Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:6646

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
15-07-2014
Zaaknummer
C/14/152313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Betreft hier een zaak die betrekking heeft op de afwikkeling van een nalatenschap tussen een zuster als eiseres tegen haar broer en andere zuster als gedaagden. De gedaagde zuster is advocate in de plaats waar de rechtbank is gevestigd. Zij werpt een incident op en beroept zich op het nieuwe artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie dat de mogelijkheid biedt de zaak te doen verwijzen naar een andere rechtbank. Zij stelt dat zij regelmatig voor haar cliënten pleit bij de rechtbank waarvoor zij gedagvaard is en dat in de onderhavige zaak een privégeschil van haar speelt. Volgens de memorie van toelichting op artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie is gekozen voor een wat bredere werking dan voorheen (vóór de wetswijziging) en valt ook een geschil van een advocaat die regelmatig bij de bevoegde rechtbank voor zijn cliënten pleit en nu een privégeschil heeft onder de werking van het nieuwe artikel 46b. De incidentele vordering wordt daarom toegewezen en verwijzing naar een andere rechtbank volgt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2014/127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

HP/JG

zaak- en rolnummer: C14/152313/HA ZA 14-62

datum: 28 mei 2014

Vonnis in het incident

in de zaak van:

[eiseres],

[woonplaats eiseres],

eiseres in de hoofdzaak bij dagvaarding van 28 januari 2014;

verweerster in het incident,

advocaat mr. B. Breederveld te Alkmaar,

tegen:

1. [gedaagde sub 1],

[woonplaats gedaagde sub 1],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M.J.P. Schipper te Heerhugowaard,

2. [gedaagde sub 2],

[woonplaats gedaagde sub 2],

gedaagde,

n i e t v e r s c h e n e n

Tegen gedaagde sub 2 is verstek verleend.

Partijen zullen hierna verder worden genoemd: [voornaam eiseres] respectievelijk [voornaam gedaagde sub 1] (gedaagde in de hoofdzaak sub 1/eiseres in het incident) en [voornaam gedaagde sub 2] (gedaagde sub 2).

1 HET VERLOOP VAN HET GEDING

1.1

Het verloop van het geding blijkt uit:

- de dagvaarding;

- een conclusie van antwoord houdende een verzoek tot verwijzing ex artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie van de zijde van [voornaam gedaagde sub 1];

- een conclusie in het incident houdende een verzoek tot verwijzing ex artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie van de zijde van [voornaam eiseres];

1.2

Tenslotte is vonnis bepaald in het incident. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.

2 DE BEHANDELING VAN DE ZAAK

In de hoofdzaak

2.1

[voornaam eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht zal verklaren dat tussen [voornaam eiseres] enerzijds en [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] anderzijds een verdeling tot stand is gekomen van de tussen [voornaam eiseres] respectievelijk [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] bestaande gemeenschappen omvattende de nalatenschap van erflater, [naam], overleden op [datum], alsmede de afzonderlijke gemeenschap casu quo gemeenschappen, omvattende de onroerende zaken zoals vermeld onder 6 en 7 van de dagvaarding;

2. [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] zal veroordelen tot medewerking aan de goederenrechtelijke voltooiing van deze verdeling, aldus dat de tot de gemeenschappen, als bedoeld onder 6 en 7, vermelde onroerende zaken en aandelen aan [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] worden geleverd, zoals bedoeld in artikel 186 Boek 3 BW ten overstaan van notaris [naam notaris], notaris ter standplaats [plaatsnaam], uiterlijk op een termijn van 30 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis;

3. [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2], des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen tot voldoening aan [voornaam eiseres] van € 650.000,-- en dit bedrag te voldoen aan notaris [naam notaris] uiterlijk op de dag voorafgaande aan de leveringshandeling als bedoeld onder 2;

4. onder verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor elke dag of gedeelte ervan dat [voornaam gedaagde sub 1] en/of [voornaam gedaagde sub 2] in gebreke blijven aan het onder 2 en 3 gevorderde te voldoen;

5. [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2], des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen tot voldoening aan [voornaam eiseres] van € 13.005,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

6. een en ander met veroordeling van [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] in de kosten van de procedure.

2.2

[voornaam eiseres] heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat zij tezamen met [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] overeenstemming heeft bereikt over de verdeling van de nalatenschap van hun vader, de erflater [naam], overleden op [datum]. [voornaam eiseres] stelt dat op of omstreeks 30 mei 2012 tussen partijen is overeengekomen dat alle activa van de nalatenschap, inclusief het onverdeeld aandeel van [voornaam eiseres] in de tot de gemeenschappen behorende goederen, aan [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] worden toegedeeld en dat [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] wegens overbedeling een bedrag van

€ 650.000,-- aan [voornaam eiseres] zouden voldoen.

[voornaam eiseres] vordert, nu de goederenrechtelijke voltooiing van de verdeling tot heden nog niet heeft plaatsgehad, voltooiing van de verdeling en voldoening aan haar van het overeengekomen bedrag van € 650.000,-- uit hoofde van de verdeling.

[voornaam eiseres] vordert voorts een bedrag van € 13.005,-- van [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2], omdat zij ten behoeve van de nalatenschap de vennootschapsbelasting heeft voldaan welke door [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] gedragen dient te worden. Zij heeft uit dien hoofde een regresvordering op [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2].

In het incident[gedaagde sub 1]

2.3

[voornaam gedaagde sub 1] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de zaak zal verwijzen, in de stand waarin zich deze bevindt, naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, sectie handel en insolventie.

2.4

[voornaam gedaagde sub 1] stelt hiertoe dat zij is gedagvaard voor de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar voor een kwestie die ziet op de afwikkeling van de nalatenschap van haar vader. [voornaam gedaagde sub 1] is zelf advocate te Alkmaar. In die hoedanigheid pleit zij regelmatig bij de hier genoemde rechtbank. Nu heeft zij dus een privé-geschil. [voornaam gedaagde sub 1] stelt dat, gelet op het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie, de rechtbank de zaak naar een andere rechtbank kan verwijzen in geval van betrokkenheid van de rechtbank. [voornaam gedaagde sub 1] wijst er in dit verband op dat – blijkens lexplicatie, commentaar op artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie – de formulering “betrokkenheid van de rechtbank” ook omvat een geschil van een advocaat die regelmatig bij de bevoegde rechtbank pleit voor zijn cliënten en daar nu een privégeschil heeft. Dat is hier het geval. De rechtbank die het minst ver weg is en waar [voornaam gedaagde sub 1] het minst vaak pleit, is de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden. [voornaam gedaagde sub 1] verzoekt de rechtbank de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland te verwijzen zodanig dat de inhoudelijke behandeling van de zaak aldaar plaatsvindt. In dat kader overlegt [voornaam gedaagde sub 1] een eerdere beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 16 januari 2014 waarin de rechtbank het verzoek van [voornaam gedaagde sub 1] om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen, heeft verwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.

2.5

[voornaam eiseres] heeft in haar conclusie in het incident houdende een verzoek tot verwijzing ex artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie bezwaar gemaakt tegen het verzoek van [voornaam gedaagde sub 1] tot verwijzing. [voornaam eiseres] voert aan dat het geschil dat thans aan deze rechtbank wordt voorgelegd niet zodanig persoonlijk van aard is dat dit rechtvaardigt dat een verwijzing naar een andere rechtbank noodzakelijk is. Ook het feit dat ex-collega’s eventueel rechter zijn bij deze rechtbank, legt onvoldoende gewicht in de schaal omdat er vanuit gegaan dient te worden dat rechters en griffiers vertrouwelijkheid in acht nemen bij de zaken die zij behandelen. [voornaam gedaagde sub 1] laat zich voorts bijstaan door een deskundige advocaat, zodat zij op geen enkele wijze wordt benadeeld in deze procedure. [voornaam gedaagde sub 1] loopt geen enkel risico dat haar goede naam (als advocaat) wordt geschaad door het voeren van de procedure voor de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. Daar komt nog bij dat de vermogensbestanddelen die tot de nalatenschap van erflater behoren, zijn gelegen in dit arrondissement, hetgeen betekent dat behandelend rechters daarmee bekend zijn en een deskundig oordeel kunnen geven omtrent die bestanddelen. [voornaam eiseres] wenst er voorts nog op te wijzen dat een verwijzing extra kosten met zich brengt, welke kosten zeker opwegen tegen het belang van [voornaam gedaagde sub 1]. Mocht de rechtbank al overwegen om tot een verwijzing te komen – waartegen [voornaam eiseres] zich uitdrukkelijk verzet – dan rechtvaardigt een belangenafweging dat er eventueel binnen het arrondissement wordt verwezen en wel aldus dat de zaak zal worden behandeld door de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem of, desnoods te Amsterdam.

2.6

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt:

In artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie is het volgende bepaald:

De rechtbank kan een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.

2.7

[voornaam gedaagde sub 1] heeft er terecht op gewezen dat de formulering “betrokkenheid van de rechtbank” ook omvat een geschil van een advocaat die regelmatig bij de bevoegde rechtbank voor zijn cliënten pleit en daar nu een privégeschil heeft. Dit blijkt inderdaad, zoals [voornaam gedaagde sub 1] stelt, uit Lexplicatie alwaar wordt geciteerd uit de memorie van toelichting op de Wet op de rechterlijke organisatie (Kamerstukken II 2010/11, 32891, nr. 3 pagina 52).

2.8

Tussen partijen is niet in geschil dat [voornaam gedaagde sub 1] advocate te Alkmaar is en dat zij regelmatig pleit bij de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. In de onderhavige procedure is een privégeschil van [voornaam gedaagde sub 1] aan de orde, omdat [voornaam eiseres] - kort samengevat - vordert dat [voornaam gedaagde sub 1] en [voornaam gedaagde sub 2] – op grond van de door [voornaam eiseres] beweerde overeenkomst van verdeling die tussen partijen zou zijn gesloten – worden veroordeeld tot medewerking aan de goederenrechtelijke voltooiing van de verdeling (van de nalatenschap van hun vader) en tot betaling aan [voornaam eiseres] een vergoeding wegens overbedeling. [voornaam gedaagde sub 1] heeft de vorderingen gemotiveerd weersproken.

2.9

Hieruit volgt dat sprake is van “betrokkenheid van de rechtbank” als bedoeld in artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie. De zaak dient, in de stand waarin deze zich bevindt, te worden verwezen naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, sectie handel en insolventie. [voornaam gedaagde sub 1] heeft immers onweersproken gesteld dat dit de rechtbank is waar zij het minst vaak pleit.

2.10

Aan het vorenstaande doet niet af het verweer van [voornaam eiseres] dat het geschil dat aan de rechtbank in de onderhavige zaak wordt voorgelegd, niet zodanig persoonlijk van aard is dat dit rechtvaardigt dat een verwijzing naar een andere rechtbank noodzakelijk is.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat in de hiervoor genoemde passage uit de memorie van toelichting op de Wet op de rechterlijke organisatie geen onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten privégeschillen die een advocaat kan hebben. Voldoende is dat hij/zij een privégeschil heeft dat speelt bij een rechtbank waar hij/zij regelmatig als advocaat voor zijn/haar cliënten pleit. Dit geval doet zich hier voor.

Ook het verweer van [voornaam eiseres] dat rechters en griffiers vertrouwelijkheid in acht nemen bij de behandeling van de hun toevertrouwde zaken en dat daarom de belangen van [voornaam gedaagde sub 1] niet worden geschaad, treft geen doel. Uit de hiervoor aangehaalde passage uit memorie van toelichting volgt uitdrukkelijk dat is gekozen voor een wat bredere werking dan voorheen (vóór de wetswijziging) en dat ook het onderhavige geval daaronder valt.

Hetzelfde argument geldt voor de verweren van [voornaam eiseres] dat [voornaam gedaagde sub 1] wordt bijgestaan door een deskundig advocaat, dat de vermogensbestanddelen uit de nalatenschap van erflater zich in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar bevinden en dat een verwijzing extra kosten met zich brengt.

2.11

[voornaam eiseres] heeft voorts nog verzocht om – zo er al een verwijzing zou moeten plaatsvinden - een verwijzing naar een dichterbij gelegen rechtbank, zoals de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem of de rechtbank Amsterdam. Daarvoor ziet de rechtbank geen aanleiding, omdat [voornaam gedaagde sub 1] belang heeft bij een verwijzing naar een rechtbank waar zij het minst vaak pleit.

2.12

Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [voornaam gedaagde sub 1] tot verwijzing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie, zal worden toegewezen.

Daar [voornaam eiseres] en [voornaam gedaagde sub 1] tot elkaar in een familierechtelijke relatie staan (het zijn zusters van elkaar), worden de proceskosten gecompenseerd aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 DE BESLISSING

De rechtbank:

In het incident

Verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, sectie handel en insolventie;

Compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. J.H. Gisolf en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.