Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:559

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
24-02-2014
Zaaknummer
AWB-12_2459
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskosten wegingsfactor 0,25 in bezwaar.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: ALK 12/2459

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2014 in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: M.F. Rupert),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Stede Broec, verweerder.

Procesverloop

Bij beschikking van 29 februari 2012 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning van eiser aan de [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2012 vastgesteld op € 117.000.

Bij uitspraak op bezwaar van 27 augustus 2012 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard en daarbij de vastgestelde WOZ-waarde verlaagd naar € 95.000.

Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2014. Eiser is ter zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigde die werd vergezeld door een stagiaire A. Groot. Verweerder is niet verschenen.

Feiten

1.1. Verweerder heeft de WOZ-waarde van de woning van eiser aan de [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2012 bij beschikking van 27 augustus 2012 vastgesteld op € 117.000 en vervolgens bij de bestreden uitspraak verlaagd naar € 95.000. Verweerder is daarbij uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2011.

1.2. De woning van eiser is een appartement met berging en parkeerplaats, gebouwd in 2006.

Overwegingen

2.1. Eiser voert aan dat hij in bezwaar niet is gehoord.

2.2. Verweerder voert aan – onder verwijzing naar artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) - dat dit niet hoeft indien er volledig aan het bezwaar is tegemoet gekomen. In het taxatierapport dat eiser in bezwaar heeft ingediend, is de waarde van zijn appartement vastgesteld op 95.500. Op basis hiervan heeft verweerder de WOZ-waarde vastgesteld op € 95.000.

2.3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ervan mocht uitgaan dat volledig tegemoet is gekomen aan het bezwaar van eiser door de WOZ-waarde vast te stellen op

€ 95.000 hetgeen minder is dan de waarde van € 95.500 die werd geconcludeerd in het taxatierapport dat eiser als onderbouwing van de waarde van zijn woning heeft overgelegd. Dat eiser ter zitting heeft gesteld het niet eens te zijn met de uitkomst van dit taxatierapport omdat de waarde naar zijn mening € 90.000 moet zijn maakt vorenstaande niet anders nu hij daarvan bij de aanbieding van dit taxatierapport op geen enkele wijze melding heeft gemaakt. Gelet hierop heeft verweerder terecht van het horen van eiser kunnen afzien.

3.

De rechtbank is verder van oordeel dat eiser geen argumenten heeft ingebracht op grond waarvan de WOZ-waarde van zijn woning lager moet worden vastgesteld.

4.1.

Eiser voert verder aan dat de wegingsfactor van de proceskosten als gemiddeld, derhalve 1, moet worden aangemerkt en niet als zeer licht, derhalve 0,25, zoals verweerder dat heeft gedaan omdat de gemachtigde de WOZ-waarde inhoudelijk heeft betwist. Het gewicht van de zaak wordt niet bepaald door de hoeveelheid werk die door de gemachtigde is verzet. Het Besluit proceskosten bestuursrecht gaat uit van een forfaitaire vergoeding, niet van de omvang van het bezwaarschrift.

4.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de werkbelasting van de gemachtigde gering is nu het bezwaarschrift is gebaseerd op het taxatierapport.

4.3.

De gemachtigde heeft in het bezwaarschrift summier verwezen naar de door verweerder gehanteerde referentiewoningen. Verder heeft de gemachtigde verwezen naar het taxatierapport en verzocht om een proceskostenvergoeding. Op basis hiervan is de rechtbank van oordeel dat de gecompliceerdheid, de bewerkelijkheid van de zaak en daarmee de werkbelasting van de gemachtigde dusdanig beperkt is dat het gewicht van de zaak de kwalificatie “zeer licht” verdient. Verweerder heeft derhalve in redelijkheid kunnen besluiten tot toekenning van wegingsfactor 0,25.

5.

Tenslotte heeft eiser ter zitting meegedeeld dat hij zijn beroepsgrond met betrekking tot de vergoeding door verweerder van het door eiser ingebrachte taxatierapport niet langer handhaaft. Gelet hierop behoeft deze beroepsgrond geen bespreking meer.

6.

Op basis van het voorgaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van E.A.D. Horn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.