Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:9373

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
20-08-2014
Datum publicatie
14-10-2014
Zaaknummer
AWB - 13 _ 1844
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt ambtshalve het volgende. Het beroepschrift is ingediend en ondertekend door Jos van de Pol, waarnemend directeur van de Milieufederatie Noord-Holland. Uit het dossier is niet gebleken, hetgeen ter zitting namens eiseres desgevraagd is bevestigd, dat een bestuursbesluit om de vereniging te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 6, aanhef en onder a, van de instructie, is genomen, dan wel dat door de voorzitter, de secretaris of de penningmeester de in dit artikel bedoelde toestemming is verleend. Gelet daarop was de waarnemend directeur niet gemachtigd het beroep in te stellen. Voor haar standpunt vindt de rechtbank steun in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX5261). De stelling van eiseres ter zitting dat een bestuursbesluit of toestemming niet was vereist, kan, gelet op de inhoud van de statuten van de vereniging en de daarop gebaseerde instructie niet worden gevolgd. Het door eiseres bij brief van 2 juni 2014 overgelegde uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel doet aan het voorgaande evenmin af, nu op grond daarvan niet kan worden vastgesteld dat Van de Pol gemachtigd was namens de vereniging beroep in te stellen, te minder nu uit het uittreksel blijkt dat de directeur een beperkte volmacht heeft en dat de opgave, waaruit volgens het uittreksel de beperkende bepalingen aangaande de bevoegdheid van de directeur zouden moeten blijken, ontbreekt. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht, geldigheid: 2014-10-14
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 13/1844

uitspraak van de meervoudige kamer van 20 augustus 2014 in de zaak tussen

de vereniging Milieufederatie Noord-Holland, te [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. S. Grasboer),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon, verweerder (gemachtigde: ing. D. Treffers).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde partij], te[woonplaats]

(gemachtigde: Mr. P.P.A. Bodden).

Procesverloop

Bij besluit van 30 juli 2013, verzonden op 18 september 2013, heeft verweerder aan derde-partij (vergunninghouder) omgevingsvergunning verleend voor onder meer het realiseren van twee pluimveestallen, tussenbouwen, een kuikenlaadstation, voersilo’s, een bijgebouw en een bedrijfswoning op het perceel [locatie].

Namens eiseres is tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2014. Eiseres is ter zitting vertegenwoordigd door [naam 1], bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door mr. D. Brouwer, ing. H.A. Struiken-Boudier en

ing. D. Treffers. Vergunninghouder is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en
[naam 2].

Overwegingen

1.1 Op grond van artikel 13, eerste lid, van de statuten van de Milieufederatie Noord-Holland kan het bestuur een directeur benoemen teneinde leiding te geven aan de werkzaamheden van de vereniging. De voorwaarden van aanstelling worden in een arbeidscontract geregeld, terwijl de taken en bevoegdheden worden vastgelegd in een te dier zake door het bestuur nader vast te stellen instructie. Daarbij wordt tevens geregeld of en in hoeverre vertegenwoordigingsbevoegdheid ten behoeve van de vereniging aan de directeur wordt gedelegeerd.

Op grond van artikel 6, aanhef en onder a van de instructie inzake de taken en bevoegdheden van de directeur van de vereniging “Vereniging Milieufederatie Noord-Holland” (hierna: de Instructie) is de directeur bevoegd de vereniging te vertegenwoordigen in rechte ter uitvoering van een daartoe strekkend bestuursbesluit en in spoedeisende gevallen met toestemming van de voorzitter, de secretaris of de penningmeester, welke toestemming per e‑mail of enig ander gangbaar communicatiemiddel kan worden verstrekt; hij kan deze bevoegdheid tot vertegenwoordiging per geval overdragen aan hetzij een advocaat hetzij een met de vereniging bij een bepaalde procedure of andere rechtsgang samenwerkende instelling met een soortgelijk of aanverwant doel.

1.2 De rechtbank overweegt ambtshalve het volgende. Het beroepschrift is ingediend en ondertekend door [naam 3], waarnemend directeur van de Milieufederatie Noord-Holland. Uit het dossier is niet gebleken, hetgeen ter zitting namens eiseres desgevraagd is bevestigd, dat een bestuursbesluit om de vereniging te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 6, aanhef en onder a, van de instructie, is genomen, dan wel dat door de voorzitter, de secretaris of de penningmeester de in dit artikel bedoelde toestemming is verleend. Gelet daarop was de waarnemend directeur niet gemachtigd het beroep in te stellen. Voor haar standpunt vindt de rechtbank steun in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 augustus 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX5261). De stelling van eiseres ter zitting dat een bestuursbesluit of toestemming niet was vereist, kan, gelet op de inhoud van de statuten van de vereniging en de daarop gebaseerde instructie niet worden gevolgd. Het door eiseres bij brief van 2 juni 2014 overgelegde uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel doet aan het voorgaande evenmin af, nu op grond daarvan niet kan worden vastgesteld dat Van de Pol gemachtigd was namens de vereniging beroep in te stellen, te minder nu uit het uittreksel blijkt dat de directeur een beperkte volmacht heeft en dat de opgave, waaruit volgens het uittreksel de beperkende bepalingen aangaande de bevoegdheid van de directeur zouden moeten blijken, ontbreekt.

1.3 Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.

2.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kaajan, voorzitter, mr. drs. J.H.A.C. Everaerts en mr. M. Kraefft, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.