Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2014:4621

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-05-2014
Datum publicatie
23-05-2014
Zaaknummer
AWB-13_1939 bz
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing betalingsverzoek SNL-subsidie, niet opgenomen in collectief beheerplan

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 13/1939

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 mei 2014 in de zaak tussen

[eiser], te[woonplaats], eiser

(gemachtigde: ir. S. Boonstra),

en

het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, verweerder

(gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers betalingsverzoek voor subsidie ingevolge het Subsidiestelsel natuur- en landschapsbeheer (SNL) over 2012 afgewezen.

Bij besluit van 1 maart 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2014.

Eiser en zijn echtgenote zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Dit beroep is behandeld met de volgende beroepszaken tussen deze partijen: HAA 12/1352, HAA 12/4841, HAA 12/4842, HAA 12/5174, HAA 12/5241, HAA 12/5242, HAA 12/5558, HAA 13/411 en HAA 13/3625.

Overwegingen

1.

Eiser heeft op 21 december 2009 SNL-subsidie aangevraagd voor het onderdeel collectief agrarisch natuurbeheer. Bij besluit van 8 maart 2010 heeft verweerder eisers verzoek goedgekeurd voor de subsidieperiode van 1 januari 2010 tot 31 december 2015. Op 15 mei 2012 heeft eiser in de Gecombineerde Opgave 2012 verzocht om uitbetaling voor onder andere de percelen [..]t/m [..] ‘Weidevogelgrasland met rustperiode van 1 april tot 22 juni’.

2.

Aan de afwijzing van dit verzoek heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de beheereenheden [..] t/m [..] niet in het collectief beheerplan staan. De reden dat de betreffende beheereenheden niet in deze “toolkit” zijn opgenomen is gelegen in het feit dat het door eiser beoogde beheertype niet is opgenomen in het Natuurbeheerplan 2012.

3.

Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat dit laatste het gevolg is geweest van een fout aan de zijde van het college van Gedeputeerde Staten. Mogelijk zal het college deswege overgaan tot geven van een schadevergoeding aan eiser.

4.

Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij schade leidt die in zijn optiek niet voor zijn rekening mag en kan komen. Er is een SNL-contract voor zes jaar afgesloten. Eiser voert zijn werkzaamheden nauwgezet uit en maakt hier kosten voor. Bijsturing van de taken in 2012 is niet meer mogelijk aangezien de beschikking eerst 9 januari 2013 is afgegeven. Verweerder heeft binnen de Natuurbeheerplannen 2010 en 2011 subsidieverlening (A-type) wel mogelijk gemaakt, voor het jaar 2012 niet (N-type) en vervolgens vanaf 2013 weer wel (A-type). Eiser acht dit onnavolgbaar en in strijd met de continuïteit zoals nagestreefd in de meerjarige SNL beschikking.

5.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder op de genoemde gronden terecht heeft besloten dat eiser geen aanspraak kan maken op de gevraagde uitbetaling van subsidie voor collectief agrarisch natuurbeheer. De betreffende beheereenheden komen immers niet voor in het collectieve beheerplan en zijn niet met het beoogde beheertype opgenomen in het Natuurbeheerplan 2012. Onder die omstandigheden bestaat er geen titel voor de gevraagde uitbetaling aan eiser. Overigens heeft eiser geen gebruik gemaakt van de destijds voor hem openstaande mogelijkheden van bezwaar (tegen het collectief beheerplan). Derhalve kan de juistheid van het beheerplan in de onderhavige procedure niet ter discussie staan. Het beroep van eiser is dan ook ongegrond.

6.

De rechtbank acht het overigens aangewezen dat verweerder spoedig een besluit neemt omtrent een eventuele schadevergoeding aan eiser.

7.

Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzitter, mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. S.M. van Velsen, leden, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.