Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:584

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-01-2014
Datum publicatie
26-03-2014
Zaaknummer
AWB-14_111 bz
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Handhaving zonder omgevingsvergunning gebouwde steiger en berging

Ten aanzien van de steiger staat voldoende vast dat deze bedoeld is om ter plaatse te functioneren en indirecte steun vindt op de grond. Vaststaat dat hij alleen op die plaats kan blijven liggen doordat hij mede steunt op een stelsel van de afhouder en steunka-bels waarmee de woonboot aan de wal is verankerd. Het enkele feit dat er ruimte zit tussen de steiger en de woonboot aan de ene kant en de steiger en de wal aan de andere kant, doet daaraan niet af. De steiger is derhalve een bouwwerk.

Geen aanleiding van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het bestuursorgaan mag afzien van handhavend optreden.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 14/111

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2014 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats 1], verzoeker

(gemachtigde: E.P. Blaauw),

en

het college van burgemeester en wethouders van Waterland, verweerder

(gemachtigde: N. Piersma).

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker gelast de steiger en de berging naast de woonboot op het adres [adres] te [woonplaats 1] te verwijderen en verwijderd te houden vóór 30 januari 2014 op straffe van een dwangsom van € 25.000,-- ineens.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2014. Gemachtigde van verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1.

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.

De steiger en daarop gemonteerde berging zijn door verzoeker gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verweerder de steiger en berging ten onrechte zonder zodanige vergunning heeft opgericht en in stand gelaten. Gelet hierop heeft verweerder besloten handhavend op te treden.
Ter zitting heeft verweerder aangegeven de begunstigingstermijn in de bestreden besluit te verlengen tot drie weken na de datum van de zitting van de voorzieningenrechter.

3.

Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift. In geval van zowel de steiger als de berging is sprake van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig is.

Onder bouwwerk wordt verstaan elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. Ten aanzien van de steiger staat voldoende vast dat deze bedoeld is om ter plaatse te functioneren en indirecte steun vindt op de grond. Vaststaat dat hij alleen op die plaats kan blijven liggen doordat hij mede steunt op een stelsel van de afhouder en steunkabels waarmee de woonboot aan de wal is verankerd. Het enkele feit dat er ruimte zit tussen de steiger en de woonboot aan de ene kant en de steiger en de wal aan de andere kant, doet daaraan niet af.

Ook de berging is een bouwwerk. Niet is gebleken van een regeling op grond waarvan voor dit bouwwerk geen omgevingsvergunning voor bouwen nodig is.

Nu zowel de steiger als de berging vergunningplichtig is en hiervoor geen omgevingsvergunning is afgegeven, is verweerder bevoegd handhavend op te treden.

4.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

5.

Ten aanzien van de vraag of in het onderhavige geval sprake is van bijzondere omstandigheden die verweerder zouden nopen af te zien van handhavend optreden overweegt de voorzieningenrechter dat van zicht op legalisatie is geen sprake nu geen aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend.

Het beroep van verzoeker op het gelijkheidsbeginsel, onder verwijzing naar steigers in de directe omgeving, geeft verweerder evenmin aanleiding af te zien van handhavend optreden. Verweerder ter zitting aangegeven dat een onderzoek naar deze steigers zal worden opgestart.

Het betoog van verzoeker dat het vertrouwensbeginsel is geschonden treft evenmin doel. Voor zover al moet worden aangenomen dat een ambtenaar aan verzoeker heeft aangegeven dat de steiger vergunningvrij zou zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de visie van een ambtenaar terzake het al dan niet vergunningplichtig zijn van de steiger, niet kan worden tegengeworpen aan verweerder.

Tot slot maakt het enkele feit dat de steiger was gebouwd voor inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) niet dat verweerder kon afzien van handhavend optreden, zoals verzoeker heeft betoogd.

6.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

7.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra - van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2014.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.