Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:6082

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-06-2014
Datum publicatie
01-07-2014
Zaaknummer
2568087 / CV EXPL 13-13281
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Agentuurovereenkomst. Uitleg van het begrip 'level playing field'. Onderscheid tussen gewoon en 'select' agent. Klantenvergoeding.

Reisagent vordert (in conventie) veroordeling van (voormalig) principaal Corendon tot betaling van een schadevergoeding op grond van tekortkoming dan wel onrechtmatige daad (prijsmanipulatie en het tijdelijk onttrekken van accommodaties aan het aanbod) en een klantenvergoeding ex artikel 7:442 BW. Corendon vordert in reconventie veroordeling van de reisagent tot terugbetaling van commissie wegens onrechtmatig handelen (het stelselmatig 'duiken' onder de prijzen van Corendon).

De vordering in conventie wordt grotendeels toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/188
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton – locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 2568087 / CV EXPL 13-13281

datum uitspraak: 19 juni 2014

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRIJSVRIJ.NL B.V.

te ‘s-Hertogenbosch

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen Prijsvrij

gemachtigde mr. L.E.J. Jonker

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CORENDON INTERNATIONAL TRAVEL B.V.

te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde in conventie

eiseres in reconventie

hierna te noemen Corendon

gemachtigde mr. D.H.J. Hooreman

In conventie en in reconventie

De procedure

Prijsvrij heeft Corendon op 23 oktober 2013 gedagvaard. Corendon heeft geantwoord en een tegenvordering ingesteld. Prijsvrij heeft geantwoord in reconventie, onder overlegging van producties, en haar vordering in conventie gewijzigd/vermeerderd. Corendon heeft bij akte houdende producties haar eis in reconventie vermeerderd.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 13 februari 2014 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 23 april 2014. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De procedure is vervolgens aangehouden voor overleg tussen partijen. Bij brief van 13 mei 2014 heeft Corendon pleidooi verzocht. Bij brief van 15 mei 2014 heeft Prijsvrij zich verzet tegen het verzoek van Corendon en vonnis gevraagd. Bij brief van 21 mei 2014 heeft Corendon volhard in haar verzoek om pleidooi. In geval van afwijzing van het verzoek heeft zij verzocht in de gelegenheid te worden gesteld tot het nemen van een antwoordakte als reactie op de door Prijsvrij bij conclusie van antwoord in reconventie in het geding gebrachte producties.

De feiten

1.

Corendon is een reisorganisator/touroperator die pakketreizen aanbiedt, gedeeltelijk via haar eigen website en gedeeltelijk via agenten.

2.

Prijsvrij is een online aanbieder van reizen. Zij hanteert een zogenoemde ‘Best Deal Garantie’. Op de website van Prijsvrij wordt ter zake het volgende vermeld: “[…] met onze Best Deal Garantie betaal je nooit te veel voor je vakantie. Vind je namelijk precies dezelfde reis op een andere website goedkoper, dan betalen we jou het verschil terug.

3.

Op 20 juni 2012 hebben Prijsvrij en Corendon een (schriftelijke) agentuurovereenkomst gesloten, waarbij Corendon Prijsvrij heeft aangesteld als haar handelsagent.

4.

Ingevolge artikel 3.1 van de agentuurovereenkomst bemiddelt Prijsvrij bij de totstandkoming en uitvoering van overeenkomsten tussen Correndon en de klant.

5.

Ingevolge artikel 10 lid 1 van de agentuurovereenkomst heeft Prijsvrij recht op 9% van de reissom voor Corendon pakketreizen, indien door haar bemiddeling een reisovereenkomst tussen Corendon en een derde tot stand is gekomen. Prijsvrij draagt de door haar van deze derde ontvangen reissom minus de aan haar toekomende provisie aan Corendon af.

6.

Artikel 11.1 van de agentuurovereenkomst luidt als volgt: “De reisorganisator respecteert een level playing field terzake prijzen, beschikbaarheid en voorwaarden. Deze bepaling beoogt geen verplichtingen voor de reisagent in het leven te roepen.

7.

Bij e-mail van 20 juni 2012 heeft Prijsvrij aan Corendon meegedeeld dat zij heeft geconstateerd dat Corendon aan andere agenten lagere prijzen doorgeeft voor haar reizen dan aan Prijsvrij. Corendon heeft daarop geantwoord dat het probleem is veroorzaakt door “de invoer van aanbiedingen in ons backoffice systeem".

8.

Op 25 juni 2012 heeft de directeur van Prijsvrij, [XXX] (hierna: [XXX]), een e-mail aan Corendon gestuurd met onder meer de volgende inhoud: “[…] op 20 juni jl. heb ik je per email geïnformeerd over het feit dat Prijsvrij.nl heeft moeten constateren dat door Corendon voor Prijsvrij.nl prijzen voor bepaalde accommodaties werden gehanteerd die afweken van de prijzen voor […] de eigen website van Corendon. De voor Prijsvrij.nl gehanteerde prijzen waren beduidend hoger […]. Omdat direct werd aangegeven dat de afwijkende prijzen waarschijnlijk te maken hadden met een fout in de pytonverbinding [het bedrijf dat gegevens van Corendon doorgeeft aan de reisagenten; opmerking kantonrechter], hebben wij ook telefonisch gecheckt welke prijzen voor Prijsvrij.nl werden gehanteerd. Later diezelfde dag heb ik je per email laten weten dat voor Prijsvrij.nl […] bij telefonische aanvragen dezelfde hogere prijzen werden gehanteerd. […] Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe het kon gebeuren dat er (uitsluitend) voor Prijsvrij.nl andere prijzen golden en thans nog steeds (deels) gelden.

9.

Op 4 september 2012 heeft [XXX], onder meer het volgende aan Corendon geschreven: “Het is nu al 7 maanden dat wij onjuiste content, prijzen en aanbiedingen aangeleverd krijgen en dit altijd in ons nadeel. In ons nadeel bedoel ik mee dat jullie bij ons hogere prijzen hanteren dan de prijzen die jullie zelf aanbieden en die jullie via andere agenten aanbieden. […] keer op keer krijgen wij een ander excuus en keer op keer wordt ons toegezegd dat dit gebrek zal worden verholpen. Vervolgens komt daar uiteindelijk weer niets van terecht. […] Wij lijden hierdoor inmiddels substantiële schade.

10.

Op 28 november 2012 heeft Waverunner, de organisatie die zorgt voor het aanleveren van reizen van Corendon aan haar agenten, de volgende boodschap van Corendon aan deze agenten doorgestuurd: “Wij hebben geconstateerd dat de boekingen van de reisbureaus storm lopen, waardoor voor diverse hotels het allotment voor wederverkopers is volgeboekt. Om misverstanden te voorkomen willen wij u hierbij op de hoogte stellen dat verschillende hotels niet meer boekbaar zijn via uw kanaal. Het betreft hier 115 hotels […] De betreffende hotels vallen onder de bestemming Turkije.”

11.

Op 27 december 2012 heeft Prijsvrij aan Corendon een e-mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud: “[…] Corendon heeft ons een tijd lang de hogere gidsprijzen geleverd begin dit jaar, […] levert al meer dan een maand de belangrijkste Turkije accommodaties niet mee in haar feed, betaald ons 6% commissie uit waar dat 9% zou moeten zijn […] en als klap op de vuurpijl lapt ze de belangrijke level playing field afspraak in het belangrijkste vroegboekseizoen aan haar laars door met 1 agent exclusief een marketing actie op te zetten waarbij er 100 euro korting gegeven gaat worden op Corendon producten.

12.

Bij e-mail van 4 april 2013 heeft Prijsvrij Corendon verzocht een door Corendon gehanteerde ‘€ 50 kortingsactie’ ook van toepassing te laten zijn op de door Prijsvrij aangeboden reizen. Bij e-mail van dezelfde datum heeft Corendon daarop geantwoord dat de korting “alleen van toepassing is voor zogenaamde select agenten” en dat Prijsvrij die status niet heeft.

13.

Bij brief van 4 april 2013 heeft de gemachtigde van Prijsvrij Corendon gesommeerd het manipuleren van prijzen te staken en gestaakt te houden “waaronder Prijsvrij begrijpt dat Prijsvrij de reizen van Corendon kan aanbieden tegen dezelfde verkoopprijzen en overige condities als dat Corendon deze reizen zelf aanbiedt” en Prijsvrij te compenseren voor de door haar geleden schade ten gevolge van het toerekenbaar tekortschieten dan wel het onrechtmatig handelen van Corendon.

14.

Op 2 juli 2013 heeft Corendon aan Prijsvrij meegedeeld de agentuurovereenkomst per 31 oktober 2013 te willen beëindigen aangezien “het huidige aantal wederverkopers niet meer past in de bedrijfsstrategie van Corendon International Travel B.V.

15.

Op 30 augustus 2013 heeft de gemachtigde van Prijsvrij Corendon gesommeerd tot vergoeding van door Prijsvrij geleden schade en aanspraak gemaakt op een klantenvergoeding.

16.

Bij e-mail van 23 september 2013 heeft Prijsvrij Corendon verzocht het ‘level playing field’ te respecteren.

De (gewijzigde/vermeerderde) vordering in conventie

Prijsvrij vordert, na haar vordering te hebben gewijzigd/vermeerderd, (samengevat):

een verklaring voor recht dat Corendon aansprakelijk is voor de door Prijsvrij geleden en nog te lijden schade als gevolg van de tekortkomingen in de nakoming van de agentuurovereenkomst door Corendon;

veroordeling van Corendon tot betaling van € 1.034.552,00 ter zake van door Prijsvrij geleden schade ten gevolge van de tekortkoming respectievelijk onrechtmatige daad van Corendon, vermeerderd met de wettelijke rente;

veroordeling van Corendon om binnen vijf dagen na betekening van het vonnis uit haar administratie aan Prijsvrij de volgende gegevens te verstrekken:

a. welke prijzen Corendon op welke momenten in de periode 1 januari 2009 tot
1 november 2013 voor welke reizen/accommodaties heeft gehanteerd en welke prijzen Corendon op die momenten voor diezelfde reizen/accommodaties aan Prijsvrij heeft doorgegeven;

b. hoeveel reizen Corendon in de periode 1 januari 2009 tot 1 november 2013 heeft verkocht en welke omzet/winst zij met de verkoop van die reizen heeft behaald;

c. welke accommodaties Corendon op welke momenten in de periode 1 januari 2009 tot 1 november 2013 aan het agenten-aanbod en aan het aanbod ten behoeve van Prijsvrij heeft onttrokken;

d. hoeveel reizen Corendon in de periode 1 januari 2009 tot 1 november 2013 heeft verkocht die samenhangen met de accommodaties die zij aan het agenten-aanbod en aan het aanbod ten behoeve van Prijsvrij heeft onttrokken en welke omzet en winst zij met de verkoop van die reizen heeft behaald;

een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat Corendon in gebreke blijft tijdig en correct aan één of meer van deze verplichtingen te voldoen;

veroordeling van Corendon tot vergoeding van de door Prijsvrij geleden respectievelijk nog te lijden schade als gevolg van de tekortkoming respectievelijk onrechtmatige daad van Corendon, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

met veroordeling van Corendon in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

Prijsvrij legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

Vorderingen sub I en II

Corendon is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot het hanteren van een ‘level playing field’ zoals bepaald in artikel 11.1 van de agentuurovereenkomst.

Zij heeft voor reizen en accommodaties op haar eigen website een lagere prijs gehanteerd dan waarvoor zij die reizen en accommodaties aan Prijsvrij heeft aangeboden. Ten gevolge van deze prijsmanipulatie heeft Prijsvrij € 142.491,00 aan extra kosten moeten maken ten behoeve van online-marketing.

Corendon heeft voorts vrijwel dagelijks op haar eigen website kortingen aangeboden, variërend van € 50,00 tot € 100,00, aan reizigers die hun reis rechtstreeks bij Corendon boekten. Die kortingen heeft zij niet aan Prijsvrij doorgespeeld. Prijsvrij was daardoor gedwongen eveneens kortingen op de reizen van Corendon aan te bieden die voor haar eigen rekening zijn gekomen. Daarmee is over de periode vanaf augustus 2011 tot en met oktober 2013 een bedrag gemoeid geweest van in totaal € 420.000,00.

Corendon dient bij het einde van de agentuurovereenkomst een klantenvergoeding ex artikel 7:442 BW aan Prijsvrij te voldoen ten bedrage van de gemiddelde provisie over 12 maanden. Over de periode 1 augustus 2011 tot en met 31 oktober 2013 heeft Prijsvrij in totaal € 1.022.583,00 aan provisie ontvangen. Aan Prijsvrij komt derhalve over 12 maanden een gemiddelde provisie van (€ 1.022.583 x 12/26 =) € 471.961,00 toe.

Vorderingen sub III en IV

Welke schade Prijsvrij voor het overige heeft geleden en nog zal lijden schade ten gevolge van de prijsmanipulatie en het aanbieden van ongeoorloofde kortingen door Corendon, is nog niet inzichtelijk. Daarnaast heeft Prijsvrij minder reizen geboekt omdat Corendon 115 van haar best lopende Turkse accommodaties uit het agenten-aanbod heeft gehaald en heeft verzuimd haar ‘Corendon Super Last Minute’ aanbiedingen aan Prijsvrij te leveren. Ook ten gevolge hiervan heeft Prijsvrij schade geleden of zal zij schade lijden. Corendon dient die schade aan haar te vergoeden. Om deze schade te kunnen begroten, dient Prijsvrij te beschikken over de gegevens uit de administratie van Corendon. Zij vordert daarom afgifte van deze gegevens op de voet van artikel 843a Rv alsmede veroordeling van Corendon tot vergoeding van de door Prijsvrij geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Het verweer in conventie en de (vermeerderde) vordering in reconventie

Corendon betwist de vorderingen van Prijsvrij. Zij voert daartoe het volgende aan.

De vorderingen in conventie sub I en II

Corendon is niet tekortgeschoten jegens Prijsvrij in de nakoming van haar verplichtingen uit de agentuurovereenkomst. Zij heeft evenmin onrechtmatig jegens Prijsvrij gehandeld.

Prijsvrij gaat er ten onrechte vanuit dat het Corendon niet is toegestaan lagere prijzen te hanteren dan haar agenten. Dat standpunt is gebaseerd op een onjuiste interpretatie van het begrip ‘level playing field’. Het betreft een mededingingsrechtelijk begrip dat niet ziet op de (verticale) relatie tussen de principaal, in casu Corendon, en de agent, in casu Prijsvrij. Het is Corendon die als principaal de prijzen bepaalt en deze oplegt aan haar agenten, waaronder Prijsvrij. In het kader van het ‘level playing field’ is Corendon slechts gehouden haar reizen aan al haar agenten aan te bieden tegen gelijke voorwaarden. Zij is niet verplicht haar reizen te verkopen tegen dezelfde prijzen als waartegen zij de reizen aan de agenten aanbiedt. Van prijsmanipulatie is dus geen sprake.

Corendon geeft in het kader van het ‘level playing field’ de kortingen op de door haarzelf te verkopen reizen ook aan haar agenten door. Daarbij maakt Corendon onderscheid tussen generieke kortingsacties waarvan alle agenten kunnen profiteren en specifieke kortingsacties, die alleen gelden voor agenten die aan de actie meebetalen, de zogenoemde select agenten. Prijsvrij is geen select agent, zodat zij niet in aanmerking komt voor de specifieke kortingsacties. Corendon heeft wel alle generieke kortingen aan Prijsvrij verstrekt.

De klantenvergoeding van artikel 7:442 BW is in wezen een ‘good will’ vergoeding voor de door de agent aan de principaal geleverde meerwaarde die ook na beëindiging van de agentuurovereenkomst voordeel blijft opleveren voor de principaal. De reisovereenkomsten die via Prijsvrij tot stand zijn gekomen hebben voor Corendon echter geen meerwaarde opgeleverd. Het betreft slechts eenmalige boekingen, waaruit geen blijvende klantrelaties voor Corendon zijn voortgekomen. Aan Prijsvrij komt derhalve geen klantenvergoeding toe. Daar komt bij dat de agentuurovereenkomst met Prijsvrij slechts 16 maanden heeft geduurd, zodat een vergoeding ter hoogte van één jaar provisie onredelijk is.

De vorderingen in conventie sub III en IV

Corendon heeft nimmer 115 accommodaties aan Prijsvrij ontzegd. Corendon heeft nimmer verzuimd de zogenoemde Super Last Minute aanbiedingen aan Prijsvrij door te geven.

De vermeerderde vorderingen in reconventie

Corendon vordert, na haar vordering te hebben vermeerderd, (samengevat):

primair

1.

een verklaring voor recht dat Prijsvrij gedurende het bestaan van de relatie tussen partijen ernstig tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens Corendon door voortdurend reizen van Corendon te verkopen tegen lagere prijzen dan Corendon zelf voor deze reizen hanteerde en dat Prijsvrij aansprakelijk is voor de vergoeding van de schade die Corendon ten gevolge hiervan heeft geleden;

2.

veroordeling van Prijsvrij tot betaling aan Corendon van € 1.013.746,50, te vermeerderen met omzetbelasting en wettelijke rente;

met veroordeling van Prijsvrij in de proceskosten.

subsidiair

1.

een verklaring voor recht dat Prijsvrij gedurende het bestaan van de relatie tussen partijen ernstig tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens Corendon door voortdurend reizen van Corendon te verkopen tegen lagere prijzen dan Corendon zelf voor deze reizen hanteerde en dat Prijsvrij aansprakelijk is voor de vergoeding van de schade die Corendon ten gevolge hiervan heeft geleden;

2.

veroordeling van Prijsvrij tot betaling aan Corendon van een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag aan schadevergoeding doch niet lager dan € 366.414,00, vermeerderd met btw en wettelijke rente;

met veroordeling van Prijsvrij in de proceskosten.

Corendon legt aan de (vermeerderde) vordering, kort samengevat, het volgende ten grondslag.

Prijsvrij heeft, zonder daartoe te zijn gerechtigd, gedurende de gehele relatie met Corendon voortdurend lagere prijzen gehanteerd voor reizen van Corendon dan Corendon zelf. Zij heeft hier zelfs haar business model van gemaakt; de klant die bij Prijsvrij boekt is altijd goedkoper uit dan bij Corendon zelf of bij een andere agent. Door steeds onder de prijzen van Corendon te ‘duiken’, heeft Prijsvrij Corendon benadeeld. Het gevolg was dat Corendon zelf steeds minder reizen verkocht en dat zij gedwongen was haar reizen tegen een lagere prijs aan te bieden dan zij wenste en dan commercieel verantwoord was. Corendon heeft ten gevolge van het onrechtmatig handelen van Prijsvrij schade geleden in de zin van geleden verlies dan wel gederfde winst. Prijsvrij dient deze schade aan Corendon te vergoeden.

De schade bedraagt - primair - € 1.013.746,50 exclusief btw, zijnde de volledige commissie die Corendon over de jaren 2001 tot en met 2013 aan Prijsvrij heeft betaald. Subsidiair bedraagt de door Corendon geleden schade € 366.414,00 exclusief btw, zijnde de door Corendon aan Prijsvrij betaalde commissie voor reizen van personen die eerder rechtstreeks bij Corendon dan wel via een andere reisagent dan Prijsvrij een reis hebben geboekt.

Het verweer in reconventie

Prijsvrij betwist de vordering. Zij voert daartoe het volgende aan.

Het stond Prijsvrij als agent van Corendon vrij kortingen te verstrekken. Artikel 11.1 van de agentuurovereenkomst legt de reisagent ter zake geen beperkingen op. Prijsvrij heeft zichzelf altijd op de markt gezet met de ‘Best Deal Garantie’. Corendon is daar van meet af aan van op de op hoogte geweest. Het was bovendien niet Corendon die zich door Prijsvrij genoodzaakt zag haar reizen voor een lagere prijs aan te bieden dan zij wenste, maar Prijsvrij die noodgedwongen kortingen heeft verstrekt om de lagere prijzen die Corendon hanteerde en de kortingen die zij aan andere agenten verstrekte, te ‘matchen’. Corendon heeft Prijsvrij ook nimmer verboden kortingen te verstrekken. Zij heeft Prijsvrij niet in gebreke gesteld of gesommeerd haar handelwijze te staken. Corendon heeft bovendien nagelaten Prijsvrij onverwijld te waarschuwen voor een mogelijk geringere omzet, zoals voorgeschreven in

artikel 7:430 lid 3 BW.

De beoordeling in conventie en in reconventie

De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

Het pleidooiverzoek respectievelijk verzoek tot het nemen van een antwoordakte

1.

Op grond van artikel 134 Rv wordt aan partijen desverlangd gelegenheid tot pleidooi geboden. Het verzoek kan worden afgewezen indien partijen op een op de voet van artikel 131 Rv gehouden terechtzitting hun standpunten in voldoende mate mondeling hebben kunnen uiteenzetten. Volgens Corendon heeft zij haar standpunt niet in voldoende mate kunnen uiteenzetten op de comparitie van partijen van 23 april 2014, omdat haar eerst na afloop van de comparitie is gebleken dat diverse producties die Prijsvrij in het geding heeft gebracht, onvolledig dan wel onjuist zijn. Corendon kan niet worden gevolgd in deze redenering.

2.

Anders dan Corendon is de kantonrechter van oordeel dat Corendon ter gelegenheid van de comparitie genoegzaam in de gelegenheid is gesteld te reageren op de producties van Prijsvrij, nu Prijsvrij deze producties zeven dagen voor de comparitie aan Corendon heeft toegestuurd. Daarbij komt dat de producties uitgebreid aan de orde zijn geweest op de comparitie. De kantonrechter is op grond van het voorgaande van oordeel dat Corendon niet in haar verweer is geschaad, zodat toewijzing van het verzoek tot pleidooi strijdig is met de eisen van een goede procesorde. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

3.

Met betrekking tot het verzoek tot het nemen van een antwoordakte wordt het volgende overwogen. Corendon heeft bij de comparitie van partijen bezwaar gemaakt tegen de door Prijsvrij overgelegde producties. Dit bezwaar is verworpen, nu Corendon voldoende in de gelegenheid is geweest om, voorafgaand aan de comparitie, kennis te nemen van de inhoud van deze producties en daarop te reageren. Corendon heeft, desgevraagd, niet aangegeven tot welk verweer de door Prijsvrij overgelegde producties haar aanleiding geeft. Nu Corendon heeft nagelaten het thans in haar brieven van 13 en 21 mei 2013 ingenomen standpunt, dat de door Prijsvrij overgelegde producties op diverse onderdelen onjuiste dan wel onvolledige informatie bevatten, nader te specificeren, zal haar verzoek tot het nemen van een antwoordakte als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

De (vermeerderde) vordering in conventie

4.

Corendon heeft als zodanig niet betwist dat zij voor reizen die zij rechtstreeks heeft verkocht, lagere prijzen heeft gehanteerd dan de prijzen die zij aan Prijsvrij heeft doorgegeven. Volgens Corendon stond het haar vrij dit te doen, omdat het begrip ‘level playing field’ uit artikel 11.1 van de agentuurovereenkomst alleen inhoudt dat Corendon voor al haar agenten dezelfde voorwaarden hanteert, maar niet betekent dat zij dezelfde prijzen moet hanteren als de prijzen die zij aan haar agenten oplegt.

Dit verweer faalt. Niet alleen kan de door Corendon voorgestane interpretatie van het begrip ‘level playing field’ niet uit de agentuurovereenkomst worden afgeleid, maar Corendon heeft evenmin feiten en omstandigheden aangevoerd waarin haar uitleg steun vindt. Door zelf reizen aan te bieden tegen lagere prijzen dan zij aan Prijsvrij doorgaf, heeft Corendon het ‘level playing field’ niet in acht genomen. Zij heeft daarmee gehandeld in strijd met de overeenkomst tussen partijen. Het door Corendon in het geding gebrachte ‘Memorandum’ van Prof. Mr. B.T.M. Steins Bisschop en Prof. Mr. C.A. Schwarz doet daaraan niet af. De kantonrechter merkt voorts op dat Corendon niet consistent is in haar verweer, waar zij onder randnummer 36 van de conclusie van antwoord aanvoert dat zij meent dat het ‘level playing field’ alleen in de horizontale relatie tussen Corendon en Prijsvrij een rol speelde “waar het een verplichting voor Corendon betrof om een gelijk speelveld (level playing field) voor alle categorieën agenten én het eigen verkoopkanaal van Corendon te creëren”. Zoals uit randnummer 37 van de conclusie van antwoord blijkt, is Corendon van mening dat het ‘level playing field’ bepaalt dat zij kortingen die zij zelf hanteert, ook aan haar agenten moet doorgeven. Niet navolgbaar is op welke gronden Corendon dit onderscheid tussen reissom (geen gelijk speelveld) en korting (wel een gelijk speelveld) baseert.

5.

Daar waar Corendon IT-gerelateerde problemen (‘bugs’) heeft aangevoerd als verklaring voor het doorgeven van onjuiste prijzen, overweegt de kantonrechter dat deze problemen mogelijkerwijs van tijd tot tijd hebben gezorgd voor het doorgeven van verkeerde (te hoge) prijzen, maar dat aannemelijk is dat de door Prijsvrij geconstateerde verschillen in prijs niet allemaal hierop zijn terug te voeren, nu zij steeds in het nadeel van Prijsvrij zijn uitgevallen.

6.

Ten aanzien van het door Corendon aangevoerde onderscheid tussen gewone en select agenten, heeft Prijsvrij gesteld dat Corendon haar nooit op een dergelijk onderscheid heeft gewezen en er pas over is begonnen, nadat Prijsvrij Corendon op 4 april 2013 had verzocht de ‘€ 50,00 kortingsactie’ ook op de door Prijsvrij aangeboden reizen toe te passen. Corendon heeft ter gelegenheid van comparitie van partijen desgevraagd verklaard dat zij alleen bij select agenten de status van de agent in de overeenkomst vermeldt. Voor zover Corendon hiermee bedoelt te zeggen dat Prijsvrij geen select agent was, omdat zij niet als zodanig in de agentuurovereenkomst is vermeld, faalt dit verweer, nu gesteld noch gebleken is dat Prijsvrij op grond van het ontbreken van een kwalificatie als select agent in haar contract had kunnen en moeten begrijpen dat zij als ‘gewoon agent’ niet voor alle kortingsacties in aanmerking zou komen. Bovendien geldt dat een dergelijk voorbehoud ook niet met zoveel woorden is gemaakt in de overeenkomst.

7.

Op grond van het voorgaande is komen vast te staan dat Corendon tekortgeschoten is in de nakoming van de agentuurovereenkomst met Prijsvrij en derhalve aansprakelijk is voor de schade die Prijsvrij door die tekortkoming heeft geleden. De vordering sub I ligt derhalve voor toewijzing gereed.

8.

Ter onderbouwing van de omvang van de schade die Prijsvrij stelt te hebben geleden ten gevolge van de door Corendon uitgevoerde prijsmanipulaties, heeft zij verwezen naar een rapport van haar accountant (productie 36 bij akte wijziging/vermeerdering eis). Blijkens dit rapport heeft Prijsvrij over 2012 aan extra marketing kosten € 142.491,00 uitgegeven. Volgens Prijsvrij heeft ten gevolge van de prijsmanipulatie door Corendon in dat jaar een zodanige terugloop in haar boekingen plaatsgevonden, dat zij gedwongen was extra ‘clicks’ bij Google in te kopen voor de door haar aangeboden reizen. De kosten daarvan bedragen € 33,22 per ‘click’ vermenigvuldigd met het aantal boekingen in die periode en zijn terug te vinden in het accountantsrapport, aldus Prijsvrij. Corendon heeft de inhoud van het accountantsrapport niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat deze schade is komen vast te staan. De (vermeerderde) vordering sub II is op dit punt derhalve toewijsbaar.

9.

Prijsvrij verwijst met betrekking tot de omvang van de door haar geleden schade in verband met kortingen die zij uit eigen middelen aan haar klanten heeft moeten verstrekken, naar een uitdraai uit haar boekhoudkundig systeem. Blijkens de hierin vermelde gegevens heeft Prijsvrij vanaf augustus tot en met december 2011 604 x € 50,00 korting verleend, vanaf januari 2012 tot en met december 2012 123 x € 100,00 en 2.866 x € 50,00 en vanaf januari 2013 tot en met oktober 2013 1.138 x € 100,00 en 2.410 x € 50,00. Corendon heeft de berekening van de door Prijsvrij gestelde schade niet inhoudelijk betwist, zodat deze is komen vast te staan. Het ter zake sub II gevorderde bedrag zal derhalve worden toegewezen.

10.

Dan is aan de orde de beantwoording van de vraag of Prijsvrij aanspraak kan maken op de klantenvergoeding als bedoeld in artikel 7:442 BW. Dit artikel leert dat de handelsagent bij het einde van de handelsovereenkomst een klantenvergoeding toekomt voor zover: a) hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of overeenkomsten met bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en de overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke voordelen opleveren, en b) de betaling van deze vergoeding billijk is, gelet op alle omstandigheden, in het bijzonder op de verloren provisie uit de overeenkomsten met deze klanten.

11.

Volgens Corendon komt aan Prijsvrij geen klantenvergoeding toe, omdat de door Prijsvrij verkochte reizen geen meerwaarde voor Corendon hebben opgeleverd in de vorm van vaste klantcontacten. Wat daar ook van zij – Prijsvrij heeft de stelling van Corendon dat uit de overeenkomsten die via Prijsvrij met Corendon tot stand zijn gekomen geen bestendige klantenrelaties zijn voortgevloeid gemotiveerd betwist – het laat onverlet dat aan Prijsvrij een klantenvergoeding toekomt, aangezien het recht daarop niet wordt bepaald door het ontstaan van vaste klantencontacten. Ook is gesteld noch gebleken dat sprake is van één van de in lid 4 van artikel 7:442 BW genoemde omstandigheden die het recht op een klantenvergoeding uitsluiten.

12.

Nu niet in geschil is dat Prijsvrij gedurende de agentuurovereenkomst een aanmerkelijke hoeveelheid boekingen van door Corendon aangeboden reizen heeft gerealiseerd en aannemelijk is dat daarmee de omzet van Corendon substantieel is vergroot, komt aan Prijsvrij een klantenvergoeding toe. Ingevolge artikel 2 van lid 7:442 BW is het bedrag van de vergoeding niet hoger dan de beloning van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de laatste vijf jaren of, indien de overeenkomst korter heeft geduurd, naar het gemiddelde van de gehele duur. De redenering van Corendon dat een vergoeding ter grootte van één jaar provisie onredelijk is gelet op de duur van de agentuurovereenkomst (16 maanden) kan dan ook geen stand houden.

13.

Prijsvrij heeft als onderbouwing van de (hoogte van de) door haar gevorderde klantenvergoeding gesteld dat zij door de beëindiging van de agentuur-overeenkomst ten minste 431 exclusieve accommodaties van Corendon is kwijt geraakt, die niet worden aangeboden door andere touroperators met wie Prijsvrij samenwerkt. Zij heeft een door haar accountant opgestelde berekening overgelegd van het totale door haar ontvangen bedrag aan provisie over de periode 1 augustus 2011 tot en met 31 oktober 2013. Corendon heeft deze berekening niet betwist, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Aan Prijsvrij komt derhalve de op basis van deze berekening gevorderde klantenvergoeding toe, zodat ook dit gedeelte van de vordering sub II zal worden toegewezen.

14.

Met betrekking tot de vorderingen sub III a en b wordt het volgende overwogen. Prijsvrij heeft bij akte wijziging/vermeerdering eis in conventie een uitgewerkte berekening overgelegd van de door haar gevorderde schade ten gevolge van de door Corendon gehanteerde prijsmanipulaties en het niet verstrekken van kortingen. Zij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt op welke gronden zij vermoedt meer schade dan de reeds door haar berekende te hebben geleden of nog te zullen lijden. Niet gebleken is derhalve dat Prijsvrij een rechtmatig belang heeft bij afgifte van de administratie van Corendon waaruit blijkt welke en hoeveel reizen Corendon gedurende de gehele agentuurovereenkomst heeft geboekt tegen welke prijzen, en welke omzet en winst zij daarmee heeft behaald. Voor zover dit gedeelte van de vordering tevens betrekking heeft op de schade die Prijsvrij stelt te hebben geleden omdat Corendon heeft verzuimd haar de zogenoemde ‘Super Last Minute’ aanbiedingen te leveren, heeft te gelden dat uit de stellingen van Prijsvrij niet valt op te maken op welke kortingen in welke periode zij meent (nog) aanspraak te hebben gehad. De vorderingen sub III a en b zullen derhalve worden afgewezen bij gebreke van deugdelijke onderbouwing.

15.

Corendon heeft betwist dat Prijsvrij ten gevolge van het wegvallen van 115 accommodaties in Turkije omzet heeft gederfd. Volgens Corendon heeft Prijsvrij juist in 2013 75% meer reizen naar die 115 bestemmingen geboekt dan in het voorgaande jaar. Prijsvrij heeft als reactie daarop betoogd, dat zij weliswaar in april 2013 een nieuwe ‘feed’ van Corendon heeft gekregen waar de bestemmingen weer inzaten, maar dat zij de 115 bestemmingen in het vroegboekseizoen niet kon aanbieden. Daardoor, zo stelt Prijsvrij, heeft zij veel minder omzet gemaakt dan zij had kunnen maken. Corendon heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen niet gemotiveerd betwist dat tijdens het vroegboekseizoen in februari en maart 2013 115 accommodaties in Turkije niet voor Prijsvrij beschikbaar zijn geweest. Zij heeft evenmin betwist dat zij door het tijdelijk onttrekken van deze accommodaties aan het aanbod van Prijsvrij toerekenbaar tekortgeschoten is jegens Prijsvrij in de nakoming van haar verplichtingen uit de agentuurovereenkomst. Niet onwaarschijnlijk is dat Prijsvrij hierdoor schade heeft geleden. Prijsvrij heeft derhalve een rechtmatig belang bij inzage in de administratie van Corendon waaruit gegevens kunnen blijken ten aanzien van de 115 accommodaties die Corendon aan het aanbod van Prijsvrij heeft onttrokken. De vorderingen sub III c en d zullen derhalve worden toegewezen, met dien verstande dat slechts inzage dient te worden verstrekt over de maanden februari en maart 2013, nu Prijsvrij de vorderingen voor zover deze betrekking hebben op een langere periode, niet heeft onderbouwd.

16.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering sub IV zal worden toegewezen voor zover deze ziet op de door Corendon geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het onttrekken van 115 accommodaties aan het aanbod van Prijsvrij in de maanden februari en maart 2013, en voor het overige wordt afgewezen. Tegen de gevorderde dwangsom heeft Corendon geen separaat verweer gevoerd, zodat deze ook toewijsbaar is, met dien verstande dat de kantonrechter deze dwangsom matigt tot € 500,00 per dag en hieraan een maximum verbindt van € 50.000,--.

De (vermeerderde) vordering in reconventie

17.

Op de comparitie van partijen heeft Corendon gesteld dat de grondslag van de vorderingen in reconventie is de tekortkoming van Prijsvrij zich als goed agent te gedragen en daarmee in de nakoming van haar verplichtingen uit de agentuurovereenkomst jegens Corendon. Prijsvrij heeft de vorderingen gemotiveerd betwist. Zij heeft voorts aangevoerd dat Corendon nimmer heeft geklaagd over de door Prijsvrij gehanteerde prijzen, haar nooit een verbod heeft opgelegd kortingen te verlenen en haar evenmin in gebreke heeft gesteld ten aanzien van een vermeend handelen in strijd met de agentuurovereenkomst. Volgens Corendon is ingebrekestelling niet nodig, omdat Prijsvrij structureel en voortdurend heeft gehandeld in strijd met haar contractuele verplichtingen.

18.

Vast staat dat de agentuurovereenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten geen expliciet verbod voor Prijsvrij inhield op de door haar aangeboden reizen kortingen te verlenen. Niet valt in te zien op welke gronden het ‘level playing field’, in afwijking van hetgeen ter zake in de agentuurovereenkomst is vermeld, Prijsvrij de verplichting oplegt niet van de door Corendon opgelegde prijzen af te wijken. Dat Prijsvrij tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens Corendon is derhalve niet gebleken. Daarmee komt de grondslag aan de reconventionele vorderingen te ontvallen, zodat deze zullen worden afgewezen.

De kosten

Corendon zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie, inclusief de nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Prijsvrij worden gemaakt. Ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is toewijsbaar.

Corendon heeft nog de kosten met betrekking tot de gelegde conservatoire beslagen gevorderd, maar heeft nagelaten de daarop ziende stukken in het geding te brengen. Daarom wordt haar vordering op dit onderdeel als onvoldoende gespecificeerd afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- verklaart voor recht dat Corendon aansprakelijk is voor de door Prijsvrij geleden en nog te lijden schade als gevolg van de tekortkomingen van Corendon in de nakoming van de agentuurovereenkomst met Prijsvrij;

- veroordeelt Corendon tot betaling aan Prijsvrij van € 1.034.552,00 ter zake van schade- respectievelijk klantenvergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2013;

- veroordeelt Corendon om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan Prijsvrij te verstrekken de gegevens uit haar administratie waaruit blijkt welke accommodaties Corendon in de maanden februari en maart 2013 aan het aanbod ten behoeve van Prijsvrij heeft onttrokken en hoeveel reizen Corendon in die maanden heeft verkocht die samenhangen met deze accommodaties en welke omzet en winst Corendon met de verkoop van die reizen heeft behaald, op verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag dat Corendon hiermee in gebreke blijkt met een maximum van € 50.000,--;

- veroordeelt Corendon tot vergoeding van de door Prijsvrij geleden resp. nog te lijden schade ten gevolge van de onttrekking van voornoemde accommodaties aan het aanbod ten behoeve van Prijsvrij, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten in conventie, die aan de kant van Prijsvrij tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 87,71[;]

griffierecht € 896,00

salaris gemachtigde € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten, vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt Corendon tot betaling van € 100,00 ter zake van nakosten voor zover deze daadwerkelijk door Prijsvrij worden gemaakt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Corendon tot betaling van de proceskosten die aan de zijde van Prijsvrij worden begroot op € 500,00 ter zake van kosten gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. van Dijk en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.