Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4954

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
15/703384-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van vier inbraken, waarvan één poging daartoe. Het enkele feit dat verdachte de schroevendraaiers – waarmee voornoemde feiten mee zijn gepleegd – op een later moment bij zich droeg, rechtvaardigt niet de conclusie dat verdachte ook op tijdstippen vóór dat moment, in het bezit was van die schroevendraaiers. Geen ondersteunend bewijs waaruit blijkt dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Modus operandi is niet dusdanig specifiek dat die (alleen) aan verdachte kan worden toegeschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/703384-13 (P)

Uitspraakdatum: 28 mei 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 mei 2014 in de zaak tegen:

[verdachte][verdachte],

geboren op[geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Visser en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.D. Rijnsburger, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 10 mei 2013 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres delict 1] aldaar, heeft weggenomen een of meer computer(s) en/of een of meer portefeuilles en/of een geldbedrag van 1500 euro en/of een rijbewijs en/of waardepapieren en/of een of meer bank- en/of betaalpassen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2:

hij op of omstreeks 16 februari 2013 tot en met 25 februari 2013 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres delict 2] aldaar, heeft weggenomen een of meer sieraden en/of een computer en/of

computertoebehoren en/of een rekenmachine en/of een geldbedrag van 50 Engelse ponden en/of 5000 Tjechische Kronen en/of een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 3:

hij op of omstreeks 06 april 2013 in de gemeente Den Helder tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen op/aan de [adres delict 3] aldaar, heeft weggenomen een of meer sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4:

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2013 tot en met 25 februari 2013 te Den Helder ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de[adres delict 4], weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen op een dak van een garage/schuur is/zijn geklommen en/of naar die woning is/zijn toegegaan en/of een raam heeft/hebben geforceerd en/of op een aanbouw is/zijn geklommen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

3.2.

Standpunt van de verdediging

Namens verdachte heeft de raadsman gepleit voor vrijspraak van de ten laste gelegde feiten, nu – gelet op het tijdsverloop tussen de inbraken waarbij schroevendraaiers zijn gebruikt en het aantreffen van voornoemde schroevendraaiers bij verdachte, en het gebrek aan overig bewijs – niet wettig en overtuigend is bewezen dat het verdachte is geweest die heeft ingebroken, dan wel een poging daartoe heeft gedaan.

3.3.

Vrijspraak

Met de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 tot en met feit 4 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij betrokken is geweest bij een drietal woninginbraken en één poging daartoe. Deze feiten zijn gepleegd in februari, april en mei 2013. Telkens is er een schroevendraaier gebruikt waarmee een raam werd geforceerd om de woning binnen te komen, of werd getracht op die manier een raam te openen. Op 16 augustus 2013 is verdachte aangehouden en zijn er twee schroevendraaiers bij hem aangetroffen. Uit werktuigsporenonderzoek is gebleken dat het hier gaat om de schroevendraaiers waarmee afgevormde werktuigsporen in de ramen bij de desbetreffende woningen zijn veroorzaakt.

De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat verdachte de betreffende schroevendraaiers op 16 augustus 2013 bij zich droeg, niet de conclusie rechtvaardigt dat hij ook op tijdstippen vóór dat moment, zoals ten tijde van de hem verweten woninginbraken, in het bezit was van die schroevendraaiers. In het dossier bevindt zich voor het overige geen steunbewijs waaruit blijkt dat het verdachte is geweest die de inbraken heeft gepleegd. De officier van justitie verwijst naar de modus operandi, te weten het telkens gebruik maken van schroevendraaiers om binnen te komen, het telkens binnenkomen door het openen van ramen, en naar het feit dat de inbraken alle zijn gepleegd in hetzelfde gebied, zijnde de woonomgeving van verdachte en dat er telkens dezelfde type goederen, te weten geld en sieraden, buit werden gemaakt. Deze modus operandi is echter niet dusdanig specifiek dat die (alleen) aan verdachte kan worden toegeschreven. Datzelfde geldt voor de buitgemaakte goederen. Dat de inbraken in de woonomgeving van verdachte zijn gepleegd is onvoldoende om aan het bewijs te kunnen bijdragen. Het enkele aantreffen van de schroevendraaiers op 16 augustus 2013 in combinatie met de aangiftes is daarmee onvoldoende voor het bewijs dat het verdachte is geweest die de inbraken en de poging daartoe heeft gepleegd.

Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

4 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1, 2, 3 en 4 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Stalenhoef, voorzitter,

mr. L.J. Saarloos en mr. E.M. ten Bos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.E. van den Bergh,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 mei 2014.