Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4916

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-02-2014
Datum publicatie
28-05-2014
Zaaknummer
15/801008-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis; witwassen te Schiphol.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag. Verdachte heeft hiertoe op de luchthaven Schiphol een totaalbedrag van 32.000 euro, waarvan hij wist dat dit van misdrijf afkomstig was, ter overbrenging naar Panama voor een persoon van wie dat geld afkomstig was, contant voorhanden gehad met het kennelijk doel dit aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken en daaraan vervolgens een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801008-13 (P)

Uitspraakdatum: 28 februari 2014

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 februari 2014 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Panama),

wonende te (Costa Rica) [adres],

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.C. Bijlsma en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A. Oass, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlaste gelegd dat:

hij op of omstreeks 02 september 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (te weten 32.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

3.2. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van het volgende.

Op 2 september 2013 bevond verdachte zich op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, van waar hij per vliegtuig wilde vertrekken naar Panama.

Tijdens een douanecontrole van verdachte zijn douaneambtenaren in kennis gesteld van het feit dat in de bagagekelder in de ruimbagage van verdachte een contant geldbedrag was aangetroffen van meer dan 10.000 euro.

Aan verdachte is vervolgens in het kader van voornoemde controle gevraagd of hij een aangifteformulier ten behoeve van de uitvoer van contant geld kon overleggen. Verdachte reageerde niet op die vraag.

Desgevraagd heeft verdachte zijn zakken geleegd en onder meer een bundel met bankbiljetten te voorschijn gehaald en op de visitatietafel gelegd. De bundel bankbiljetten bestond uit totaal 9.900 euro.

In de ruimbagage van verdachte is in een rugtas, in een verpakking tussen een hoeslaken en een stuk karton, een bedrag van 22.500 euro aangetroffen. Verdachte verklaarde daarna desgevraagd dat hij een geldbedrag van in totaal rond de 32.000 euro bij zich had.2

In totaal is onder verdachte een geldbedrag van 32.510 euro aangetroffen. Daarvan is door de FIOD een bedrag van 510 euro aan verdachte beschikbaar gesteld ten behoeve van eventuele onkosten.

In totaal is 32.000 euro onder verdachte inbeslaggenomen:3 32 bankbiljetten van 500 euro, 10 bankbiljetten van 200 euro, 139 bankbiljetten van 100 euro en 2 bankbiljetten van 50 euro.4

3.3. Bewijsoverweging

Verdachte is met een groot contant geldbedrag aangehouden op de luchthaven Schiphol. In de ruimbagage van verdachte was het geld verstopt in een verpakking tussen een hoeslaken en een stuk karton die zich weer bevond in een rugzak. Verdachte heeft verzuimd uit zichzelf bij de douane aan te geven dat hij al dit geld bij zich had. Namens verdachte is bepleit dat het bedrag dat hij in zijn broekzak bij zich droeg, ongeveer 10.000,- euro zijn eigen spaargeld is en niet afkomstig uit misdrijf is.

Het fysiek vervoeren van grote bedragen in contanten is niet gebruikelijk en brengt een veiligheidsrisico met zich mee. Het door de verdachte vervoerde geld is op heimelijke wijze verborgen in een verpakking met daarin een hoeslaken en een stuk karton.

Een aanzienlijk aantal biljetten (32) van het bij verdachte aangetroffen geld, betreft coupures van 500 euro. Het is een feit van algemene bekendheid dat coupures van 500 euro veelal in het criminele circuit plegen te worden gebruikt. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat de luchthaven Schiphol wordt gebruikt voor in-, uit- of doorvoer van voorwerpen, waaronder bankbiljetten, die middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn uit misdrijf.

Vorenstaande redengevende feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen.

Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld, die concreet, verifieerbaar, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Verdachte verklaart dat hij het aangetroffen geldbedrag, zijnde 22.000 euro, in zijn rugzak had hij gekregen van een zekere [medeverdachte 1]. Hij zou dit geld naar Lima moeten brengen, waarvoor hij een beloning zou krijgen van 3.000 euro.5 Verdachte hield er rekening mee dat een en ander met drugs te maken zou kunnen hebben.6

In de telefoon van verdachte is een WhatsApp gesprek met een zekere [medeverdachte 2] aangetroffen van 24 augustus 2013. In dat gesprek zegt verdachte tegen [medeverdachte 2]: ‘hier zijn de kopers en alles daarna wat goede kwaliteit is kopen.’ [medeverdachte 2] vraagt verdachte hoeveel er ginds voor betaald wordt, waarop verdachte antwoordt: ‘25-27 mil’. Verdachte kon zich desgevraagd in eerste instantie niets van dat gesprek herinneren, maar verklaarde vervolgens dat die berichten met verdovende middelen te maken hebben, maar dat niets daarvan is uitgevoerd.7

Verdachte verklaart dat het geld dat hij mee moest nemen van kleine biljetten naar grote biljetten moest worden gewisseld, zodat het volume minder zou worden.8

Verdachte verklaart dat het geld dat hij bij zich had in zijn broekzak, naar eigen zeggen 9.600 euro, van hem was en dat dat zijn spaargeld afkomstig uit inkomen uit zijn onderneming betrof. Het spaargeld betrof volgens verdachte oorspronkelijk 9800 US dollar. Verdachte verklaart dat geld te hebben gewisseld in euro’s in Lima (Peru), Spanje en Costa Rica.9

Verdachte verklaart dat hij het meegenomen spaargeld wilde gebruiken om namaak merkkleding te kopen in Lima. Volgens verdachte had voornoemde [medeverdachte 1] echter tegen hem gezegd niets te kopen en het geld te wisselen in euro’s.10

Verdachte heeft in de periode van 29 augustus 2013 tot en met 2 september 2013 pinberichten uitgewisseld met zijn telefoon. Uit die berichten komt naar voren dat verdachte opdracht kreeg om 9500 euro mee te nemen in zijn portemonnee, omdat een dergelijk bedrag is toegestaan.11 Verdachte wist dat hij de invoer van 10.000 euro of meer moest aangeven bij de douane.12

Een aannemelijke verklaring van de zijde van verdachte dat het in zijn broekzak aangetroffen geld – desondanks – een legale herkomst heeft, is naar het oordeel van de rechtbank uitgebleven. Verdachte heeft een wisselende, niet aannemelijk geworden en ook oncontroleerbare verklaring afgelegd over de hoeveelheid geld die hij vanuit Panama had meegenomen en de herkomst van het geld. Ieder mogelijk objectief bewijsmiddel om de herkomst van dit geldbedrag aan te tonen is vernietigd, weggegooid, afgenomen of niet voorhanden, aldus de verklaringen van verdachte. Resteert derhalve enkel de verklaring van verdachte dat voornoemd bedrag zijn spaargeld betrof. De verklaring van verdachte dat het geld zijn spaargeld betrof en dat hij dat wilde gebruiken voor het kopen van kleding in Lima strookt echter niet met het feit dat hij het uit US dollars bestaande spaargeld in verschillende landen heeft gewisseld in euro’s, alsmede met zijn verklaring een deel van het geld te hebben gekregen van de personen voor wie hij de eerder genoemde 22.000 euro moest vervoeren.13 Voorts kan verdachte desgevraagd geen verklaring geven voor de reden dat hij het geld in verschillende landen op verschillende tijden zou hebben ingewisseld in euro’s. Dat geveven, in combinatie met zijn latere verklaring dat [medeverdachte 1] de opdracht zou hebben gegeven om de US dollars om te wisselen in euro’s en de in de telefoon van verdachte aangetroffen voornoemde pinberichten maakt volgens de rechtbank dat wettig en overtuigend is bewezen dat ook dit bedrag middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is en dat verdachte daar wetenschap van had.

Zijn verklaring moet derhalve als ongeloofwaardig terzijde worden geschoven.

Op grond van genoemde feiten en omstandigheden tezamen en in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat het totaal bij verdachte aangetroffen geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist. Verdachte heeft zich derhalve opzettelijk schuldig gemaakt aan het witwassen van € 32.000,-.

3.4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 2 september 2013, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld te weten 32.000 euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Witwassen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. Motivering van de sancties

6.1. Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) weken met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag, zijnde een bedrag van 32.000 euro.

6.2. Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

6.3. Hoofdstraf

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot geldbedrag. Verdachte heeft hiertoe op de luchthaven Schiphol een totaalbedrag van 32.000 euro, waarvan hij wist dat dit van misdrijf afkomstig was, ter overbrenging naar Panama voor een persoon van wie dat geld afkomstig was, contant voorhanden gehad met het kennelijk doel dit aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken. Door opbrengsten van misdrijven aan het zicht van de autoriteiten te onttrekken en daaraan vervolgens een schijnbaar legale herkomst te verschaffen, wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast.

Bovendien bevordert het handelen van verdachte en zijn mededaders het plegen van delicten omdat, zonder de mogelijkheid van het onttrekken van geld dat van misdrijf afkomstig is aan het zicht van de autoriteiten, het genereren van illegale winsten een stuk minder lucratief zou zijn.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De strafeis van de officier van justitie is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort strafbare feiten in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. Noch in de omstandigheden waaronder het feit is begaan, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding daarvan af te wijken.

6.4. Bijkomende straf

verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geldbedrag, te weten 32.000 euro, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat geldbedrag, dat aan verdachte toebehoort, is begaan.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 33, 33a en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZES (6) WEKEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

Geld euro, 32.000,-.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.M. Christiaan, voorzitter,

mr. P.H. Lauryssen en mr. J.M. ten Voorde, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier C.A. de Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 februari 2014.

Mr. Ten Voorde is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal van bevindingen en overdracht d.d. 2 september 2013 (dossierpagina 0009-0018, bijlage nr. AH-001).

3 Proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Schiphol, d.d. 5 september 2013 (dossierpagina 1-9) en het bewijs van ontvangst (bijlage nr. 7).

4 Bewijs van ontvangst (dossierpagina 0149, bijlage nr. AH-002a).

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 september 2013 (V1-01, dossierpagina 0030 en 0031).

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 september 2013 (V1-02, dossierpagina 0041).

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 september 2013 (V1-04, dossierpagina 0058-0064) en het vertaalde WhatsApp-bericht met [medeverdachte 2] van 24 augustus 2013 (bijlage D-017).

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 september 2013 (V1-04, dossierpagina 0062)

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 september 2013 (V1-01, dossierpagina 0031).

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 september 2013 (V1-02, dossierpagina 0034 en 0035).

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 11 september 2013 (V1-03, dossierpagina 0050) en de vertaalde pinberichten (D-014).

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 september 2013 (V1-04, dossierpagina 0060).

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 4 september 2013 (V1-02, dossierpagina 0037).