verenigde Staten van Amerika. Daarbij heeft [de reisorganisatie] een creditcard ter beschikking gesteld voor de borgstelling, omdat [gedaagde] zelf niet over een creditcard beschikte.

8. Op enig moment tijdens de reis is de motor van [gedaagde] op een iets schuin aflopende parkeerplaats ten val gekomen. Daarbij is schade aan de motor ontstaan. Het verhuurbedrijf heeft daarvoor een bedrag van € 946,10 ten laste van de creditcard van [reisorganisatie] gebracht.

Het geschil

9. [de reisorganisatie] vordert betaling van een bedrag van € 946,10 van [gedaagde]. Ook vordert [de reisorganisatie] betaling van wettelijke rente en € 141,92 voor incassokosten. Daarbij stelt [de reisorganisatie] – kort weergegeven – het volgende. Op basis van de door [gedaagde] gesloten huurovereenkomst en bijbehorende schadeverzekering geldt een eigen risico van $ 2.000,00. In de reisovereenkomst die [gedaagde] met [de reisorganisatie] heeft gesloten is bepaald dat [de reisorganisatie] dit eigen risico afdekt. Aan dit afdekken zijn echter wel voorwaarden verbonden. In dit geval komt het eigen risico voor rekening van [gedaagde], omdat sprake is geweest van opzet, dan wel een niet goede behandeling van de motor door [gedaagde], dan wel een niet goede beheersing van de motor. In de algemene voorwaarden is bepaald dat in die gevallen te allen tijde het eigen risico van toepassing is.

10. [gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daartoe stelt [gedaagde] – samengevat – het volgende. [de reisorganisatie] heeft door haar reclame-uitingen misleidende informatie gegeven. [gedaagde] mocht ervan uitgaan dat dat [de reisorganisatie] zou zorgdragen voor een motorverzekering en voor [gedaagde] geen eigen risico voor de motor bestond. [de reisorganisatie] beroept zich ten onrechte op de “tenzij-clausule” in de algemene voorwaarden. Er is geen sprake geweest van opzet, niet goed behandelen van de motor of onvoldoende beheersing van de motor door [gedaagde]. Ter onderbouwing van dit standpunt legt [gedaagde] bij antwoord diverse verklaringen van medereizigers over. Ook is het beroep van [de reisorganisatie] op de algemene voorwaarden onder de gegeven omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat dit beroep aan willekeur onderhevig is. Vooraf is niet duidelijk in welke expliciete gevallen wel of geen sprake is van eigen risico. Indien en voor zover het eigen risico voor rekening van [gedaagde] zou komen beroept [gedaagde] zich op het uitblijven van schade beperkend handelen aan de zijde van [de reisorganisatie].

11. Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

12. Tussen partijen is niet in geschil dat schade is ontstaan aan de door [gedaagde] ten behoeve van de door [de reisorganisatie] georganiseerde reis gehuurde motor, dat deze schade

€ 946,10 bedraagt en onder het eigen risico van de (kennelijk door [gedaagde] in combinatie met de huurovereenkomst afgesloten) motorverzekering valt. Verder zijn partijen het erover eens dat dit eigen risico op grond van de tussen hen gesloten overeenkomst (in beginsel) voor rekening komt van [de reisorganisatie]. Toch vordert [de reisorganisatie] in deze zaak betaling van een bedrag van € 946,10 van [gedaagde], en beroept zich daarvoor op haar algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat (onder meer) in geval van opzet, een niet goede behandeling of niet goede beheersing van de motor te allen tijde het eigen risico wel van toepassing is.

13. [gedaagde] voert tot haar verweer aan dat [de reisorganisatie] door haar reclame-uitingen misleidende informatie heeft gegeven. De kantonrechter vat dit op als een beroep op afdeling 3A van titel 3 van Boek 6 Burgerlijk Wetboek (BW) betreffende oneerlijke handelspraktijken, en meer specifiek op de misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193c BW of de misleidende omissie als bedoeld in artikel l:193d BW. Dit verweer slaagt en de kantonrechter overweegt daarover het volgende.

14. [gedaagde] heeft de motorreis geboekt via de website van [de reisorganisatie]. In de wervende tekst op deze website staat in niet mis te verstane bewoordingen, en qua lay-out op niet te missen wijze vermeld dat de motoren maximaal verzekerd zijn, dat dit is inbegrepen in de prijs van [de reisorganisatie], en dat voor motoren tijdens de tours in de USA geen eigen risico geldt. Weliswaar wijst [de reisorganisatie] er daarbij op dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, maar nergens in de tekst wordt expliciet verwezen naar de in die voorwaarden opgenomen uitzonderingen, of anderszins enig voorbehoud gemaakt. Ook wordt daarbij niet aangegeven op welke wijze de algemene voorwaarden te raadplegen zijn. In de algemene voorwaarden zoals die zijn afgedrukt op de laatste twee pagina’s van de papieren brochure van [de reisorganisatie] is echter bepaald dat iedere deelnemer zelf verantwoordelijk is voor het afsluiten van de noodzakelijke verzekeringen behorende bij een motorreis, hetgeen volstrekt in tegenspraak is met de hiervoor bedoelde reclametekst. Ten aanzien van het eigen risico staat in de algemene voorwaarden dat het op nul stellen daarvan op elk moment door [de reisorganisatie] is terug te draaien, en wordt een scala van situaties genoemd waarin het eigen risico te allen tijde wel van toepassing is. Deze situaties zijn zodanig ruim omschreven dat [de reisorganisatie] feitelijk altijd naar eigen inzicht het eigen risico van toepassing kan verklaren.

15. Het aanbieden van motorreizen zonder eigen risico voor de motoren is een extra service die geboden wordt ten einde zich te onderscheiden van de concurrentie, aldus [de reisorganisatie] in de dagvaarding onder punt 20. Deze strategie is in dit geval effectief gebleken, nu [gedaagde] aangeeft dat zij - hoewel [de reisorganisatie] niet de goedkoopste aanbieder was - de reis juist bij [de reisorganisatie] heeft geboekt vanwege de all-in prijs en het ontbreken van een eigen risico, om onaangename financiële verrassingen achteraf te vermijden.

16. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat [de reisorganisatie] informatie heeft verstrekt op een wijze die de gemiddelde consument misleidt. Bovendien is er sprake van een misleidende omissie, nu essentiële informatie is weggelaten dan wel verborgen gehouden, dan wel op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze is verstrekt, waardoor de gemiddelde consument een besluit kan nemen over het aangaan van een overeenkomst dat hij anders niet had genomen. Daarmee is sprake van een oneerlijke handelspraktijk.

17. [gedaagde] voert tot haar verweer aan dat de “tenzij-clausule” in de algemene voorwaarden niet van toepassing is omdat deze in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Onder aanvulling van de rechtsgronden vat de kantonrechter dit verweer op als een beroep op het recent aan artikel 6:193j BW toegevoegde derde lid (in werking getreden op 13 juni 2014), op grond waarvan een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen vernietigbaar is. Het beroep op deze vernietigingsgrond slaagt voor zover het betreft de “tenzij-clausule” in de algemene voorwaarden, zodat de op deze clausule gebaseerde vordering van [de reisorganisatie] als ongegrond moet worden afgewezen.

18. Ook gelet op artikel 6:238 lid 2 BW, op grond waarvan onduidelijkheid van een beding in algemene voorwaarden voor rekening en risico komt van de gebruiker daarvan, is de vordering van [de reisorganisatie] niet toewijsbaar. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter van oordeel dat het beding in de algemene voorwaarden waarop [de reisorganisatie] haar vordering baseert, in combinatie met de onder de feiten geciteerde teksten op de website en op pagina 5 en 6 van de brochure, zodanig onduidelijk en onbegrijpelijk is dat deze niet aan [gedaagde] is tegen te werpen.

19. Daarbij komt dat, voor zover de algemene voorwaarden op het punt van het eigen risico wel helder waren geweest, het enkele feit dat de motor van [gedaagde] is omgevallen op een licht schuin aflopende parkeerplaats onvoldoende is om te concluderen dat deze situatie onder de “tenzij-clausule” valt. De enkele omstandigheid dat de val het gevolg is geweest van het onjuist inschatten van de ondergrond van de parkeerplaats waardoor de motor is gevallen is niet per definitie een gebrek aan beheersing van de motor door [gedaagde], laat staan van opzet of het niet goed behandelen van de motor.

20. De vordering van [de reisorganisatie] wordt dan ook als ongegrond afgewezen. Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd kan buiten verdere bespreking blijven, omdat dit niet tot een ander oordeel zal leiden.

21. De uitslag van de procedure brengt mee dat de proceskosten voor rekening van [de reisorganisatie] komen.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst de vordering af.

Veroordeelt [de reisorganisatie] in de proceskosten, die tot heden voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 200,00 voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde]).

Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 17 september 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter