Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:9298

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-10-2014
Datum publicatie
18-12-2014
Zaaknummer
C-15-210138 - HA ZA 14-21
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2015:2724, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ongeval tijdens vakantie als gevolg van lekkage in doucheruimte hotel. Tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst. Beroep reisorganisator op schending klachtplicht faalt. Reisorganisator aansprakelijk voor schade.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 507
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2015/87
JA 2015/22
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/210138 / HA ZA 14-21

Vonnis van 8 oktober 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.W. Janssens,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

kantoorhoudende te Lijnden,

gedaagde,

advocaat mr. P.M. Meijer.

Partijen zullen hierna [eiser] en Corendon genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 april 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 13 augustus 2014 en de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 24 maart 2012 heeft [eiser] via de website van Corendon voor hem en zijn echtgenote een reis naar Macedonië geboekt voor de periode 21 tot en met 28 augustus 2012. In de reis waren onder meer begrepen het vervoer per vliegtuig naar en van Macedonië en een verblijf van zeven dagen in hotel Desaret. De totale reissom bedroeg € 570,50.

2.2.

Bij e-mail van 26 maart 2012 heeft Corendon de boeking van [eiser] bevestigd.

2.3.

Op de reisovereenkomst waren de ANVR-reisvoorwaarden (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing. Voor zover hier van belang bepalen die voorwaarden het volgende:

“[…]

Artikel 19 Klachten tijdens de reis

  1. Een tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst als bedoeld in artikel 15 lid 2 dient ter plaatse zo spoedig mogelijk gemeld te worden zodat naar een oplossing kan worden gezocht. Daarvoor moet de reiziger zich – in deze volgorde – melden bij: de betrokken dienstverlener, de reisleiding of, als deze niet aanwezig of bereikbaar is, de reisorganisator. Indien de tekortkoming niet wordt opgeheven en afbreuk doet aan de kwaliteit van de reis moet deze in ieder geval onverwijld worden gemeld bij de reisorganisator in Nederland.

  2. Als een tekortkoming ter plaatse niet bevredigend wordt opgelost, zorgt de reisorganisator voor een adequate mogelijkheid om deze in de vorm van een klacht schriftelijk op de voorgeschreven wijze vast te leggen (klachtrapport).

  3. De reisorganisator zorgt voor informatie in de reisbescheiden inzake de ter plaatse te volgen procedure, de contactgegevens en bereikbaarheid van betrokkenen.

  4. De communicatiekosten worden door de reisorganisator vergoed, tenzij blijkt dat deze redelijkerwijs niet hadden behoeven te worden gemaakt.

  5. Indien de reiziger niet aan de meldingsplicht en klachtrapportage heeft voldaan en de dienstverlener of de reisorganisator daardoor niet in de gelegenheid is gesteld de tekortkoming te verhelpen, kan zijn eventuele recht op schadevergoeding worden beperkt of uitgesloten.

NA DE REIS

Artikel 20 Klachten na de reis

  1. Als een klacht niet bevredigend is opgelost, moet deze uiterlijk binnen één maand na afloop van de reis (c.q. de genoten dienst) of na de oorspronkelijke vertrekdatum als de reis geen doorgang heeft gevonden, schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij de reisorganisator of het boekingskantoor. De reiziger voegt daar een kopie van het klachtrapport bij.

  2. […]

  3. Indien de reiziger de klacht niet tijdig indient, wordt deze door de reisorganisator niet in behandeling genomen, tenzij de reiziger hiervoor redelijkerwijs geen verwijt treft. De reisorganisator geeft de reiziger hierover schriftelijk of langs elektronische weg bericht.

  4. De reisorganisator zal uiterlijk één maand na ontvangst van de klacht schriftelijk een inhoudelijke reactie geven.

2.4.

[eiser], toen 66 jaar oud, en zijn echtgenote hebben op 21 augustus 2012 hun intrek genomen in hotel Desaret in Macedonië. In het hotel was namens Corendon een reisleider, [reisleider] genaamd, aanwezig.

2.5.

Op 25 augustus 2012 is [eiser] in de doucheruimte van de hotelkamer ten val gekomen als gevolg waarvan hij letsel aan zijn schouder heeft opgelopen. [eiser] is uiteindelijk in Nederland door een orthopedisch chirurg aan zijn schouder geopereerd. Hij ondervindt nog steeds beperkingen als gevolg van zijn val.

2.6.

De echtgenote van [eiser] heeft – voor zover van belang – de volgende schriftelijke verklaring afgelegd:

“ […]

Op het ongeval van 25-8-2012 kan ik het volgende verklaren.

Op onze 2.de vakantie dag bleek na het douchen de ruimte buiten de Douche cabine onder water was gelopen. Wij hebben tot 2 keer toe verzocht om een andere kamer maar die was er volgens de reisleider niet.

Dit is op zaterdag geresulteerd in het komen vallen van mijn man hij was uitgegleden door water en zeep resten op de douche vloer ondanks dat er een extra handdoek op de vloer was gelegd.

Ik zat in de kamer te wachten en zag mijn man naar buiten uit de douch vallen en had er veel pijn.

We zijn naar de reisleiding gegaan en later naar het ziekenhuis voor foto’s

Hier bleek dat de schouder niet was gebroken bij nader onderzoek in Nederland bleek het afgescheurde spieren te zijn.”

2.7.

Na terugkomst heeft [eiser] op 29 augustus 2012 via de website www.klacht.nl een klacht over zijn reis ingediend. Dezelfde dag heeft [eiser] de volgende email ontvangen:

“ Van: “Corendon”<clientenservice@corendon.nl>

Datum: woensdag 29 augustus 2012 9:25

Aan: […]

Onderwerp: Uw klacht is door het bedrijf in behandeling genomen!

We hebben uw klacht, getiteld “40 jarig huwelijk vakantie” in behandeling genomen.

[…]

Met vriendelijke groet,

Corendon

[…]

Door het gebruik van KLACHT.nl gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden van KLACHT.nl

[…]”.

2.8.

Bij brief van 11 oktober 2012 heeft Corendon als volgt gereageerd op de door [eiser] ingediende klacht:

“[…]

Naar aanleiding van uw reactie met betrekking tot de bij Corendon Vliegvakanties geboekte reis, willen wij u berichten.

[…]

U heeft er voor gekozen om uw klacht via QQLQ/klacht.nl te communiceren. Dit is een website van derden en wij zijn niet verantwoordelijk voor de inhoud hiervan. Indien men een klacht heeft, dient deze binnen één maand na afloop van de reis naar de touroperator verzonden te worden, waarbij de touroperator van de klacht op de hoogte wordt gesteld. U heeft ons dan ook niet binnen één maand na terugkomst van de klacht op de hoogte gesteld.

[…].”

2.9.

Bij brief van 5 februari 2013 heeft Corendon – kort gezegd – KLACHT.nl gesommeerd om op haar website te vermelden dat Corendon niet is aangesloten bij KLACHT.nl en klachten niet in behandeling kan nemen.

2.10.

Bij dagvaarding van 19 maart 2013 is Corendon een kort geding tegen KLACHT.nl gestart waarin zij – samengevat – onder meer heeft gevorderd KLACHT.nl te veroordelen op iedere pagina van de website waarop is weergegeven ‘Corendon’ te vermelden dat Corendon niet is aangesloten bij klacht.nl en klachten niet in behandeling kan nemen en dat een klacht conform de ANVR-consumentenvoorwaarden dient te worden ingediend bij Corendon. Uit het in die zaak gewezen vonnis van 24 mei 2013 blijkt dat Corendon vanaf 9 november 2009 tot 1 januari 2013 aangesloten is geweest bij KLACHT.nl met een Connect-pakket. Met dat pakket had Corendon toegang tot een aantal gegevens van klager en had zij de mogelijkheid de status van klachten te wijzigen in “in behandeling” of “opgelost”.

2.11.

Op 29 juli 2014 heeft de lokale reisagent in Macedonië de volgende email aan Corendon gezonden:

“ Immediately after receiving your email, we started to work on this request regarding voucher No.1841762 Ms. [eiser] A. from 21.08 – 28.08.2012.

We contact hotel Desaret directly and from the management of the hotel they said that they don’t have any written reports or complains for this and the employees in the hotel don’t remember that there was a case like this two years ago.

Also in our archive, in our e-mails we don’t have any documents or e-mails that something like this happened and there is no record for this and we were not informed.”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

  1. te verklaren voor recht dat Corendon aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel, welke schade het gevolg is van het voorval op 25 augustus 2012;

  2. Corendon te veroordelen tot vergoeding van alle door [eiser] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het voorval op 25 augustus 2012, welke schade opgemaakt dient te worden bij staat en vereffend volgens de wet;

  3. Corendon te veroordelen in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser] legt – kort gezegd – aan zijn vorderingen ten grondslag dat zijn reis niet is verlopen overeenkomstig de verwachtingen die hij op grond van de met Corendon gesloten reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben, zodat Corendon gehouden is de geleden schade te vergoeden.

3.3.

Corendon voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Klachtplicht

4.1.

De rechtbank zal eerst ingaan op het meest verstrekkende verweer van Corendon, namelijk dat [eiser] niet tijdig en op de juiste wijze als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de algemene voorwaarden heeft geklaagd, zodat zij de klacht niet in behandeling hoeft te nemen en [eiser] de hem wegens non-conformiteit toekomende bevoegdheden op grond van artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft verloren.

4.2.

Niet in geschil is dat de algemene voorwaarden van Corendon op de reisovereenkomst van toepassing zijn. In artikel 19 lid 1 van die voorwaarden is bepaald dat een tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst ter plaatse zo spoedig mogelijk gemeld moet worden en dat de reiziger zich daarvoor – in die volgorde – moet melden bij de betrokken dienstverlener, de reisleiding of, als deze niet aanwezig of bereikbaar is, de reisorganisator. Wordt de tekortkoming niet opgeheven en doet die afbreuk aan de kwaliteit van de reis, dan moet die in ieder geval onverwijld worden gemeld bij de reisorganisator in Nederland. Corendon stelt dat [eiser] niet aan deze voorwaarde heeft voldaan, omdat hij zijn klacht niet ter plaatse heeft gemeld en evenmin onverwijld (vanuit Macedonië) bij Corendon in Nederland. [eiser] betwist dat hij niet aan de voorwaarde heeft voldaan en stelt dat hij na ontdekking van de lekkage tweemaal (op verschillende dagen) bij de reisleider van Corendon ter plaatse heeft geklaagd. Ter comparitie heeft [eiser] dat als volgt toegelicht: “De eerste dag na aankomst in het hotel ging ik douchen en toen kwam de vloer van de doucheruimte blank te staan. Het water liep onder de douchecabine vandaan. Er stond ongeveer één centimeter water in de doucheruimte naast de douchebak. Op de vloer lagen oude tegels waar een laag zeep op zat. Het was spiegelglad en er was geen antislipmat. Wij zijn niet meer de jongsten en het was te gevaarlijk voor ons. Wij zijn daarop naar de reisleider, [reisleider], gegaan en hebben om een andere kamer gevraagd. [reisleider] heeft het personeel van het hotel verzocht de douche te repareren. Een andere kamer was niet beschikbaar. De volgende dag stond er weer water op de douchevloer. De douche was dus niet gerepareerd. Wij zijn wederom naar [reisleider] gegaan en hebben weer om een andere kamer verzocht, omdat het echt te gevaarlijk was. [reisleider] heeft ons toen gezegd dat er naar gekeken zou worden en dat het wel goed zou komen. Hij heeft ons geen klachtformulier gegeven en ons ook niet doorverwezen naar Corendon. Toen ik de dag daarna weer ging douchen, heb ik handdoeken op de vloer van de doucheruimte gelegd om slip te voorkomen. Toen ik uit de douchebak stapte, gleden de handdoeken weg over het water en viel ik op mijn zij de hotelkamer in. Ik had heel veel pijn en ben naar beneden naar [reisleider] gegaan. Hij heeft een taxi voor ons gebeld en die heeft ons naar het ziekenhuis gebracht. [reisleider] is met zijn privé auto achter ons aan gereden. Het was zijn eigen auto, niet een met een logo van Corendon. [reisleider] sprak Macedonisch en heeft voor ons vertaald. Hij zei tegen ons dat wij nergens achteraan hoefden te gaan en dat hij alles zou regelen met Corendon. Alles zou goed komen. Toen wij terug kwamen uit het ziekenhuis, kregen wij ter compensatie een maaltijd van het hotel aangeboden, omdat zij het erg vonden wat er gebeurd was. Er was ook een andere kamer geregeld. Al onze spullen waren daar al naartoe verhuisd. De nieuwe hotelkamer was wel in orde. Door de pijn had ik niets meer aan de vakantie en wij hebben gevraagd of wij eerder terug naar huis konden, maar dat was niet mogelijk.”

4.3.

De echtgenote van [eiser] heeft in haar schriftelijke verklaring (zie 2.6) bevestigd dat de doucheruimte onder water liep en dat daarvan twee keer melding is gemaakt bij de reisleider.

4.4.

De betwisting van Corendon dat [eiser] bij de reisleider heeft geklaagd is tegenover de hiervoor weergegeven concrete en gedetailleerde verklaring van [eiser], onvoldoende onderbouwd. De verklaring van [eiser] wordt bovendien - weliswaar in algemene bewoordingen - bevestigd in de schriftelijke verklaring van zijn echtgenote. Anders dan Corendon meent, brengt het enkele feit dat het een verklaring van de echtgenote betreft nog niet mee dat aan die verklaring geen waarde kan worden gehecht. Waar het vervolgens op de weg van Corendon had gelegen om ter onderbouwing van haar betwisting dat door [eiser] over lekkage is geklaagd in ieder geval een schriftelijke verklaring van de betreffende reisleider in het geding te brengen, heeft Corendon volstaan met een verwijzing naar het feit dat noch het hotel noch de lokale reisagent de lekkage c.q. klachten daarover in de administratie hebben geregistreerd en werknemers van het hotel zich niet kunnen herinneren dat een dergelijk voorval heeft gespeeld. Nog daargelaten dat uit het feit dat geen lekkage c.q. klachten daarover in de administratie zijn terug te vinden niet zonder meer kan worden afgeleid dat de klachten ook niet zijn geuit, kan aan het niet vinden van de klachten dan wel het niet herinneren van het voorval door medewerkers van het hotel bovendien minder waarde worden gehecht nu Corendon daarover pas omstreeks juli 2014, bijna twee jaar na de val van [eiser], navraag heeft gedaan bij de lokale reisagent. Dit terwijl de klacht van [eiser] in ieder geval (zoals hierna uit r.o. 4.6 zal blijken) in september 2012 al bij Corendon bekend was. Corendon heeft erop gewezen dat zij destijds geen navraag heeft gedaan, omdat zij van mening was dat zij de klacht van [eiser] niet in behandeling hoefde te nemen. De keuze om op dat moment geen onderzoek te doen naar de klacht met het risico dat informatie op een later moment niet meer verkregen kan worden, komt voor rekening en risico van Corendon. Het (voor intern gebruik) doen van navraag bij de reisleider en het hotel stond immers niet in de weg aan het tegenover [eiser] handhaven van het standpunt dat Corendon de klacht niet in behandeling hoefde te nemen. Het gevolg van die keuze is in ieder geval dat Corendon in deze procedure haar betwisting van de stelling van [eiser] dat hij bij de reisleider heeft geklaagd niet voldoende heeft onderbouwd, zodat de rechtbank van de juistheid van die stelling zal uitgaan.

4.5.

[eiser] stelt voorts dat de lekkage ondanks zijn klachten niet is opgelost. Vaststaat dat [eiser] daarover niet vanuit Macedonië bij Corendon in Nederland heeft geklaagd, maar dat kan [eiser] in dit geval niet worden tegengeworpen. De meldingsplicht dient ertoe de reisorganisator in staat te stellen de klacht nog tijdens de reis op te lossen en die gelegenheid heeft Corendon voldoende gehad na het (meermaals) melden van de klacht bij haar reisleider. Corendon is dan ook niet in haar belang geschaad door het niet vanuit Macedonië aan haar melden van de klacht. Het kan [eiser] bovendien niet worden verweten dat hij de reisleider (en daarmee Corendon) enige tijd heeft gegund om de tekortkoming te (laten) verhelpen en niet meteen bij Corendon in Nederland heeft geklaagd over het niet oplossen van de lekkage. Na zijn val heeft [eiser] – zo is door hem onweersproken gesteld – wel een andere kamer gekregen en daarmee was de tekortkoming wat de lekkage betreft voor hem opgelost. Melding van de klacht aan Corendon in Nederland was daarna niet meer nodig, omdat er niets meer te verhelpen viel. Corendon kan dan ook geen geslaagd beroep doen op artikel 19 van de algemene voorwaarden.

4.6.

Corendon voert voorts het verweer dat [eiser] niet overeenkomstig artikel 20 van de algemene voorwaarden binnen één maand na afloop van de reis rechtstreeks en schriftelijk bij Corendon heeft geklaagd. Niet in geschil is dat [eiser] op de dag na terugkomst in Nederland een klacht heeft geplaatst op de website www.klacht.nl. Partijen verschillen van mening over de vraag of [eiser] daarmee mocht volstaan. Bij de beantwoording van die vraag is van belang dat Corendon op de datum waarop [eiser] zijn klacht op www.klacht.nl plaatste was aangesloten bij KLACHT.nl met een Connect-pakket. Corendon had daarmee – zo blijkt uit het overlegde vonnis van de voorzieningenrechter (zie 2.10) – toegang tot alle op die site over haar ingediende klachten alsmede over de gegevens van klagers. Ook had Corendon de mogelijkheid de status van klachten te wijzigen in ‘in behandeling’ of ‘opgelost’. Ter zitting is door Corendon verklaard dat zij destijds ook daadwerkelijk gebruik maakte van haar toegang tot KLACHT.nl en wekelijks, maar in ieder geval maandelijks, de ingediende klachten bekeek en ook op klachten reageerde. Vaststaat dat Corendon de door [eiser] via www.klacht.nl ingediende klacht heeft gelezen en daarop bij brief van 11 oktober 2012 heeft gereageerd. Nu [eiser] zijn klacht op 29 augustus 2012 op www.klacht.nl heeft geplaatst, moet worden aangenomen dat Corendon – zo volgt immers uit haar eigen verklaring – in ieder geval binnen één maand na afloop van de reis, dus eind september 2012, kennis heeft genomen van die klacht. Vanaf dat moment was Corendon in de gelegenheid (de gegrondheid van) de klacht nader te onderzoeken. Corendon is dan ook niet in haar belang geschaad door het niet rechtstreeks en schriftelijk melden van de klacht door [eiser] en zij kan zich er reeds om die reden niet op beroepen dat de klacht van [eiser] niet is ingediend overeenkomstig artikel 20 van de algemene voorwaarden.

4.7.

Overigens komt Corendon ook in het geval zij niet binnen één maand na afloop van de reis kennis heeft genomen van de via www.klacht.nl door [eiser] ingediende klacht geen beroep op artikel 20 van de algemene voorwaarden toe. Vaststaat dat [eiser] op de dag waarop hij zijn klacht via www.klacht.nl indiende een e-mailbericht heeft ontvangen waarin werd bevestigd dat zijn klacht door Corendon in behandeling was genomen. Als afzender van het emailbericht (zie 2.7) werd “Corendon” genoemd en het e-mailadres van de verzender was “clientenservice@corendon.nl”. Het e-mailbericht was ondertekend met “Met vriendelijke groet, Corendon”. [eiser] voert aan dat hij er op basis van dit e-mailbericht vanuit is gegaan dat zijn klacht door Corendon in behandeling was genomen. De rechtbank is van oordeel dat [eiser] daar op grond van de informatie in het e-mailbericht redelijkerwijs ook vanuit mocht gaan. De verwijzing in het e-mailbericht naar de algemene voorwaarden van KLACHT.nl maakt dat niet anders. Corendon was al sinds november 2009 bij KLACHT.nl aangesloten en was er – zo is ter zitting gebleken – mee bekend dat door of via KLACHT.nl e-mailberichten naar klagers werden verstuurd met vermelding van het aan Corendon toebehorende emailadres “clientenservice@corendon.nl” als afzender en ondertekend met “Met vriendelijke groet, Corendon”. Corendon had zich kunnen en ook moeten realiseren dat dergelijke e-mailberichten bij klagers de indruk (kunnen) wekken dat Corendon de klacht inderdaad in behandeling heeft genomen en dat zij verder geen actie hoeven ondernemen. Het had dan ook op de weg van Corendon gelegen de verzending van dergelijke e-mailberichten door of via KLACHT.nl te (doen) staken en klagers erop te attenderen dat het indienen van een klacht via www.klacht.nl niet volstaat. Corendon heeft pas in 2013 – dus na het indienen van de klacht door [eiser] – actie ondernomen in de richting van KLACHT.nl en haar gesommeerd op de website te vermelden dat Corendon niet bij KLACHT.nl is aangesloten en via www.klacht.nl ingediende klachten niet in behandeling worden genomen. Onder die omstandigheden treft [eiser] redelijkerwijs geen verwijt dat hij zijn klacht niet tijdig schriftelijk bij Corendon heeft ingediend, maar heeft volstaan met het melden van zijn klacht op www.klacht.nl . Ingevolge artikel 20 lid 3 van de door Corendon gehanteerde algemene voorwaarden had Corendon de klacht van [eiser] dan ook niet buiten behandeling mogen laten en komt Corendon geen beroep toe op verval van de aan [eiser] vanwege non-conformiteit toekomende bevoegdheden.

4.8.

Nu Corendon zich niet met succes kan beroepen op schending van de klachtplicht, komt de rechtbank toe aan de vraag of sprake is van een tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst.

Tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst

4.9.

Tussen partijen is niet in geschil dat de tussen hen tot stand gekomen reisovereenkomst gekwalificeerd moet worden als een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op de reisovereenkomst is derhalve titel 7 van boek 7A BW van toepassing.

4.10.

Artikel 7:507 lid 1 BW verplicht de reisorganisator tot uitvoering van de reisovereenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. [eiser] stelt dat Corendon niet aan deze verplichting heeft voldaan en dat hij daardoor schade heeft geleden. Er was – zo stelt [eiser] – sprake van lekkage in de doucheruimte van de hotelkamer waardoor tijdens het douchen een laag water op de tegelvloer kwam te staan. In combinatie met gladde tegels en het ontbreken van een antislipmat leidde dat tot een gevaarlijke situatie. Ondanks tweemaal klagen bij de reisleider is de lekkage niet verholpen en is geen andere kamer beschikbaar gesteld, aldus [eiser]. Ter comparitie heeft [eiser] het door hem gestelde toegelicht als weergegeven onder r.o. 4.2.

4.11.

Corendon betwist dat sprake was van lekkage in de doucheruimte van de hotelkamer en voert ter onderbouwing van haar betwisting aan dat er door [eiser] geen foto’s zijn overgelegd waaruit de lekkage blijkt en wijst er wederom op dat noch in de administratie van de lokale reisagent, noch in die van het hotel een klacht over een lekkage is geregistreerd.

4.12.

De rechtbank overweegt dat [eiser] concreet en gedetailleerd feiten en omstandigheden heeft gesteld met betrekking tot de lekkage welke stellingen – in algemene bewoordingen – worden onderbouwd met een schriftelijke verklaring van zijn echtgenote. Onjuist is de veronderstelling van Corendon dat door [eiser] enkel aan de stelplicht kan worden voldaan door het overleggen van foto’s van de lekkage. Corendon heeft hetgeen door [eiser] concreet en gedetailleerd is gesteld onvoldoende gemotiveerd weersproken. Ook hier had het op de weg van Corendon gelegen om haar betwisting dat sprake was van lekkage in ieder geval te onderbouwen met een schriftelijke verklaring van de reisleider en kon niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar het feit dat de lekkage niet in de administratie van het hotel en de reisagent staat geregistreerd en werknemers van het hotel zich niet kunnen herinneren dat een dergelijk voorval heeft gespeeld. Nu Corendon de stelling van [eiser] dat sprake was van lekkage niet voldoende heeft betwist, zal de rechtbank van de juistheid van die stelling uitgaan. Dat betekent dat in deze procedure vaststaat dat sprake was van lekkage in de doucheruimte waardoor tijdens het douchen een laag water op de tegelvloer kwam te staan.

4.13.

Algemeen bekend is dat een natte tegelvloer over het algemeen glad is waardoor een reële kans bestaat op uitglijden en vallen. Die kans zal toenemen naarmate er meer water op de vloer ligt en zeepresten op de vloer aanwezig zijn, zoals door [eiser] gesteld en onvoldoende door Corendon weersproken. De kans dat iemand uitglijdt en daarbij – mogelijk gecompliceerd – letsel ontstaat is reëel, zeker bij iemand die al wat ouder is, zoals [eiser]. Reizigers mogen verwachten dat de doucheruimte in een hotelkamer veilig is en de doucheruimte in het hotel voldeed dan ook niet aan eisen die daaraan redelijkerwijs gesteld mogen worden. Hiervoor is reeds vastgesteld dat [eiser] tweemaal over de lekkage en de daardoor ontstane gevaarlijke situatie heeft geklaagd bij de reisleider. Door Corendon is niet weersproken dat – ondanks toezegging dat het probleem opgelost zou worden – de lekkage niet is verholpen, [eiser] geen andere kamer heeft gekregen en ook geen andere (eenvoudig te treffen) maatregelen zoals het plaatsen van een antislipmat zijn genomen om de gevaarlijke situatie op te heffen of te verminderen. Niet alleen heeft het hotel – als hulppersoon van Corendon – hiermee onzorgvuldig gehandeld, maar ook is niet voldaan aan de in artikel 7:507 lid 3 BW opgenomen verplichting om de reiziger hulp en bijstand te verlenen.

4.14.

Nu als gevolg van lekkage in de doucheruimte van de hotelkamer een gevaarlijke situatie is ontstaan en de lekkage ondanks klachten van [eiser] niet is verholpen en evenmin maatregelen zijn getroffen om de gevaarlijke situatie op te heffen, moet geconcludeerd worden dat de reis niet is verlopen overeenkomstig de verwachtingen die [eiser] op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Dat betekent dat sprake is van een tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst als bedoeld in artikel 7:507 BW.

Causaal verband tekortkoming en schade

4.15.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of de val waardoor [eiser] letsel heeft opgelopen is veroorzaakt door de tekortkoming van Corendon. [eiser] stelt dat hij is gevallen toen hij uit de douchebak op de door hem op de vloer van de doucheruimte neergelegde handdoeken stapte en deze handdoeken weggleden over de natte tegelvloer. De echtgenote van [eiser] heeft deze toedracht van de val in haar schriftelijke verklaring bevestigd.

4.16.

Corendon betwist de toedracht van de val en voert aan dat niet is komen vast te staan dat de natte vloer de val van [eiser] heeft veroorzaakt. Corendon wijst erop het ook mogelijk is dat [eiser] is gevallen doordat hij met zijn voet achter de opstaande rand van de douchebak is blijven hangen. [eiser] heeft in reactie daarop gesteld dat hij in dat geval recht vooruit zou zijn gevallen, terwijl hij vanuit de doucheruimte de kamer in is gevallen.

4.17.

De rechtbank overweegt dat de door [eiser] gestelde toedracht, gelet op de hiervoor in rechtsoverweging 4.13 geconstateerde gevaarlijke situatie, aannemelijk is en bovendien is onderbouwd met de schriftelijke verklaring van zijn echtgenote. Het had dan ook op de weg van Corendon gelegen onderbouwd te stellen dat de door [eiser] gestelde toedracht niet kan hebben plaatsgevonden dan wel de door haar gesuggereerde mogelijke andere oorzaak van de val aannemelijk te maken. Corendon heeft echter niets naar voren gebracht wat reden geeft te vermoeden dat de valpartij door iets anders is veroorzaakt dan de natte vloer. Het enkele feit dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de val een andere oorzaak heeft gehad, maakt nog niet dat de door [eiser] gestelde toedracht niet als vaststaand kan worden aangenomen. Corendon heeft die toedracht dan ook onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat de val van [eiser] is veroorzaakt door de als gevolg van lekkage en zeepresten nat en glad geworden vloer. Ook indien de door [eiser] op die vloer neergelegde handdoeken hebben bijgedragen aan de val, zoals Corendon aanvoert, neemt dat niet weg dat de uiteindelijke oorzaak van de val de lekkage en de daardoor nat geworden vloer is. Gesteld noch gebleken is immers dat [eiser] ook zou zijn gevallen als hij de handdoeken op een droge vloer had gelegd. Derhalve is sprake van een conditio sine qua non verband tussen de lekkage en de daardoor nat geworden vloer en de val van [eiser].

Toerekenbaarheid

4.18.

Corendon stelt zich op het standpunt dat de val aan [eiser] zelf te wijten is, omdat hij zichzelf door het neerleggen van handdoeken heeft blootgesteld aan een gevaarlijke situatie. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat het leggen van handdoeken op water ervoor kan zorgen dat het gevaar bestaat dat iemand uitglijdt, aldus Corendon.

4.19.

Nog daargelaten dat het naar het oordeel van de rechtbank geenszins een feit van algemene bekendheid is dat het neerleggen van handdoeken op een ondergrond waar water op staat tot een gevaarlijke situatie leidt – in tegendeel – gaat Corendon er met dit verweer aan voorbij dat een beroep op niet-toerekenbaarheid als bedoeld in artikel 7:507 lid 2 sub a BW alleen kan slagen indien komt vast te staan dat de tekortkoming is toe te rekenen aan de reiziger. De tekortkoming bestaat in dit geval uit de lekkage en het niet opheffen van de als gevolg daarvan ontstane gevaarlijke situatie en gesteld noch gebleken is dat die tekortkoming aan [eiser] kan worden toegerekend. Of de val en daarmee de schade (mede) aan het gedrag van [eiser] te wijten zijn en in die zin sprake is van (gedeeltelijke) eigen schuld van [eiser], is een vraag die aan de orde gesteld kan worden bij het vaststellen van de omvang van de schadevergoeding, maar niet in het kader van de toerekenbaarheid van de tekortkoming.

Schade

4.20.

Door Corendon is niet betwist dat [eiser] door de val op 25 augustus 2012 letsel aan zijn schouder heeft opgelopen en schade heeft geleden, zodat dat als vaststaand zal worden aangenomen.

4.21.

De conclusie van het vorenstaande is dat sprake is van een aan Corendon toerekenbare tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst waardoor [eiser] schade heeft geleden. Corendon is voor die schade aansprakelijk. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toewezen, evenals de veroordeling tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat.

Proceskosten

4.22.

Corendon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 93,80

- griffierecht 282,00

- salaris advocaat 904,00 (2 punten punt × tarief € 452,00)

Totaal € 1.279,80

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart voor recht dat Corendon aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden en nog te lijden schade, zowel materieel als immaterieel, welke schade het gevolg is van het voorval op 25 augustus 2012,

5.2.

veroordeelt Corendon tot vergoeding van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het voorval op 25 augustus 2012, op te maken bij staat,

5.3.

veroordeelt Corendon in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.279,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Corendon in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Corendon niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C.M. van Mierlo en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2014.1

1 Conc.: 977