Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4739

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-05-2014
Datum publicatie
22-05-2014
Zaaknummer
14/810289-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Promis; ontnemingszaak “Colorado”; grootschalig telen en bewerken van hennep; vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel; oplegging verplichting tot betaling aan de Staat van 4.699.458,72 euro

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/173
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 14/810289-09 (ontneming)

Uitspraakdatum : 22 mei 2014

Promisvonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie van 3 december 2012 ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].

1 De vordering

De officier heeft bij vordering van 3 december 2012 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, lid 4 (de rechtbank leest verbeterd: lid 5), van het Wetboek van Strafrecht zal vaststellen op € 4.741.145,00 en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

2 Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van veroordeelde om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 18 januari 2013. Dit betrof een zogeheten regiezitting.

Ter terechtzitting van 18 januari 2013 zijn gehoord de raadsman van veroordeelde, mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak aangehouden tot een tweede regiezitting op 15 april 2013 en de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, teneinde nadere onderzoekshandelingen te verrichten. Tevens zijn termijnen afgesproken in verband met de schriftelijke voorbereiding van de ontnemingszaak.

Ter terechtzitting van 15 april 2013 zijn gehoord de raadsman van veroordeelde, mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak opnieuw aangehouden tot 7 oktober 2013 en de stukken in handen gesteld van de rechter-commissaris voornoemd, teneinde nadere onderzoekshandelingen te verrichten. Tevens zijn definitieve termijnen afgesproken in verband met de schriftelijke voorbereiding van de ontnemingszaak.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende ontnemingsdossier, dat bestaat uit de resultaten van het financieel onderzoek aangevuld met enkele afschriften uit het strafdossier en de in het kader van de schriftelijke voorbereiding tussen de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde gewisselde conclusies. De rechtbank heeft voorts kennis genomen van de uitkomst van de onderzoekshandelingen verricht door de rechter-commissaris, voornoemd, zoals deze zijn neergelegd in de processen-verbaal van 10 april 2013, 11 april 2013 en 8 mei 2013 (met bijlagen) alsmede van het door veroordeelde opgestelde kostenoverzicht dat op 4 maart 2013 door de rechter-commissaris is ontvangen en toegevoegd aan het dossier.

De officier van justitie heeft bij conclusie van repliek de vordering naar boven bijgesteld tot een bedrag van € 4.757.195,72.

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 7 oktober 2013. Daarbij zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsman mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn en de officier van justitie. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden teneinde de officier van justitie en de raadsman in de gelegenheid te stellen op de uit hoofde van het aan Zwitserland gedane rechtshulpverzoek te verwachte stukken nader te concluderen.

Ter zitting van 10 april 2014 zijn gehoord de veroordeelde, zijn raadsman mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn en de officier van justitie. De rechtbank heeft kennis genomen van de tussen de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde gewisselde nadere conclusies.

Vervolgens is het onderzoek gesloten en is de uitspraak bepaald op 22 mei 2014 te 13.00 uur.

3 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting van 10 april 2014 gepersisteerd bij de gewijzigde vordering van € 4.757.195,72.

3.1.

De berekeningsmethode

De officier van justitie heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op basis van de transactieberekening. Met de raadsman is zij van mening dat deze berekening de voorkeur verdient omdat deze concreter en nauwkeuriger is.

3.2.

Uitgangspunten voor de voordeelsberekening

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de transactieberekening volgens de uitgangspunten van het BOOM-rapport dient te worden uitgevoerd, en niet volgens de berekening van veroordeelde.

Ten behoeve van de ontneming heeft veroordeelde een zeer gedetailleerde eigen berekening gemaakt welke op 4 maart 2013 is ontvangen door de rechter-commissaris, voornoemd. Volgens de officier van justitie is het bijzonder dat veroordeelde deze berekening heeft kunnen maken nu hij zich gedurende het strafrechtelijk onderzoek voortdurend heeft beroepen op zijn zwijgrecht en eerder heeft verklaard dat hij geen enkele administratie heeft bijgehouden en ook geen enkele bon meer zou hebben omdat hij die altijd weggooide. Aangaande de ontnemingsprocedure lijkt veroordeelde ineens een fotografisch geheugen te hebben. Bovendien heeft hij ter onderbouwing van zijn berekening een prijslijst aangeleverd van 2012, die naar mening van de officier van justitie niet bruikbaar is als onderbouwing voor kosten gemaakt in 2007.

De standaardberekening van het BOOM-rapport is volgens de officier van justitie ook van toepassing op grootschalige hennepteelt. In een bijlage van het BOOM-rapport zit het deskundigenonderzoek dat als basis heeft gediend voor de standaardberekening. Daarin wordt aangegeven dat uitgebreid onderzoek is gedaan naar meerdere kwekerijen die qua grootte uiteenliepen van kwekerijen van 1-100 planten tot kwekerijen met meer dan 1000 planten. In de bijlage is te zien dat ook hennepkwekerijen met 2.000-7.800 planten zijn meegenomen in het onderzoek. Die zijn dus vergelijkbaar met de omvang van de hennepkwekerij van veroordeelde in Heerhugowaard. De officier van justitie merkt bovendien op dat de toepassing van de normen uit het BOOM-rapport niet ongunstig is voor veroordeelde. In het BOOM-rapport van 2005 is op pagina 31 te lezen dat de tabel voor aftrek van kosten maar tot 1000 planten gaat. Bij een groter aantal planten kunnen de bedragen bij elkaar worden opgeteld totdat het in die ruimte aanwezige aantal planten bereikt is. Gezien het feit dat uit de tabel blijkt dat de kosten per plant verhoudingsgewijs afnemen als er meer planten in een ruimte staan, zal deze benadering vermoedelijk leiden tot een te hoge kostenaftrek. Daar dit in het voordeel van betrokkene is, kan dit worden geaccepteerd, aldus het BOOM-rapport.

De officier van justitie heeft voorts de jurisprudentie met betrekking tot hennepteelt erop nageslagen en in geen van de zaken is door of namens een veroordeelde aangevoerd dat het BOOM-rapport op grote hennepkwekerijen niet van toepassing zou zijn omdat het daar anders werkt dan in een kleine kwekerij. Het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 augustus 2011 (LJN BR 5773) betreft een ontneming van € 2.659.092,00 verdiend in hennepkwekerijen met rond de 400 planten. Zowel rechtbank Maastricht als het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch gebruiken voor die berekening het BOOM-rapport. Het vonnis van rechtbank Roermond van 4 juni 2012 (LJN BW 8956) betreft drie grote hennepkwekerijen met capaciteiten van 3000-4000 planten. Ook hier zijn door de rechtbank de standaard uitgangspunten van het BOOM-rapport gehanteerd en kwam men op een ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.194.409,00. Ook rechtbank Alkmaar heeft eerder kwekerijen op zitting gehad met een groot aantal planten waarbij voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebruik is gemaakt van de standaardnormen van BOOM. In het vonnis van 2 maart 2012 (LJN BV 9565) ziet de ontneming op een aantal kwekerijen, waarvan er een (zaak ZT003) maar liefst 11.600 planten omvat en verder enkele andere kwekerijen met meer dan 1000 planten.

Met betrekking tot de wijze van afschrijving van de investeringen hanteert het BOOM-rapport ook de juiste criteria. Dat is in verschillende arresten van Hoven (zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam 18 september 2013, parketnummer 23/005312-11) en de Hoge Raad (HR 31 januari 2012, NJ 2012/99) bepaald. Het gaat hierbij om een bedrijfsmatige afschrijving zoals ook door de belastingdienst wordt gehanteerd. Uit die bedrijfsmatige benadering volgt dan ook dat als een hennepkwekerij wordt opgerold voordat de investering terug is verdiend, dit gerekend wordt tot het bedrijfsrisico van een verdachte.

3.3.

Uithoorn, [adres 2]

De kwekerij in Uithoorn kan worden aangemerkt als een “ander strafbaar feit waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat veroordeelde dit heeft begaan”, in de zin van artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht, aldus de officier van justitie. De wijze waarop de lampen in Uithoorn zijn opgehangen is bijzonder en identiek aan die van Groningen en Heerhugowaard. De forensische opsporing heeft aangegeven dat er meer overeenkomsten zijn tussen de kwekerijen aan de [adres 1] te Heerhugowaard, de [adres 2] te Uithoorn en de [adres 3] [locatie 2] en [locatie 1] te Groningen. Het gaat daarbij niet zozeer om de gebruikte materialen maar om de manier van inrichten die opvallende overeenkomsten vertoont.

In de bedrijfspanden te Heerhugowaard en Uithoorn en in de woning van veroordeelde zijn handgeschreven invullijsten aangetroffen. Deze tabellen hebben grote gelijkenis en zijn vermoedelijk steeds opnieuw gekopieerd. Dit aspect moet, net als de link tussen de alarminstallatie in het bedrijfspand in Uithoorn en de vermelding “Taxi” in de agenda van een gsm van veroordeelde, volgens de officier van justitie bezien worden in samenhang met de andere bevindingen die naar voren zijn gekomen.

Uit het telecommunicatie-onderzoek is gebleken dat aan veroordeelde toegeschreven telefoonnummers via zendmasten in of nabij Uithoorn contact hadden met aan medeverdachten toegeschreven telefoonnummers. Op grond hiervan, in combinatie met de andere bevindingen, kan worden afgeleid dat veroordeelde op verschillende momenten in Uithoorn is geweest en daar contact heeft gehad met andere personen die veroordeeld zijn voor deelname aan de criminele organisatie. Medeverdachte [verdachte 1] heeft verklaard dat veroordeelde daar alleen maar kwam om koffie te drinken. Echter, in datzelfde verhoor heeft hij verklaard dat hij niet weet wat veroordeelde kwam doen in het pand in Uithoorn, omdat veroordeelde en medeverdachte [verdachte 2] telkens samen naar beneden gingen onder het mom van “we moeten samen even praten”. Volgens [verdachte 1] hadden ze dat ook prima in het kantoor boven kunnen doen, maar dat deden zij niet. Ze gingen telkens naar beneden en na enige tijd kwam [verdachte 2] alleen terug. Van alleen maar gezellig een kopje koffie drinken en dan weer uitzwaaien is op grond van de verklaring van [verdachte 1] dus geen sprake. Voorts merkt de officier van justitie op dat [verdachte 1] in zijn 3e verhoor heeft verklaard dat de financier van Uithoorn ook de financier was van de hennepkwekerij in Heerhugowaard. Weliswaar is niet geheel duidelijk wie [verdachte 1] hiermee bedoeld, maar veroordeelde heeft zelf in het kader van de ontnemingsprocedure gemotiveerd aangeven dat hij degene is geweest die de hennepkwekerij in Heerhugowaard heeft opgezet én gefinancierd.

Dat de getuige [getuige 1], die werkzaam was in het naastgelegen bedrijfspand, veroordeelde niet heeft herkend als een van de personen die dikwijls het pand binnengingen wil volgens de officier van justitie niet zeggen dat veroordeelde niet of niet vaak in het pand in Uithoorn is geweest. Getuige [getuige 1] zal niet telkens aanwezig zijn geweest en evenmin alles hebben gezien wat er met betrekking tot het pand gebeurde. Daar komt bij dat veroordeelde thans de uitspraak van [verdachte 1] dat veroordeelde er alleen kwam om koffie te drinken aanhaalt en gebruikt, en daarmee dus erkent dat hij in het pand in Uithoorn is geweest. Volgens dezelfde verklaring van [verdachte 1] is veroordeelde zeker 10 keer in het pand in Uithoorn geweest, deze frequentie wordt door veroordeelde klaarblijkelijk niet betwist.

DNA- en dactyloscopisch sporenonderzoek heeft geen bewijs tegen veroordeelde opgeleverd. Het DNA van medeverdachte [verdachte 3] is echter wel in zowel de kwekerijen in Groningen als in Uithoorn aangetroffen. Daarnaast is [verdachte 3] aangehouden in de kwekerij in Heerhugowaard. [verdachte 3] is veroordeeld voor betrokkenheid bij de kwekerij in Heerhugowaard, de knipperij in Opperdoes en voor het deelnemen aan de criminele organisatie waar veroordeelde leidinggevende van was en waarvoor veroordeelde ook is veroordeeld.

De officier van justitie merkt ten slotte op dat uit verschillende getuigenverklaringen blijkt dat de kwekerij in Heerhugowaard (tijdelijk) is stilgelegd toen de kwekerij in Uithoorn was opgerold. Dit gebeurde op last van veroordeelde. Klaarblijkelijk was er een dermate belangrijke link tussen de beide kwekerijen dat veroordeelde deze beslissing heeft genomen.

3.4.

Berekening van het voordeel per hennepkwekerij

De officier van justitie heeft zich op de volgende berekening gebaseerd:

Heerhugowaard, [adres 1]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 458.522,00

Afschrijvingskosten

€ 2.650,00

 

Variabele kosten

€ 22.669,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 12.880,00

 

Huisvestingskosten

€ 17.295,00

 

Totale kosten per oogst

€ 55.494,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 403.028,00

Aantal oogsten

 

3

Voordeel

 

€ 1.209.084,00

Inbeslaggenomen hennep

€ 126.399,00

 

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.082.685,00

Uithoorn, [adres 2]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 317.877,00

Afschrijvingskosten

€ 1.900,00

 

Variabele kosten

€ 16.188,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 9.198,00

 

Huisvestingskosten

€ 16.362,00

 

Totale kosten per oogst

€ 43.648,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 274.229,00

Aantal oogsten

 

7

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.919.603,00

Groningen, [adres 3] [locatie 1]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 94.770,32

Afschrijvingskosten

€ 650,00

 

Variabele kosten

€ 4.444,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 2.525,00

 

Huisvestingskosten

€ 3.794,00

 

Totale kosten per oogst

€ 11.413,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 83.357,32

Aantal oogsten

 

16

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.333.717,12

Groningen, [adres 3] [locatie 2]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 75.065,60

Afschrijvingskosten

€ 500,00

 

Variabele kosten

€ 3.552,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 2.000,00

 

Huisvestingskosten

€ 0,00

 

Totale kosten per oogst

€ 6.052,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 69.013,60

Aantal oogsten

 

11

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 759.149,60

Totale voordeel hennepkwekerijen

 

Heerhugowaard, [adres 1]

€ 1.082.685,00

Uithoorn, [adres 2]

€ 1.919.603,00

Groningen, [adres 3] [locatie 1]

€ 1.333.717,12

Groningen, [adres 3] [locatie 2]

€ 759.149,60

 

€ 5.095.154,74

3.5.

Aftrek van overige kosten

Voor wat betreft de medeverdachten [verdachte 2] en [verdachte 1] merkt de officier van justitie op dat uit het financieel onderzoek is gebleken dat er grote sommen contant geld op hun bankrekeningen gestort werden. Gebleken is dat [verdachte 2] in totaal € 373.340,00 op zijn rekening gestort kreeg en [verdachte 1] in totaal een bedrag van € 146.910,00. Uit het onderzoek blijkt tevens dat een deel van dit bedrag bestemd was voor de huur van het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard (bankrekening [verdachte 1]) en van het pand aan de [adres 2] te Uithoorn (rekening [verdachte 2]).

Hennepkwekerij

Contant gestort

Betaalde huur

Beloning

Heerhugowaard ([verdachte 1])

€ 146.910,00

€ 101.652,00

€ 45.258,00

Uithoorn ([verdachte 2])

€ 373.340,00

€ 130.899,00

€ 242.441,00

Totaal

€ 520.250,00

€ 232.551,00

€ 287.699,00

Naast het knippen werden er ook andere werkzaamheden verricht, zoals het zetten en opruimen van hennepplanten, waarvoor medewerkers een beloning kregen.

Overige medewerkers

[verdachte 4]€ 31.000,00

[verdachte 3]€ 9.000,00

[verdachte 5]€ 1.060,00

[verdachte 6]€ 9.200,00

Totaal € 50.260,00

De rechtbank heeft bij uitspraak van 18 november 2013 vastgesteld dat [verdachte 5] € 4.235,00 en [verdachte 1] € 60.352,70 aan wederrechtelijk verkregen voordeel hebben genoten. Bij [verdachte 2] is de ontneming bij vonnis van 1 maart 2013 op nihil gesteld. Resumerend betekenen deze ontnemingsvonnissen volgens de officier van justitie dat deze veroordeelden een lager bedrag is ontnomen dan in eerdere stukken is berekend. Ook dat is in het voordeel van veroordeelde. In de berekening van zijn wederrechtelijk verkregen voordeel is immers nog rekening gehouden met de betaling van een veel hoger bedrag door hem aan medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 2] en die hogere bedragen zijn bij hem in mindering gebracht.

3.6.

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Voordeel hennepkwekerijen

€ 5.095.154,72

Beloning [verdachte 2] en [verdachte 1]

€ 287.699,00

Beloning overige medewerkers

€ 50.260,00

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel

€ 4.757.195,72

De stellingen van veroordeelde over de verminderde opbrengst van grote hennepkwekerijen, de verdeling van de opbrengst tussen hem en de medeverdachten en de door hem gemaakte kosten die voor aftrek in aanmerking komen zijn op geen enkele wijze door hem onderbouwd en kunnen dan ook als niets meer dan een mededeling worden beschouwd.

3.7.

Matigen ex. artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van het verzoek van de raadsman tot matiging van het te betalen bedrag heeft de officier van justitie het volgende opgemerkt. Artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht geeft aan dat de rechter het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. In dit wetsartikel wordt voorts aangegeven wanneer dit bedrag kan worden gematigd:

“De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Op het gemotiveerde verzoek van de verdachte of veroordeelde kan de rechter, indien de huidige en de redelijkerwijs te verwachten toekomstige draagkracht van de verdachte of veroordeelde niet toereikend zullen zijn om het te betalen bedrag te voldoen, bij de vaststelling van het te betalen bedrag daarmee rekening houden. Bij het ontbreken van zodanig verzoek kan de rechter ambtshalve of op vordering van de officier van justitie deze bevoegdheid toepassen”.

Uit deze tekst blijkt dat er sprake moet zijn van een huidige en redelijkerwijs in de toekomst te verwachten niet toereikende draagkracht van veroordeelde om het te betalen bedrag te voldoen. Verder moet het gaan om een gemotiveerd verzoek. De officier van justitie heeft geen gemotiveerd verzoek gelezen in de reactie op de nadere conclusie. Een dergelijk verzoek is ook moeilijk te motiveren, wetende dat veroordeelde op 21 mei 2013 wederom is aangehouden voor hennepteelt. Een voorzichtige schatting van de kosten voor de opbouw van deze kwekerij komt op € 30.000,00. Met bijkomende kosten erbij wordt geschat dat de kosten voor die kwekerij een bedrag omvatte van € 62.229,45. Kennelijk heeft veroordeelde dus nog steeds de beschikking over grote sommen contant geld. Dat hij over grote geldbedragen kan beschikken bleek eerder ook al, toen zijn partner, mevrouw [partner veroordeelde], kort na zijn aanhouding, met zijn machtiging € 300.000,00 contant van de Zwitserse rekening heeft opgenomen. Niet kan worden gesteld dat veroordeelde nu en in de toekomst geen draagkracht zal hebben om een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat terug te betalen.

Op grond van het voorgaande verzoekt de officier van justitie de rechtbank om het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde vast te stellen op een bedrag van € 4.757.195,72 en te bepalen dat veroordeelde dat bedrag aan de Staat moet terug betalen.

4 Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman

4.1.

De berekeningsmethode

Berekening op transactiebasis verdient volgens de raadsman de voorkeur, omdat de uitkomst van die methode doorgaans nauwkeuriger is dan de uitkomst van een kasopstelling, waarin nimmer een volledig inzicht in de contante geldstromen kan worden verkregen. Voorts beantwoordt berekening op transactiebasis meer aan het doel van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, te weten ontneming van het daadwerkelijk behaalde concrete voordeel. Dat is ook de reden dat in het BOOM-rapport van april 2005 en in vrijwel alle ontnemingszaken betreffende hennepteelt wordt uitgegaan van berekening op transactiebasis, aldus de raadsman.

4.2.

Uitgangspunten voor de voordeelsberekening

De raadsman heeft aangevoerd dat veroordeelde, met de door hem gemaakte berekening en zijn toelichting daarop bij de rechter-commissaris, een kijkje in de keuken heeft gegeven van het op grote schaal telen van hennep. Het BOOM-rapport is volgens de raadsman niet maatgevend in dit soort zaken, aangezien het in onderhavige zaak om hennepkwekerijen van 5.000 à 6.000 planten gaat. Het BOOM-rapport baseert zich op kleine kweeklocaties. In een grote kweeklocatie is de klimaatbeheersing en luchtcirculatie anders. Vanwege het grote aantal kubieke meters kost het meer tijd en moeite om de lucht optimaal door de ruimte te laten circuleren. Hierdoor gaat opbrengst verloren. Een ander belangrijk punt is de waterirrigatie. In een kleine kweeklocatie gaat dat vaak snel en goed, waarbij elke plant evenveel water krijgt. In een grote kweeklocatie ligt dat anders. Bij heel lange waterslangen, die de gehele kwekerij door moeten, gaat ook opbrengst verloren. De planten die als laatste water krijgen, krijgen minder water. Bovendien wordt in het knipproces in een grote kweeklocatie minder opbrengst behaalt. In een kleine kweeklocatie wordt alles redelijk precies met de hand geknipt. In een grote locatie worden cannacutters gebruikt. Door het gebruik hiervan worden de planten stuk geslagen waardoor de opbrengst minder is.

De door veroordeelde gemaakte berekeningen en de door veroordeelde gegeven toelichting daarop zijn volgens de raadsman op het eerste gezicht aannemelijk te achten. Zoals uit de gedingstukken blijkt is het vanwege de grootschaligheid van de onderhavige hennepteelt niet mogelijk gebleken een andere deskundige dan veroordeelde te vinden die de berekening van veroordeelde kritisch kan beoordelen. Dit betekent dat de al op zichzelf genomen aannemelijke berekeningen van veroordeelde niet deugdelijk zijn weersproken en mede daarom als juist moeten worden aanvaard, aldus de raadsman.

4.3.

Uithoorn, [adres 2]

Het is veroordeelde ‘beroepshalve’ bekend dat de manier waarop bij grootschalige hennepkweek de kwekerijen worden ingericht en de lampen worden opgehangen vrijwel identiek is, ook omdat growshops daarin een adviserende rol spelen. Dat veroordeelde ook de kwekerij in Uithoorn zou hebben ingericht omdat die inrichting lijkt op de andere hennepkwekerijen kan hier dus niet uit worden afgeleid.

Zoals uit het verslag en uit de verklaring van veroordeelde afgelegd bij de rechter-commissaris van 10 april 2013 blijkt, is voordeel uit de kwekerij te Uithoorn daarin niet meegenomen, omdat veroordeelde daar ‘helemaal niets mee te maken heeft’. In het ontnemingsrapport wordt dit feit aangemerkt als een ‘ander strafbaar feit waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde is begaan’, in de zin van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht en wordt het aldaar behaalde voordeel geschat op € 1.919.603,00. De raadsman is van opvatting dat die ‘voldoende aanwijzingen’ er niet zijn, hetgeen als volgt wordt toegelicht.

Op geen enkele wijze is gebleken dat een alarminstallatie in het bedrijfspand in Uithoorn verbonden was met een gsm van veroordeelde, zoals in het ontnemingsdossier wordt gesuggereerd. De vermelding ‘Taxi’ in de agenda van een gsm van veroordeelde kan slechts concluderender wijs in verband worden gebracht met dit bedrijfspand en is daarom nietszeggend. De qua handschrift identieke invullijsten die zijn aangetroffen in de woning van veroordeelde en in de bedrijfspanden te Heerhugowaard en Uithoorn hebben een handschrift dat kort gezegd ‘waarschijnlijk’ afkomstig is van veroordeelde. Uit het telecommunicatie-onderzoek is slechts gebleken dat aan veroordeelde toegeschreven telefoonnummers via zendmasten in of nabij Uithoorn contact hadden met aan medeverdachten toegeschreven nummers. Veel zegt dit niet. Ronduit ontlastend is dat de getuige [getuige 1], die werkzaam was in het naastgelegen bedrijfspand, veroordeelde niet heeft herkend als een van de personen die dikwijls het pand binnengingen. Tevens kan aan de verklaring van [verdachte 1] het ontlastende gegeven worden ontleend dat veroordeelde daar alleen maar kwam koffiedrinken. Indien veroordeelde feitelijk bij de bouw of de exploitatie van deze hennepkwekerij betrokken zou zijn geweest, dan zou dat [verdachte 1] zeker zijn opgevallen en dan zou hij dat zeker hebben verklaard. DNA- en dactyloscopisch sporenonderzoek hebben geen bewijs tegen veroordeelde opgeleverd. Het enkele bezoeken van een hennepkwekerij of omgaan met personen die zo’n kwekerij exploiteren is niet strafbaar en levert geen voordeel op. Voor voldoende aanwijzingen voor het telen van hennep is tenminste vereist dat er een zekere beschikkingsmacht is. Ook daarvan is in deze geen sprake.

Veroordeelde heeft op de terechtzitting van 10 april 2014 verklaard dat de medewerkers die in de hennepkwekerij in Heerhugowaard werkten ook in de kweeklocatie in Uithoorn werkten. Toen de kwekerij in Uithoorn was ontdekt wilden zij niet meer in Heerhugowaard werken, omdat zij bang waren geworden. Veroordeelde heeft daarom de kwekerij in Heerhugowaard moeten stilleggen.

4.4.

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Het volgens de transactieberekening van veroordeelde verkregen voordeel bedraagt € 1.081.206,00, waarvan de helft ten goede is gekomen aan veroordeelde (€ 540.603,00) en de andere helft aan zijn voormalige compagnons [verdachte 5] en [verdachte 1].

4.5.

Matigen ex artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht

In het geval dat de rechtbank van oordeel zou zijn dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [verdachte 5] en [verdachte 1] de helft van het verkregen voordeel hebben ontvangen en derhalve ook slechts de helft ten goede is gekomen aan veroordeelde, doet zich de situatie voor dat de kasopstelling, thans uitkomende op een voordeel van € 701.880,00, een voor veroordeelde gunstiger uitkomst heeft dan het door veroordeelde zelf berekende voordeel. De raadsman is van mening dat het in dat geval billijk te achten is, en overeenkomstig het beginsel van een goede procesorde, dat bij verschil in uitkomst van verschillende berekeningsmethoden de voor de betrokkene gunstigste uitkomst moet worden toegepast, dat het te betalen bedrag zoals bedoeld in artikel 36e lid 5 van het Wetboek van Strafrecht wordt gematigd met dat verschil, in dier voege dat het voordeel wordt gesteld op € 1.081.206,00 en het te betalen bedrag op € 701.880,00.

Gezien een zeer recent arrest van de Hoge Raad (HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:860) heeft de rechtbank de bevoegdheid het te betalen bedrag te matigen, nu de Hoge Raad heeft bepaald dat matiging niet slechts kan worden toegepast om redenen van financiële draagkracht, maar om wat voor andere reden dan ook. Nu [verdachte 1] en [verdachte 5] bij vonnis van 18 november 2013 de verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 60.352,70 respectievelijk € 4.235,00 hebben opgelegd gekregen, is de raadsman van mening dat het verschil met veroordeelde wel erg groot is, en voldoende grond oplevert om het te betalen bedrag te matigen.

5. De gronden voor de schatting van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel 1

5.1

Veroordeling

Bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 december 2012 is veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden, waarbij onder andere is bewezen verklaard dat:

1.

hij in het jaar 2004 in de gemeente Almere, in een pand gelegen aan de [adres 4], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft bewerkt hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 4 maart 2009 in de gemeente Groningen, in bedrijfspanden gelegen aan de [adres 3] [locatie 2] en [locatie 1], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

3.

hij in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 4 maart 2009 in de gemeente Groningen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in panden gelegen aan de [adres 3] [locatie 2] en [locatie 1] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis B.V./Essent, waarbij verdachte en/of zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

4.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 1 september 2006 in de gemeente Almere, in een woning gelegen aan de [adres 5], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft bewerkt grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

5.

hij in de periode van 1 maart 2007 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Medemblik, in een woning gelegen aan de [adres 6] te Opperdoes, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

opzettelijk heeft bewerkt grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

6.

hij in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 16 december 2008 in de gemeente Groningen, in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 7], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

7.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 24 maart 2009, in de gemeente Heerhugowaard, in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 1], meermalen tezamen en in vereniging met anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld grote hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep;

8.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 24 maart 2009, in de gemeente Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Liander N.V., waarbij verdachte en/of zijn mededaders de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;

9.

hij in de periode van 1 juli 2006 tot en met 24 maart 2009 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een duurzaam samenwerkingsverband van meerdere personen, te weten hij, verdachte, en [verdachte 1] en [verdachte 2] en[verdachte 3] en [verdachte 4] en [verdachte 5] en [verdachte 7] en andere personen en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het meerdere malen in de uitoefening van beroep of bedrijf tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk telen en/of bewerken van (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende hennep,

zulks terwijl hij, verdachte, een leider van voormelde organisatie was;

Op grond van deze veroordeling kan aan veroordeelde de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van de ingevolge dat arrest bewezenverklaarde strafbare feiten.

5.2

De ontnemingsrapportage

Op 30 mei 2012 heeft de verbalisant K. Roos, financieel deskundige, buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij de financiële Recherche te Alkmaar, een rapport opgesteld betreffende het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.

Bij het rapport zijn de resultaten van het financieel onderzoek gevoegd alsmede diverse bijlagen, ontleend aan het dossier met betrekking tot de onderliggende strafzaak tegen veroordeelde.

5.3

De beoordeling

5.3.1.

De berekeningsmethode

De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van een berekening op transactiebasis. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze berekeningsmethode nauwkeuriger en concreter is dan een berekening op basis van de kasopstelling. Het ontnemingsdossier bevat voldoende deugdelijk en geconcretiseerd materiaal om middels een berekening op transactiebasis het bedrag vast te stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat. Gezien het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht, beantwoordt deze rekenmethode bovendien beter aan het doel van de maatregel, te weten ontneming van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald (HR 27 mei 2008, NJ 2008, 317).

Aan een berekening op basis van de kasopstelling is inherent dat het een minimum opstelling is. Alleen de zichtbare uitgaven of de, al dan niet met behulp van veroordeelde, zichtbaar gemaakte uitgaven kunnen in die opstelling worden verwerkt. De rechtbank zou zich bij een dergelijke berekening moeten baseren op aangetroffen documenten, bonnen en bankafschriften. Veroordeelde heeft verklaard dat hij geen schriftelijke bewijsstukken heeft en dat bonnen bij hem altijd “heel hard de prullenbak ingingen”.2 Mede gelet hierop zal de rechtbank uitgaan van een berekening op transactiebasis.

5.3.2.

Uitgangspunten voor de voordeelsberekening

De rechtbank is van oordeel dat de transactieberekening volgens de uitgangspunten van het BOOM-rapport dient te worden uitgevoerd.

Uit bijlage II. “Tabel met ruwe data van 77 monsters” van het BOOM-rapport kan worden afgeleid dat de BOOM-normen gebaseerd zijn op onderzoek in 77 hennepkwekerijen, die sterk in grootte varieerden. Zo zijn er hennepkwekerijen van 1 tot 100 planten meegenomen in het onderzoek, maar ook kwekerijen van 2.000 tot 7.800 planten. Die hennepkwekerijen zijn derhalve vergelijkbaar met de kwekerijen waarvoor veroordeelde is veroordeeld. Voorts blijkt uit jurisprudentie dat het BOOM-rapport in het verleden bij grote hennepkwekerijen is toegepast (zie de vonnissen van rechtbank Roermond van 4 juni 2012, LJN BW 8956 en rechtbank Alkmaar van 3 maart 2012, LJN BV 9565). Het verweer van de raadsman, dat het BOOM-rapport niet maatgevend is in grootschalige hennepzaken, wordt verworpen. Voorts merkt de rechtbank ten aanzien van de eigen berekening van veroordeelde op dat veroordeelde hierover heeft verklaard dat hij de aantallen, de hoeveelheden en de prijzen uit zijn geheugen heeft gehaald.3 Hij bewaarde immers zijn bonnen niet.4

De stelling van veroordeelde dat de luchtcirculatie en waterirrigatie in grote hennepkwekerijen problematischer is dan in kleine kwekerijen waardoor de opbrengst lager is, en de stelling dat bij het knipproces in een grote kweeklocatie opbrengst verloren gaat is niet met stukken onderbouwd en acht de rechtbank niet aannemelijk. Bovendien heeft veroordeelde verklaard dat hij dit lagere rendement in Heerhugowaard heeft gecompenseerd door de bakken breder te maken en meer stekken te planten. Veroordeelde wist dat hij door het grootschalige karakter meer kilo’s zou kunnen pakken en meer zou kunnen verdienen.5

5.3.3.

Uithoorn, [adres 2]

De rechtbank is van oordeel dat de kwekerij in Uithoorn kan worden aangemerkt als een “ander strafbaar feit waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaat dat veroordeelde dit heeft begaan”, in de zin van artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht.

In de hennepkwekerijen aan de [adres 1] te Heerhugowaard en aan de [adres 2] te Uithoorn en in de woning van veroordeelde zijn handgeschreven tabellen aangetroffen. De tabellen dienen gelet op hun verschijningsvorm voor het invullen van gegevens die verband houden met de verzorging van (hennep)planten.6 Volgens medeverdachte [verdachte 3] werden dit soort tabellen gebruikt bij de hennepkwekerij.7 Het handschrift op al deze in beslag genomen documenten toonde grote gelijkenis, waardoor het vermoeden bestond dat dit handschrift afkomstig is van één en dezelfde persoon.8 Uit het vergelijkend handschriftonderzoek, uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dat de invullingen op de tellijsten waarschijnlijk zijn geschreven door veroordeelde.9

Uit het telecommunicatie-onderzoek is gebleken dat aan veroordeelde toegeschreven telefoonnummers via zendmasten in of nabij Uithoorn contact hadden met aan medeverdachten toegeschreven telefoonnummers. Uit dit onderzoek is gebleken dat van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] veroordeelde de vermoedelijke gebruiker was. De telefoonnummers kwamen in de binnen het onderzoek Colorado in beslag genomen telefoonapparatuur voor als contact onder vermelding van "[naam 1]” en “[naam 2]” in de telefoons van de medeverdachten [verdachte 4] en [verdachte 8] en als “[naam 3]” in de werktelefoon van medeverdachte [verdachte 1]. Telefoonnummer [telefoonnummer 1] had in de periode 9 mei 2008 tot 2 oktober 2008 op negen verschillende data contacten via de zendmasten in of nabij Uithoorn. Telefoonnummer [telefoonnummer 2] had in deze periode op vier verschillende data contanten via deze zendmasten.10

Uit de digitale inhoud van de in beslag genomen telefoons is voorts gebleken dat de alarmmeldingen van deze locatie op een van deze telefoons binnen kwamen. Daarbij is het vermoeden ontstaan dat de kwekerij aan de [adres 2] werd aangeduid met het woord “Taxi”. Bovendien is de aanduiding “Taxi” ook gebruikt in de agenda van een van de telefoons van veroordeelde.11

Medeverdachte [verdachte 1] heeft verklaard dat hij veroordeelde ongeveer tien keer in het pand aan de [adres 2] heeft gezien. Veroordeelde kwam daar volgens [verdachte 1] niet alleen om koffie te drinken. Veroordeelde en [verdachte 2] gingen ook samen naar beneden onder het mom van: “We moeten even praten”. Veroordeelde en [verdachte 2] waren dan een tijdje naar beneden, waarna [verdachte 2] altijd alleen terug kwam.12

Bovendien blijkt uit verklaringen van medeverdachten [verdachte 1]13,[verdachte 7]14 en [verdachte 6]15 dat de kwekerij in Heerhugowaard (tijdelijk) is stilgelegd toen de kwekerij in Uithoorn was opgerold. De verklaring van veroordeelde, dat de medewerkers in Heerhugowaard bang waren geworden na de ontdekking van de kwekerij in Uithoorn en daarom niet meer in Heerhugowaard wilden werken, acht de rechtbank niet aannemelijk.

Voorts is gebleken dat het DNA van medeverdachte [verdachte 3] in zowel de kwekerijen in Groningen als in Uithoorn aangetroffen.16 Daarnaast is [verdachte 3] aangehouden in de kwekerij in Heerhugowaard.17 [verdachte 3] is veroordeeld voor betrokkenheid bij de kwekerij in Heerhugowaard, de knipperij in Opperdoes en voor het deelnemen aan de criminele organisatie waar veroordeelde leidinggevende van was en waarvoor veroordeelde ook is veroordeeld.

5.3.4.

Berekening van het voordeel per hennepkwekerij

Heerhugowaard, [adres 1]

Tijdens het onderzoek op 24 maart 2009 werden in het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard onder meer reeds geoogste hennepplanten en aarde afkomstig van eerdere oogsten aangetroffen. Men was druk doende om na een eerdere oogst de zaak in gereedheid te brengen voor een volgende oogst. Daarnaast kon uit de vervuilde koolstoffilters en de kalkresten in het waterbassin het vermoeden worden ontleend dat deze hennepkwekerij reeds langere tijd in gebruik was.18

[verdachte 1] heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard samen met veroordeelde en [verdachte 2] heeft bezichtigd en dat hij dit pand sinds november 2007 heeft gehuurd. Verder heeft hij verklaard dat het pand na de verbouwing in januari 2008 was ingericht als hennepkwekerij.19 Voorts blijkt uit de verklaringen van [verdachte 1]20,[verdachte 7]21 en [verdachte 6]22 dat de hennepkwekerij in Heerhugowaard heeft stilgelegen nadat de hennepkwekerij in Uithoorn was opgerold. Uit het onderzoek van de historische verkeersgegevens telecommunicatie van [verdachte 4] blijkt dat zijn telefoons tussen 23 juni 2008 en 24 maart 2009 in Heerhugowaard waren. Echter tussen 3 oktober 2008 en 16 december 2008 zijn deze telefoons daar niet aanwezig geweest.23

Blijkens het BOOM-rapport is de groei en bloeitijd van hennepplanten gemiddeld 9 weken. Indien rekening wordt gehouden met een periode van 1 week voor het oogsten, opruimen en opnieuw planten van stekken is de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst.24 Rekening houdend met een opbouwperiode van oktober 2007 tot en met maart 2008 en met een periode van stilstand tussen oktober 2008 en december 2008 gaat de rechtbank uit van 3 reeds eerder gerealiseerde oogsten.

In de kweeklocatie [adres 1] te Heerhugowaard werden in totaal 5.152 hennepplanten aangetroffen.25 Er is niet bepaald hoeveel hennepplanten er op een vierkante meter stonden. Hierboven, onder 5.3.3., is gerelateerd dat er significante overeenkomsten zijn tussen de hennepkwekerijen in Heerhugowaard, Uithoorn en in Groningen. In de hennepkwekerij in Uithoorn is vastgesteld dat er ongeveer 20 hennepplanten per vierkante meter stonden.26 Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank aan dat er ook in Heerhugowaard 20 planten per vierkante meter hebben gestaan. Uitgaande van het BOOM-rapport gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 25,7 gram per plant.27 De verkoopprijs van hennep kan volgens informatie van het Nationaal Netwerk Drugsexpertise (NND) gesteld worden op € 3.463,00 per kilogram, zijnde de gemiddelde groothandelsprijs in 2008.28

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:

5.152 planten x 25,7 gram = 132,406 kilogram x € 3.463,00 = € 458.522,00

Met betrekking tot de investeringskosten overweegt de rechtbank het volgende.

De ontnemingsmaatregel beoogt veroordeelde in de vermogenspositie te brengen waarin hij verkeerde voor het plegen van het strafbare feit waaruit hij voordeel heeft gekregen. Mede gelet hierop dient bij de bepaling van het voordeel te worden uitgegaan van het voordeel dat veroordeelde in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald.

In dat licht beschouwd acht de rechtbank het niet redelijk om bij de berekening van de investeringskosten uit te gaan van een afschrijvingstermijn van vier jaar, zoals in het BOOM-rapport wordt gehanteerd. Die benadering betekent in deze zaak dat wordt uitgegaan van de fictie dat met de aangetroffen hennepkwekerij nog gedurende ruim twee jaren oogsten gerealiseerd hadden kunnen worden indien die kwekerij niet door de politie zou zijn ontdekt en ontmanteld. In die redenering kan per geslaagde oogst slechts een evenredig deel van de investeringskosten worden afgetrokken van het aantal oogsten dat in vier jaar gerealiseerd had kunnen worden. De rechtbank acht het uitgaan van deze fictie niet redelijk, nu in werkelijkheid in de toekomst geen oogsten meer kunnen worden gerealiseerd met deze apparatuur.

In navolging van een drietal uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2010 (LJN-nummers BM0905, BM0907 en BM0910) zullen de volledige investeringskosten op het verkregen voordeel in mindering worden gebracht. Uitgezonderd van de aftrek is de aan de vierde en laatste kweekcyclus toe te rekenen kosten, nu deze cyclus niet tot een oogst heeft geleid en derhalve evenmin tot voordeel waarop kosten in mindering kunnen worden gebracht.

Volgens het BOOM-rapport bedraagt de investering voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 900 en 1.000 hennepplanten € 10.000,00 en voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 0 en 200 hennepplanten € 3.000,00.29 Uitgaande van 5.152 hennepplanten schat de rechtbank de investeringsuitgaven op een bedrag van 5 x € 10.000,00 plus 1 x € 3.000,00 is € 53.000,00. Met deze investering zijn vier kweken opgezet, zodat de investeringskosten per kweekcyclus (€ 53.000,00 : 4 =) € 13.250,00 bedragen.

In het BOOM-rapport worden met betrekking tot het kweken van hennep de variabele kosten nader omschreven, het betreft de aankoop van stekken, het verbruik van water, de aanschaf van kweekmedium en de aanschaf van voedingsmiddelen. Het rapport noemt voor deze post een totaalbedrag van € 4,40 per plant.30 Uitgaande van 5.152 hennepplanten is dit een bedrag van € 22.669,00 per oogst.

Door het energiebedrijf Liander is op 24 maart 2009 vastgesteld dat er een frauduleuze aansluiting in de meterkast was gemaakt, waardoor er buiten de meter om elektriciteit is afgenomen.31 Liander heeft een berekening gemaakt van de diefstal van de elektriciteit en volgens de nota dient de huurder [bedrijf 1] een bedrag van € 298.650,97 te betalen.32 [verdachte 1] heeft verklaard dat hij dit bedrag wil gaan verhalen op de organisatie.33 Tot op heden is niet gebleken dat [verdachte 1] daadwerkelijk deze schuld op de organisatie heeft kunnen verhalen en derhalve wordt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening gehouden met de kosten van elektriciteit.

In Heerhugowaard hebben twee knipploegen gewerkt, de “oude” en de “nieuwe” knipploeg. Leden van de “nieuwe” knipploeg hebben verklaard dat zij € 1,00 per geknipte hennepplant zouden verdienen, maar dat zij in Heerhugowaard niets ontvangen hadden.34 Leden van de “oude” knipploeg, die ook in Heerhugowaard hebben gewerkt, hebben verklaard dat zij in Heerhugowaard meer hebben verdiend. Zij noemen bedragen van € 3,50, € 3,00, € 2,50 en € 2,00 per geknipte hennepplant.35 In het BOOM-rapport wordt een normbedrag van € 2,00 per hennepplant genoemd als dekking voor de knipkosten van één hennepplant.36 Het gemiddelde van de hierboven genoemde bedragen is € 2,40. De rechtbank zal in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel redelijkheidshalve van € 2,50 per hennepplant uit gaan. Bij de bepaling van het voordeel wordt uitgegaan van 5.152 hennepplanten à € 2,50 per hennepplant hetgeen € 12.880,00 per oogst bedraagt.

Uit het onderzoek is gebleken dat de huur betaald werd vanaf de bankrekeningen van de bedrijven van [verdachte 1]. [verdachte 1] heeft hierover verklaard dat hij de huur contant ontving en via de bankrekeningen van zijn onderneming aan de eigenaar betaalde. Het huurcontract stond op naam van [bedrijf 1] en de huur werd betaald door [bedrijf 2] Van beide bedrijven is [verdachte 1] aandeelhouder en bestuurder.37

Uit onderzoek is gebleken dat vanaf bankrekening [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 2] in totaal een bedrag van € 86.477,00 aan huur betaald is. Dit bedraagt de huur over de gehele periode. In deze periode is er zeer vermoedelijk 3 keer geoogst. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat de laatste oogst in beslag genomen is en dat de hennepkwekerij één oogstperiode stil heeft gestaan. Aan de drie geslaagde oogsten kan derhalve (drie vijfde maal € 86.477,00 is) € 51.886,00 worden toegerekend. Per geslaagde oogst is dit een bedrag van € 17.295,00.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de hennepkwekerij in Heerhugowaard zijn als volgt:

Afschrijvingskosten: € 13.250,00

Variabele kosten: € 22.669,00

Elektriciteitskosten: € 0,00

Kosten knippers: € 12.880,00

Huisvestingskosten: € 17.295,00

Totaal aan kosten: € 66.094,00

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst komt daarmee in totaal uit op € 458.522,00 – € 66.094,00 = € 392.428,00.

Op grond van vorenstaande wordt gesteld dat er met deze hennepkwekerij een voordeel is behaald van 3 oogsten maal € 392.428,00 is in totaal een bedrag van € 1.177.284,00.

Op 6 mei 2009 is veroordeelde in Loosdrecht aangehouden, terwijl hij 36,0 kilogram hennep vervoerde. Deze hennep is in beslag genomen en uit de verklaringen van onder meer [verdachte 1] blijkt dat deze hennep afkomstig was uit de hennepkwekerij in Heerhugowaard. Derhalve zal de waarde van deze partij van de opbrengst van de drie geslaagde oogsten worden afgetrokken. De waarde van deze hennep wordt geschat op 36,5 kilogram x € 3.463,00 = € 126.399,00.38 Dit bedrag zal op het hiervoor gerekende voordeel ad € 1.177.284,00 worden afgetrokken en aldus resteert een voordeel van € 1.050.885,00.

Heerhugowaard, [adres 1]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 458.522,00

Afschrijvingskosten

€ 13.250,00

 

Variabele kosten

€ 22.669,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 12.880,00

 

Huisvestingskosten

€ 17.295,00

 

Totale kosten per oogst

€ 66.094,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 392.428,00

Aantal oogsten

 

3

Voordeel

 

€ 1.177.284,00

Inbeslaggenomen hennep

€ 126.399,00

 

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.050.885,00

Uithoorn, [adres 2]

Tijdens het onderzoek op 2 oktober 2008 in het pand aan de [adres 2] te Uithoorn kon blijken dat er sprake was van eerder oogsten. Dit werd afgeleid uit het feit dat er sprake was van vervuilde apparatuur en stukken waarop de gang van zaken met betrekking tot eerdere oogsten waren bijgehouden.39 Uit het onderzoek bleek verder dat het pand per 1 januari 2007 werd gehuurd en dat er volgens de verklaring van [verdachte 1] kort na het begin van de huur een tussenmuur geplaatst werd.40 Blijkens het BOOM-rapport is de groei en bloeitijd van hennepplanten gemiddeld 9 weken. Indien rekening wordt gehouden met een periode van 1 week voor het oogsten, opruimen en opnieuw planten van stekken is de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst.41 Rekening houdend met een opbouwperiode van drie maanden gaat de rechtbank uit van 7 reeds eerder gerealiseerde oogsten.

In de kweeklocatie [adres 2] te Uithoorn werden in totaal 3.679 hennepplanten aangetroffen. Gemiddeld stonden er ongeveer 20 planten op een vierkante meter.42 Uitgaande van het BOOM-rapport gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 25,7 gram per plant.43 De verkoopprijs van hennep over het jaar 2007 kan volgens informatie van het Nationaal Netwerk Drugsexpertise (NND) gesteld worden op € 3.289,00 per kilogram. Over het jaar 2008 kan deze prijs volgens het NND gesteld worden op € 3.436,00.44 Indien er over de periode van de hennepteelt sprake is van verschillende prijzen per kilogram wordt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van de gemiddelde kiloprijs, zijnde een bedrag van € 3.362,00.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:

3.679 planten x 25,7 gram = 94,550 kilogram x € 3.362,00 = € 317.877,00

De rechtbank zal de volledige investeringskosten op het verkregen voordeel in mindering brengen. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 16. Uitgezonderd van de aftrek is de aan de achtste en laatste kweekcyclus toe te rekenen kosten, nu deze cyclus niet tot een oogst heeft geleid en derhalve evenmin tot voordeel waarop kosten in mindering kunnen worden gebracht.

Volgens het BOOM-rapport bedraagt de investering voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 900 en 1.000 hennepplanten € 10.000,00 en voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 600 en 700 hennepplanten € 8.000,00.45 Uitgaande van 3.679 hennepplanten schat de rechtbank de investeringsuitgaven op een bedrag van 3 x € 10.000,00 plus 1 x € 8.000,00 is € 38.000,00. Met deze investering zijn acht kweken opgezet, zodat de investeringskosten per kweekcyclus (€ 38.000,00 : 8 =) € 4.750,00 bedragen.

In het BOOM-rapport worden met betrekking tot het kweken van hennep de variabele kosten nader omschreven, het betreft de aankoop van stekken, het verbruik van water, de aanschaf van kweekmedium en de aanschaf van voedingsmiddelen. Het rapport noemt voor deze post een totaalbedrag van € 4,40 per plant.46 Uitgaande van 3.679 hennepplanten is dit een bedrag van € 16.188,00 per oogst.

Door het energiebedrijf Liander is op 2 oktober 2008 vastgesteld dat er een frauduleuze aansluiting in de meterkast was gemaakt, waardoor er buiten de meter om elektriciteit is afgenomen. Liander heeft een berekening gemaakt van de diefstal van de elektriciteit en volgens de nota dient de huurder [huurder 1] een bedrag van € 210.288,14 te betalen. Bij het energiebedrijf is navraag gedaan en hieruit blijkt dat tot op heden niets betaald is.47 De rechtbank zal derhalve bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening worden gehouden met de kosten van elektriciteit.

De rechtbank zal ten aanzien van de knipkosten, in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, redelijkheidshalve uitgaan van € 2,50 per hennepplant. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 17. Bij de bepaling van het voordeel wordt uitgegaan van 3.679 hennepplanten à € 2,50 per hennepplant is € 9.198,00 per oogst.

Uit het onderzoek is gebleken dat de huur betaald werd vanaf de bankrekeningen van de bedrijven van [verdachte 2]. Uit het onderzoek naar de girorekening nummer [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte 2] blijkt dat er in de periode van januari 2007 tot en met december 2008 in totaal een bedrag van € 130.899,00 aan huur voor de [adres 2] te Uithoorn betaald is.48 Dit is de huur over de gehele periode. In deze periode is er 7 keer geoogst. De laatste oogst is in beslag genomen en rekening houdende hiermee wordt de huur door 8 gedeeld en op deze wijze kan een bedrag van € 16.362,00 aan huur per oogst worden toegerekend.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de hennepkwekerij in Uithoorn zijn als volgt:

Afschrijvingskosten: € 4.750,00

Variabele kosten: € 16.188,00

Elektriciteitskosten: € 0,00

Kosten knippers: € 9.198,00

Huisvestingskosten: € 16.362,00

Totaal aan kosten: € 46.498,00

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst bedraagt € 317.877,00 – € 46.498,00 = € 271.379,00.

Op grond van vorenstaande wordt vastgesteld dat er met deze hennepkwekerij een voordeel is behaald van 7 oogsten maal € 271.379,00, is in totaal een bedrag van € 1.899.653,00.

Uithoorn, [adres 2]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 317.877,00

Afschrijvingskosten

€ 4.750,00

 

Variabele kosten

€ 16.188,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 9.198,00

 

Huisvestingskosten

€ 16.362,00

 

Totale kosten per oogst

€ 46.498,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 271.379,00

Aantal oogsten

 

7

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.899.653,00

Groningen, [adres 3], [locatie 1]

Uit de verklaring van [getuige 2] blijkt dat hij het pand aan de [adres 3], [locatie 1] te Groningen vanaf augustus 2005 aan veroordeelde heeft verhuurd.49 Blijkens het BOOM-rapport is de groei en bloeitijd van hennepplanten gemiddeld 9 weken. Indien rekening wordt gehouden met een periode van 1 week voor het oogsten, opruimen en opnieuw planten van stekken is de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst.50 Rekening houdend met een huurperiode van 43 maanden (1 augustus 2005 tot 4 maart 2009) en een opbouwperiode van drie maanden gaat de rechtbank uit van 16 reeds eerder gerealiseerde oogsten.

Tijdens het onderzoek op 4 maart 2009 werden in de kweeklocatie [adres 3], [locatie 1] te Groningen in totaal 1.010 hennepplanten aangetroffen.51 Gemiddeld stonden er 12 planten op een vierkante meter.52 Uitgaande van het BOOM-rapport gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 29,6 gram per plant.53 De verkoopprijs van hennep over het jaar 2005 kan volgens informatie van het Nationaal Netwerk Drugsexpertise (NND) gesteld worden op € 2.600,00 per kilogram. Over het jaar 2006 kan deze prijs volgens het NND gesteld worden op € 3.355,00, over het jaar 2007 op € 3.287,00 en over 2008 op € 3.436,00 per kilogram.54 Indien er over de periode van de hennepteelt sprake is van verschillende prijzen per kilogram wordt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van de gemiddelde kiloprijs over de hiervoor genoemde jaren, zijnde een bedrag van € 3.170,00.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:

1.010 planten x 29,6 gram = 29,896 kilogram x € 3.170,00 = € 94.770,32

De rechtbank zal de volledige investeringskosten op het verkregen voordeel in mindering brengen. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 16. Uitgezonderd van de aftrek is de aan de zeventiende en laatste kweekcyclus toe te rekenen kosten, nu deze cyclus niet tot een oogst heeft geleid en derhalve evenmin tot voordeel waarop kosten in mindering kunnen worden gebracht.

Volgens het BOOM-rapport bedraagt de investering voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 900 en 1.000 hennepplanten € 10.000,00 en voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 0 en 200 hennepplanten € 3.000,00.55 Uitgaande van 1.010 hennepplanten schat de rechtbank de investeringsuitgaven op een bedrag van 1 x € 10.000,00 plus 1 x € 3.000,00 is € 13.000,00. Met deze investering zijn zeventien kweken opgezet, zodat de investeringskosten per kweekcyclus (€ 13.000,00 : 17 =) € 765,00 bedragen.

In het BOOM-rapport worden met betrekking tot het kweken van hennep de variabele kosten nader omschreven, het betreft de aankoop van stekken, het verbruik van water, de aanschaf van kweekmedium en de aanschaf van voedingsmiddelen. Het rapport noemt voor deze post een totaalbedrag van € 4,40 per plant.56 Uitgaande van 1.010 hennepplanten is dit een bedrag van € 4.444,00 per oogst.

Door het energiebedrijf Liander is op 4 maart 2009 vastgesteld dat er een frauduleuze aansluiting in de meterkast was gemaakt, waardoor er buiten de meter om elektriciteit is afgenomen. Energiebedrijf Enexis heeft een berekening gemaakt van de diefstal van de elektriciteit en volgens de nota dient de huurder een bedrag van € 115.830,81 te betalen. Bij het energiebedrijf is navraag gedaan en hieruit blijkt dat er tot op heden nog niets betaald is.57 De rechtbank zal derhalve bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening worden gehouden met de kosten van elektriciteit.

Uit het onderzoek rijst de verdenking dat de oogsten van deze hennepkwekerij door een tot de criminele organisatie behorende “knipploeg” werden geknipt en dat de hennep door de knipploeg niet in Groningen, maar elders geknipt werd. De rechtbank zal ten aanzien van de knipkosten, in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, redelijkheidshalve uitgaan van € 2,50 per hennepplant. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 17. Bij de bepaling van het voordeel wordt uitgegaan van 1.010 hennepplanten à € 2,50 per hennepplant is € 2.525,00 per oogst.

Uit de verklaring van [getuige 2] en de door hem overhandigde facturen kan blijken dat er maandelijks een bedrag van € 1.500,00 contant aan huur betaald werd.58 De periode van 1 augustus 2005 tot en met 4 maart 2009 is 43 maanden. De totale huur bedraagt dus € 64.500,00. In deze periode is 16 keer geoogst en er is 1 oogst in beslag genomen. Rekening houdend hiermee bedraagt de aan één oogst toe te rekenen huur € 64.500,00 gedeeld door 17 is € 3.794,00 per oogst.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de hennepkwekerij in [locatie 1] zijn als volgt:

Afschrijvingskosten: € 765,00

Variabele kosten: € 4.444,00

Elektriciteitskosten: € 0,00

Kosten knippers: € 2.525,00

Huisvestingskosten: € 3.794,00

Totaal aan kosten: € 11.528,00

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst bedraagt € 94.770,32 – € 11.528,00 = € 83.242,32.

Op grond van vorenstaande wordt vastgesteld dat er met deze hennepkwekerij een voordeel is behaald van 16 oogsten maal € 83.242,32 is in totaal een bedrag van € 1.331.877,12.

Groningen, [adres 3] [locatie 1]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 94.770,32

Afschrijvingskosten

€ 765,00

Variabele kosten

€ 4.444,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 2.525,00

 

Huisvestingskosten

€ 3.794,00

 

Totale kosten per oogst

€ 11.528,00

Voordeel per oogst

 

€ 83.242,32

Aantal oogsten

 

16

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 1.331.877,12

Groningen, [adres 3], [locatie 2]

Veroordeelde heeft verklaard dat hij de kweeklocatie [adres 3], [locatie 2] te Groningen heeft gehuurd vanaf september 2007.59 Blijkens het BOOM-rapport is de groei en bloeitijd van hennepplanten gemiddeld 9 weken. Indien rekening wordt gehouden met een periode van 1 week voor het oogsten, opruimen en opnieuw planten van stekken is de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst.60 Rekening houdend met een huurperiode van 30 maanden (1 september 2007 tot 4 maart 2009) en een opbouwperiode van drie maanden gaat de rechtbank uit van 11 reeds eerder gerealiseerde oogsten.

In de kweeklocatie [adres 3], [locatie 2] te Groningen bevonden zich 58 assimilatielampen. Voorts stond in deze ruimte een bak met daarin 1.500 hennepstekken. Uit het vorenstaande rijst het vermoeden dat in [locatie 2], net als in [locatie 1], hennep gekweekt werd. Niet bekend is om hoeveel hennepplanten het in [locatie 2] ging. Aan de hand van de hoeveelheid lampen kan dit geschat worden. In [locatie 1] ruimte 1 stonden 266 hennepplanten onder 22 assimilatielampen; dat is 12,1 hennepplant per lamp. In [locatie 1] ruimte 2 stonden 744 hennepplanten onder 48 assimilatielampen; dat is 15,5 hennepplant per lamp. Gemiddeld is dat 13,8 hennepplant per assimilatielamp.61 Uitgaande hiervan schat de rechtbank het aantal planten in [locatie 2] op 58 assimilatielampen maal 13,8 is afgerond 800 hennepplanten. Volgens veroordeelde stonden er gemiddeld 12 planten op een vierkante meter.62 Uitgaande van het BOOM-rapport gaat de rechtbank uit van een opbrengst van 29,6 gram per plant.63 De verkoopprijs van hennep over het jaar 2005 kan volgens informatie van het Nationaal Netwerk Drugsexpertise (NND) gesteld worden op € 2.600,00 per kilogram. Over het jaar 2006 kan deze prijs volgens het NND gesteld worden op € 3.355,00, over het jaar 2007 op € 3.287,00 en over 2008 op € 3.436,00 per kilogram.64 Indien er over de periode van de hennepteelt sprake is van verschillende prijzen per kilogram wordt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van de gemiddelde kiloprijs over de hiervoor genoemde jaren, zijnde een bedrag van € 3.170,00.

De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:

800 planten x 29,6 gram = 23,680 kilogram x € 3.170,00 = € 75.065,60

De rechtbank zal de volledige investeringskosten op het verkregen voordeel in mindering brengen. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 16. Volgens het BOOM-rapport bedraagt de investering voor een hennepkwekerij met een omvang van tussen de 800 en 900 hennepplanten € 10.000,00.65 Met deze investering zijn elf kweken opgezet, zodat de investeringskosten per kweekcyclus (€ 10.000,00 : 11 =) € 909,00 bedragen.

In het BOOM-rapport worden met betrekking tot het kweken van hennep de variabele kosten nader omschreven, het betreft de aankoop van stekken, het verbruik van water, de aanschaf van kweekmedium en de aanschaf van voedingsmiddelen. Het rapport noemt voor deze post een totaalbedrag van € 4,40 per plant.66 Uitgaande van 800 hennepplanten is dit een bedrag van € 3.520,00 per oogst.

Door het energiebedrijf Liander is op 4 maart 2009 vastgesteld dat er een frauduleuze aansluiting in de meterkast was gemaakt, waardoor er buiten de meter om elektriciteit is afgenomen. Energiebedrijf Enexis heeft een berekening gemaakt van de diefstal van de elektriciteit en volgens de nota dient de huurder een bedrag van € 115.830,81 te betalen. Bij het energiebedrijf is navraag gedaan en hieruit blijkt dat er tot op heden nog niets betaald is.67 De rechtbank zal derhalve bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening worden gehouden met de kosten van elektriciteit.

Uit het onderzoek rijst de verdenking dat de oogsten van deze hennepkwekerij door een tot de criminele organisatie behorende “knipploeg” werden geknipt en dat de hennep door de knipploeg niet in Groningen, maar elders geknipt werd. De rechtbank zal ten aanzien van de knipkosten, in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, redelijkheidshalve uitgaan van € 2,50 per hennepplant. De rechtbank verwijst daartoe naar het overwogene op pagina 17. Bij de bepaling van het voordeel wordt uitgegaan van 800 hennepplanten à € 2,50 per hennepplant is € 2.000,00 per oogst.

Onbekend is wat de huur van een deel van het pand aan de [adres 3] bedroeg. De huurkosten van [locatie 2] is daarom bij de huur van [locatie 1] berekend.

De in mindering te brengen kosten per oogst voor de hennepkwekerij in [locatie 2] zijn als volgt:

Afschrijvingskosten: € 909,00

Variabele kosten: € 3.520,00

Elektriciteitskosten: € 0,00

Kosten knippers: € 2.000,00

Huisvestingskosten: € 0,00

Totaal aan kosten: € 6.429,00

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst bedraagt € 75.065,60 – € 6.429,00 = € 68.636,60.

Op grond van vorenstaande wordt gesteld dat er met deze hennepkwekerij een voordeel is behaald van 11 oogsten maal € 68.636,60 is in totaal een bedrag van € 755.002,60.

Groningen, [adres 3] [locatie 2]

   

Bruto opbrengst per oogst

 

€ 75.065,60

Afschrijvingskosten

€ 909,00

 

Variabele kosten

€ 3.520,00

 

Elektriciteitskosten

€ 0,00

 

Kosten knippers

€ 2.000,00

 

Huisvestingskosten

€ 0,00

 

Totale kosten per oogst

€ 6.429,00

 

Voordeel per oogst

 

€ 68.636,60

Aantal oogsten

 

11

Wederrechtelijk verkregen voordeel

 

€ 755.002,60

Totale voordeel hennepkwekerijen

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van de hennepkwekerijen bedraagt:

€ 1.050.885,00 (Heerhugowaard, [adres 1]) +

€ 1.899.653,00 (Uithoorn, [adres 2]) +

€ 1.331.877,12 (Groningen, [adres 3] [locatie 1]) +

€ 755.002,60 (Groningen, [adres 3] [locatie 2]) = € 5.037.417,72

5.3.5.

Aftrek van overige kosten

[verdachte 1] heeft verklaard dat hij van [verdachte 2] contant geld heeft ontvangen om de huur en de lasten van het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard te betalen. [verdachte 1] heeft verklaard dat hij dit geld contant op zijn zakelijke bankrekeningen heeft gestort en dat hij de huur en de lasten vervolgens per bank heeft betaald.68 [verdachte 1] was bestuurder van de rechtspersonen [bedrijf 2], [bedrijf 1] en vennoot in de vennootschap onder firma [bedrijf 3] In het kader van het SFO tegen [verdachte 1] zijn de mutaties van zijn zakelijke bankrekeningen opgevraagd. Op rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van [bedrijf 2] is tussen 2 augustus 2007 en 24 maart 2009 in totaal een bedrag van € 98.990,00 contant gestort. Op rekeningnummer [rekeningnummer 3] ten name van [bedrijf 1] is tussen 17 augustus 2007 en 24 maart 2009 in totaal een bedrag van € 39.740,00 contant gestort. Op rekeningnummer [rekeningnummer 3] ten name van [bedrijf 3] is tussen 9 november 2007 en 24 maart 2009 in totaal een bedrag van € 8.180,00 contant gestort.69 Resumerend, in de periode dat het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard gehuurd werd, heeft [verdachte 1] in totaal een bedrag van € 146.910,00 contant ontvangen en op zijn zakelijke bankrekeningen gestort.

Gelet op het feit dat veroordeelde op 5 december 2012 door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld is voor de beroeps- of bedrijfsmatige teelt van grote hoeveelheden hennep op dit adres en dat het gerechtshof bewezen achtte dat veroordeelde zeggenschap en beslissingsbevoegdheid had in deze hennepkwekerij, acht de rechtbank het aannemelijk dat deze gelden afkomstig waren van veroordeelde.

Het bedrag van € 146.910,00 werd grotendeels gebruikt om de huur van het pand aan de [adres 1] te Heerhugowaard te betalen. Voor de rest werd dit geld gebruikt voor andere zaken en dit wordt aangemerkt als een beloning.70

In het kader van SFO tegen veroordeelde is gebleken dat de huur van het pand aan de [adres 2] te Uithoorn vanaf een bankrekening van [verdachte 2] werd betaald. Voorts is gebleken dat deze bankrekening voornamelijk door contante stortingen werd gevoed. In het kader van het SFO tegen [verdachte 2] zijn de mutaties van zijn bankrekeningen opgevraagd. Hieruit bleek dat op rekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte 2] in de periode van 7 december 2006 en 24 maart 2009 in totaal een bedrag van € 323.240,00 contant werd gestort. Op rekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [verdachte 2] werd tussen 13 februari 2007 en 24 maart 2009 in totaal een bedrag van € 50.100,00 contant gestort. Samen is dit een bedrag van € 373.340,00.71

Gelet op hetgeen onder 5.3.3. is gerelateerd zijn er voldoende aanwijzingen dat veroordeelde zeggenschap en beslissingsbevoegdheid had in deze hennepkwekerij. De rechtbank acht het dan ook aannemelijk dat voornoemde gelden afkomstig waren van veroordeelde.

Het bedrag van € 373.340,00 werd deels gebruikt om de huur van het pand aan de [adres 2] te Uithoorn te betalen en deels werden hier andere zaken van betaald. Dit laatste kan worden aangemerkt als een beloning voor verleende diensten.72

Medewerker

Contant gestort

Betaalde huur

Beloning

[verdachte 1]

€ 146.910,00

€ 101.652,00

€ 45.258,00

[verdachte 2]

€ 373.340,00

€ 130.899,00

€ 242.441,00

Totaal

€ 520.250,00

€ 232.551,00

€ 287.699,00

Naast het knippen werden er ook andere werkzaamheden verricht, zoals het zetten en opruimen van de planten.

[verdachte 4] heeft verklaard dat hij voor zijn werkzaamheden in de hennepkwekerij € 500,00 per dag verdiende. Voor wat betreft het aantal gewerkte dagen gaat de rechtbank uit van de historische verkeersgegevens van zijn telefoons en de bewezenverklaring in het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 5 december 2012. Uit het onderzoek van de historische telefoongegevens blijkt dat de bij [verdachte 4] in gebruik zijnde telefoons tussen 1 september 2008 en 24 maart 2009 in totaal 62 keer op of in de buurt van de hennepkwekerij in Heerhugowaard is geweest. [verdachte 4] heeft derhalve (€ 500,00 x 62 is) € 31.000,00 verdiend.73

[verdachte 3] heeft verklaard dat hij voor zijn werkzaamheden in de hennepkwekerijen € 250,00 per dag verdiende. Voor wat betreft het aantal gewerkte dagen gaat de rechtbank uit van de historische verkeersgegevens van zijn telefoons. Uit dit onderzoek blijkt dat de bij [verdachte 3] in gebruik zijnde telefoons tussen 4 augustus 2008 en 24 maart 2009 36 keer op of in de buurt van locaties van hennepkwekerijen in Heerhugowaard en Uithoorn geweest zijn. [verdachte 3] heeft derhalve (€ 250,00 x 36 is) € 9.000,00 verdiend.74

[verdachte 5] heeft verklaard dat hij 1 dag en 8 uur in de hennepkwekerij in Heerhugowaard heeft gewerkt en dat hij daar € 160,00 heeft verdiend. [verdachte 5] heeft ontkend dat hij in de kniplocatie te Opperdoes heeft gewerkt. Uit de verklaringen van zijn medeverdachten rijst echter de verdenking dat hij daar wel heeft gewerkt, en wel in de periode van mei 2008 tot en met december 2008, 15 keer. Het aantal gewerkte uren wordt door de rechtbank voorzichtig geschat op 3 uren per dag en het uurloon op € 20,00. Het ontvangen loon voor Opperdoes wordt derhalve geschat op een bedrag van € 900,00. In totaal heeft [verdachte 5] (€ 160,00 + € 900,00 is) € 1.060,00 verdiend.75

[verdachte 6] heeft verklaard dat hij in Heerhugowaard planten uit de grond moest trekken als een oogst klaar was en dat hij daarvoor een bedrag van € 200,00 per oogst kreeg. Hij heeft verklaard dat er in totaal 12 keer geoogst is in Heerhugowaard. Rekening houdend hiermee wordt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van 12 oogsten x € 200,00 is in totaal een bedrag van € 2.400,00.

[verdachte 6] heeft verklaard dat er in Opperdoes zowel in 2007 als in 2008 gedurende 40 weken is geknipt. Uit de verklaringen van[verdachte 7] kan echter blijken dat er van september 2007 tot eind december 2008 in Opperdoes hennep is geknipt en dat er eens per 2 weken gewerkt werd. Voor de berekening van het voordeel zal de rechtbank voorzichtigheidshalve uitgaan van september 2007 als start van de werkzaamheden. Tot eind december 2008 is dit een periode van 68 weken. Als er eens per 2 weken een dag gewerkt is, komt dit neer op 34 dagen. [verdachte 6] heeft verklaard dat hij ook hier € 200,00 per keer verdiende. Rekening houdend hiermee wordt voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van 34 dagen x € 200,00 is in totaal een bedrag van € 6.800,00. In totaal heeft [verdachte 6] (€ 2.400,00 + € 6.800,00 is) € 9.200,00 verdiend.76

Overige medewerkers

[verdachte 4]€ 31.000,00

[verdachte 3]€ 9.000,00

[verdachte 5]€ 1.060,00

[verdachte 6]€ 9.200,00

Totaal € 50.260,00

5.3.6.

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt:

Voordeel hennepkwekerijen € 5.037.417,72 -

Beloning [verdachte 2] en [verdachte 1] € 287.699,00 -

Beloning overige medewerkers € 50.260,00 -

Netto wederrechtelijk verkregen voordeel € 4.699.458,72

6 Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat de maatregel ter ontneming van het wederrechtelijk voordeel moet worden opgelegd.

Ten aanzien van het verzoek van de raadsman om het ontnemingsbedrag te matigen overweegt de rechtbank het volgende. In het door de raadsman aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 8 april 2014 is bepaald dat de opvatting dat de matigingsbevoegdheid van de rechter “enkel in relatie tot beperkte draagkracht kan worden toegepast” onjuist is. Deze opvatting vindt geen steun in de tekst en de wetsgeschiedenis. Advocaat-generaal Hofstee stelt in zijn conclusie bij dit arrest dat grammaticale interpretatie van het vijfde lid zich niet verzet tegen het aannemen van een algemene matigingsbevoegdheid, een rechterlijke bevoegdheid tot matiging die verder strekt dan de gevallen waarin de draagkracht aan de orde is. Dat in de praktijk de matigingsbevoegdheid vooral wordt toegepast bij het ontbreken van draagkracht, doet daaraan niet af. Uit de Memorie van Toelichting, waarin weliswaar het accent wordt gelegd op de draagkracht, kan niet worden opgemaakt dat naar de bedoeling van de wetgever de matigingsbevoegdheid in de zin van artikel 36e Wetboek van Strafrecht uitsluitend kan worden toegepast in het licht van het draagkrachtbeginsel. Zo een beperking zou bovendien op gespannen voet staan met de vrijheid die de feitenrechter heeft in de keuze van de sanctie binnen de grenzen van de wet en de waardering van de factoren die hij in dat verband van belang acht. Noch uit artikel 36e Wetboek van Strafrecht en zijn wetsgeschiedenis noch uit de rechtspraak van de Hoge Raad vloeit voort dat alleen het ontbreken of tekortschieten van draagkracht van de betrokkene kan leiden tot matiging van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel strookt daarmee.

Onder 4.5 heeft de rechtbank de argumenten van de raadsman weergegeven, die naar zijn idee tot matiging van het ontnemingsbedrag zouden behoren te leiden. De rechtbank zal hiertoe evenwel niet overgaan en wel om het navolgende. Overigens heeft de rechtbank zich daarbij rekenschap gegeven van de inhoud van het hiervoor aangestipte arrest van de Hoge Raad.

Uit de strafmotivering van het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, van 5 december 2012, blijkt de unieke rol van veroordeelde. Anders dan de medeverdachten had veroordeelde een leidinggevende rol:

“De verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren beziggehouden met het op grote schaal, veelal bedrijfsmatig, telen en bewerken van hennep op verschillende locaties verspreid over het land, één van deze locaties wordt door een mededader zelfs als zeer indrukwekkend omschreven. Daarbij was sprake van een zeer professionele organisatie die enerzijds bestond uit personen die zich louter bezig hielden met de bewerking van de hennep, de zogenoemde “knipploegen” en anderzijds personen die zich bezig hielden met het oprichten, inrichten en het dagelijks onderhoud van de plantages en het ronselen, vervoeren en inzetten van de knippers op de verschillende locaties. De locaties waar de hennepkwekerijen en kniplocaties zich bevonden werd een legaal aanzien gegeven door deze in bedrijfspanden dan wel in woonhuizen te vestigen en te doen voorkomen alsof deze locaties ook als zodanig werden gebruik. Aan deze grootschalige en professionele organisatie heeft de verdachte leiding gegeven, waarbij hij de meer risicovolle activiteiten veelal door anderen liet verrichten.”

Voorts blijkt uit de Justitiële Documentatie dat veroordeelde bij vonnis van 5 maart 2014 van de politierechter te Noord-Nederland wederom veroordeeld is tot een gevangenisstraf terzake hennepteelt. Klaarblijkelijk beschikt veroordeelde over voldoende financiële middelen om een nieuwe kwekerij op te bouwen. Bovendien heeft [partner veroordeelde], de partner van veroordeelde, kort na zijn aanhouding in 2009 € 300.000,00 contant van de Zwitserse rekening opgenomen.

Ook overigens is niet gebleken van feiten en omstandigheden, op grond waarvan het door veroordeelde te betalen bedrag lager zou moeten worden vastgesteld dan op het bedrag van het geschatte voordeel.

De rechtbank zal gelet op het vorenstaande het door veroordeelde te betalen bedrag vaststellen op € 4.699.458,72.

7 Toepasselijke wettelijke bepaling

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

8 Beslissing

De rechtbank:

Stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 4.699.458,72 (vier miljoen zeshonderdnegenennegentig duizend vierhonderdachtenvijftig euro en tweeënzeventig cent).

Legt veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van door hem wederrechtelijk verkregen oordeel van een bedrag van € 4.699.458,72 (vier miljoen zeshonderdnegenennegentig duizend vierhonderdachtenvijftig euro en tweeënzeventig cent).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. E.M. Devis en mr. G.A.M. van Dijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.C. Naeije,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 mei 2014.

mr. Devis is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De hierna door de rechtbank in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina’s 1 en 3.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 1.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 3.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 5.

6 Zaaksdossier Z-3, relaas proces-verbaal van 4 januari 2010, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg en C-W. van Hagen, pagina 12.

7 Proces-verbaal van 4e verhoor d.d. 31 maart 2009, bijlagenummer B04.006, inhoudende de verklaring van[verdachte 3], doorgenummerd pagina 1860.

8 Zaaksdossier Z-3, relaas proces-verbaal van 4 januari 2010, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg en C-W. van Hagen, pagina 13.

9 Een geschrift, zijnde het vergelijkend handschriftonderzoek van het NFI van 23 februari 2010, opgemaakt door Ing. C.H.W. ten Camp, pagina 10.

10 Zaaksdossier Z-3, relaas proces-verbaal van 4 januari 2010, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg en C-W. van Hagen, pagina 22; proces-verbaal van bevindingen over historische verkeersgegevens telecom van 24 september 2009, bijlagenummer T13.001, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg, pagina 4 en bijlage 5.

11 Zaaksdossier Z-3, relaas proces-verbaal van 4 januari 2010, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg en C-W. van Hagen, pagina 7.

12 proces-verbaal van 7e verhoor d.d. 8 september 2009, bijlagenummer B09.010, inhoudende de verklaring van [verdachte 1], doorgenummerd pagina’s 1911-1912.

13 proces-verbaal van 3e verhoor d.d. 2 april 2009, bijlagenummer B09.005, inhoudende de verklaring van [verdachte 1], doorgenummerd pagina 1893.

14 proces-verbaal van 3e verhoor d.d. 20 augustus 2009, bijlagenummer B15.008, inhoudende de verklaring van [verdachte 7], doorgenummerd pagina 1928.

15 proces-verbaal van 2e verhoor d.d. 19 augustus 2009, bijlagenummer B16.006, inhoudende de verklaring van [verdachte 6], doorgenummerd pagina 1937.

16 Zaaksdossier Z-3, relaas proces-verbaal van 4 januari 2010, opgemaakt door J.G.M. Ruitenberg en C-W. van Hagen, pagina 12.

17 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 27.

18 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 19; proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2009, bijlagenummer E-003, inhoudende de bevindingen van M.B. Bijl en M. van den Idsert, doorgenummerd pagina 1947.

19 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 19.

20 Proces-verbaal van 3e verhoor d.d. 2 april 2009, bijlagenummer B09.005, inhoudende de verklaring van [verdachte 1], doorgenummerd pagina 1893.

21 Proces-verbaal van 3e verhoor d.d. 20 augustus 2009, bijlagenummer B15.008, inhoudende de verklaring van [verdachte 7], doorgenummerd pagina 1928.

22 Proces-verbaal van 2e verhoor d.d. 19 augustus 2009, bijlagenummer B16.006, inhoudende de verklaring van [verdachte 6], doorgenummerd pagina 1937.

23 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 19.

24 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 14-16.

25 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2009, bijlagenummer E-003, inhoudende de bevindingen van M.B. Bijl en M. van den Idsert, doorgenummerd pagina 1945.

26 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 20.

27 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 21.

28 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 19.

29 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 30.

30 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 34-36.

31 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 19; proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 maart 2009, bijlagenummer E-003, inhoudende de bevindingen van M.B. Bijl en M. van den Idsert, doorgenummerd pagina 1946.

32 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, bijlage, doorgenummerd pagina 21.

33 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, bijlage, doorgenummerd pagina 21; proces-verbaal van 7e verhoor d.d. 8 september 2009, bijlagenummer B09.010, inhoudende de verklaring van [verdachte 1], doorgenummerd pagina 1902.

34 Proces-verbaal van bevindingen hennepkwekerij Heerhugowaard d.d. 17 mei 2010, bijlagenummer AH.7.6.1, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina’s 1687-1689.

35 Proces-verbaal van bevindingen hennepkwekerij Heerhugowaard d.d. 17 mei 2010, bijlagenummer AH.7.6.1, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina’s 1690-1691.

36 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 41.

37 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 20.

38 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Heerhugowaard, doorgenummerd pagina 20.

39 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 28.

40 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 28.

41 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 14-16.

42 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 29.

43 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 21.

44 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 29.

45 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 30.

46 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 34-36.

47 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, bijlage, doorgenummerd pagina 30.

48 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Uithoorn, doorgenummerd pagina 30.

49 Proces-verbaal van 2e verhoor d.d. 27 oktober 2009, bijlagenummer G026-002, inhoudende de verklaring van [getuige 2], doorgenummerd pagina 2132.

50 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 14-16.

51 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina 36.

52 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 4.

53 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 21.

54 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina 38.

55 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 30.

56 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 34-36.

57 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina 39.

58 Proces-verbaal van 2e verhoor d.d. 27 oktober 2009, bijlagenummer G026-002, inhoudende de verklaring van [getuige 2], doorgenummerd pagina 2132; proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2010, bijlagenummer I-VDD02.001, inhoudende de bevindingen van C-W van Hagen, doorgenummerd pagina’s 2136-2137.

59 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 3.

60 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 14-16.

61 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina’s 36-37.

62 Proces-verbaal verhoor verdachte [veroordeelde] bij de rechter-commissaris op 10 april 2013, pagina 4.

63 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 21.

64 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina 38.

65 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina 30.

66 Rapport ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie d.d. 14 april 2005, pagina’s 34-36.

67 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e, 2e lid, Groningen, doorgenummerd pagina 39.

68 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110902 1445 2216 van 2 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1704.

69 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110902 1445 2216 van 2 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1705.

70 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1713.

71 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110902 1445 2216 van 2 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1705.

72 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1713.

73 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1714.

74 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1715.

75 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1715.

76 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 20110906 1045 2216 van 6 september 2011, inhoudende de bevindingen van K. Roos, doorgenummerd pagina 1715.