Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:8439

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-08-2014
Datum publicatie
08-09-2014
Zaaknummer
860049-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; meerdere inbraken in vereniging.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere café-inbraken in vereniging en het opzettelijk aanwezig hebben van zeven kilogram hasj.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/860049-14 (P)

Uitspraakdatum: 29 augustus 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 augustus 2014 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Kubbinga en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 29 december 2013 tot en met 30 december 2013 te Ermelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit [café 1] (gevestigd aan de [adres 1]) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 2500 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2:

hij op of omstreeks 01 januari 2014 te Beek, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit [café 2] (gevestigd aan de [adres 2]) heeft weggenomen een geldbedrag van in totaal ongeveer 900 euro en een bierkruik, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 10 maart 2014 tot en met 11 maart 2014 te Wessem, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een horecagelegenheid aan de [adres 3] heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4s) en/of een hoeveelheid kleingeld en/of een of meer sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [café 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 4:

hij op of omstreeks 11 maart 2014 te Baexem, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een café/restaurant aan de [adres 4] heeft weggenomen sterke drank en/of snoepgoed (M&M's, Kitkat, Skittels, Maltezers en dergelijke) en/of een of meer geldbedragen en/of een fotocamera (merk Casio) en/of een of meer pakjes sigaretten, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [café 3] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of (een) valse sleutel(s);

Feit 5:

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in de gemeente Amsterdam en/of te Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7000 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit ten aanzien van de onder 2, 3, en 5 ten laste gelegde feiten.

3.3.

Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd en moet hij daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Op een witte handschoen die buiten het eetcafé bij een weggenomen geldlade lag, is een bloedspoor aangetroffen dat een match oplevert met het DNA-profiel van verdachte. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit bloedspoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs vormt dat verdachte de ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd, nu niet uitgesloten kan worden dat een ander dan verdachte de handschoen heeft gedragen en achtergelaten bij de inbraak in [café 2] in Beek op 1 januari 2014, temeer nu uit het dossier blijkt dat verdachte in een huis woonde met personen die zich aantoonbaar bezighielden met inbraken. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde.

3.4.

Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Feit 1

Tussen 29 december 2013 21:00 uur en 30 december 2013 11:00 uur wordt van [café 1] te Ermelo de ruit van de achterdeur geforceerd en een geldbedrag van circa € 2.500,- uit een tweetal gokkasten ontvreemd.2 Tegen een bartafel in de aanbouw stond de deels verwijderde ruit, waarop bloedvegen te zien waren. De eigenaar van het café heeft daarover verklaard dat dit bloed niet van hem of een cafébezoeker was, want dan zou het zijn schoongemaakt voor sluiting van het café.3 Het enkelvoudige DNA-profiel uit het bloedspoor levert een match op met het enkelvoudige DNA-profiel van een referentiemonster van het wangslijmvlies van verdachte, waarbij de matchkans kleiner dan één op één miljard is.4 Hiermee geconfronteerd heeft verdachte verklaard dat als zijn DNA is aangetroffen, hij er wel is geweest.5 Tevens verklaart hij dat hij twee keer heeft ingebroken.6

Feiten 3 en 4

Op 10 maart 2014 omstreeks 21:55 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door verdachte , terwijl [medeverdachte 1]’s telefoon een zendmast in Wessem aanstraalt. [medeverdachte 1] zegt [verdachte] dat hij daar is waar ze hebben afgesproken, in het centrum, waar een grote parkeerplaats is. [verdachte] zegt dat hij daarnaartoe komt.7

Tussen 10 maart 2014, 23:30 uur en 11 maart 2014, 8:00 uur wordt er ingebroken in [café 4] te Wessem, door middel van het verwijderen van een ruit. Bij deze inbraak zijn een iPhone 4S, twee potjes kleingeld à € 6,-, diverse dranken en vier sloffen sigaretten van de merken Gaulloises, Camel, Marlboro en Lucky Strike weggenomen.8 De iPhone 4S wordt teruggevonden in de woning aan de [adres 5] te Amsterdam, waar verdachten [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 14 maart 2014 zijn aangehouden en vermoedelijk verbleven.9 Ook zijn een fles Schipperbitter en Café Marakesh, die door [café 4] verkocht worden, in de woning aangetroffen.10 Daarnaast zijn in de woning de door de aangever van de inbraak als vermist opgegeven drie literpakken rode wijn van het merk Oude Kaap aangetroffen, alsmede zes pakjes Lucky Strike en een fles Bailey’s.11

Op 11 maart 2014 wordt tussen 01:30 uur en 10:00 uur in Limburg nog een café-inbraak gepleegd in café-restaurant [café 3] te Baexem, circa tien kilometer ten noorden van Wessem. Ook hierbij is toegang is verkregen door middel van het forceren van een ruit. Uit de kassalade die in de kelder lag en uit de geldlades uit de gokkasten is geld weggenomen. Voorts zijn onder meer diverse soorten sterke drank en meerdere dozen snoep, waaronder M&M’s, Skittles, KitKat en Maltezers, een Casio fotocamera en een slof Marlboro Light lang van acht pakjes weggenomen.12 Verdachte [verdachte] had de sleutels van de gokkasten in een doosje gevonden en daarmee de gokkasten geopend en leeggehaald.13 Aan de buitenzijde van de buitendeur, waarvan de ruit is ingeslagen om toegang tot het café te verkrijgen, zit een bloedspoor14 waarvan het enkelvoudige DNA-profiel een match heeft met het enkelvoudige DNA-profiel van een referentiemonster van het wangslijmvlies van verdachte, waarbij de matchkans kleiner dan één op één miljard is.15 De Casio fotocamera, die de aangever had voorzien van zijn initialen “LA” aan de binnenkant van het batterijklepje, wordt teruggevonden in de woning aan de [adres 5] te Amsterdam waar verdachten zijn aangehouden en vermoedelijk ook verbleven. Ook een als na de inbraak als vermist opgegeven fles Wurzelpeter wordt op de [adres 5] in beslag genomen.16 Voorts zijn een pakje Marlboro Light lang, diverse dozen/verpakking snoepgoed, waaronder M&M’s, Skittles, KitKat en Maltezers, en diverse soorten sterke drank die de aangever na de inbraak miste in de woning in beslag genomen.17

Omdat verdachte zich gesneden heeft bij de inbraak, belt hij [medeverdachte 1] op om hem op te halen.18 Op 11 maart 2014 omstreeks 5:30 uur geeft [verdachte] door dat hij bij een tankstation is en legt [medeverdachte 1] uit hoe hij daar moet komen. Iets later belt [verdachte] [medeverdachte 1] opnieuw en zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij moet zorgen dat hij klaarstaat, want hij komt naar de parkeerplaats waar [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] zegt dat hij op een andere parkeerplaats staat, omdat hij daar geen plaats had naast de BMW.19 Verdachte [medeverdachte 3] bevestigt dat [medeverdachte 1] [verdachte] is gaan helpen, want [medeverdachte 1] kwam aangelopen met flessen drank naar de auto en zei tegen [medeverdachte 3] dat hij snel moest komen, omdat [verdachte] een snijwond had. [medeverdachte 3] heeft toen ook geholpen met flessen in de auto laden.20 Omstreeks 7:08 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte], die hem zegt dat als hij de woning binnen komt lopen, hij om de beurt de auto moet leeghalen en het naar binnen moet brengen. [verdachte] vraagt [medeverdachte 1] ook om van de flessen mee te nemen wat hij kan.21 [medeverdachte 2] laadt ook de drank en sigaretten uit de auto het appartement in.22

Verdachte [medeverdachte 4] verklaart dat ze wist dat [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zich met inbraken bezighielden. Als ze ’s avonds weggingen, noteerden ze op de kaart en in de TomTom waar ze naartoe gingen. Ze bekeken waar ze nog niet waren geweest en gingen daar dan heen. De drank was afkomstig uit een bar. De op de [adres 5] aangetroffen iPhone is door hen meegebracht.23 Verdachte [medeverdachte 5] verklaart over de vier mannen die zijn aangehouden, dat ze de iPhone tegelijk met de drank in de woning hebben gebracht.24 Sinds [medeverdachte 5] in de woning aan de [adres 5] verblijft, vertrokken ze meestal rond 17:00 uur of 18:00 uur. Ze zag ze dan met een kaart in hun handen en hoorde ze bespreken dat ze ver weg gingen. Ze wilden niet in de buurt blijven; het moest altijd verder dan 60 kilometer zijn.25 De flessen drank en de M&M’s zijn als buit door de vier mannen die zijn aangehouden naar de woning gebracht.26 Hetzelfde geldt voor de fotocamera en de telefoon.27 Eenmaal thuis zijn de flessen en de sigaretten voor gezamenlijk gebruik in huis gelegd en zijn het geld, het fototoestel en het snoepgoed onderling verdeeld.28

Verdachte [verdachte] heeft verklaard dat ze met z’n vieren waren, met [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] en dat hij tegen [medeverdachte 1] aan de telefoon heeft gezegd dat hij moet meenemen van de flessen wat hij kan.29 [medeverdachte 3] wist een café waar ingebroken kon worden en onderweg zag [medeverdachte 1] het café in Baexem en stelde voor daar in te breken.30 Verdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] in diens BMW heeft gereden en [verdachte] en [medeverdachte 1] in de Passat reden.31 Dit wordt bevestigd door [medeverdachte 1] zelf.32 Verdachte [verdachte] heeft ook verklaard dat hij met [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in Baexem was de nacht van de inbraak, verdeeld over twee auto’s.33

Feit 5

Op 14 maart 2014 wordt uit de keuken in de woning aan de [adres 5] te Amsterdam een grijze sporttas inhoudende vermoedelijk hasj in beslag genomen.34 Een test wijst uit dat het inderdaad cannabis betreft.35 Het nettogewicht van de hasj bedraagt bij benadering zeven kilogram.36 Verdachten [medeverdachte 1], [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben de hasj naar die woning gebracht.37

3.5.

Bewijsoverweging

Feit 3 en 4

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs als volgt.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte met zijn medeverdachten in de nacht van 10 op 11 maart 2014 gezamenlijk op inbrekerspad is gegaan, door gezamenlijk met twee auto’s naar het zuiden van het land te rijden en eenmaal daar, in de omgeving van Baexem en Wessem, in overleg te bepalen in welke cafés door hen zou worden ingebroken. Ook is uit de bewijsmiddelen gebleken dat er onderling contact was in de nacht van 10 op 11 maart 2014, bijvoorbeeld op het moment dat verdachte [verdachte] in Baexem gewond raakte. Ten slotte blijkt uit diverse verklaringen dat, eenmaal terug in Amsterdam, de buit naar binnen in het appartement is gebracht en aldaar gedeeltelijk is verdeeld onder verdachte en zijn medeverdachten en gedeeltelijk voor gezamenlijk gebruik in het appartement is gelaten.

Nu, naast de hierboven opgesomde omstandigheden voorts uit de telecommunicatie blijkt dat verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] die nacht in zowel Wessem als Baexem zijn geweest, het DNA in het bloedspoor op de deur in Baexem overeenkomt met het DNA van verdachte en zowel hij, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] bekennen met z’n vieren op pad te zijn gegaan, waarbij [verdachte] ook heeft bekend de inbraak in Baexem te hebben gepleegd en ten slotte een identificeerbaar deel van de buit uit beide cafés in de woning aan de [adres 5] te Amsterdam, waar verdachten zijn verbleven en zijn aangehouden, is teruggevonden, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de inbraken in Wessem en Baexem. Het verweer van de raadsman dat de vier mannen afzonderlijk van elkaar op pad zijn gegaan en er geen sprake was van medeplegen, wordt, gezien het hiervoor overwogene, dus ook weersproken door de bewijsmiddelen.

Dat uit de verklaringen noch de overige bewijsmiddelen naar voren komt wie nu precies welke uitvoeringshandeling heeft gepleegd en bij welke inbraak, doet daaraan niet af. Voor de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking is immers niet nodig dat alle medeplegers de uitvoeringshandelingen mede verrichten. Het voor een bewuste samenwerking noodzakelijke dubbel opzet is aanwezig. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachten opzet hadden op de diefstallen en op het medeplegen van die diefstallen, er is immers gezamenlijk overlegd over de plaatsen waar de diefstallen plaats zouden vinden. Tevens is er sprake van een nauwe samenwerking. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachten niet alleen samen de voorbereiding treffen en naar de cafés toe rijden, maar er ook (ter plaatse) gezamenlijke afspraken worden gemaakt, verschillende taken zijn verdeeld waarin elke verdachte een actieve rol vervult en achteraf de buit van beide inbraken wordt verdeeld en gedeeld. Tot slot blijkt niet dat de verdachte, hoewel aanwezig, zich op enig moment van de handelingen van de medeverdachten heeft gedistantieerd. De rechtbank komt derhalve tot de volgende bewezenverklaring.

Feit 5

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs als volgt. Dat verdachte de hasj opzettelijk aanwezig heeft gehad in de woning aan de [adres 5] is af te leiden uit de verklaringen van verdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat zij de vier jongens die in het huis waren - [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]) en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) - over de drugs heeft horen praten. Haar verklaring daarover is concreet en gedetailleerd. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat zij zelf de vier mannen die in haar woning zijn aangehouden, namelijk [verdachte], [medeverdachte 1] en de twee Moldaviërs, ’s avonds met de tas de woning heeft zien binnenkomen en dat [medeverdachte 1] haar zei dat het hasj was. Tenslotte heeft [medeverdachte 1] verklaard samen met [verdachte], [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3]) en de andere (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) de drugs te hebben opgehaald en naar de woning te hebben gebracht. Nu hij met die verklaring ook zichzelf heeft belast, acht de rechtbank deze verklaring aannemelijk en voldoende ondersteund door de door de rechtbank betrouwbaar geachte verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5]. Derhalve acht de rechtbank bewezen dat ook verdachte de hasj opzettelijk aanwezig heeft gehad.

3.6.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1:

hij in de periode van 29 december 2013 tot en met 30 december 2013 te Ermelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [café 1] (gevestigd aan de [adres 1]) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 2500 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

Feit 3:

hij in de periode van 10 maart 2014 tot en met 11 maart 2014 te Wessem, gemeente Maasgouw, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een horecagelegenheid aan de [adres 3] heeft weggenomen een mobiele telefoon (Iphone 4s) en een hoeveelheid kleingeld en sloffen sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [café 4], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming;

Feit 4:

hij op 11 maart 2014 te Baexem, gemeente Leudal, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een café/restaurant aan de [adres 4] heeft weggenomen sterke drank en snoepgoed (M&M's, Kitkat, Skittles, Maltezers en dergelijke) en geldbedragen en een fotocamera (merk Casio) en pakjes sigaretten, toebehorende aan [café 3] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming en valse sleutels;

Feit 5:

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 14 maart 2014 in de gemeente Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 7000 gram, van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

feit 4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, inklimming en valse sleutels;

feit 5: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien (10) maanden met aftrek van het ondergane voorarrest, de gevangenneming voor het vijfde feit zal worden bevolen en heeft gerekwireerd tot gedeeltelijke, hoofdelijke toewijzing van de vordering benadeelde partij ter hoogte van 1830,00 euro met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft oplegging van een straf gelijk aan het ondergane voorarrest bepleit en matiging van de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot 1330,00 euro, nu bijlage 3 een offerte betreft en geen factuur en daar dus geen toewijzing van de vordering op gebaseerd kan worden.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere café-inbraken in vereniging en het opzettelijk aanwezig hebben van zeven kilogram hasj. Door dergelijke inbraken wordt materiële schade toegebracht aan de benadeelde ondernemer. Deze materiële schade kost de benadeelde ondernemer vaak veel tijd en geld om te herstellen, terwijl hij dat geld maar zelden geheel vergoed krijgt door een verzekeraar of dader en de ondernemer de tijd die hij aan herstel – bijvoorbeeld het indienen van een schadeopgaveformulier en het bijwonen van (een) zitting(en) – kwijt is, niet (geheel) kan verhalen of compenseren. Bovendien maken inbraken een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de burgers en hun eigendomsrechten, hetgeen maatschappelijke onrust veroorzaakt en bij veel mensen voor een groot gevoel van onveiligheid zorgt. Softdrugs als hasj leveren door de teelt van hennep en het gebruik daarvan veel maatschappelijke overlast en bijkomstige criminaliteit op. Daarbij komt dat gebruik van deze softdrugs kan leiden tot schade voor de gezondheid.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte in het verleden eerder in Italië meermalen is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten als de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feiten.

Nu de rechtbank verdachte van het onder 2 tenlastegelegde heeft vrijgesproken, is daar grond in gelegen af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.372,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 4 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.830,00 rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 bewezen verklaarde feit. De vordering zal derhalve in zoverre worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 1.330,- aan weggenomen geld uit de kassalade en gokkasten en € 500,- eigen risico aan schadeherstel dat niet door de verzekeraar wordt uitgekeerd. In weerwil van hetgeen door de verdediging is bepleit acht de rechtbank het niet door de verzekeraar uitgekeerde eigen risico-bedrag wel toewijsbaar, nu de vastgestelde schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 bewezen verklaarde feit, waarbij niet van belang is, of de schade reeds hersteld is door de benadeelde partij en hij daar de gestelde kosten voor heeft gemaakt.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes onder 4 bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal in vereniging door middel braak, inklimming en valse sleutels] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 36f, 47, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

artikel 3 en 11 van de Opiumwet.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 3, 4, en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.6 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3, 4, en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1, 3, 4, en 5 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van NEGEN (9) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 8] geleden schade tot een bedrag van € 1.830,00, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(en) is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.830,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een (van de) medeverdachte(en) aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Beveelt de gevangenneming voor het onder 5 tenlastegelegde en bewezenverklaarde, welk bevel afzonderlijk is geminuteerd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A. Boom, voorzitter,

mr. E.J. van Keken en mr. B.J.G. Leeuw, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.M.A. Beckers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 augustus 2014.

Mr. Leeuw is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] namens [café 1] d.d. 7 januari 2014 (dossierpagina 1039 en 1040).

3 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 31 december 2013 (dossierpagina 1050 en 1051).

4 Een schriftelijk stuk, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 17 april 2014 met zaaknummer 2014.04.04.037 (aanvraag 003) (dossierpagina 1052-1054).

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 1057).

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 1058).

7 Proces-verbaal van bevindingen analyse telecommunicatie 11 maart 2014 d.d. 10 juni 2014 (dossierpagina 2348).

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] namens [slachtoffer 4] en [café 4] d.d. 11 maart 2014 (dossierpagina 2303-2305).

9 Proces-verbaal van herleiden iPhone naar café-inbraak te Wessem d.d. 22 april 2014 (dossierpagina 2330-2331).

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 mei 2014 (dossierpagina 2332-2333).

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 mei 2014 (dossierpagina 2334-2336) en proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 17 mei 2014 (dossierpagina 2338).

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 8] namens café-restaurant [café 3], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] d.d. 11 maart 2014 (dossierpagina 2439-2448).

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting en proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 8] namens café-restaurant [café 3], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] d.d. 11 maart 2014 (dossierpagina 2440).

14 Proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 15 maart 2014 (dossierpagina 2450).

15 Proces-verbaal van identificatie naar aanleiding van DNA-sporen d.d. 24 juni 2014 (dossierpagina 2465) en een schriftelijk stuk, zijnde een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 17 april 2014 met zaaknummer 2014.04.01.109/A (dossierpagina 2467-2471).

16 Proces-verbaal van bevindingen herkenning goederen d.d. 14 maart 2014 (dossierpagina 2496 en 2497).

17 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek herkomst drank, snoepgoed en sigaretten café-restaurant [café 3], Baexem d.d. 3 juni 2014 (dossierpagina 2498-2501) en proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 4 juni 2014 (dossierpagina 2506).

18 Proces-verbaal van verhoorde verdachte [verdachte] d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 2590).

19 Proces-verbaal van bevindingen analyse telecommunicatie 11 maart 2014 d.d. 10 juni 2014 (dossierpagina 2521-2526).

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2601-2602).

21 Proces-verbaal van bevindingen analyse telecommunicatie 11 maart 2014 d.d. 10 juni 2014 (dossierpagina 2521-2526).

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2607).

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2363-2368).

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2382 en 2384).

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 17 maart 2014 (dossierpagina 2760)

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 15 maart 2014 (dossierpagina 2550).

27 Proces-verbaal van verhoor verdachte O.M. Bucur d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2538).

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 2416 en 2591 onderaan de pagina).

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2400).

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 2590).

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2601).

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 21 mei 2014 (dossierpagina 2570).

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 19 mei 2014 (dossierpagina 2590).

34 Proces-verbaal van zoeking [adres 5] te Amsterdam d.d. 14 maart 2014 (dossierpagina 2722).

35 Proces-verbaal testen hasjiesj d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2724).

36 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 22 april 2014 (dossierpagina 2727 en 2728).

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 16 maart 2014 (dossierpagina 2730 en 2736-2737), proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 15 maart 2014 (dossierpagina 2743-2746), proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5] d.d. 17 maart 2014 (dossierpagina 2760) en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 21 mei 2014 (dossierpagina 2775 en 2776).