Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:7763

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
06-08-2014
Datum publicatie
15-08-2014
Zaaknummer
15/741001-13 en 21/003269-11 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; poging overval op tankstation en tankstationhouder Texaco wettig en overtuigend bewezen verklaard; bewijsverweren met betrekking tot DNA, DNA-profielen en DNA bewijswaarde verworpen; strafoplegging; tul toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/741001-13 en 21/003269-11 (tul)

Uitspraakdatum: 6 augustus 2014

Tegenspraak (ex art. 279 Sv)

Strafvonnis (Promis)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juli 2014 in de zaak tegen:

[verdachte/veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Marokko),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier ten lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Almere te Almere.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Demirdas en hetgeen de raadsman van verdachte mr. R.J. Pardijs, advocaat te Alkmaar, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 september 2013 te Beverwijk,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar tankstation Texaco] en/of Texaco in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [eigenaar tankstation Texaco], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [eigenaar tankstation Texaco] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [eigenaar tankstation Texaco] en/of Texaco, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

(opzettelijk dreigend en/of gewelddadig)

- ( terwijl hij een capuchon over/op zijn hoofd droeg en/of een hand in zijn zak hield) heeft geroepen 'dit is een overval, dit is een overval' en/of (daarbij) een tas op de kassalade/balie heeft gegooid en/of een beveiligingsdeur heeft geblokkeerd en/of

- ( vervolgens) met de (gebalde) hand(en) en/of de vuist(en) op/in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [eigenaar tankstation Texaco] heeft geslagen en/of

- met een aanstekerrekje/-display, althans een stevig/hard voorwerp, in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die [eigenaar tankstation Texaco] heeft geslagen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft algehele vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit.

3.3. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 11 september 2013 omstreeks 21:04 uur ontvangen verbalisanten van de meldkamer een melding van een overval op het Texaco tankstation gelegen aan de [adres] te Beverwijk.2 Ter plaatse treffen verbalisanten het slachtoffer [eigenaar tankstation Texaco] (hierna: [eigenaar tankstation Texaco]) en een drietal getuigen aan. [eigenaar tankstation Texaco] verklaart dat hij de eigenaar van het tankstation is en dat hij bezig was met het afsluiten van zijn zaak. Hij liep naar buiten en zag een man bij de ingang staan. Hij had geen goed gevoel bij deze man en vroeg hem of hij nog iets wilde kopen waarop de man geen antwoord gaf. De man kwam achter hem staan en hij vertrouwde het niet. Hij vroeg aan de man of hij nog sigaretten nodig had. De man mompelde wat maar [eigenaar tankstation Texaco] kon het niet verstaan. Met een voorgevoel dat het fout kon gaan liep [eigenaar tankstation Texaco] weer naar binnen en toen hij bij de kassa stond zag hij dat de man in de deuropening van de beveiligde ruimte stond. De man gooide hierop een plastic tas op de kassalade en zei twee keer: “Dit is een overval.” De man droeg geen handschoenen en had één hand in zijn zak zitten. Omdat de man nog geen wapen vasthad heeft [eigenaar tankstation Texaco] de man een klap gegeven en hem bij zijn keel gepakt. Hierop gaf de man hem een klap. Tijdens het over en weer slaan heeft [eigenaar tankstation Texaco] op de alarmknop gedrukt en de man een klap gegeven waardoor hij naar achteren viel. De man pakte een aanstekerdisplay en sloeg in het gezicht van [eigenaar tankstation Texaco] waardoor deze wat sneetjes bij zijn oog opliep. Hierop is de man naar buiten gerend en is [eigenaar tankstation Texaco] er achteraan gegaan waarna er over en weer diverse klappen zijn uitgedeeld en de man uiteindelijk is weggerend. [eigenaar tankstation Texaco] heeft letsel aan de poging tot overval overgehouden, maar de man heeft uiteindelijk niets mee kunnen nemen. De overval heeft twee minuten geduurd.3 Met betrekking tot het signalement van de dader verklaarde [eigenaar tankstation Texaco] voorts dat de dader een zwarte jas met capuchon voorzien van een ritssluiting droeg. Onder zijn jas droeg hij een lichtgrijs vest. Daarnaast droeg hij een lichtgekleurde spijkerbroek en had hij witte Nike schoenen met daarop een zwarte streep aan. Toen de man naar buiten was gerend viel zijn capuchon gedeeltelijk naar achteren en kon [eigenaar tankstation Texaco] zijn gezicht goed zien. De man deed hem denken aan iemand die wel vaker bij het tankstation kwam.4 Voorts had hij het vermoeden dat de dader in de buurt woonde, omdat hij lopend naar het tankstation kwam.5

Twee getuigen hebben verklaard dat zij samen in een auto op de [adres] te Beverwijk reden en zagen dat er twee mannen voor het tankstation Texaco renden. De achterste man had een rood t-shirt aan en de voorste man was donker gekleed in een trui of vest en een spijkerbroek. De man in het rode shirt greep naar zijn hoofd en naar zijn achterzak. Zij hadden het gevoel dat het om een overval ging.6

De door [eigenaar tankstation Texaco] ter beschikking gestelde camerabeelden van het Texaco tankstation zijn uitgekeken en daaruit blijkt dat de overvaller op 11 september 2013 om 21:03:18 uur via de achterzijde van de kiosk in beeld komt. Vervolgens is om 21:03:30 uur op de camerabeelden te zien dat de overvaller om het kioskgebouw heen loopt alwaar [eigenaar tankstation Texaco] zich op dat moment buiten bevindt. Om 21:03:39 uur gaat de overvaller achter [eigenaar tankstation Texaco] staan waarna om 21:03:55 uur op de camerabeelden te zien is dat [eigenaar tankstation Texaco] naar binnen de kiosk in loopt. Daarna is om 21:03:58 uur te zien dat de overvaller achter [eigenaar tankstation Texaco] aan de kiosk inloopt, waarna er een gevecht tussen beide mannen ontstaat. Om 21:04:12 uur is te zien dat [eigenaar tankstation Texaco] de overvaller naar buiten werkt en twee seconden later is te zien dat [eigenaar tankstation Texaco] de man naar buiten achterna gaat waarbij een deel van een aanstekerrekje buiten komt te liggen. Hierna ontstaat buiten om 21:04:22 uur nogmaals een gevecht tussen beiden waarna de overvaller wegvlucht en [eigenaar tankstation Texaco] om 21:05:13 uur direct de politie belt. Op grond van de camerabeelden is duidelijk geworden dat de overvaller een zwarte jas met capuchon draagt, waarbij de binnenkant van de jas een grijze voering betreft en hij verder een spijkerbroek en wit met blauw/groene sportschoenen draagt.7 Uit nader onderzoek is gebleken dat op de camerabeelden zichtbaar is dat het tasje op de kassalade ligt. Nader onderzoek in het tankstation wijst verder uit dat de kassalade alleen bereikbaar is via de toegangsdeur tot de beveiligde ruimte welke rechts naast de balie is gelegen. Aangever [eigenaar tankstation Texaco] heeft voorts verklaard dat hij het tasje niet heeft aangeraakt. Het aanstekerrekje stond volgens [eigenaar tankstation Texaco] rechts op de balie gezien vanaf de publiekzijde. Voorts verklaarde hij dat de overvaller achter hem is aangelopen naar de beveiligde ruimte, omdat je op de beelden vanuit de beveiligde ruimte ziet dat de overvaller uit beeld verdwijnt hetgeen ook bij het terugkijken van de beelden blijkt. De overvaller verdwijnt volledig uit beeld hetgeen betekent dat hij niet voor de balie staat. Voorts is in de weerspiegeling van het glas op de camerabeelden zichtbaar dat er een schermutseling plaatsvindt tussen de personen die zich in de beveiligde ruimte dan wel de deuropening daarvan bevinden.8

Tijdens het forensisch sporenonderzoek werden op de plaats delict, te weten in de kiosk van het Texaco tankstation, een aanstekerrekje voorzien van het SIN-nummer AAGC4099NL en een plastic tasje voorzien van het SIN-nummer AAGC4101NL veilig gesteld, bemonsterd en vervolgens voor nader onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) verzonden.9 Daaruit is gebleken dat handvat 1 van het plastic tasje (AAGC4101NL#01) het volledige DNA-profiel bevatte welke een match vertoonde met het in de DNA databank opgenomen nummer RAAR4935NL behorend bij een man genaamd [verdachte], verdachte. Zowel handvat 2 van het plastic tasje (AAGC4101NL#02) als de openingsrand van de binnenzijde van het plastic tasje (AAGC4101NL#03) bevatten voorts een onvolledig DNA-profiel van een man welke eveneens een match vertoonde met het DNA profiel van verdachte, wat betekent dat het celmateriaal afkomstig kan zijn van verdachte. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Ten aanzien van het aanstekerrekje (AAGC4099NL#01) is gebleken dat dit het DNA-mengprofiel van minimaal (3) personen10 bevat, waarna het aan een nader onderzoek door het NFI is onderworpen. Hieruit bleek dat uit bemonstering 2 van het aanstekerrekje (AAGC4099NL#02) een mengprofiel is verkregen waarin de DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal drie (3) personen. Uit dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man van wie het celmateriaal prominent in de bemonstering aanwezig is. Dit afgeleide DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van verdachte wat betekent dat een relatief grote hoeveelheid celmateriaal in bemonstering 2 van het aanstekerrekje (AAGC4099NL#02) afkomstig kan zijn van verdachte. De berekende frequentie van dit afgeleide DNA-profiel van het celmateriaal in bemonstering 2 (AAGC4099NL#02) is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.11 Omtrent vorenstaande bevindingen van het NFI is deskundige drs. [deskundige 2], werkzaam bij het NFI, nader bevraagd waarbij de deskundige heeft benadrukt dat bij een onderzoek naar een DNA-profiel één match met een persoon net zoveel zeggend is als tien matches met diezelfde persoon. Een volledig DNA-profiel heeft een extreem hoge bewijswaarde (1022).

Uit diverse documenten binnen het politiesysteem Blue View blijkt vervolgens dat verdachte [verdachte] regelmatig verblijft bij zijn moeder op de [adres] te Beverwijk12. Bij een doorzoeking van deze woning wordt in de slaapkamer van de moeder in een koffer bovenop een kledingkast een zwart/grijs vest met capuchon aangetroffen welke overeenkomt met het vest zichtbaar op de camerabeelden. Het zusje van verdachte verklaart dat dit vest toebehoort aan haar broer. Voorts werden in de berging één paar Nike Air Max blauw met wit, één paar Nike Air Max grijs zwart/wit en één rechterschoen Nike Air grijs wit aangetroffen, welke volgens het zusje eveneens aan haar broer toebehoren.13 Nader onderzoek naar die kleding en schoenen wijst uit dat het grijze vest blijkt vast te zitten aan de zwarte jas. Deze jas en de Nike Air Max schoenen komen overeen met de jas en de schoenen welke de dader op de camerabeelden draagt.14

3.4. Bewijsoverweging

Door de raadsman van verdachte is vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd, dat er weliswaar celmateriaal van verdachte op zowel het plastic tasje als het aanstekerrekje is aangetroffen waaruit een DNA-profiel is afgeleid dat matcht met het DNA-profiel van verdachte, echter dit levert nog geen wettig en overtuigend bewijs op, dat het verdachte is die op 11 september 2013 in het Texaco tankstation is geweest. Allereerst blijkt uit de camerabeelden niet dat de dader een plastic tasje bij zich had en dat kan dus door een ieder aldaar zijn neergelegd. Voorts kan de mogelijkheid dat het tasje, afkomstig van een H&M kledingwinkel, in een eerder stadium door verdachte is aangeraakt, maar vervolgens door een ander is gebruikt voor de poging overval en aldus zonder tussenkomst van verdachte in het tankstation terecht is gekomen, niet worden uitgesloten. Daarnaast bevindt het aanstekerrekje zich in een openbare ruimte, zodat dit rekje elke dag door veel mensen wordt aangeraakt. Verdachte kan aldus niet op het plaats delict worden geplaatst, zodat hij dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe dat gelet op de feiten en omstandigheden hierboven genoemd onder rechtsoverweging 3.3. het door de raadsman van verdachte gegeven alternatieve, niet nader geconcretiseerde scenario geen steun vindt in de bewijsmiddelen. Daar komt bij dat verdachte zich gedurende het gehele vooronderzoek, waarbij hij is geconfronteerd met vorenstaande bevindingen, op zijn zwijgrecht heeft beroepen en afstand heeft gedaan van zijn recht om ter terechtzitting te verschijnen, dit terwijl genoemde redengevende feiten en omstandigheden naar het oordeel van de rechtbank ten zeerste vragen om een verklaring voor de vraag hoe zijn DNA-materiaal op zowel het plastic tasje als het aanstekerrekje in het tankstation terecht is gekomen.

Aldus acht de rechtbank gelet op het samenstel van feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de avond van 11 september 2013 te Beverwijk heeft schuldig gemaakt aan de poging tot overval op het Texaco tankstation alwaar eigenaar [eigenaar tankstation Texaco] op dat moment werkzaam was.

3.5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 september 2013 te Beverwijk,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan [eigenaar tankstation Texaco] en/of Texaco en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [eigenaar tankstation Texaco], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [eigenaar tankstation Texaco] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen van zijn gading, toebehorende aan die [eigenaar tankstation Texaco] en/of Texaco, opzettelijk dreigend en gewelddadig

- terwijl hij een capuchon over/op zijn hoofd droeg en een hand in zijn zak hield heeft geroepen 'dit is een overval, dit is een overval' en daarbij een tas op de kassalade/balie heeft gegooid en

- vervolgens met de gebalde vuisten op/in/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [eigenaar tankstation Texaco] heeft geslagen en

- met een aanstekerrekje in/tegen het gezicht en/of op/tegen het hoofd van die [eigenaar tankstation Texaco] heeft geslagen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en

poging tot afpersing.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van één (1) maand te gelasten.

6.2. Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich – indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen – met betrekking tot de strafmaat op het standpunt gesteld dat aan verdachte een aanzienlijk lagere straf dient te worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd, dat verdachte en kwetsbare jonge man betreft welke af en toe gebruik maakt van de nachtopvang. Verdachte is zoekende en heeft een verstandelijke beperking. Hij is thans niet geschikt om te werken en ontvangt een Wajong uitkering. Voorts speelt er van alles op het gebied van psychische problematiek, aldus de raadsman.

6.3. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het plegen van een overval op een tankstation. Verdachte is in de avond tegen sluitingstijd, terwijl hij donker gekleed was en een capuchon over zijn hoofd droeg, achter de pomphouder het tankstation binnen gelopen. Verdachte is de pomphouder gevolgd naar de beveiligde ruimte waarna hij een tasje op de balie gooide en riep: “Dit is een overval, dit is een overval.” De pomphouder gaf zich echter niet zomaar gewonnen, waarna een vechtpartij tussen beiden ontstond en verdachte snel weg is gevlucht. Als gevolg van de schermutseling heeft de pomphouder pijn en letsel bekomen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Dit soort delicten behoort tot een categorie van strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die gevoelens van grote onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken, meer in het bijzonder bij de slachtoffers. Slachtoffers van dit soort strafbare feiten ondervinden nog gedurende langere tijd de psychisch nadelige gevolgen van een dergelijke traumatische gebeurtenis hetgeen ook blijkt uit het voegingsformulier d.d. 16 december 2013 waarin het slachtoffer aangeeft dat het personeel ’s avonds niet meer durft te sluiten en één personeelslid inmiddels al ontslag heeft genomen. De omstandigheid dat er geen grote financiële dan wel lichamelijke schade is toegebracht aan de eigenaar van het tankstation is een omstandigheid die niet te danken is aan het handelen van verdachte, maar aan het gedrag van de pomphouder hetgeen de rechtbank verdachte zeer zwaar aanrekent.

Ten aanzien van strafbare feiten van een dergelijke aard en ernst acht de rechtbank louter de oplegging van een vrijheidsbenemende straf passend en geboden.

Ten nadele van verdachte heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 juni 2014 in het verleden reeds meermalen is veroordeeld ter zake van soortgelijke ernstige strafbare feiten, hetgeen verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden om te recidiveren.

De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7. Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij arrest van 21 november 2011 in de zaak met parketnummer 21/003269-11 heeft het gerechtshof Amsterdam, zitting houdende te Arnhem verdachte ter zake van ‘zware mishandeling’ veroordeeld tot onder meer een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één (1) maand. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee (2) jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is op 8 januari 2012 aan de verdachte toegezonden.

De bij genoemd arrest vastgestelde proeftijd is ingegaan op 6 december 2011 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie nog geen drie maanden geëindigd.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank heeft bij het onderzoek ter terechtzitting bevonden dat zij bevoegd is over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering dient te worden toegewezen, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

45, 57, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat het onder 3.5. bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENTWINTIG (24) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 21/003269-11:

wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 21/003269-11 en gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van ÉÉN (1) MAAND, opgelegd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam, zitting houdende te Arnhem d.d. 21 november 2011.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.C.M. Swinkels, voorzitter,

mr. M. Daalmeijer en mr. M.A.H. van der Woude, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 6 augustus 2014.

Mr. M.A.H. van der Woude is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van bevindingen meldkamergesprekken en burgernet d.d. 16 september 2013 (pagina 26-29).

3 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [eigenaar tankstation Texaco] d.d. 12 september 2013 (pagina 14-16).

4 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [eigenaar tankstation Texaco] d.d. 14 oktober 2013 (pagina 17-19).

5 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [eigenaar tankstation Texaco] d.d. 26 november 2013 (pagina 20-21).

6 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 september 2013 (pagina 22-25).

7 Het proces-verbaal van onderzoek beelden Texaco d.d. 20 september 2013 (pagina 30-35).

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 december 2013 (pagina 39-45).

9 Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 31 oktober 2013 (pagina 56-59).

10 Het deskundigenrapport van het NFI uitgevoerd door dr. [deskundige 1] d.d. 29 oktober 2013, NFI zaaknummer 2013.10.16.036 aanvraag 01 (pagina 84-88).

11 Het deskundigenrapport van het NFI uitgevoerd door drs. [deskundige 2] d.d. 30 januari 2014, NFI zaaknummer 2013.10.16.036 aanvraag 02 (los opgenomen).

12 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2013 (pagina 39-45).

13 Het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres] Beverwijk d.d. 3 december 2013 (pagina 137-141).

14 Het proces-verbaal van vergelijking kleding dader en in beslag genomen kleding d.d. 9 januari 2014 (pagina 52-55).