Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:5134

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2014
Datum publicatie
04-06-2014
Zaaknummer
C/15/ 214025
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Toewijzing van het verzoek om, totdat op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist, een voorlopige voorziening te treffen inhoudende schorsing van de door de deurwaarder aangekondigde openbare verkoop van in executoriaal beslag genomen roerende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer: C/15/ 214025

Beschikking van 4 juni 2014

op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening van

[verzoekster],

wonende te [adres],

verzoekster,

gemachtigde V. Kruyt.

1 Procedure

Op 10 april 2014 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoekster tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Op 27 mei 2014 is ter griffie het verzoek ingekomen van verzoekster waarin zij de rechtbank heeft verzocht, totdat op het verzoek tot toelating tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal zijn beslist, uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige voorziening te treffen, en wel door de door Schoonebeek & Partners gerechtsdeurwaarders en incasso te Zaandam (hierna: Schoonebeek) aangekondigde openbare verkoop op 12 juni 2014 te 10.00 uur van de daartoe in executoriaal beslag genomen roerende zaken te schorsen.

2 Beoordeling

2.1.

Artikel 287 lid 4 Fw bepaalt dat de rechtbank, hangende het schuldsaneringsverzoek, in spoedeisende zaken bevoegd is een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. Daarbij dient te worden gelet op de belangen van partijen.

2.2.

De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser, totdat op een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is beslist, in beginsel vrijstaat om door middel van een executoriaal beslag verhaal op de zaken van een schuldenaar te nemen. In het kader van voormeld verzoek ex artikel 287 lid 4 Fw dient het belang van de schuldeiser bij dat verhaal te worden afgewogen tegen het belang van de schuldenaar. In het kader van de belangenafweging moet tevens worden bezien of executie van het beslag de kans tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling doorkruist of dat verzoekster daardoor wordt belemmerd in het te zijner tijd voldoen aan de verplichtingen die een eventuele toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling met zich brengt.

2.3.

Uit de stukken blijkt dat de kantonrechter te Zaandam op 13 juni 2013 op verzoek van de stichting Stichting Parteon een vonnis heeft gewezen, waarin verzoekster is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 157,97, te vermeerderen met rente, en een totaalbedrag van € 672,45 ter zake van proceskosten. Vervolgens heeft Schoonebeek eerst op 8 mei 2014 – een klein jaar na het vonnis en vier weken na indiening van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling – beslag gelegd op aan verzoekster toebehorende roerende goederen, waaronder lampen, banken, stoelen en een tafel, en daarbij meegedeeld dat dit beslag wordt gelegd ter verkrijging van voormelde vordering. Schoonebeek heeft de vordering, te vermeerderen met nasalaris gemachtigde, leges gba, exploot betekening en bevel, executie- en beslagkosten en kosten overbetekening beslag, gespecificeerd op een totaalbedrag van € 1.388,95. Vervolgens heeft Schoonebeek op 12 mei 2014 het proces-verbaal van 8 mei 2014 aan verzoekster betekend en de executoriale verkoop aangezegd. De kosten van dit exploot zijn € 79,42. Tevens wordt de vordering vermeerderd met € 92,81 voor de kosten van het aanslaan van verkoopbiljetten en € 250,00 ter zake van de aankondiging van de openbare verkoop in Dagblad Zaanstreek.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat indien de executoriale verkoop doorgang zal vinden verzoekster daardoor ernstig in haar belangen zal worden geschaad; zij zal door de executie worden belemmerd in het te zijner tijd voldoen aan de verplichtingen die een eventuele toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling met zich brengt. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verzoekster is veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 157,97 en dat door alle bijkomende (proces)kosten verzoekster een bedrag van € 1.811,18 dient te voldoen. Dit komt neer op een stijging tot nagenoeg 1.150 % van de oorspronkelijk hoofdsom. Zeker gezien de omstandigheid dat verzoekster reeds voorafgaand aan de beslaglegging een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling had ingediend, is de rechtbank van oordeel dat het belang van verzoekster dient te prevaleren boven het belang van de schuldeiser. De gevraagde voorziening zal daarom worden toegewezen in afwachting van de beslissing op het verzoek toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.

3 Beslissing

De rechtbank:

verbiedt Schoonebeek over te gaan tot de aangekondigde openbare verkoop totdat is beslist op het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling of dat verzoek wordt ingetrokken;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2014.