Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:7769

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
08-08-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
15/740792-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie, inzake twee Amerikaanse militairen verdacht van verkrachting. Gebreken en het ontbreken van professionaliteit in het opsporingsonderzoek, alsmede het onjuist vermelden van informatie in de verzoeken aan de Verenigde Staten. Naar het oordeel van de rechtbank is door een dusdanige opeenstapeling van fouten een ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Overweging ten overvloede: vrijspraak.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 242
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 352
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2014/230
NJFS 2014/241

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740792-09 (P)

Uitspraakdatum: 8 augustus 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 25 juli 2014 in de zaak tegen:

geboren op,

wonende te

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. Peter en van hetgeen de raadsvrouw van verdachte, mr. A.A. Bloemberg, advocaat te Haarlem, naar voren heeft gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 12 september 2009 te Haarlem (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

(telkens) [aangeefster]heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster],

hebbende verdachte en/of zijn mededader (telkens) een en/of meermalen:

- de penis in de mond van die [aangeefster]gebracht/geduwd en/of die [aangeefster] laten pijpen en/of

- de penis in de anus van die [aangeefster]gebracht en/of (anale) gemeenschap gehad met die [aangeefster], en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader een en/of meermalen:

- die [aangeefster]op de grond heeft/hebben neergelegd en/of gegooid en/of

- onverhoeds een of meerdere kledingstuk(ken) van die [aangeefster]heeft/hebben

uitgetrokken en/of

- het hoofd van die [aangeefster]naar de penis heeft/hebben getrokken/geduwd en/of die [aangeefster]aan haar haren heeft/hebben omhoog getrokken en/of

- onverhoeds de penis in de mond van die [aangeefster]heeft/hebben gebracht/geduwd en/of die [aangeefster]heeft/hebben laten pijpen en/of

- ( krachtig) het lichaam van die [aangeefster]heeft/hebben omgedraaid en/of die [aangeefster]op haar buik heeft/hebben gedraaid en/of

- boven op het lichaam van die [aangeefster]is/zijn gaan liggen en/of zitten en/of

- ( krachtig) de pol(sen) en/of het lichaam van die [aangeefster]heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- onverhoeds de penis in de anus van die [aangeefster]heeft/hebben gebracht en/of (anale) gemeenschap heeft/hebben gehad met die [aangeefster],

en/of (aldus) voor die [aangeefster]een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

Subsidiair

X op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 12 september 2009 te Haarlem,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en),

(telkens) T.C. [aangeefster]heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster],

hebbende X(telkens) een en/of meermalen:

- de penis in de anus van die [aangeefster]gebracht en/of (anale) gemeenschap gehad met die [aangeefster],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat X een en/of meermalen:

- ( krachtig) het lichaam van die [aangeefster]heeft omgedraaid en/of die [aangeefster]op haar buik heeft gedraaid en/of

- boven op het lichaam van die [aangeefster]is gaan liggen en/of zitten en/of

- ( krachtig) de pol(sen) en/of het lichaam van die [aangeefster]heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- onverhoeds de penis in de anus van die [aangeefster]heeft gebracht en/of (anale) gemeenschap heeft gehad met die [aangeefster],

en/of (aldus) voor die [aangeefster]een bedreigende situatie heeft doen ontstaan, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 12 september 2009 te Haarlem (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid heeft verschaft, immers heeft hij, verdachte, een en/of meermalen:

- nagelaten om in te grijpen, om ervoor te zorgen dat een of meerdere van bovengenoemde handeling(en) en/of gedraging(en) door X niet zou(den) plaatsvinden en/of zou(den) stoppen en/of

- bovengenoemde handeling(en) en/of gedraging(en) door X niet door woorden en/of daden voorkomen en/of verhinderd en/of laten stoppen.

2. Inleiding

Verdachten Y en X, twee Amerikaanse militairen op doorreis naar de Verenigde Staten, zijn op 11 september 2009 aangeefster in een uitgaansgelegenheid te Haarlem tegengekomen. Aldaar zijn zij met elkaar in gesprek geraakt. Na middernacht zijn ze met zijn drieën nog wat gaan drinken bij een bevriend stel en omstreeks 3.30 uur zijn verdachten op uitnodiging van aangeefster naar haar appartement meegegaan om daar nog wat te drinken. Daar hebben verschillende seksuele handelingen plaatsgevonden. Omstreeks vijf uur zijn verdachten hals over kop vertrokken, omdat ze het vliegtuig naar de Verenigde Staten moesten halen. Na een telefonische melding bij de politie die ochtend omstreeks 10.45 uur door een vriendin van aangeefster dat aangeefster zou zijn verkracht, heeft aangeefster op 14 september 2009 zelf aangifte gedaan van verkrachting.

3. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

4. De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

4.1 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft op gronden zoals weergegeven in de overgelegde pleitnota’s en nader onderbouwd ter terechtzitting, primair betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte en subsidiair dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen hem tenlaste is gelegd.

4.2 Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft het volgende – kort weergegeven - aangevoerd.

De rechtmatigheid van een ter uitvoering van een rechtshulpverzoek gehouden verhoor van een verdachte dient in beginsel niet te worden getoetst door de Nederlandse rechter, omdat er op mag worden vertrouwd dat de aangezochte staat haar bevoegdheden conform de verdragsnormen1 uitoefent. Slechts als er concrete reden is om te veronderstellen dat bij de toepassing van die bevoegdheden in strijd zou zijn gehandeld met die normen, is er reden voor toetsing van de bedoelde rechtmatigheid. Hiervan is volgens de officier van justitie geen sprake.

Verder erkent de officier van justitie dat in het rechtshulpverzoek aan de Amerikaanse autoriteiten2 weliswaar ten onrechte is vermeld dat er DNA van een vooralsnog onbekende man was aangetroffen in de anus, in plaats van rondom de anus van aangeefster, maar dat hier beslist geen sprake is geweest van een bewuste schending. Van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie is dan ook geen sprake, aldus de officier van justitie.

4.3 Beoordeling van de ontvankelijkheidsverweren

Met betrekking tot hetgeen door de verdediging is aangevoerd, overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank heeft vastgesteld dat aan het opsporingsonderzoek verschillende gebreken kleven. Zij zal daarvan in het navolgende een zakelijke opsomming geven.

Optreden recherche mede in verband met de Aanwijzing Opsporing en vervolging seksueel misbruik

De rechtbank is gebleken dat in het dossier op verschillende plaatsen niet van ‘verdachten’ maar ‘daders’ melding is gemaakt.3 Tevens wordt op p.219 van het dossier (proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2011) gerelateerd dat verdachten aangeefster verkracht ‘hebben’, als ware het een vaststaand feit. In dat verband heeft verbalisant [ ] bij de rechter-commissaris verklaard, als reden van haar ‘stellig’ schrijven, dat aangeefster ‘dat gesteld heeft’. Voorts merkt de rechtbank op dat gehandeld is in strijd met de Aanwijzing Opsporing en vervolging seksueel misbruik. Anders dan die aanwijzing voorschrijft, is aangeefster in eerste instantie wel door twee, maar later slechts door één zedenrechercheur verhoord en deze verhoren zijn niet auditief vastgelegd. Daar komt bij dat aangeefster nooit door de verhorende verbalisant is geconfronteerd met de onderzoeksresultaten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Deze resultaten, opgenomen in het rapport d.d. 6 mei 2010, hielden in dat van de drie onderzochte bemonsteringen (gelabeld ‘diep anaal’, ‘in anus’ en ‘rondom anus’) slechts in de bemonstering ‘rondom anus’ mannelijk DNA is aangetroffen. Gezien het feit dat aangeefster verklaarde anaal verkracht te zijn, en bij een anale verkrachting verwacht kan worden dat mannelijk DNA in de anus wordt aangetroffen, had het voor de hand gelegen aangeefster met deze onderzoeksresultaten te confronteren. Evenmin zijn tegenstrijdigheden in de verklaringen van aangeefster met haar besproken door verbalisanten; deze zijn pas bij het getuigenverhoor van aangeefster door de rechter-commissaris aan de orde gesteld. Hieruit komt een onvoldoende objectieve en kritische houding naar voren van de betreffende verbalisant ten opzichte van aangeefster, waardoor op zijn minst de suggestie van vooringenomenheid wordt gewekt. De rechtbank acht dit niet in overeenstemming met hetgeen van een professioneel onderzoek mag worden verwacht.

Informatieverstrekking in verhoren en rechtshulpverzoek

Tijdens verhoren is aan verdachten voorgehouden dat uit onderzoeksresultaten zou blijken dat er in de anus DNA zou zijn aangetroffen, zulks terwijl dit niet volgt uit het eerder genoemde onderzoek van het NFI, dat juist als ontlastend opgevat kon worden. Verdachten hebben van meet af aan de anale verkrachting ontkend, ook nadat zij werden geconfronteerd met een onjuiste weergave van de onderzoeksresultaten van het NFI. Wel heeft verdachte X verklaard dat hij – zonder dat daarbij sprake was van enige dwang – orale seks (beffen) met aangeefster heeft gehad. In zoverre correspondeert het NFI onderzoek met die verklaring, omdat het aantreffen van mannelijk DNA in de bemonstering ‘rondom anus’ daardoor zou kunnen worden verklaard. Over de manier waarop verbalisant [verbalisant] het NFI-rapport in het opsporingsonderzoek heeft betrokken heeft zij bij de rechter-commissaris verklaard: ‘Ik heb dat niet zelf gelezen, maar het is ingewikkelde taal. Ik ben steeds in de veronderstelling geweest dat het ging om DNA aangetroffen in de anus. Dat is een aanname van mij geweest.’ De rechtbank merkt dit zonder meer aan als apert onzorgvuldig handelen door verbalisant.

Ook het rechtshulpverzoek van 27 januari 2010, waarin de Amerikaanse autoriteiten werd verzocht de verdachten te verhoren, bevat aantoonbaar onjuiste informatie. In de ‘weergave van de feiten’ (short summary of the facts) is opgenomen dat aangeefster ‘is forced to satisfy both men orally and she is moreover annally raped, probably by X. All this took place while she cried and resisted.’ Aangeefster had echter niet verklaard gedwongen te zijn orale seks (pijpen) met beide mannen te hebben. Daarnaast wordt de aangifte als vaststaand feit gepresenteerd; van enig voorbehoud als ‘vermoedelijk’, of dat sprake is van een ‘verdenking’ is geen sprake. In het rechtshulpverzoek van 11 november 2010, waarin de Amerikaanse autoriteiten werd verzocht DNA-materiaal van de verdachten af te nemen, wordt selectief gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten van het NFI. In de ‘korte uiteenzetting van de feiten’ wordt gesteld: ‘Van het slachtoffer werden destijds sporen veiliggesteld. Uit het sporenonderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut bleek dat er DNA bij het slachtoffer was veiliggesteld dat niet overeenkomt met haar eigen DNA’. Daarbij wordt niet vermeld waar het DNA-materiaal is aangetroffen.

Verhoren in de Verenigde Staten

Aanvankelijk was door de officier van justitie beslist dat verdachten X en Y niet zouden worden aangehouden maar op vrijwillige basis zouden worden gehoord. Met betrekking tot dat ‘vrijwillige’ karakter van die verhoren overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte X is op 17 oktober 2011 ‘by surprise’ gehoord, evenals verdachte Y op 18 oktober 2011. Verdachten zijn op die data onder valse voorwendselen gelokt naar de plaats van verhoor. Verdachten waren aanvankelijk onbekend met de reden van verhoor. Bij de verhoren ging het om feiten die ruim twee jaar daarvóór zouden hebben plaatsgevonden. Tevens was tijdens die verhoren voortdurend een rechercheur van het Army Criminal Investigation Command (CID) aanwezig. Gelet op deze context acht de rechtbank het niet reëel dat sprake was van verhoren op basis van vrijwilligheid, wat is gesuggereerd door de verhorende verbalisanten. De rechtbank wijst in dat kader ook op de mededeling van verbalisant aan medeverdachte X: hij mocht de verhoorruimte verlaten om het toilet te bezoeken, maar het was niet de bedoeling dat hij wegging.

Uitlevering van verdachten

De gevolgen van de onjuiste weergave van het rapport van het NFI strekken zich bovendien uit tot het verzoek tot aanhouding en uitlevering van verdachten X en Y. In dit verzoek aan de Amerikaanse autoriteiten wordt wederom melding gemaakt van het aantreffen van DNA-materiaal van een man in de anus van aangeefster. Deze informatie lag daarmee ten grondslag aan de uitlevering van verdachten aan Nederland, hetgeen de rechtbank als ernstig beschouwt omdat dit rapport, als hierboven benoemd, juist aangemerkt moet worden als ontlastend bewijsmateriaal.

De rechtbank is daarnaast met de verdediging van oordeel dat geen redelijke grond valt te bezien waarom op 3 augustus 2012 het aanhoudingsbevel is uitgegaan. Het uitleveringsverzoek is uitgevaardigd in weerwil van het onderzoek van het NFI, wat beschouwd moet worden als een sterke contra-indicatie van de verdenking dat een anale verkrachting zou hebben plaatsgevonden. Van een juiste redelijke en billijke belangenafweging is naar het oordeel van de rechtbank aldus geen sprake. Dit geldt te meer daar de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik oproept tot een zorgvuldige afweging omtrent een eventuele aanhouding buiten heterdaad, waarbij moet worden overwogen of kan worden volstaan met een oproep aan de verdachte om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn strafzaak. Hierbij komt dat de gevolgen van het gemankeerde uitleveringsverzoek voor verdachten bijzonder ernstig zijn geweest. Verdachten X en Y hebben ruim vijf maanden in uitleveringsdetentie en voorlopige hechtenis doorgebracht totdat de rechtbank op 17 mei 2013 de voorlopige hechtenis beëindigde in verband met het ontbreken van ernstige bezwaren en gronden.

Conclusie rechtbank

De beschreven gebreken en het ontbreken van professionaliteit in het opsporingsonderzoek, alsmede het onjuist vermelden van informatie in de verzoeken aan de Verenigde Staten, zijn te kwalificeren als zeer onzorgvuldig. Dit is met name zorgwekkend in een zaak als de onderhavige, waarbij juist nauwkeurig onderzoek mocht worden verwacht van de betrokken opsporingsambtenaren en de officier van justitie. Naar het oordeel van de rechtbank is door een dusdanige opeenstapeling van fouten een ernstige inbreuk gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met eventuele bewijsuitsluiting als sanctie. De rechtbank zal het openbaar ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn vervolging op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

5. Overweging ten overvloede: waardering van het bewijsmateriaal

De rechtbank hecht er aan – bij wijze van een overweging ten overvloede – een oordeel te geven omtrent de waardering van het bewijsmateriaal. Een dergelijk oordeel doet recht aan de maatschappelijke belangen van de onderhavige zaak.

In verband met de vraag of hetgeen aan verdachte (ook als medeplegen) ten laste is gelegd bewezenverklaard had kunnen worden, overweegt zij als volgt. Zelfs indien al het bewijsmateriaal – inclusief de verhoren uitgevoerd door de Amerikaanse rechercheur – in ogenschouw wordt genomen, komt de rechtbank tot een integrale vrijspraak. Daartoe is onder meer het volgende van belang. Tegenover de – op onderdelen wisselende – verklaringen van aangeefster staan de ontkennende verklaringen van verdachten. Verdachte X heeft van meet af aan ontkend zich aan de door aangeefster beschreven anale verkrachting schuldig gemaakt te hebben; in tegenstelling tot vrijwillige door hem uitgevoerde orale seks (beffen). Daar komt bij het meermaals aangehaalde onderzoeksmateriaal van het NFI, dat steun biedt aan die verklaring. Verdachte Y heeft een dergelijke verkrachting niet waargenomen, zo volgt zelfs uit de verklaringen afgelegd tegenover de Amerikaanse rechercheur. Tenslotte is niet gebleken dat de in het geval van bij verdachte Y verrichte orale seks (pijpen) onder dwang door aangeefster heeft plaatsgehad, of dat enige seksuele handeling heeft plaatsgevonden onder dwang van geweld of andere feitelijkheden, dan wel bedreiging daarmee.

Het voorgaande brengt mee dat indien de rechtbank aan de bewijsvraag was toegekomen, zij het ten laste gelegde niet bewezen had verklaard en verdachte mitsdien had vrijgesproken.

Beslissing

De rechtbank:

De rechtbank verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mr. E.C. Smits en mr. W. Geelhoed, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 augustus 2014.

Mr. Geelhoed is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Bedoeld zal zijn het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken, 's-Gravenhage , 12-06-1981

2 Bedoeld zal zijn het Uitleveringsverzoek

3 Zie pagina’s: 23, 24, 27 (tweemaal), 34 (tweemaal), 36, 37, 75, 77, 215 en 219.