Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:6387

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-02-2014
Datum publicatie
08-07-2014
Zaaknummer
2675080 OA VERZ 14-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Weigering ontbinding arbeidsovereenkomst, omdat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer werk heeft geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0616
AR 2014/483

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Hoorn

Zaaknr/repnr.: 2675080 OA VERZ 14-2

Uitspraakdatum: 13 februari 2014

Beschikking in de zaak van

de besloten vennootschap Ruiten Visie B.V., gevestigd te Hoogwoud

verzoekende partij

verder ook te noemen: Ruiten Visie

gemachtigde: mr. M.M.G.C. Mulder, jurist bij BDO te Alkmaar

tegen

[naam], wonende te [plaats],

verwerende partij,

verder ook te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. N. van Meerkerk, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer.

Het procesverloop

1.

Ruiten Visie heeft op 7 januari 2014 een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [werknemer] heeft een verweerschrift ingediend.

2.

De zaak is behandeld op de zitting van 30 januari 2014. Voor Ruiten Visie is verschenen [X], directeur, bijgestaan door mr. Mulder. [werknemer] is in persoon verschenen, vergezeld door een familielid en bijgestaan door mr. Meerkerk. Partijen hebben hun standpunt ter zitting toegelicht, Ruiten Visie aan de hand van een pleitnota.

3.

Na afloop van de zitting is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.

De uitgangspunten

4.

[werknemer], geboren [datum], is op 1 januari 2009 in dienst getreden bij Ruiten Visie. Ruiten Visie heeft per 1 januari 2009 een bedrijfsonderdeel van Scheuten Glas overgenomen, bij welk bedrijfsonderdeel ook [werknemer] werkzaam was. [werknemer] is bij Scheuten Glas in dienst getreden op 6 oktober 1997. [werknemer] verrichtte laatstelijk de functie van glaszetter tegen een salaris van € 2.540,57 bruto per maand.

5.

Op 30 september 2009 heeft [werknemer] van Ruiten Visie een schriftelijke waarschuwing gekregen, vanwege het overtreden van veiligheidsregels. Bij brief van 25 februari 2010 heeft [werknemer] een waarschuwing gekregen in verband met het niet dragen van een veiligheidshelm, een eigenwijze opstelling op het werk en moeilijke communicatie. In een brief van 27 september 2011 is [werknemer] gewaarschuwd vanwege klachten over zijn werk, te weten slechte kwaliteit en slordig werken.

6.

Met ingang van 10 december 2013 is [werknemer] op non-actief gesteld. In een brief van 11 december 2013 heeft [werknemer] tegen de non-actiefstelling geprotesteerd. In reactie daarop heeft Ruiten Visie bij brief van 13 december 2013 aan [werknemer] meegedeeld dat de reden voor de non-actiefstelling is gelegen in het feit dat [werknemer] op 9 december 2013 het werk op een project in Haarlem heeft neergelegd en zonder toestemming naar huis is gegaan, terwijl de werkzaamheden op het project nog niet waren afgerond.

Het geschil

7.

Ruiten Visie verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande uit een verandering in de omstandigheden. Aan dit verzoek legt Ruiten Visie ten grondslag – kort samengevat – dat [werknemer] zich niet houdt aan de bedrijfsregels en werk heeft geweigerd, zodat van Ruiten Visie redelijkerwijs niet meer gevergd kan worden om de dienstbetrekking voort te zetten. Ruiten Visie wijst in dat verband op het feit dat [werknemer] werk heeft geweigerd op 9 december 2013, op klachten over werktempo en gedrag van [werknemer] in 2012, en op waarschuwingsbrieven uit 2009, 2010 en 2011. Nu [werknemer] in het verleden meerdere malen is gewaarschuwd, heeft Ruiten Visie er geen vertrouwen meer in dat nog op een vruchtbare manier kan worden samengewerkt met [werknemer].

8.

[werknemer] voert aan – zakelijk weergegeven – dat hij al ruim 16 jaar naar behoren functioneert en dat er geen grond is voor ontbinding. Wat betreft de waarschuwingen uit 2009, 2010 en 2011 stelt [werknemer] dat hij inderdaad wel eens zijn veiligheidshelm niet heeft gedragen omdat deze door het ontbreken van een riem van zijn hoofd viel, en dat hij soms een directe manier van communiceren heeft, maar nooit over de schreef gaat. Wat betreft het door Ruiten Visie genoemde incident in 2012 merkt [werknemer] op dat dit niet is gedocumenteerd en onbetekenend was. Verder betwist [werknemer] dat hij op 9 december 2013 op het project in Haarlem werk heeft geweigerd of het werk voortijdig heeft verlaten. [werknemer] vindt daarom dat ontbinding moet worden geweigerd. In geval toch ontbinding plaatsvindt, verzoekt [werknemer] om toekenning van een vergoeding.

9.

Bij de beoordeling zal zo nodig nog nader op de standpunten van partijen worden ingegaan.

De beoordeling

10.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

11.

De kantonrechter stelt voorop dat niet is gebleken van een opzegverbod dat in de weg staat aan ontbinding.

12.

Naar de kantonrechter begrijpt, is de directe aanleiding voor het verzoek tot ontbinding gelegen in de door Ruiten Visie gestelde werkweigering door [werknemer] op 9 december 2013 op een project in Haarlem. Volgens Ruiten Visie levert deze werkweigering in het licht van de daaraan voorafgaande incidenten en waarschuwingen een voldoende reden op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [werknemer] ontkent dat hij werk heeft geweigerd op 9 december 2013.

13.

Gelet op de betwisting door [werknemer] van de gestelde werkweigering op 9 december 2013 is het aan Ruiten Visie om voldoende aannemelijk te maken dat daadwerkelijk sprake is geweest van die werkweigering. Daarin is Ruiten Visie niet geslaagd. Volgens Ruiten Visie is [werknemer] tijdens zijn werkzaamheden op 9 december 2013 halverwege de dag, althans rond 15:10 uur vertrokken. [werknemer] heeft in reactie daarop gesteld dat hij die dag samen met collega [Y] heeft gewerkt van 07:00 uur tot 15:30 uur, dat dit de reguliere werktijd is en dat hij en zijn collega zijn vertrokken toen hun werk af was. Ter ondersteuning daarvan heeft [werknemer] een werkinstructie van Ruiten Visie overgelegd, waarin wordt aangegeven dat de aanvang van de werkzaamheden om 07:00 uur is en het einde van de werktijd om 15:30 uur. Tegenover de gemotiveerde reactie van [werknemer] heeft Ruiten Visie geen gegevens of argumenten aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat [werknemer] eerder is vertrokken dan 15:30 uur of dat zijn werkzaamheden niet afgerond waren. Ruiten Visie heeft ook geen verklaring overgelegd van collega [y], waaruit zou kunnen worden afgeleid dat [werknemer] zich niet aan zijn werktijden heeft gehouden. De stelling van Ruiten Visie ter zitting dat collega [y] om 16:30 uur elders in een ziekenhuis moest zijn en dat hij en [werknemer] daarom eerder uit Haarlem moeten zijn vertrokken dan om 15:30 uur, is door [werknemer] betwist. Volgens [werknemer] moest collega [y] om 18:30 uur bij de podoloog zijn. Ook in dit verband geldt dat Ruiten Visie haar stelling niet aannemelijk heeft gemaakt.

14.

Voor zover Ruiten Visie aan [werknemer] het verwijt maakt dat hij na het einde van zijn werkzaamheden had moeten informeren of er elders op het betreffende project nog werk te doen was, is ook dit verwijt onvoldoende aannemelijk geworden. [werknemer] heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij na afloop van het werk zijn collega [Z] heeft gesproken bij de centrale loods van het project, en dat bij die gelegenheid niets is gezegd of gebleken over het feit dat hij moest bijspringen bij andere werkzaamheden. Er zijn geen aanknopingspunten om aan te nemen dat [werknemer] daarvan wel op de hoogte was. In dit verband weegt de kantonrechter ook mee dat ter zitting door Ruiten Visie is erkend dat [werknemer] in de periode voorafgaand aan 9 december 2013 op het project in Haarlem regelmatig heeft overgewerkt. Uit het verrichten van overwerk blijkt in ieder geval dat het bij [werknemer] niet ontbrak aan de bereidheid om bij te springen en aan inzet om de werkzaamheden af te ronden.

15.

De conclusie van het voorgaande is dat niet kan worden aangenomen dat [werknemer] zich op 9 december 2013 schuldig heeft gemaakt aan werkweigering of aan het zonder toestemming neerleggen van de werkzaamheden. Gelet daarop dient het verzoek om ontbinding te worden afgewezen. Immers, nu de gestelde werkweigering op 9 december 2013 niet aannemelijk is geworden, is de directe aanleiding en de voornaamste grond voor het ontbindingsverzoek weggevallen.

16.

De gestelde incidenten en waarschuwingen in 2009, 2010, 2011 en 2012 zijn op zichzelf geen reden voor ontbinding. Nog los van het feit dat [werknemer] heeft betwist dat hem een reëel verwijt treft, hebben die incidenten zich te lang geleden voorgedaan en zijn ze van onvoldoende gewicht om thans nog ontbinding van de arbeidsovereenkomst te kunnen rechtvaardigen. Ook neemt de kantonrechter in aanmerking dat Ruiten Visie in de brief van 27 september 2011 heeft aangegeven dat beide partijen fouten hebben gemaakt en dat wordt afgesproken dat [werknemer] volgens de normen gaat werken. Er is niet gesteld of gebleken dat [werknemer] zich nadien nog schuldig heeft gemaakt aan de destijds genoemde gedragingen wat betreft slechte kwaliteit, slordig werk of het niet dragen van een veiligheidshelm. Ten aanzien van het gestelde incident in 2012 geldt dat Ruiten Visie daarin kennelijk geen aanleiding heeft gezien om [werknemer] een schriftelijke waarschuwing te geven, en dat ook niet nader is onderbouwd dat [werknemer] hier een terecht verwijt valt te maken.

17.

Nu de verzochte ontbinding wordt geweigerd, is er geen grond om aan [werknemer] een vergoeding toe te kennen. Dat betekent ook dat het ‘habe-nichts’-verweer van Ruiten Visie niet hoeft te worden besproken.

18.

Gelet op de uitkomst van de procedure is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst af.

Bepaalt dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 13 februari 2014 in het openbaar uitgesproken.

De griffier

De kantonrechter