Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4624

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-05-2014
Datum publicatie
10-06-2014
Zaaknummer
AWB-12_4841 bz
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

SNL-subsidie – wijziging omvang subsidiabele beheereenheden, AAN-register

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 12/4841

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2014 in de zaak tussen

[eiser], te [woonplaats], eiser

(gemachtigde: ir. S. Boonstra),

en

het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerder

(gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder op basis van de Gecombineerde opgave 2010 de subsidie ingevolge het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL) gewijzigd en nader bepaald op € 30.469,64. Verweerder heeft tevens de teveel betaalde subsidie van € 3.487,02 teruggevorderd.

Bij besluit van 28 september 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het besluit van 1 december 2011 gedeeltelijk herroepen en beslist dat de geconstateerde omvang van beheereenheden wijzigt zoals aangegeven naar in totaal 54,36 hectare.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2014.

Eiser en zijn echtgenote zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Dit beroep is behandeld met de volgende beroepszaken tussen deze partijen: HAA 12/1352, HAA 12/4842, HAA 12/5174, HAA 12/5241, HAA 12/5242, HAA 12/5558, HAA 13/411, HAA 13/1939 en HAA 13/3625.

Overwegingen

1.

Eiser heeft op 21 december 2009 SNL-subsidie aangevraagd voor het onderdeel collectief agrarisch natuurbeheer. Bij besluit van 8 maart 2010 heeft verweerder eisers verzoek goedgekeurd op basis van de opgegeven minimum oppervlakte van 0,50 hectare(s) en maximum oppervlakte van 125,00 hectare(s) voor de subsidieperiode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015. Eiser wordt tevens in aanmerking gebracht voor de toeslag ruige stalmest. Bij besluit van 17 juni 2011 heeft verweerder eiser medegedeeld dat hij recht heeft op € 33.956,66 SNL-subsidie over 2010. Bij het primaire besluit van 1 december 2011, zoals gewijzigd bij het bestreden besluit, is de SNL-subsidie gewijzigd.

2.

Aan dit besluit ligt ten grondslag dat de omvang van de subsidiabele oppervlakten van eisers percelen kleiner is dan vermeld in de door eiser ingediende Gecombineerde Opgave. Verweerder gaat daarbij uit van de gegevens ter zake deze percelen zoals vermeld in het register Agrarisch Areaal Nederland (AAN).

3.

Kern van het geschil vormt de omvang van deze subsidiabele oppervlakten voor wat betreft de beheereenheden 1017, 1020 en 1026. Eiser beroept zich daarbij op de meetresultaten van een fysieke controle van zijn percelen door de Algemene Inspectiedienst (thans de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA)) op 14 september 2011. Voorts heeft eiser ter zitting betoogd dat zijn percelen vanwege het weidevogelbeheer (grutto’s) een hoog waterpeil hebben in het voorjaar en vroege zomer, hetgeen op luchtfoto’s het beeld van de in aanmerking te nemen oppervlakten kan vertekenen, lees verkleinen.

4.

Verweerder volgt de afwijkende metingen van de nVWA niet omdat bij de beheereenheden 1017 en 1020 ook niet-subsidiabele oppervlakten zijn betrokken en bij beheereenheid 1026 de subsidiabele oppervlakte niet voldoende nauwkeurig is gemeten. Een fysieke controle gaat volgens verweerder niet altijd boven de administratieve controle op basis van luchtfoto’s. Ook indien sprake is van een bij de fysieke controle gemeten afwijking ten opzichte van de geregistreerde gegevens van meer dan 1,5 meter op de omtrek - de zogenaamde meettolerantie - leidt dat niet automatisch tot een aanpassing van het AAN-perceel. De nVWA meet immers de oppervlakte, maar stelt niet op de kaart vast waar de grenzen van het perceel lopen. Een dergelijke meting is volgens verweerder slechts aanleiding om het AAN-perceel opnieuw te bezien, en wel aan de hand van de luchtfoto. Met de wetenschap van de nVWA meting wordt bezien of de perceelgrenzen nauwkeuriger kunnen worden gelegd. Verweerder heeft in dit geval na beoordeling van de meetgegevens van de nVWA de grenzen van eisers percelen niet verder aangepast.

5.

Het door verweerder gehanteerde AAN-register behelst onder meer een overzicht van subsidiabele (dat wil zeggen netto-) oppervlakten van percelen grond. Uitgangspunt voor het vaststellen daarvan zijn landsdekkende luchtfoto’s. Op de overgelegde luchtfoto’s van de percelen van eiser is te zien welke delen daarvan verweerder als subsidiabele landbouwgrond heeft aangemerkt. De rechtbank acht de interpretatie van deze kaarten niet onjuist. Eiser heeft immers geen concrete en op de afzonderlijke percelen toegespitste argumenten aangedragen die op een foutieve interpretatie van de luchtfoto’s door verweerder wijzen. Deze blijken ook niet uit de nVWA-rapportage. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder in de meetresultaten van de nVWA-meting geen aanleiding heeft hoeven te zien de grenzen van eisers percelen in het AAN-register aan te passen. Deze beroepsgrond slaagt derhalve niet.

6.

Voorts heeft eiser aangevoerd dat in het primaire besluit de subsidie ten onrechte gedeeltelijk wordt ingetrokken (de rechtbank begrijpt: gewijzigd) vanwege het feit dat de beheereenheid niet binnen het Basis Registratie Percelen (BRP)-perceel past. In het bestreden besluit is hierop niet ingegaan. Eiser acht het merkwaardig dat binnen de betaalbeschikking SNL-2011 tegelijkertijd een intrekkingsbesluit wordt genomen, zonder dat gevolgen voor opeenvolgende SNL- aanvraagjaren worden geschetst. Temeer daar het herzieningsbesluit ver na de aanvraagperiode 2011 door verweerder kenbaar is gemaakt.

7.

De rechtbank stelt vast dat eiser op basis van de betaalbeschikking van 17 juni 2011 subsidie heeft ontvangen voor in totaal 59,54 hectare beteelbare oppervlakte. Dit is alles wat is aangevraagd. In het bestreden besluit is de totale subsidiabele oppervlakte van de beheereenheden 1000 tot en met 1038 aangepast naar (uiteindelijk) 54,36 hectare, op grond van de perceelregistratie in het AAN-register. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de subsidiabele oppervlakte terecht en op goede gronden met 5,18 hectare verminderd. Dat het besluit ook doorwerkt in opeenvolgende SNL-aanvraagjaren is een gevolg van de systematiek van deze subsidieregeling. Dit kan, nu niet aannemelijk is geworden dat die vaststelling van de beteelbare oppervlakten niet klopt, niet leiden tot het oordeel dat het bestreden besluit moet worden vernietigd.

8.

Hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd ten aanzien van motiveringsgebreken kan niet leiden tot gegrondverklaring van het beroep.

9.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. S.M. van Velsen, leden, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.